Now showing items 1-20 of 3499

    • National Risk Assessment Corruptie

      Heuts, L.F.; Veen, H.C.J. van der (WODC, 2026-03-12)
      Het ministerie van JenV heeft het WODC gevraagd om op terrein van corruptie een National Risk Assessment (NRA) uit te voeren en het kabinet is voornemens periodiek de NRA Corruptie te laten actualiseren. De voorliggende NRA vormt de eerste risk assessment op het terrein van corruptie in ons land. Het centrale doel van dit onderzoek is het bieden van inzicht in de grootste corruptierisico’s voor Nederland. De NRA beoogt aangrijpingspunten op te leveren die gebruikt kunnen worden bij de prioritering van nieuw of aangescherpt integriteits- en anti-corruptiebeleid. Hiertoe zijn in de NRA op basis van expertoordelen 1) de grootste dreigingen voor Nederland geïdentificeerd uit een longlist van corruptiedreigingen, 2) is de potentiële impact van die dreigingen ingeschat en 3) is de weerbaarheid van het anti-corruptieinstrumentarium tegen de grootste dreigingen bepaald. Het anti-corruptie instrumentarium betrof zowel preventieve instrumenten ter bevordering van de integriteit en ter voorkoming van corruptie binnen publieke en private partijen, als repressieve instrumenten ten behoeve van de opsporing, handhaving en het toezicht ten aanzien van corruptie. INHOUD Inleiding Onderzoeksmethodiek Contextfactoren en corruptie Grootste corruptiedreigingen voor Nederland Weerbaarheid van het anti-corruptie-instrumentarium Conclusies
    • Eindevaluatie Wet handhaving kraakverbod

      Kruize, P.; Gruter, P. (Bureau Ateno, 2026-02-23)
      Op 1 juli 2022 is de Wet handhaving kraakverbod in werking getreden. Belangrijkste doel van de nieuwe wet is om de doorlooptijd te verkorten bij een strafrechtelijke ontruiming van een gekraakt object. Waar de krakers voorheen bij de voorzieningenrechter de mogelijkheid hadden een kort geding aan te spannen tegen de voorgenomen ontruiming, is het nu de rechter-commissaris die – na de vordering daartoe door de officier van justitie – binnen drie dagen beslist over de vordering tot ontruiming. Op deze wijze wil de wetgever het ‘woonmodel’-gedrag bij het kraken voorkomen. De evaluatie bestaat uit drie deelonderzoeken: de nul-meting (Kruize & Gruter, 2023), de één-meting (Kruize & Gruter, 2024) en de hier voorliggende eindevaluatie. Bij de eindevaluatie worden ook de gegevens gebruikt zoals die zijn verzameld ten bate van de nul- en één-meting. De tweeledige probleemstelling voor de eindevaluatie luidt: Wat zijn de (bedoelde en onbedoelde) effecten van de Wet handhaving kraakverbod? In hoeverre draagt de wet bij aan de doelmatige en effectieve handhaving van het kraakverbod, onder instandhouding van een effectief rechtsmiddel voor krakers waar het de toepassing van de ontruimingsmogelijkheid uit de wet betreft? INHOUD Woningnood, leegstand en kraken Wetgeving rond kraken Evaluatie: onderzoeksvragen en methoden Kraakincidenten onder de nieuwe wet Ontruimingen onder de nieuwe wet (On)bedoelde effecten van de nieuwe wet Conclusies en discussie
    • Vervolgonderzoek naar risico’s op witwassen en terrorismefinanciering i.h.k.v. de mogelijke AMLR-vrijstelling voor kansspeldiensten

      Pakkert, P.; Hanswijk, M.; Boiten, M.; Ruwette, J.; Gooossens, P.; Incalza, T. (Dialogic, 2026-02-19)
      Op 10 juli 2027 wordt de nieuwe Verordening (EU) 2024/1624 van het Europees Parlement en de Raad inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering (hierna: de antiwitwasverordening of AMLR) rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten van de Europese Unie. De AMLR legt vast op welke meldingsplichtige entiteiten de AMLR van toepassing is. Op grond van artikel 4 AMLR kunnen lidstaten voor bepaalde deelsectoren van kansspeldiensten een vrijstelling verlenen van (een deel van) deze verplichtingen. Nederlandse vrijstellingen zijn neergelegd in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dit o.a. op basis van Nederlandse risicobeoordelingen, uitgevoerd door Decision Support en Ferwerda Consulting. Sindsdien is de Nederlandse kansspelsector wezenlijk veranderd, met name door de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand (Wet Koa) in 2021. Tegelijkertijd is het Europese kader voor de bestrijding van witwassen en terrorisme-financiering ingrijpend aangepast. Na de invoering van de strafrechtelijke antiwitwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2018/1673) is het preventieve antiwitwaskader herzien door de vaststelling van de antiwitwasverordening (AMLR; Verordening (EU) 2024/1624) en de zesde antiwitwasrichtlijn (AMLD6; Richtlijn (EU) 2024/1640). Het onderzoek is gesplitst in twee delen, namelijk: (1) een herijking van de risicoanalyse voor de deelsectoren van de kansspeldiensten die op basis van de eerdere risicobe-oordelingen op dit moment zijn vrijgesteld van de verplichtingen en (2) van de deelsector kansspelen op afstand. Kansspelen op afstand komt niet in aanmerking voor een vrijstelling van de Wwft-verplichtingen, maar desondanks bestaat er een behoefte aan een gerichte analyse van de risico’s op witwassen en terrorismefinanciering voor deze deelsector. Omwille van de korte doorlooptijd van het onderzoek en gegeven het feit dat kansspelen op afstand niet vrijgesteld kunnen worden, is dit onderzoek opgedeeld in twee afzonderlijke delen die los van elkaar werden uitgevoerd. INHOUD Inleiding Juridisch en conceptueel kader Loterijen Landgebonden sportweddenschappen Speelautomaten Conclusie Bij deze rapportagen horen: Een Quicksan geschreven door J. van der Knoop van Decision Support en gepubliceerd in 2017. De link is te vinden bij 'Externe Link' in de linker zijbalk. En een vervolgstudie uit 2020 door Ferwerda Consulting.
    • Effectiviteit van strafrechtelijke sancties bij ernstige milieudelicten

      Kluin, M.H.A.; Bron, A.; Ansems, L.F.M.; Lindeman, J.M.W.; Vorm, B. van der (Universiteit Leiden, 2026-02-11)
      Milieucriminaliteit is het overtreden van milieuwetten en regels en vormt een complex probleem waarbij de schade aan de natuur, dieren en de gezondheid van mensen zeer omvangrijk kan zijn. Wereldwijd wordt de jaaromzet geschat tussen de 110 en 281 miljard dollar. Ook in Nederland is sprake van overtreding van milieuwetgeving, variërend van bijvoorbeeld mestfraude, illegale lozingen, het dumpen van gevaarlijke stoffen en het onjuist verwerken van afval. De strafrechtelijke handhaving bevindt zich momenteel in een transitiefase: de herziene van de EU-richtlijn Milieucriminaliteit verplicht lidstaten tot uitbreiding van strafbaarstellingen en invoering van doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende sancties. Nederland heeft twee jaar om deze richtlijn te implementeren, maar aangezien het wetsvoorstel ter implementatie van deze wet nog niet in de fase is dat het door de Tweede Kamer in behandeling kan worden genomen, is het de vraag of deze termijn nog gehaald kan worden. Tegen deze achtergrond onderzoekt deze studie de effectiviteit van de huidige Nederlandse strafrechtspraktijk bij ernstige milieudelicten, de knelpunten in sanctionering en mogelijkheden voor verbetering. Het onderzoek richt zich op de volgende vier onderzoeksvragen: Welke juridische mogelijkheden biedt het strafrecht om sancties op te leggen in reactie op ernstige milieudelicten? Welke strafrechtelijke sancties in reactie op ernstige milieudelicten zijn in welke gevallen het meest effectief? Welke strafrechtelijke sancties worden in de huidige praktijk geëist en opgelegd in reactie op ernstige milieudelicten en welke knelpunten doen zich in de beleving van de betrokken actoren voor bij de toepassing van deze sancties? Hoe kan de effectiviteit van strafrechtelijke sancties voor ernstige milieudelicten worden vergroot en welke rol kan een eventuele toevoeging aan de Wet op de economische delicten (WED) zoals voorgesteld in de motie-Hagen en Sneller daarbij spelen? INHOUD Inleiding Juridisch kader Theoretische achtergrond Focusgroepbevindingen Cijfermatige analyse Conclusie en discussie
    • Planevaluatie: Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht

      Vliek, M.; Dooren, G. van; Klein Haarhuis, C.; Landman, K.; Knap, L. (Pels Rijcken) (Sira Consulting, 2026-02-02)
      Deze planevaluatie beantwoordt de vraag hoe de per 1 januari 2025 in werking getreden Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht doelgericht kan worden gemonitord en geëvalueerd. De wet bevat een pakket aan maatregelen dat tot doel heeft het civiele bewijsrecht eenvoudiger, toegankelijker en toekomstbestendiger te maken. Het wetsvoorstel bevatte eveneens de invoering van een pre-processuele bewijs- en informatieverzamelingsplicht, maar deze is uiteindelijk door een amendement geschrapt. De Wet dient vijf jaar na inwerkingtreding te worden geëvalueerd. Door een planevaluatie op te stellen, kan vroegtijdig worden bepaald welke informatie en data nodig is om inzicht te verkrijgen in de werking, effecten en doelbereiking van de Wet. Zo biedt de uitvoering van de planevaluatie een solide basis voor de uiteindelijke wetsevaluatie in 2030, waarin wordt beoordeeld hoe en in hoeverre de Wet daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de beoogde beleidsdoelen. INHOUD Inleiding Wetgevingscontext Methoden Pre-processuele bewijs- en informatieverzamelingsplicht Inzagerecht Voorlopige bewijsverrichtingen Regierol van de rechter Monitoring en evaluatie
    • Vooronderzoek spreekrecht WUS - Uitbreiding kring spreekgerechtigden met stief- en pleegfamilie en beperkt spreekrecht bij TBS- en PIJverlengingszittingen

      Jongebreur, W.; Visser, A.; Zoutenbier, M.; Kunst, M. (Significant APE, 2026-01-30)
      In 2021 is de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (WUS) aangenomen door de Eerste Kamer. Het doel van de wet is het versterken van de positie van het slachtoffer in het strafproces. De verschillende onderdelen traden in tranches in werking. De voormalig minister voor Rechtsbescherming heeft toegezegd om de WUS twee jaar na inwerkingtreding te evalueren. Om dit goed uit te kunnen voeren, is het van belang een voormeting te doen. Dit onderzoek betreft dit vooronderzoek voor de uitbreiding van de kring spreekgerechtigde nabestaanden met stief- en pleegfamilie en het beperkt spreekrecht bij tbs- en pij-verlengingszittingen. De onderzoeksvragen die hierbij horen zijn: Wat is de beleidslogica? Welke (positieve en negatieve) neveneffecten zijn belangrijk om bij de evaluatie in beeld te brengen? Welke indicatoren voor de effecten van de twee onderdelen van de WUS kunnen we op basis van de beleidslogica onderscheiden? En kunnen deze uit bestaande registraties worden gegenereerd? Zijn er indicatoren die niet samengesteld kunnen worden uit beschikbare databronnen en onmisbaar zijn gezien de beleidslogica? Zo ja, hoe kunnen die indicatoren wel in beeld worden gebracht? Op welke wijze kunnen (in de toekomst) plausibele verwachtingen worden gegeven over de effecten van de twee onderdelen van de WUS? Hoe was de situatie vóór invoering van deze voorzieningen? Hierbij nemen we de indicatoren mee die zijn opgesteld bij het beantwoorden van onderzoeksvraag 3 en 4. INHOUD Inleiding Achtergrondinformatie spreekrecht Beleidslogica Onderzoeksdesign Nulmeting Conclusies
    • Nationale Drug Monitor - update 2025

      Trimbos-instituut; Regioplan (Trimbos-instituut, 2026-01-22)
      FACTSHEET Ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag Op basis van de meest recente update van de Nationale Drug Monitor besteedt deze factsheet aandacht aan nieuwe cijfers over drie ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag in de afgelopen jaren. Deze ontwikkelingen en andere trends in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag staan in de update van de Nationale Drug Monitor (NDM) van het Trimbos-instituut en het WODC. Deze update is uitgevoerd door Regioplan. NDM2025 De Nationale Drug Monitor (NDM) is alleen digitaal te raadplegen op de website van het Trimbos-instituut (zie link hiernaast, bij Externe Link). INHOUD Middelen per soort (cannabis, cocaïne, opioïden, ecstasy, amfetamine, NPS, GHB, psychedelica, slaap- en kalmeringsmiddelen, lachgas, ketamine, ADHD-medicatie, alcohol, tabak) Wetgeving, beleid en preventie Drugscriminaliteit Middelengebruik en strafbaar gedrag
    • Georganiseerde criminaliteit in Nederland: cocaïnesmokkel en liquidaties - Zesde rapportage op basis van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit

      Eeden, C.A.J. van den; Roks, R.A.; Koppen, M.V. van; Goes, J.H.; Deuveren, S.J. van; Krijger, L.K. (WODC, 2026-01-15)
      Deze rapportage bevat de bevindingen van de zesde ronde van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit. Het doel van dit onderzoeksproject is om kennis die door osporingsinstanties wordt opgedaan tijdens grootschalige opsporingsonderzoeken zo goed mogelijk te benutten voor het verkrijgen van inzicht in de aard van de georganiseerde criminaliteit in Nederland. In deze ronde zijn voor het eerst opsporingsonderzoeken meegenomen waarbij zicht is gekomen op de communicatie van verdachten via PGP-data. In deze zesde ronde hebben de onderzoekers zich gericht op twee specifieke vormen van criminaliteit, cocaïnesmokkel en liquidaties. INHOUD Inleiding Criminele levenspaden van verdachten van georganiseerde criminaliteit tussen 1995 en 2021 Methoden in de cocaïnesmokkel naar of via Nederland Criminele samenwerkingsverbanden betrokken bij de invoer van cocaïne naar of via Nederland Criminele carrières van verdachten in de cocaïnesmokkel Aanpak van de Nederlandse cocaïnesmokkel Criminele samenwerkingsverbanden betrokken bij liquidaties in Nederland Methoden bij de uitvoering van liquidaties Criminele carrières van verdachten betrokken bij liquidaties Aanpak van liquidaties in Nederland Slotbeschouwing
    • Jeugdige verdachten beter in beeld - Een haalbaarheidsstudie naar de betrouwbaarheid van de Ritax-data uit het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen voor vergelijkingen over de tijd

      Koops-Geuze, G.J.; Laan, A.M. van der (WODC, 2025-12-29)
      In deze haalbaarheidsstudie is onderzocht in hoeverre Ritax-data van de Raad voor de Kinderbescherming, die onderdeel zijn van het Landelijk Instrumentarium Jeugd (het LIJ), geschikt zijn om ontwikkelingen in kenmerken van jeugdige verdachten over de tijd te onderzoeken. INHOUD Inleiding Methoden Resultaten Slot
    • Bewaken en beveiligen - Internationale verkenning bevoegdheden

      Drouen, T.; Keuning, A.; Smeets, L.; Winter, H.; Boxum, C.; Roggeveen, S. (Hooghiemstra & Partners, 2025-12-28)
      In dit onderzoek is het stelsel van bewaken en beveiligen in een aantal Europese landen onderzocht. Het doel van het onderzoek is om inspiratie te bieden voor de doorontwikkeling van het Nederlandse stelsel van bewaken en beveiligen. In het onderzoek is in het bijzonder ingegaan op de vraag hoe in de onderzochte landen het verzamelen en delen van informatie is geregeld om bedreigde personen te kunnen beveiligen. Met het stelsel bewaken en beveiligen (hierna: B&B) geeft de overheid uitvoering aan haar zorgplicht om burgers tegen (levens)gevaar te beschermen. Het stelsel staat onder druk en er wordt steeds meer van gevraagd door een stijgende hoeveelheid dreigingen. Het Nederlandse stelsel van B&B is een samenwerking tussen NCTV, OM, politie, KMar, AIVD, MIVD en burgemeesters. Hoewel er geen specifieke wettelijke grondslag voor het samenwerkingsverband bestaat, zijn procedures en verantwoordelijkheden vastgelegd in de Circulaire Bewaken en Beveiligen. Het stelsel bepaalt hoe dreiging en risico-informatie leiden tot beveiligingsmaatregelen en wie deze uitvoert, waarbij de minister van JenV eindverantwoordelijk is. De onderzoeksvragen zijn: Hoe is het bewaken en beveiligen van personen in een aantal EU-landen organisatorisch vormgegeven? Wat is in de geselecteerde landen het juridisch kader voor de informatieverzameling en informatiedeling met betrekking tot het bewaken en beveiligen van personen? Op welke wijze is een externe toetsing geregeld? Is in de geselecteerde landen (wetenschappelijk) onderzoek verricht naar de toepassing van de daar geregelde bevoegdheden in de praktijk? Wat is er uit de praktijk van de geselecteerde landen te leren over het verzamelen en delen van informatie? Welke elementen uit de onderzochte landen kunnen ter inspiratie dienen voor het Nederlandse stelsel van B&B? INHOUD Inleiding Bewaken en beveiligen van personen in Nederland Opdrachtomschrijving en onderzoeksopzet Onderzoeksmethoden Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens Analyse van de onderzochte landen Landenvergelijking Conclusie
    • Eenheid in veelzijdigheid bij de aanpak van financieel-economische criminaliteit

      Hill, J.; Buisman, S.; Huisman, W.; Harte, J.; Boelsz, D.; Vliet, J.H. van; Leeuwen, A. van; Naarden, N.; Yagkoubi, S. (Vrije Universiteit Amsterdam, 2025-12-27)
      Dit onderzoek richt zich specifiek op de evaluatie van interventies ter bestrijding van de drie hoofdvormen van FINEC: fraude, witwassen en milieucriminaliteit. Het doel van het onderzoek is drieledig. Ten eerste wordt gestreefd naar inzicht in hoe en onder welke omstandigheden strafrechtelijke interventies het meest effectief kunnen worden ingezet bij de aanpak van fraude, milieucriminaliteit en witwassen, zowel bij natuurlijke personen als rechtspersonen. Daarbij wordt, voor zover mogelijk, rekening gehouden met mogelijke combinaties met bestuursrechtelijke, civielrechtelijke, fiscale, tuchtrechtelijke en niet-juridische interventies, steeds met oog voor de aard en problematiek van de specifieke casus. Ten tweede wordt beoogd inzicht te verschaffen in de juridische en praktische voorwaarden en omstandigheden waaronder deze interventies in de beleving van betrokken ketenpartners effectief en efficiënt kunnen worden gebruikt. Ten derde worden ervaringen, good practices, bad practices en obstakels ten aanzien van het gebruik van interventies in de aanpak van FINEC geïdentificeerd. INHOUD Inleiding Literatuuronderzoek Beleidsanalyse Empirische beschrijving van FINEC-instrumentarium Selectie interventies voor verdieping Planevaluatie Procesevaluatie Conclusie en discussie
    • Ontwikkeling WODC-methodiek recidive meten op basis van politie-incidenten

      Tollenaar, N.; Blom, M.; Mensink, K. (WODC, 2025-12-27)
      In dit onderzoek is een nieuwe methodiek ontwikkeld voor het meten van recidive op basis van politiegegevens, in plaats van de gebruikelijke WODC-methodiek waarbij recidive wordt gemeten op basis van justitiedata. Recidive heeft daarbij betrekking op nieuwe politie-incidenten waarvoor de persoon in kwestie verdacht wordt. Een deel van deze politie-incidenten wordt ingezonden naar het OM en komt dus ook in principe met justitiedata in beeld, maar er zijn ook incidenten die door de politie zelf worden afgehandeld en eindigen in een pre-justitiële afhandeling (zoals een reprimande, een politiesepot vanwege het bezit van een geringe hoeveelheid drugs, of – bij jeugdigen – een Halt-afdoening). Deze incidenten komen uniek met politiedata in beeld. Het doel van dit onderzoek was om te beoordelen in hoeverre politiegegevens een meerwaarde bieden ten opzichte van de standaardmethode voor recidivemeting, die gebaseerd is op justitiedata. INHOUD Inleiding WODC-methodiek meten recidive op basis van politiedata Resultaten Conclusie
    • Opzet en bijdrage Oekraïense social hubs

      Klein Kranenburg, L.; Thijssen, R.; Houtkoop, E.; Bruin, M. de (Ipsos I&O, 2025-12-25)
      Als gevolg van de grootschalige Russische invasie in februari 2022 zijn veel Oekraïners naar het buitenland gevlucht. In Nederland bevinden zich volgens de laatste cijfers 130.000 geregistreerde Oekraïense ontheemden. In veel Nederlandse gemeenten zijn burgerinitiatieven ontstaan om deze ontheemden te steunen. In sommige gemeenten zijn social hubs of huiskamers ingericht. Dit zijn plekken waar Oekraïners elkaar informeel kunnen treffen en deelnemen aan activiteiten. Deze social hubs verschillen in opzet en uitvoering. Bij de programmadirectie Oekraïense ontheemden van het ministerie van Asiel en Migratie (A&M) was er behoefte aan kennis over de manier waarop social hubs een bijdrage leveren aan de participatie en zelfredzaamheid van ontheemden uit Oekraïne. Deze behoefte leefde ook bij de social hubs zelf, om te leren van de ervaringen van andere initiatieven. De centrale vraag van het onderzoek: Kunnen de Oekraïense social hubs een bijdrage leveren aan de maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid van ontheemden uit Oekraïne in Nederland en de terugkeer naar Oekraïne wanneer dit mogelijk is? En zo ja, op welke wijze en onder welke randvoorwaarden? INHOUD Inleiding Context en ontwikkelingen Opzet Oekraïense social hubs Bijdrage aan participatie Bijdrage aan zelfredzaamheid Bijdrage aan vrijwillige terugkeer Conclusie en discussie
    • Digitale weerbaarheid van Nederlandse organisaties - Mogelijkheden en uitdagingen voor de meetbaarheid

      Nederveen, F.; Silfversten, E.; Aquilino, M.C.; Warnier, S. (Rand Europe, 2025-12-24)
      Het doel van dit onderzoek was inzichtelijk maken of de digitale weerbaarheid van Nederlandse organisaties meetbaar gemaakt kan worden op een breed toepasbare manier door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dit onderzoek is een verkenning van de mogelijkheden voor het meten van (aspecten van) digitale weerbaarheid van organisaties, welke – bij voorkeur kwantitatieve (waarbij alles met een ordinale schaal als kwantitatief opgevat wordt) – indicatoren daarvoor gebruikt of ontwikkeld kunnen worden, en wat deze data kunnen zeggen over de staat van de digitale weerbaarheid van organisaties. Deze open insteek betekent ook dat dit onderzoek niet is gericht op het opleveren van een uitgewerkte meetmethode waar de NCTV vervolgens mee aan de slag kan gaan. In plaats daarvan worden de voor- en nadelen van verschillende benaderingen uiteengezet, evenals de overwegingen die bepalend zullen zijn voor de opzet van een mogelijk toekomstig meetinstrument. INHOUD Introductie Gebruik en afbakening van de term ‘digitale weerbaarheid’ Bestaande instrumenten voor het meten van digitale weerbaarheid Conclusie
    • Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

      Nauta, O.; Wilde, B. de (DSP-groep, 2025-12-24)
      De centrale probleemstelling van dit onderzoek valt uiteen in de volgende hoofdvragen: In hoeverre wordt de doelstelling waarmee de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) is ingevoerd, behaald? Verdient het aanbeveling om de Wahv of de toepassing daarvan te wijzigen, in het bijzonder (a) door gedragingen toe te voegen aan of te schrappen uit de bijlage bij de Wahv? (b) door de hoogte van (sommige) administratieve sancties in de bijlage bij de Wahv aan te passen? Hoe verhoudt afdoening op grond van de Wahv zich tot afdoening door middel van een strafbeschikking of bestuurlijke boete en heeft de Wahv-afdoening tegen de achtergrond daarvan nog toegevoegde waarde als zelfstandige afdoeningswijze? INHOUD Inleiding Beleidslogica Hoofdlijnen van de wettelijke regeling Wahv-gedragingen Tarieven Constatering gedraging en oplegging sanctie Rechtsbescherming Tenuitvoerlegging Systeemvergelijking Conclusies en aanbevelingen
    • Slachtoffergegevens in strafdossiers

      Drouen, T.; Blijden, J.Z.; Verhoef, R.; Winter, H.; Woestenburg, N. (Hooghiemstra & Partners, 2025-12-24)
      Waar voorheen persoonsgegevens van slachtoffers standaard in processtukken werden opgenomen, tenzij er een expliciete reden was om dat niet te doen, geldt nu als uitgangspunt dat dergelijke gegevens onvermeld blijven, tenzij die gegevens redelijkerwijs nodig zijn voor het nemen van beslissingen door de rechter. Het doel hiervan is het voorkomen van onnodige verspreiding van privacygevoelige gegevens binnen de strafrechtketen, en daarmee het beperken van risico’s voor de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van slachtoffers. De nieuwe regel is verder uitgewerkt in het Besluit bescherming slachtoffergegevens in processtukken (hierna: het Besluit). Het onderzoek is erop gericht om een goed beeld te geven van de doelen en middelen van het Besluit, de verwachte effecten en neveneffecten en eventuele aandachtspunten en knelpunten in de praktijk. Daarnaast is het onderzoek gericht op het ontwikkelen van een evaluatiekader aan de hand waarvan het Besluit in de toekomst geëvalueerd kan worden. INHOUD Inleiding Beleidsreconstructie Implementatie, aandachtspunten en verwachten neveneffecten Evaluatiekader Stand van zaken ten tijde van de inwerkingtreding van het Besluit Slotbeschouwing
    • Meer mogelijkheden voor opsporing en vervolging computercriminaliteit - Wet computercriminaliteit III kent echter ook aantal aandachtspunten

      Uden, A. van; Nijhuis, N.; Meer, M. van der (WODC, 2025-12-23)
      In maart 2019 is de Wet computercriminaliteit III (CCIII) in werking getreden. Het doel van deze wet is om de politie en het Openbaar Ministerie meer mogelijkheden te bieden om computercriminaliteit en andere vormen van ernstige criminaliteit op te sporen en te vervolgen. De nieuwe strafbaarstellingen en de nieuwe bijzondere opsporingsbevoegdheden zijn vastgelegd in nieuwe of aangepaste wettelijke bepalingen in het Wetboek van Strafrecht en in het Wetboek van Strafvordering. Om te kijken hoe de wet in haar eerste vijf jaar benut wordt in de opsporingspraktijk heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid het WODC gevraagd de Wet CCIII te evalueren. In hoeverre worden de doelstellingen zoals geformuleerd in de Wet CCIII in de praktijk gerealiseerd? Ter beantwoording van deze onderzoeksvraag zijn drie deelvragen geformuleerd. Wat is het doel van de verschillende bepalingen van de Wet CCIII en welke veronderstellingen liggen aan die bepalingen ten grondslag? Hoe wordt in de praktijk uitvoering gegeven aan de verschillende bepalingen van de Wet CCIII? Welke gevolgen (zowel bedoeld als onbedoeld) hebben de verschillende bepalingen van de Wet CCIII voor de opsporingspraktijk?
    • Meer dan de dader - Samenhangende inzichten over agressie en geweld tegen hulpverleners

      Abraham, M.; Klein Kranenburg, L.; Konaté, S.; Krouwel, L. (DSP-groep, 2025-12-23)
      Medewerkers van de politie, boa’s, brandweer en ambulance moeten hun werkzaamheden ongestoord en veilig kunnen uitvoeren. In de praktijk worden zij echter regelmatig geconfronteerd met agressie en geweld. Dit onderzoek beoogt inzicht te geven in de kenmerken en motieven van verdachten/daders en het verloop van de agressie- en geweldsincidenten. Deze kennis kan bijdragen aan het verder vormgeven van gericht beleid om agressie en geweld te voorkomen en de weerbaarheid van hulpverleners te vergroten. Een bijkomend doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre politiedata in combinatie met CBS-microdata helpen om meer inzicht te krijgen in de verdachten-/daderpopulatie en incidenten. INHOUD Inleiding Kenmerken verdachten/daders en incidenten (literatuur) Kenmerken verdachten/daders en incidenten (politie- en CBS-gegevens) Reflectie vanuit de praktijk Conclusies
    • Vertrouwen in wetenschap

      Huffnagel-Bastiaans, I.; Slief, J.; Vennekens, A.; Geelhoed, F.; Bernasco, W.; Giesen, I.; Hurk, A. van den; Jorna, A. (Boom Juridisch, 2025-12-22)
      Het vertrouwen in de wetenschap is nog steeds groot, maar neemt onder bepaalde groepen in de samenleving af. Bovendien is het vertrouwen in instituties die wetenschap gebruiken, zoals politiek en journalistiek, laag. In de nieuwste editie van het tijdschrift Justitiële verkenningen geven de auteurs in 5 artikelen hun visie op deze ontwikkeling. En ook op wat nodig is om het vertrouwen te behouden. Daarin speelt de wetenschap zelf ook een belangrijke rol. INHOUD Groot deel Nederlandse bevolking houdt vertrouwen in wetenschap Vertrouwen in wetenschappelijke kennis: kennisbubbels en de wenselijkheid van collectieve reflexiviteit Vertrouwen binnen de wetenschap. De replicatiecrisis en de oproep tot transparanter onderzoek Wetenschap en vertrouwen = kennis en rechtsstaat. Een opiniërende bijdrage DJI en de wetenschap: een duurzame verbintenis met wrijving
    • Beknopte procesevaluatie voor vier onderdelen van de Wet uitbreiding slachtofferrechten

      Jongebreur, W.; Visser, A.; Zoutenbier, M. (Significant APE, 2025-12-18)
      Deze procesevaluatie kijkt naar vier onderdelen van de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (WUS): De schriftelijke motiveringsplicht voor de politie bij het niet verstrekken van een kopie van de aangifte (ingegaan op 1 juli 2022); Het recht om geïnformeerd te worden over informatierechten (ingegaan op 1 juli 2022); De uniformering van het moment van uitoefening van het spreekrecht (ingegaan op 1 juli 2022); Het verzoek om vertaling van stukken in de tenuitvoerleggingsfase (ingegaan op 1 januari 2023). De hoofdvraag van de procesevaluatie was: In hoeverre worden de vier maatregelen in de WUS uitgevoerd zoals beoogd? Welke verbeteringen in de uitvoering zijn eventueel mogelijk? INHOUD Inleiding Schriftelijke motiveringsplicht bij niet verstrekken kopie aangifte Recht om geïnformeerd te worden over informatierechten Uniformering moment vanuit uitoefening spreekrecht Verzoek om vertaling stukken in tenuitvoerleggingsfase