Now showing items 21-40 of 3345

    • Waarom komen ze niet? - Meldingsbereidheid onder veroordeelden met een zelfmeldstatus

      Blom, T.; Velde, R. te; Geest, J. van der; Lindhout, E. (Dialogic, 2023-12-28)
      De probleemstelling van dit onderzoek luidt als volgt: Wat zijn de oorzaken van de geringe meldingsbereidheid van de gestraften in de zelfmeldprocedure (‘veroordeelden met zelfmeldstatus’)? Het uiteindelijke doel van dit onderzoek (dat wil zeggen, waaraan de resultaten volgens ons zouden moeten bijdragen) is om het aantal zelfmelders te verhogen. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit onderzoek: Welke factoren spelen een rol bij het besluit van een veroordeelde met zelfmeldstatus om zich te melden bij de PI (zelfmelder)? Welke factoren spelen een rol bij het besluit van een veroordeelde met zelfmeldstatus om zich niet te melden bij de PI (niet-zelfmelder)? Komen er uit pilots met zelfmelders inzichten voor het verhogen van de meldingsbereidheid van veroordeelden met een zelfmeldstatus? Welke oplossingsrichtingen kunnen bedacht worden om de meldingsbereidheid (van veroordeelden met een zelfmeldstatus) te verhogen?INHOUD Introductie De zelfmeldprocedure: theorie en praktijk Theoretisch kader: Het COM-B gedragsmodel Methode onderzoek Data-analyse: Zelfmelders in cijfers Veldwerk: Interviews in PI's Mogelijke oplossingsrichtingen Conclusies Reflecties
    • Evaluatie fraudehelpdesk

      Winter, H.; Veen, C.; Bartlema, C.; Cazemier, J. (Pro Facto, 2023-12-27)
      Ons land kent verschillende informatie- en meldpunten waar burgers en bedrijven informatie kunnen inwinnen over (nieuwe) vormen van horizontale fraude, waarbij burgers en bedrijven worden benadeeld en waar fraude en oplichting kunnen worden gemeld. De Fraudehelpdesk is één van die meldpunten en richt zich op alle vormen van fraude. Het ministerie van Justitie en Veiligheid is op dit moment de enige subsidieverstrekker. Deze evaluatie beoogt de besluitvorming over de subsidiëring, de hoogte van de toe te kennen subsidie, de doelen van de subsidie en daarbij te stellen voorwaarden te ondersteunen. De volgende hoofdvragen staan centraal: In hoeverre kunnen de doelen die de Fraudehelpdesk nastreeft in theorie via de geldende subsidievoorwaarden en het inrichtingsplan van de Fraudehelpdesk worden bereikt? In welke mate volstaat de praktische invulling van het inrichtingsplan van de Fraudehelpdesk in het bereikbaar maken van deze doelen? Welke bijdrage heeft de Fraudehelpdesk geleverd aan de preventie en bestrijding van horizontale fraude? Welke positie bekleedt de Fraudehelpdesk in het veld van de Nederlandse fraudepreventie en -bestrijding? Hoe zou de toekomstige doelbereiking van de Fraudehelpdesk (verder) kunnen worden verbeterd? Zijn er structurele of procesmatige aanpassingen nodig om de toekomstige bijdrage van de Fraudehelpdesk aan fraudepreventie en -bestrijding in Nederland te verbeteren? INHOUD Inleiding Beleidsreconstructie Organisatie, financiën en activiteiten Bekendheid Fraudehelpdesk Waardering van de Fraudehelpdesk Landschapf van fraudemeldpunten Synthese en conclusie
    • Langdurige(r) detentie na recidive van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven

      Meijer, S.; Meeteren, M. van; Achten, I.; Immink, C. (Radboud Universiteit - Onderzoekscentrum Staat & Recht (SteR), 2023-12-27)
      Het doel van het onderzoek is na te gaan of recidive bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven leidt tot het daadwerkelijk opleggen van een zwaardere straf door strafrechters, met name of dit leidt tot een langdurige(r) detentie. Hoofdvraag: In hoeverre leggen strafrechters zwaardere straffen op na constatering van (meervoudige) recidive bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven (in vergelijking met first offenders); waaruit bestaat de strafvermeerdering en in hoeverre leidt dit tot langdurige(r) detentie? INHOUD Inleiding Juridisch Kader Analyse van jurisprudentie Dossieranalyse Focusgroepen Conclusie
    • Vooronderzoek Evaluatie Wet kansspelen op afstand

      Kruize, A.; Snippe, J.; Baljet, W. (Breuer & Intraval onderzoek en advies, 2023-12-21)
      De Wet Kansspelen op afstand (Wet Koa) is op 1 april 2021 in werking getreden. Een half jaar later ging de markt voor online kansspelen open en sindsdien kunnen vergunninghouders onder voorwaarden legaal online kansspelen aanbieden. In het Besluit Koa zijn bepalingen opgenomen voor de uitvoering van de Wet Koa. In het besluit is het vergunningenstelsel voor kansspelen op afstand nader uitgewerkt en er zijn regels gesteld die betrekking hebben op het voorkomen van kansspelverslaving, de bescherming van de consument en de bestrijding van criminaliteit. De invoering van de Wet Koa heeft onder meer geleid tot aanpassingen van de regelgeving omtrent werving- en reclame-uitingen en verslavingspreventie. Vanwege de complexiteit is een vooronderzoek uitgevoerd dat zich richt op het ontwerpen van een evaluatiekader. Dit evaluatiekader biedt inzicht op onderwerpen waar de evaluatie op zou kunnen toezien, welke gegevens daarvoor gewenst zijn, en worden voorstellen gedaan over hoe en bij welke partijen deze gegevens verzameld kunnen worden. Daarnaast komen in dit vooronderzoek tevens enkele beslis- en aandachtspunten aan de orde waarmee bij de opzet van de evaluatie rekening kan worden gehouden. Er wordt in dit vooronderzoek nadrukkelijk geen blauwdruk voor de aanpak van de evaluatie gegeven. De voorstellen die we doen kunnen als input worden gebruikt voor het ontwerpen van een onderzoeksopzet voor de evaluatie van de Wet Koa. INHOUD Inleiding Beleidslogica Indicatoren Suggesties mogelijke onderzoeksmethoden Conclusies
    • Speellimieten bij online kansspelen - Een onderzoek naar ervaringen en behoeften van spelers

      Miltenburg, Ch. van; Hollander, D.; Klein Kranenburg, L.; Bouwmeester, J. (I&O Research, 2023-12-21)
      Op 1 april 2021 werd het Besluit kansspelen op afstand van kracht, waardoor het voor volwassenen (18 jaar en ouder) mogelijk werd om legaal online te gokken bij aanbieders die in het bezit zijn van een vergunning van de Kansspelautoriteit. Met de invoering van de wet zijn maatregelen genomen ter preventie van kansspelverslaving, onmatig gokgedrag en schade door online gokken. Eén van deze maatregelen is dat spelers speellimieten moeten instellen voordat zij toegang krijgen tot een platform voor online kansspelen. De doelstelling van het onderzoek is het bieden van inzicht in: hoe deelnemers aan online kansspelen de huidige praktijk van het instellen van speellimieten ervaren en benutten; de wensen en behoeften van deelnemers aan online kansspelen bij het instellen en bewaken van speellimieten; de waardering van deelnemers aan online kansspelen ten aanzien van bestaande ideeën voor aanpassing van de huidige praktijk rond het instellen en bewaken van speellimieten. INHOUD Inleiding Achtergrond: doelen en beoogde werking van speellimieten Het instellen van speellimieten Omgang met speellimieten Houding en perceptie van effectiviteit Behoefte aan informatie en ondersteuning Profiel van online kansspelers
    • Deelrapportage Gedragsinzichten bij het instellen van speellimieten - Customer Journey Analyse en Adviezen

      Baaren, R. van (Bureau Dijksterhuis en Van Baaren, 2023-12-21)
      De Wet KOA verplicht kansspelaanbieders om consumenten die online willen gokken, bij aanmelding op een kansspelwebsite limieten in te laten stellen (tijdslimiet, stortingslimiet, en saldolimiet). Ondanks het instellen van deze limieten, blijkt dat er consumenten zijn die veel geld verliezen met online gokken, mede doordat zij hun limieten (te) hoog instellen. Een mogelijke oorzaak hiervan kan zijn dat consumenten tijdens het registratieproces beïnvloedingstechnieken tegenkomen, waardoor zij hogere limieten instellen dan wanneer zij deze niet zouden tegenkomen. Om gokproblemen te voorkomen is het belangrijk dat de vormgeving van de limietenpagina's vrij is van dit soort beïnvloeding. In kaart gebracht is welke beïnvloeding consumenten op dit moment tegen kunnen komen bij het instellen van de limieten en een lijst van voorstellen en verbeteringen aan te leveren die ervoor zorgen dat consumenten passendere limieten instellen. INHOUD Leeswijzer Over het onderzoek Aanleiding en achtergrond Focus van het huidige onderzoek Onderzoeksopzet/Aanpak Bevindingen Adviezen en aanbevelingen
    • Alleenstaande minderjarige asielzoekers naar Nederland - Het verhaal achter de cijfers: Kennisbericht

      Kulu-Glasgow, I.; Schans, J.M.D. (WODC, 2023-12-21)
      Dit kennisbericht gaat over het toegenomen aantal alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) dat in Nederland asiel aanvraagt. In 2022 en in 2023 lag dat aantal hoger dan in de voorgaande jaren (respectievelijk 4.205 en 4.803 (tot en met oktober). Vanuit beleid werd de wens geuit te onderzoeken waarom deze aantallen stijgen, aangezien deze verhoogde instroom veel druk legt op de opvangcapaciteit en uitvoerende instanties als COA en NIDOS. De centrale vragen van dit onderzoek zijn: Wat kan er gezegd worden over de redenen van de recente toename in de instroom van AMV’s en de veranderingen in de samenstelling van de groep? Wat zijn de redenen voor AMV’s om in Nederland terecht te komen? Is het aannemelijk dat deze redenen anders zijn voor de huidige piek dan die voor in 2015? Dit vooronderzoek is gebaseerd op inzichten uit een quick-scan van de recente literatuur en een kennistafel. INHOUD Inleiding Fluctuaties in het aantal alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Nederland en veranderingen in de samenstelling Mogelijke redenen waarom alleenstaande minderjarige vreemdelingen naar Nederland komen Conclusies
    • Evaluatie Wet verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit

      Kuin, M.; Raaijmakers, N.; Berg, B. van den; Nelemans, M. (medew.) (Regioplan beleidsonderzoek, 2023-12-18)
      Financieel-economische criminaliteit wordt gekenmerkt door een combinatie van relatief hoge winsten, een geringe pakkans en verhoudingsgewijs lage straffen. Om de aanpak van financieel-economische criminaliteit te intensiveren, zijn sinds 2010 meermaals gelden vanuit de overheid beschikbaar gesteld. Daarnaast is op 1 januari 2015 de Wet verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit (hierna Wet Finec) in werking getreden. In de Wet Finec zijn wetswijzigingen opgenomen om de mogelijkheden tot opsporing, vervolging en preventie van financieel-economische criminaliteit te verruimen. De hoofddoelstelling van de Wet Finec is de vermindering van de maatschappelijke schade van financieel-economische criminaliteit door het beperken van de (veronderstelde) aantrekkingskracht die uitgaat van deze vorm van criminaliteit. Meer concreet is dit vertaald in drie subdoelen: Verminderen van de winsten van verschillende vormen van financieel-economische criminaliteit. Vergroten van de pakkans door verbeteren van de opsporingsbevoegdheden voor verschillende vormen van financieel-economische criminaliteit. Adequater (zwaarder) straffen door de maximumstraffen te verhogen en de strafbaarstelling van verschillende vormen van financieel-economische criminaliteit te verruimen.Om de subdoelen te bereiken is een wijziging in tien onderdelen in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op economische delicten (WED) doorgevoerd. Tezamen worden deze verruimingen aangeduid als de Wet Finec: snellere beklagprocedure tegen inbeslagneming; beperking kostenaftrek; actualisatie en verzwaring strafmaat ambtelijke corruptie; strafmaatverzwaring niet-ambtelijke corruptie; verruiming strafbaarstelling niet-ambtelijke corruptie; strafmaatverzwaring witwassen; strafbaarstelling witwassen in uitvoering van beroep of bedrijf; invoering flexibel boeteplafond; verzwaring van het gewoonte maken van het overtreden van WED-strafbepalingen; strafbaarstelling misbruik van gemeenschapsgeld.INHOUD Inleiding Beleidstheorie Uitvoeringspraktijk Ontwikkeling en verruiming Samenvatting en conclusieDit onderzoek sluit aan op de nulmeting (zie link hiernaast) wetswijziging bestrijding financieel-economische criminaliteit die in 2017/2018 is uitgevoerd.
    • Update liquidaties 2022

      Meijer, R.; Liebregts, N.; Gestel, B. van (WODC, 2023-12-18)
      In het rapport Tweede verkennende studie liquidaties (zie link hiernaast) is verslag gedaan van het aantal liquidaties in Nederland van het jaar 2000 tot en met 2020 (Van Gestel & Kouwenberg, 2021). Deze notitie bevat een update van die aantallen voor het jaar 2022. We kijken in hoeverre de aantallen uit 2022 aansluiten bij het eerder geschetste beeld. Naast het aantal liquidaties, worden in deze notitie ook enkele andere kenmerken van gepleegde liquidaties beschreven zoals pleegplaats (regio) en leeftijd van slachtoffers en de relatie met drugscriminaliteit.
    • Een verkennend onderzoek naar uitsluiting van ex-leden door religieuze gemeenschappen

      Schaik, B.M. van; Janssen, J.H.J.L.; Devriendt, S.; Timmers, R.W.; Zoethout, C.M.; Abels, D.; Kolthoff, E.W. (Open Universiteit, 2023-12-14)
      Het onderzoek kent een sociaalwetenschappelijk aspect – onderzoek naar het fenomeen uitsluiting door religieuze gemeenschappen, en een juridisch aspect – verkenning van (buitenlandse) wet- en regelgeving om uitsluiting te voorkomen of anderszins ermee om te gaan. Het doel van het onderzoek is: Zicht krijgen op het fenomeen 'uitsluiting' Zicht krijgen op maatregelen tegen uitsluiting door religieuze gemeenschappen in Nederland en in andere landen Het is hierbij van belang om zicht te krijgen op het uitsluitbeleid van religieuze gemeenschappen in het algemeen en niet van specifieke religieuze gemeenschappen. Deze hoofdvragen zijn geformuleerd: Bestaat sociale uitsluiting van ex-leden van religieuze gemeenschappen? Zo ja, welke vormen van uitsluiting zijn er en hoe worden deze geformaliseerd en in de praktijk uitgevoerd? Welke gevolgen heeft uitsluiting voor diegenen die uitsluiten en diegenen die uitgesloten worden? Welke hulpbehoefte is er vanuit beide groepen? Welke (juridische) mogelijkheden zijn er in Nederland om met uitsluiting om te gaan dan wel uitsluiting te voorkomen? Welke maatregelen worden in andere landen genomen om om te gaan met uitsluiting van ex-leden dan wel uitsluiting te voorkomen? Inhoudsopgave Inleiding Het sociaalwetenschappelijk perspectief Het juridische perspectief Maatregelen inzake sociale uitsluitingsgedragingen in het buitenland Conclusie
    • Ambtelijk-bestuurlijke integriteit in Caribisch Nederland

      Abraham, M.; Girigorie, Th.; Nauta, O.; Petersen, A,; Egmond, P. van (medew.) (DSP-groep, 2023-12-14)
      In 2015 publiceerde de Raad voor de Rechtshandhaving (hierna: de Raad) een onderzoeksrapport over de infrastructuur voor corruptiebestrijding op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: de BES-eilanden). Aanleiding voor dit onderzoek waren serieuze signalen van corruptie in Caribisch Nederland1, met name op Bonaire. Het rapport constateerde dat er stevige aanwijzingen zijn voor een toename van het aantal gevallen, maar dat een concreet beeld over de precieze aard en omvang van ambtelijke corruptie ontbreekt omdat dat dat buiten de scope van het raadsonderzoek viel. Eén van de centrale aanbevelingen van de Raad aan de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) was dan ook om corruptie op de BES-eilanden beter in beeld te brengen zodat concrete acties kunnen worden geformuleerd ter bestrijding ervan. De centrale vraagstelling van dit onderzoek luidt: Welke vormen van ambtelijk-bestuurlijke integriteitsschendingen komen voor op de BES-eilanden? Welke factoren hangen samen met deze schendingen? Hoe wordt beleid ter bestrijding van integriteitsschendingen vormgegeven en welke mogelijkheden bestaan er voor verdere ontwikkeling van het beleidsinstrumentarium? INHOUD Inleiding Methodologische verantwoording Ambtelijk-bestuurlijke integriteitsschendingen: aard en risicofactoren Ambtelijk-bestuurlijke integriteitsschendingen in Caribisch Nederland Risicofactoren Infrastructuur integriteit Doorontwikkeling infrastructuur integriteit Conclusies
    • Procesevaluatie elektronische dienstverlening burgerlijke stand - Digitale aangifte geboorte, overlijden en melding voorgenomen huwelijk of geregistreerd partnerschap

      Huisman, M.; Kluft, S.; Weert, R. van; Zoutenbier, M. (Significant APE, 2023-12-14)
      Bij de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet elektronische dienstverlening burgerlijke stand (Stb. 2019, 419) is toegezegd om deze wet te evalueren. Doel van deze procesevaluatie is om de Tweede Kamer te kunnen informeren over de stand van zaken rond de in- en uitvoering van de mogelijkheid tot elektronische aangifte van geboorte en overlijden en de melding voorgenomen huwelijk/geregistreerd partnerschap. Een tweede doel is te bezien hoe de ervaringen die hierbij zijn opgedaan, kunnen bijdragen aan de verdere inwerkingtreding van de Wet elektronische dienstverlening burgerlijke stand. Achterliggende gedachte is dat inzicht in de ervaringen die zijn opgedaan met de in- en uitvoering van elektronische aangifte aan de frontoffice van gemeenten, tevens behulpzaam kan zijn bij de verdere inwerkingtreding van de Wet elektronische dienstverlening burgerlijke stand voor wat betreft de verdere digitalisering van de backoffice van gemeenten. INHOUD Inleiding Beleidstheorie en wettelijk kader Overzicht aanbod elektronische dienstverlening burgerlijke stand Ervaringen met implementatie en uitvoering Beschouwing Conclusies
    • Recidive onder schuldig verklaarde volwassenen en jeugdigen

      Tollenaar, N. (WODC, 2023-12-13)
      In deze factsheet wordt gerapporteerd over de recidive van volwassenen en jeugdigen die schuldig zijn bevonden aan één of meerdere misdrijven.1 Het gaat om personen van wie een strafzaak is afgedaan in de periode 2010 tot en met 2019. Tot juli 2022 is gekeken of deze personen nieuwe misdrijven hebben gepleegd die geleid hebben tot een strafzaak.
    • Recidive onder ex-werkgestraften en ex-ondertoezichtgestelde volwassenen

      Verweij, S. (WODC, 2023-12-13)
      In deze factsheet wordt gerapporteerd over de recidive van volwassenen die een werkstraf uitvoerden en volwassenen die onder toezicht stonden van één van de reclasseringsorganisaties, te weten: Reclassering Nederland, de Stichting Verslavingsreclassering GGZ of het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering. De werkstraf of het reclasseringstoezicht is in de periode 2012 tot en met 2019 beëindigd en vanaf dit moment is de recidive berekend. Tot juli 2022 is gekeken of deze personen nieuwe misdrijven hebben gepleegd die geleid hebben tot een strafzaak.
    • Recidive onder ex-gedetineerde volwassenen en jeugdigen

      Berghuis, M.L. (WODC, 2023-12-13)
      In deze factsheet wordt gerapporteerd over de recidive van volwassenen en jeugdigen die respectievelijk in een penitentiaire inrichting (PI) of justitiële jeugdinrichting (JJI) verbleven.1 De personen in dit onderzoek zijn in de periode 2010 tot en met 2019 uit een PI of JJI vrijgekomen en vanaf dit moment is de recidive berekend. Tot juli 2022 is gekeken of deze personen nieuwe misdrijven hebben gepleegd die geleid hebben tot een strafzaak.
    • Milieu: criminaliteit, schade en aanpak

      Wingerde, K. van; Verbeek, S.; Bisschop, L.; Neve, R.; Geest, V. van der; Onna, J. van; Wilsem, J. van; Jong, E. de; Faure, M.; Uhm, D. van; et al. (WODC, 2023-12-12)
      ARTIKELEN Joost van Onna en Johan van Wilsem -Inleiding Karin van Wingerde, Sammie Verbeek en Lieselot Bisschop - De aanpak van milieucriminaliteit in Nederland. Lessen van de afgelopen decennia Rudie Neve - Focus op criminaliteit in milieumarkten: het Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit Jenny van Houten-Peschier - Bestrijding van milieucriminaliteit in de praktijk. Ontwikkelingen in toezicht en opsporing Victor van der Geest, Joost van Onna en Johan van Wilsem - Regelovertreding, daders en handhaving bij milieucriminaliteit. Empirische inzichten uit twee recente studies Elbert de Jong en Michael Faure - De corrigerende rol van het aansprakelijkheidsrecht bij bedrijfsmatige vervuiling van de leefomgeving Daan van Uhm - Milieucriminaliteit en groene criminologie Tineke Lambooy, Ronald Jeurissen en Renske Mackor - Het verlenen van rechten aan natuurentiteiten onderzocht vanuit een juridisch-maatschappelijk en ethisch perspectiefSAMENVATTING Schade aan het milieu door menselijk handelen is een urgent maatschappelijk probleem dat misschien wel meer dan ooit in de publieke belangstelling staat. Het belang van een gezond milieu, het beschermen van de biodiversiteit en het tegengaan van de opwarming van de aarde worden inmiddels door de meesten als evident gezien. Milieucriminaliteit wordt wel omschreven als ‘een veelkoppig monster’ (Neve 2021). Zo zijn er veel uiteenlopende verschijningsvormen, zoals stroperij, gebruik van illegale gewasbeschermingsmiddelen, maar ook illegale export van gevaarlijk afval en het illegaal lozen of uitstoten van gevaarlijke stoffen. Dergelijke overtredingen kunnen worden gepleegd door grote multinationals, maar ook door kleine zelfstandigen of door criminele organisaties. In sommige gevallen is sprake van onwetendheid, opportunisme of onkunde, maar in andere gevallen van daders die stelselmatig, in georganiseerd verband en (vaak) in een internationale context regels overtreden. Een kenmerkend aspect van dit thema – en een van de rode draden in dit themanummer – is dat het niet altijd eenduidig is wanneer er sprake is van milieucriminaliteit. De milieuwetgeving wordt gehandhaafd via een duaal stelsel, waarbij zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk opgetreden kan worden. De bijdragen in dit themanummer gaan zowel over milieucriminaliteit in Nederland als over overtredingen die via het bestuursrecht worden gehandhaafd. Ook gedragingen die legaal zijn maar grote schade aan het milieu veroorzaken (wel verwoord als ‘lawful but awful’ (Passas 2005), het schadeperspectief), komen aan bod.
    • Geen nacht zonder [Art.] 8 - Evaluatie wet drugs in het verkeer

      Abraham, M.; Hofstra, D.; Bos, D. (DSP-groep, 2023-12-11)
      In de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW1994), artikel 8, eerste lid, staat dat het “een ieder verboden is een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht”. Per 1 juli 2017 is de WVW1994 uitgebreid met de mogelijkheid om bij bestuurders van voertuigen een speekseltest en een Psychomotorische test (PMT) op drugs te doen (Stb. 2014, 353; MvT 32 859, 3). De wetswijziging, ook aangeduid als de Wet drugs in het verkeer, geeft opsporingsambtenaren de bevoegdheid om bestuurders die vermoedelijk onder invloed van drugs deelnemen aan het verkeer, te bevelen mee te werken aan een speekseltest of aan een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties (PMT). Daarnaast is met deze wet een afzonderlijke strafbaarstelling voor het rijden onder invloed van drugs geregeld. Het onderzoek kent de volgende drieledige probleemstelling (hoofdvragen): Hoe verloopt de opsporing en vervolging van rijden onder invloed van drugs na invoering van de wet drugs in het verkeer? Hoe verhoudt zich dat tot vóór de wetswijziging? Hoe verloopt het opleggen van straf- en bestuursrechtelijke maatregelen aan bestuurders die onder invloed van drugs deelnemen aan het verkeer? Hoe verhoudt zich dat tot vóór de wetswijziging? Welke knelpunten worden in de praktijk waargenomen bij de uitvoering van de wet en wat zouden mogelijke oplossingen kunnen zijn? INHOUD Inleiding Theoretisch kader Opsporing rijden onder invloed van drugs Bloedonderzoek en opvolging Strafrechtelijke vervolging Bestuursrechtelijke maatregel Doeltreffendheid Conclusies
    • Scheidingen 2022 - Gerechtelijke procedures en gesubsidieerde rechtsbijstand

      Geurts, T. (WODC, 2023-12-11)
      In 2022 hebben rechters ongeveer 26.000 scheidingsprocedures afgehandeld; ruim 900 minder dan in 2021. Bij 14% gaat het om een eenzijdig verzoek met verweer van de andere partner. Bij circa 2.800 scheidingsverzoeken werden voorlopige voorzieningen aangevraagd; dit is ongeveer evenveel als in 2021. In 2022 waren bij ongeveer 12.100 echtscheidingen een of meer minderjarige kinderen betrokken; in totaal ging het om circa 23.600 kinderen (in 2021 26.000). De meeste scheidingsgerelateerde procedures, zoals afzonderlijke procedures omtrent levensonderhoud, omgangregelingen, en verdeling gemeenschap, laten een lichte daling zien ten opzichte van 2021, behalve procedures omtrent gezag. Daar is sprake van een lichte stijging. Het totale aantal hogerberoepprocedures in scheidings(gerelateerde)zaken is ten opzichte van 2021 met bijna 300 zaken gedaald en bedraagt in 2022 ongeveer 2.900 zaken. Het aantal familierechtzaken dat via de rechtspraak naar mediation is verwezen laat vanaf 2020 een lichte stijging zien. In 2022 werden bijna 1.300 zaken verwezen naar mediation. Bij 54% van de afgeronde mediations is (gedeeltelijke) overeenstemming bereikt. De Raad voor de Kinderbescherming heeft in 2022 voor circa 4.000 kinderen een Gezag- en Omgangonderzoek uitgevoerd: 800 minder dan in 2021. In 2022 is het onderzoek bij 25% van de kinderen uitgebreid tot een beschermingsonderzoek en in 19% van alle gezag en omgangsonderzoeken is een ondertoezichtstelling (OTS) gevraagd. Het totale aantal toevoegingen dat in 2022 is vastgesteld voor rechtsbijstand bij zaken rond scheidingen, alimentatie, omgang, gezag en boedel is ten opzichte van 2021 met bijna 4.600 toevoegingen gedaald. De daling ten opzichte van het voorgaande jaar is het grootst bij toevoegingen voor alimentatie en levensonderhoud (15% afname), en toevoegingen voor de verdeling van de gemeenschap (14% afname).
    • Ontwikkelingen in ernstig geweld door Jeugdigen in de periode 2010 tot en met 2021

      Beijers, J.E.H.; Tollenaar, N.; Laan, A.M. van der (WODC, 2023-12-07)
      Er is in de afgelopen jaren veel aandacht voor ernstige geweldscriminaliteit onder jeugdigen in Nederland. Nieuwsberichten hebben het over verjonging en verharding van de jeugdcriminaliteit en over een toename in ernstig geweld onder jongeren. Zorgen leven er ook in de politiek en onder professionals. In dit onderzoek wordt deze ontwikkeling voor ernstige geweldsdelicten nader be-keken, door te onderzoeken waar en in welke mate ernstig geweld onder jeugdigen plaatsvindt, en in hoeverre zorgen over geweldscriminaliteit onder jongeren terecht zijn. Dit gebeurt aan de hand van de volgende hoofdvraag: Welke ontwikkelingen doen zich voor in de jaren 2010 tot en met 2021 in (ernstige) geweldscriminaliteit waarbij jeugdigen zijn betrokken? Deze ontwikkelingen worden onderzocht aan de hand van data over jeugdigen die door het OM of de rechter schuldig zijn bevonden aan een geweldsmisdrijf, evenals aan de hand van gegevens van zelfrapportage van daderschap. In dit rapport wordt soms ook verwezen naar verdachten en ontwikkelingen in aantallen verdachten. Het gaat hierbij dan om jeugdigen die door het OM als verdachte van een ernstig geweldsmisdrijf zijn aangemerkt, waarvan een deel uiteindelijk ook schuldig zal worden bevonden. Dit onderzoek betreft een verdiepend onderzoek naar geweld uitgevoerd binnen de kaders van de Monitor Jeugdcriminaliteit. INHOUD Inleiding Literatuur Methoden Resultaten Discussie en conclusie
    • Evaluatie zbo Politieacademie (2016-2023)

      Velde, R. te; Hanswijk, M.; Boer, T. de; Kleter, S. (Dialogic, 2023-12-07)
      Dit onderzoek betreft een beschrijvend en evaluerend onderzoek naar een complex geheel van nieuwe organisatorische verhoudingen en werkwijzen en een pallet aan doelen. De vraagstelling van dit onderzoek luidt als volgt: Wat kan worden gezegd over de realisatie van de doelen van de inbedding van de PA in het nieuwe politiebestel, te weten: Het borgen van de kwaliteit van het politieonderwijs en de onderzoeks- en kennis-functie in het nieuwe politiebestel (met behoud van de onafhankelijke positie van de PA)? Het versterken van de verbinding tussen de PA en de politie? Het verbeteren van de aansluiting van het politieonderzoek op de politiepraktijk? Het efficiënter en effectiever inrichten van de bedrijfsvoering van de PA?INHOUD Begrippenlijst, Samenvatting en Summary Achtergrond en uitvoering onderzoek Governance van de PA BPO VPO HPO K&O Invloed wetswijziging op taakuitvoering PA Conclusies Aanbevelingen