Now showing items 1-20 of 3493

    • Effectiviteit van strafrechtelijke sancties bij ernstige milieudelicten

      Kluin, M.H.A.; Bron, A.; Ansems, L.F.M.; Lindeman, J.M.W.; Vorm, B. van der (Universiteit Leiden, 2026-02-11)
      Milieucriminaliteit is het overtreden van milieuwetten en regels en vormt een complex probleem waarbij de schade aan de natuur, dieren en de gezondheid van mensen zeer omvangrijk kan zijn. Wereldwijd wordt de jaaromzet geschat tussen de 110 en 281 miljard dollar. Ook in Nederland is sprake van overtreding van milieuwetgeving, variërend van bijvoorbeeld mestfraude, illegale lozingen, het dumpen van gevaarlijke stoffen en het onjuist verwerken van afval. De strafrechtelijke handhaving bevindt zich momenteel in een transitiefase: de herziene van de EU-richtlijn Milieucriminaliteit verplicht lidstaten tot uitbreiding van strafbaarstellingen en invoering van doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende sancties. Nederland heeft twee jaar om deze richtlijn te implementeren, maar aangezien het wetsvoorstel ter implementatie van deze wet nog niet in de fase is dat het door de Tweede Kamer in behandeling kan worden genomen, is het de vraag of deze termijn nog gehaald kan worden. Tegen deze achtergrond onderzoekt deze studie de effectiviteit van de huidige Nederlandse strafrechtspraktijk bij ernstige milieudelicten, de knelpunten in sanctionering en mogelijkheden voor verbetering. Het onderzoek richt zich op de volgende vier onderzoeksvragen: Welke juridische mogelijkheden biedt het strafrecht om sancties op te leggen in reactie op ernstige milieudelicten? Welke strafrechtelijke sancties in reactie op ernstige milieudelicten zijn in welke gevallen het meest effectief? Welke strafrechtelijke sancties worden in de huidige praktijk geëist en opgelegd in reactie op ernstige milieudelicten en welke knelpunten doen zich in de beleving van de betrokken actoren voor bij de toepassing van deze sancties? Hoe kan de effectiviteit van strafrechtelijke sancties voor ernstige milieudelicten worden vergroot en welke rol kan een eventuele toevoeging aan de Wet op de economische delicten (WED) zoals voorgesteld in de motie-Hagen en Sneller daarbij spelen? INHOUD Inleiding Juridisch kader Theoretische achtergrond Focusgroepbevindingen Cijfermatige analyse Conclusie en discussie
    • Planevaluatie: Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht

      Vliek, M.; Dooren, G. van; Klein Haarhuis, C.; Landman, K.; Knap, L. (Pels Rijcken) (Sira Consulting, 2026-02-02)
      Deze planevaluatie beantwoordt de vraag hoe de per 1 januari 2025 in werking getreden Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht doelgericht kan worden gemonitord en geëvalueerd. De wet bevat een pakket aan maatregelen dat tot doel heeft het civiele bewijsrecht eenvoudiger, toegankelijker en toekomstbestendiger te maken. Het wetsvoorstel bevatte eveneens de invoering van een pre-processuele bewijs- en informatieverzamelingsplicht, maar deze is uiteindelijk door een amendement geschrapt. De Wet dient vijf jaar na inwerkingtreding te worden geëvalueerd. Door een planevaluatie op te stellen, kan vroegtijdig worden bepaald welke informatie en data nodig is om inzicht te verkrijgen in de werking, effecten en doelbereiking van de Wet. Zo biedt de uitvoering van de planevaluatie een solide basis voor de uiteindelijke wetsevaluatie in 2030, waarin wordt beoordeeld hoe en in hoeverre de Wet daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de beoogde beleidsdoelen. INHOUD Inleiding Wetgevingscontext Methoden Pre-processuele bewijs- en informatieverzamelingsplicht Inzagerecht Voorlopige bewijsverrichtingen Regierol van de rechter Monitoring en evaluatie
    • Vooronderzoek spreekrecht WUS - Uitbreiding kring spreekgerechtigden met stief- en pleegfamilie en beperkt spreekrecht bij TBS- en PIJverlengingszittingen

      Jongebreur, W.; Visser, A.; Zoutenbier, M.; Kunst, M. (Significant APE, 2026-01-30)
      In 2021 is de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (WUS) aangenomen door de Eerste Kamer. Het doel van de wet is het versterken van de positie van het slachtoffer in het strafproces. De verschillende onderdelen traden in tranches in werking. De voormalig minister voor Rechtsbescherming heeft toegezegd om de WUS twee jaar na inwerkingtreding te evalueren. Om dit goed uit te kunnen voeren, is het van belang een voormeting te doen. Dit onderzoek betreft dit vooronderzoek voor de uitbreiding van de kring spreekgerechtigde nabestaanden met stief- en pleegfamilie en het beperkt spreekrecht bij tbs- en pij-verlengingszittingen. De onderzoeksvragen die hierbij horen zijn: Wat is de beleidslogica? Welke (positieve en negatieve) neveneffecten zijn belangrijk om bij de evaluatie in beeld te brengen? Welke indicatoren voor de effecten van de twee onderdelen van de WUS kunnen we op basis van de beleidslogica onderscheiden? En kunnen deze uit bestaande registraties worden gegenereerd? Zijn er indicatoren die niet samengesteld kunnen worden uit beschikbare databronnen en onmisbaar zijn gezien de beleidslogica? Zo ja, hoe kunnen die indicatoren wel in beeld worden gebracht? Op welke wijze kunnen (in de toekomst) plausibele verwachtingen worden gegeven over de effecten van de twee onderdelen van de WUS? Hoe was de situatie vóór invoering van deze voorzieningen? Hierbij nemen we de indicatoren mee die zijn opgesteld bij het beantwoorden van onderzoeksvraag 3 en 4. INHOUD Inleiding Achtergrondinformatie spreekrecht Beleidslogica Onderzoeksdesign Nulmeting Conclusies
    • Nationale Drug Monitor - update 2025

      Trimbos-instituut; Regioplan (Trimbos-instituut, 2026-01-22)
      FACTSHEET Ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag Op basis van de meest recente update van de Nationale Drug Monitor besteedt deze factsheet aandacht aan nieuwe cijfers over drie ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag in de afgelopen jaren. Deze ontwikkelingen en andere trends in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag staan in de update van de Nationale Drug Monitor (NDM) van het Trimbos-instituut en het WODC. Deze update is uitgevoerd door Regioplan. NDM2025 De Nationale Drug Monitor (NDM) is alleen digitaal te raadplegen op de website van het Trimbos-instituut (zie link hiernaast, bij Externe Link). INHOUD Middelen per soort (cannabis, cocaïne, opioïden, ecstasy, amfetamine, NPS, GHB, psychedelica, slaap- en kalmeringsmiddelen, lachgas, ketamine, ADHD-medicatie, alcohol, tabak) Wetgeving, beleid en preventie Drugscriminaliteit Middelengebruik en strafbaar gedrag
    • Georganiseerde criminaliteit in Nederland: cocaïnesmokkel en liquidaties - Zesde rapportage op basis van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit

      Eeden, C.A.J. van den; Roks, R.A.; Koppen, M.V. van; Goes, J.H.; Deuveren, S.J. van; Krijger, L.K. (WODC, 2026-01-15)
      Deze rapportage bevat de bevindingen van de zesde ronde van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit. Het doel van dit onderzoeksproject is om kennis die door osporingsinstanties wordt opgedaan tijdens grootschalige opsporingsonderzoeken zo goed mogelijk te benutten voor het verkrijgen van inzicht in de aard van de georganiseerde criminaliteit in Nederland. In deze ronde zijn voor het eerst opsporingsonderzoeken meegenomen waarbij zicht is gekomen op de communicatie van verdachten via PGP-data. In deze zesde ronde hebben de onderzoekers zich gericht op twee specifieke vormen van criminaliteit, cocaïnesmokkel en liquidaties. INHOUD Inleiding Criminele levenspaden van verdachten van georganiseerde criminaliteit tussen 1995 en 2021 Methoden in de cocaïnesmokkel naar of via Nederland Criminele samenwerkingsverbanden betrokken bij de invoer van cocaïne naar of via Nederland Criminele carrières van verdachten in de cocaïnesmokkel Aanpak van de Nederlandse cocaïnesmokkel Criminele samenwerkingsverbanden betrokken bij liquidaties in Nederland Methoden bij de uitvoering van liquidaties Criminele carrières van verdachten betrokken bij liquidaties Aanpak van liquidaties in Nederland Slotbeschouwing
    • Eenheid in veelzijdigheid bij de aanpak van financieel-economische criminaliteit

      Hill, J.; Buisman, S.; Huisman, W.; Harte, J.; Boelsz, D.; Vliet, J.H. van; Leeuwen, A. van; Naarden, N.; Yagkoubi, S. (Vrije Universiteit Amsterdam, 2025-12-28)
      Dit onderzoek richt zich specifiek op de evaluatie van interventies ter bestrijding van de drie hoofdvormen van FINEC: fraude, witwassen en milieucriminaliteit. Het doel van het onderzoek is drieledig. Ten eerste wordt gestreefd naar inzicht in hoe en onder welke omstandigheden strafrechtelijke interventies het meest effectief kunnen worden ingezet bij de aanpak van fraude, milieucriminaliteit en witwassen, zowel bij natuurlijke personen als rechtspersonen. Daarbij wordt, voor zover mogelijk, rekening gehouden met mogelijke combinaties met bestuursrechtelijke, civielrechtelijke, fiscale, tuchtrechtelijke en niet-juridische interventies, steeds met oog voor de aard en problematiek van de specifieke casus. Ten tweede wordt beoogd inzicht te verschaffen in de juridische en praktische voorwaarden en omstandigheden waaronder deze interventies in de beleving van betrokken ketenpartners effectief en efficiënt kunnen worden gebruikt. Ten derde worden ervaringen, good practices, bad practices en obstakels ten aanzien van het gebruik van interventies in de aanpak van FINEC geïdentificeerd. INHOUD Inleiding Literatuuronderzoek Beleidsanalyse Empirische beschrijving van FINEC-instrumentarium Selectie interventies voor verdieping Planevaluatie Procesevaluatie Conclusie en discussie
    • Opzet en bijdrage Oekraïense social hubs

      Klein Kranenburg, L.; Thijssen, R.; Houtkoop, E.; Bruin, M. de (Ipsos I&O, 2025-12-25)
      Als gevolg van de grootschalige Russische invasie in februari 2022 zijn veel Oekraïners naar het buitenland gevlucht. In Nederland bevinden zich volgens de laatste cijfers 130.000 geregistreerde Oekraïense ontheemden. In veel Nederlandse gemeenten zijn burgerinitiatieven ontstaan om deze ontheemden te steunen. In sommige gemeenten zijn social hubs of huiskamers ingericht. Dit zijn plekken waar Oekraïners elkaar informeel kunnen treffen en deelnemen aan activiteiten. Deze social hubs verschillen in opzet en uitvoering. Bij de programmadirectie Oekraïense ontheemden van het ministerie van Asiel en Migratie (A&M) was er behoefte aan kennis over de manier waarop social hubs een bijdrage leveren aan de participatie en zelfredzaamheid van ontheemden uit Oekraïne. Deze behoefte leefde ook bij de social hubs zelf, om te leren van de ervaringen van andere initiatieven. De centrale vraag van het onderzoek: Kunnen de Oekraïense social hubs een bijdrage leveren aan de maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid van ontheemden uit Oekraïne in Nederland en de terugkeer naar Oekraïne wanneer dit mogelijk is? En zo ja, op welke wijze en onder welke randvoorwaarden? INHOUD Inleiding Context en ontwikkelingen Opzet Oekraïense social hubs Bijdrage aan participatie Bijdrage aan zelfredzaamheid Bijdrage aan vrijwillige terugkeer Conclusie en discussie
    • Digitale weerbaarheid van Nederlandse organisaties - Mogelijkheden en uitdagingen voor de meetbaarheid

      Nederveen, F.; Silfversten, E.; Aquilino, M.C.; Warnier, S. (Rand Europe, 2025-12-24)
      Het doel van dit onderzoek was inzichtelijk maken of de digitale weerbaarheid van Nederlandse organisaties meetbaar gemaakt kan worden op een breed toepasbare manier door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dit onderzoek is een verkenning van de mogelijkheden voor het meten van (aspecten van) digitale weerbaarheid van organisaties, welke – bij voorkeur kwantitatieve (waarbij alles met een ordinale schaal als kwantitatief opgevat wordt) – indicatoren daarvoor gebruikt of ontwikkeld kunnen worden, en wat deze data kunnen zeggen over de staat van de digitale weerbaarheid van organisaties. Deze open insteek betekent ook dat dit onderzoek niet is gericht op het opleveren van een uitgewerkte meetmethode waar de NCTV vervolgens mee aan de slag kan gaan. In plaats daarvan worden de voor- en nadelen van verschillende benaderingen uiteengezet, evenals de overwegingen die bepalend zullen zijn voor de opzet van een mogelijk toekomstig meetinstrument. INHOUD Introductie Gebruik en afbakening van de term ‘digitale weerbaarheid’ Bestaande instrumenten voor het meten van digitale weerbaarheid Conclusie
    • Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

      Nauta, O.; Wilde, B. de (DSP-groep, 2025-12-24)
      De centrale probleemstelling van dit onderzoek valt uiteen in de volgende hoofdvragen: In hoeverre wordt de doelstelling waarmee de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) is ingevoerd, behaald? Verdient het aanbeveling om de Wahv of de toepassing daarvan te wijzigen, in het bijzonder (a) door gedragingen toe te voegen aan of te schrappen uit de bijlage bij de Wahv? (b) door de hoogte van (sommige) administratieve sancties in de bijlage bij de Wahv aan te passen? Hoe verhoudt afdoening op grond van de Wahv zich tot afdoening door middel van een strafbeschikking of bestuurlijke boete en heeft de Wahv-afdoening tegen de achtergrond daarvan nog toegevoegde waarde als zelfstandige afdoeningswijze? INHOUD Inleiding Beleidslogica Hoofdlijnen van de wettelijke regeling Wahv-gedragingen Tarieven Constatering gedraging en oplegging sanctie Rechtsbescherming Tenuitvoerlegging Systeemvergelijking Conclusies en aanbevelingen
    • Slachtoffergegevens in strafdossiers

      Drouen, T.; Blijden, J.Z.; Verhoef, R.; Winter, H.; Woestenburg, N. (Hooghiemstra & Partners, 2025-12-24)
      Waar voorheen persoonsgegevens van slachtoffers standaard in processtukken werden opgenomen, tenzij er een expliciete reden was om dat niet te doen, geldt nu als uitgangspunt dat dergelijke gegevens onvermeld blijven, tenzij die gegevens redelijkerwijs nodig zijn voor het nemen van beslissingen door de rechter. Het doel hiervan is het voorkomen van onnodige verspreiding van privacygevoelige gegevens binnen de strafrechtketen, en daarmee het beperken van risico’s voor de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van slachtoffers. De nieuwe regel is verder uitgewerkt in het Besluit bescherming slachtoffergegevens in processtukken (hierna: het Besluit). Het onderzoek is erop gericht om een goed beeld te geven van de doelen en middelen van het Besluit, de verwachte effecten en neveneffecten en eventuele aandachtspunten en knelpunten in de praktijk. Daarnaast is het onderzoek gericht op het ontwikkelen van een evaluatiekader aan de hand waarvan het Besluit in de toekomst geëvalueerd kan worden. INHOUD Inleiding Beleidsreconstructie Implementatie, aandachtspunten en verwachten neveneffecten Evaluatiekader Stand van zaken ten tijde van de inwerkingtreding van het Besluit Slotbeschouwing
    • Meer mogelijkheden voor opsporing en vervolging computercriminaliteit - Wet computercriminaliteit III kent echter ook aantal aandachtspunten

      Uden, A. van; Nijhuis, N.; Meer, M. van der (WODC, 2025-12-23)
      In maart 2019 is de Wet computercriminaliteit III (CCIII) in werking getreden. Het doel van deze wet is om de politie en het Openbaar Ministerie meer mogelijkheden te bieden om computercriminaliteit en andere vormen van ernstige criminaliteit op te sporen en te vervolgen. De nieuwe strafbaarstellingen en de nieuwe bijzondere opsporingsbevoegdheden zijn vastgelegd in nieuwe of aangepaste wettelijke bepalingen in het Wetboek van Strafrecht en in het Wetboek van Strafvordering. Om te kijken hoe de wet in haar eerste vijf jaar benut wordt in de opsporingspraktijk heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid het WODC gevraagd de Wet CCIII te evalueren. In hoeverre worden de doelstellingen zoals geformuleerd in de Wet CCIII in de praktijk gerealiseerd? Ter beantwoording van deze onderzoeksvraag zijn drie deelvragen geformuleerd. Wat is het doel van de verschillende bepalingen van de Wet CCIII en welke veronderstellingen liggen aan die bepalingen ten grondslag? Hoe wordt in de praktijk uitvoering gegeven aan de verschillende bepalingen van de Wet CCIII? Welke gevolgen (zowel bedoeld als onbedoeld) hebben de verschillende bepalingen van de Wet CCIII voor de opsporingspraktijk?
    • Meer dan de dader - Samenhangende inzichten over agressie en geweld tegen hulpverleners

      Abraham, M.; Klein Kranenburg, L.; Konaté, S.; Krouwel, L. (DSP-groep, 2025-12-23)
      Medewerkers van de politie, boa’s, brandweer en ambulance moeten hun werkzaamheden ongestoord en veilig kunnen uitvoeren. In de praktijk worden zij echter regelmatig geconfronteerd met agressie en geweld. Dit onderzoek beoogt inzicht te geven in de kenmerken en motieven van verdachten/daders en het verloop van de agressie- en geweldsincidenten. Deze kennis kan bijdragen aan het verder vormgeven van gericht beleid om agressie en geweld te voorkomen en de weerbaarheid van hulpverleners te vergroten. Een bijkomend doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre politiedata in combinatie met CBS-microdata helpen om meer inzicht te krijgen in de verdachten-/daderpopulatie en incidenten. INHOUD Inleiding Kenmerken verdachten/daders en incidenten (literatuur) Kenmerken verdachten/daders en incidenten (politie- en CBS-gegevens) Reflectie vanuit de praktijk Conclusies
    • Vertrouwen in wetenschap

      Huffnagel-Bastiaans, I.; Slief, J.; Vennekens, A.; Geelhoed, F.; Bernasco, W.; Giesen, I.; Hurk, A. van den; Jorna, A. (Boom Juridisch, 2025-12-22)
      Het vertrouwen in de wetenschap is nog steeds groot, maar neemt onder bepaalde groepen in de samenleving af. Bovendien is het vertrouwen in instituties die wetenschap gebruiken, zoals politiek en journalistiek, laag. In de nieuwste editie van het tijdschrift Justitiële verkenningen geven de auteurs in 5 artikelen hun visie op deze ontwikkeling. En ook op wat nodig is om het vertrouwen te behouden. Daarin speelt de wetenschap zelf ook een belangrijke rol. INHOUD Groot deel Nederlandse bevolking houdt vertrouwen in wetenschap Vertrouwen in wetenschappelijke kennis: kennisbubbels en de wenselijkheid van collectieve reflexiviteit Vertrouwen binnen de wetenschap. De replicatiecrisis en de oproep tot transparanter onderzoek Wetenschap en vertrouwen = kennis en rechtsstaat. Een opiniërende bijdrage DJI en de wetenschap: een duurzame verbintenis met wrijving
    • Beknopte procesevaluatie voor vier onderdelen van de Wet uitbreiding slachtofferrechten

      Jongebreur, W.; Visser, A.; Zoutenbier, M. (Significant APE, 2025-12-18)
      Deze procesevaluatie kijkt naar vier onderdelen van de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (WUS): De schriftelijke motiveringsplicht voor de politie bij het niet verstrekken van een kopie van de aangifte (ingegaan op 1 juli 2022); Het recht om geïnformeerd te worden over informatierechten (ingegaan op 1 juli 2022); De uniformering van het moment van uitoefening van het spreekrecht (ingegaan op 1 juli 2022); Het verzoek om vertaling van stukken in de tenuitvoerleggingsfase (ingegaan op 1 januari 2023). De hoofdvraag van de procesevaluatie was: In hoeverre worden de vier maatregelen in de WUS uitgevoerd zoals beoogd? Welke verbeteringen in de uitvoering zijn eventueel mogelijk? INHOUD Inleiding Schriftelijke motiveringsplicht bij niet verstrekken kopie aangifte Recht om geïnformeerd te worden over informatierechten Uniformering moment vanuit uitoefening spreekrecht Verzoek om vertaling stukken in tenuitvoerleggingsfase
    • Perspectief van Nederlanders op kansspelen: meting 2025

      Hollander, D.; Miltenburg, C. van; Bouwmeester, J. (Ipsos I&O, 2025-12-17)
      Onderzoek naar hoe Nederlanders van 16 jaar en ouder naar kansspelen en daaraan gelieerde thema’s kijken. De focus ligt zowel op het perspectief van spelers als op het perspectief van niet-spelers. Spelers worden verder onderverdeeld in spelers die zowel op een fysieke locatie als online spelen (online spelers) en zij die alleen deelnemen op fysieke locaties (niet-online spelers). Zodoende kan een vergelijking tussen verschillende groepen worden gemaakt en eventuele verschillen worden beschreven. De hoofdvraag van het onderzoek is: Welke perspectieven op kansspelen bestaan er onder spelers en niets-pelers, en welke ontwikkelingen hebben zich sinds de meting in 2024 voorgedaan? Op basis van de hoofdvraag zijn de volgende deelvragen opgesteld: Wat is de informatiebehoefte met betrekking tot de kansspelen? Daarbij gaat het zowel om de informatiebehoefte vanuit beleidsmatig opzicht, als vanuit relevante stakeholders. Welke perspectieven van spelers en niet-spelers bestaan er op deze thema’s? Welke ontwikkelingen in het perspectief op kansspelen hebben zich in het afgelopen jaar voorgedaan? INHOUD Inleiding Keuzes bij het gokken: frequentie, tijdstip, gezelschap en middelengebruik Redenen voor spelen Online kansspelen Problemen door gokken Houding ten aanzien van gokken en winstkans Perceptie van de risico’s van gokken Hulp en zorg Regelgeving
    • Ervaringen met speellimieten bij online kansspelen - Meting 2025

      Miltenburg, C. van; Hollander, D.; Thijssen, R. (Ipsos I&O, 2025-12-17)
      Sinds de invoering van de Wet Kansspelen op afstand in 2021 zijn vergunde aanbieders van online kansspelen verplicht om spelers speellimieten te laten instellen. Deze limieten zijn bedoeld om onmatige deelname en kansspelverslaving te voorkomen. De praktijk wees echter uit dat spelers deze limieten (te) hoog konden instellen. Als reactie hierop zijn eind 2024 aanvullende regels ingevoerd (de Regeling speellimieten en bewuster speelgedrag (Rsbs) en de Beleidsregel verantwoord spelen 2024) en heeft de Staatssecretaris begin 2025 een nieuwe visie op het kansspelbeleid gepresenteerd. Als vervolg op een eerdere meting in 2023, heeft dit onderzoek tot doel inzicht te bieden in de ervaring, het gebruik en de waardering van het huidige systeem van speellimieten door online kansspelspelers. Specifieke aandacht gaat uit naar eventuele veranderingen sinds de recente beleidswijzigingen, de waardering van deze aanpassingen, en de visie van spelers op voorgenomen maatregelen, zoals overkoepelende limieten en een draagkrachttoets. INHOUD Inleiding Beleidscontext en -wijzigingen Stappen Speellimieten instellen Overwegingen bij het instellen van limieten Omgang met speellimieten Houding en veronderstelde effectiviteit speellimieten Ervaring met en waardering van (mogelijke) aanpassingen
    • Vertrekken of blijven? (volledige tekst alleen in Engels) - De rol van begeleiding en herintegratieondersteuning in de terugkeerbeslissingen van migranten met een terugkeerbesluit in Nederland

      Sohst, R.; Le Coz, C.; Beirens, H. (Migration Policy Institute Europe, 2025-12-16)
      In the Netherlands and throughout the European Union, only a small proportion of third-country nationals who are issued an order to leave by their host state actually comply and depart. In 2023, around 436,000 non-EU citizens were ordered to leave the European Union, while 85,000 returned to third countries—a ratio of 19 per cent between return orders and returns. There are several challenges to enforce these decisions. A critical question for policymakers and practitioners, and the research question motivating this study, is what role return counselling and reintegration assistance play in the return decisionmaking process. More specifically, this study by researchers from the Migration Policy Institute Europe (MPI Europe) explores how the timing, method, location, and actors involved in counselling shape its potential influence on migrants’ decision-making. CONTENT Introduction What Is Known about How Migrants Make Decisions about Return? This Study’s Methodology for Examining Migrants’ Return Decision-Making Assisted Return and Reintegration from the Netherlands Results I: Assessing the Drivers of Assisted Return Using Administrative Data Results II: Exploring the Role of Counselling and Reintegration Assistance in Migrants’ Decision-Making Conclusions and Recommendations
    • Het recht om te demonstreren in de democratische rechtstaat - Onderzoek naar het Nederlandse demonstratierecht vanuit internationaalrechtelijk, empirisch, rechtsvergelijkend en rechtstheoretisch perspectief

      Swart, N.J.L.; Roorda, B.; Bekkering, C.V.J.; Zuidberg, N.S.; Krol, E.; Winter, H.B.; Rozemond, N.; Dejean de la Bâtie, A.M.P.; Bemelmans, J.H.B. (Rijksuniversiteit Groningen, 2025-12-11)
      Met dit onderzoek beogen de onderzoekers inzichten te geven in de bestaande kaders rondom het demonstratierecht en een bijdrage te leveren aan een geïnformeerd debat over de omgang met het demonstratierecht in Nederland. Deze twee ondezoeksvragen worden beantwoord: Biedt het Nederlandse demonstratierecht, zoals uitgewerkt in de Wet openbare manifestaties en andere wet- en regelgeving, voldoende handvatten om demonstraties te reguleren op een wijze die enerzijds recht doet aan de demonstratievrijheid en anderzijds geen onevenredige inbreuk maakt op andere rechten, vrijheden en belangen? Biedt de wijze waarop autoriteiten in enkele ons omringende landen met demonstraties omgaan inspiratie voor een herziening van het Nederlandse demonstratierecht binnen de ka-ders van internationale mensenrechtenverdragen en de Grondwet? INHOUDSOPGAVE Introductie onderzoek Internationaalrechtelijk kader demonstratierecht Grondwettelijk kader demonstratierecht Demonstratierecht Nederland: algemeen Demonstratierecht Nederland: strafrecht Demonstratierecht Nederland: drie specifieke demonstratietypen De demonstratierechtelijke praktijk Demonstratierecht Duitsland Demonstratierecht Engeland Demonstratierecht Frankrijk Demonstreren in de democratische rechtsstaat Kernbevindingen van het onderzoek
    • Internationaal vergelijkend onderzoek professioneel verschoningsrecht

      Nan, J.S.; Mervis, P.A.M.; Holvast, N.L.; Verrest, P.A.M. (EUR - Erasmus School of Law, 2025-12-08)
      Het doel van het onderzoek is om inzicht te bieden hoe Nederland en verschillende andere landen van de Raad van Europa (RvE) (Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Engeland en Wales) omgaan met de afweging tussen de belangen van vertrouwelijkheid, de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht enerzijds en de praktijk van handhaving, opsporing en vervolging anderzijds. Het onderzoek beoogt inspiratie en praktische handvatten te bieden. De onderzoeksvragen zijn: Hoe ziet het toepasselijke juridisch kader (zoals wetgeving, juridische beginselen, instructies, aanwijzingen, gedragsregels, toezicht op beroepsuitoefening, jurisprudentie) m.b.t. vertrouwelijke communicatie, geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht van advocaten, notarissen en/of vergelijkbare geheimhouders in een aantal andere RvE-landen eruit? Wat zijn de praktijkervaringen van betrokken partijen in de geanalyseerde RvE-landen met beroepen op het verschoningsrecht in het kader van handhaving, opsporing en vervolging? Hoe kunnen de gevonden verschillen tussen de landen onderling en in vergelijking met Nederland worden verklaard en gewaardeerd in het licht van het antwoord op de vraag hoe de afweging plaatsvindt tussen belangen van opsporing en vervolging enerzijds en het beginsel van vertrouwelijkheid anderzijds? Tot welke inspiratie en praktische handvatten leiden de uitkomsten van het onderzoek voor de afweging van genoemde belangen in wetgeving, beleid en in de praktijk in Nederland? INHOUD Inleiding Europees juridisch kader Nationaal kader Duitsland Zwitserland Frankrijk Het verschoninngsrecht in Engeland en Wales Rechtsvergelijking Slotbeschouwing en inspiratiepunten
    • Blurred Boundaries - Legal, Ethical, and Practical Limits in Detecting and Moderating Terrorist, Illegal and Implicit Extremist Content Online while Respecting Freedom of Expression

      Ginkel, B. van; Mehra, T.; Herbach, M.; Lanchès, J.; Boerma, Y. (International Centre for Counter-Terrorism (ICCT), 2025-12-02)
      Harmful online content poses a profound challenge to democratic, rule-of-law–based societies because it corrodes the very foundations of pluralism, trust, and social cohesion on which they depend. Terrorist propaganda, extremist narratives, and more implicit forms of hateful or divisive speech do not only target individuals or groups; they seek to destabilise democratic institutions by normalising violence, fuelling polarisation, and eroding confidence in the state’s ability to protect its citizens. Left unchecked, such content amplifies grievances, deepens societal fractures, and undermines the principles of free and open debate that sustain democratic life. Online platforms are central arenas of modern public life. They host political debates, cultural exchanges, and social interactions. Yet these same spaces are exploited by extremist and terrorist actors, who weaponise communication tools to advance ideological agendas. This executive summary synthesises the background, research questions, findings, challenges, and recommendations of that study. It provides a critical reflection on the potential and limitations of content detection frameworks and outlines concrete steps for policymakers, online service providers, and other stakeholders. INHOUD Introduction Research Questions Methodology Legal Frameworks and Scope of Definitions The Use of Online Content for Terrorist and Extremist Purposes Policies and Practice of Detection and Moderation of Exremist and Terrorist Content Online Feasibility of an Assessment Framework Findings, Challenges and Recommendations