Now showing items 1-20 of 3354

    • Spelen met reclame - Het gebruik van promotionele kansspelen door vergunde kansspelaanbieders

      Velde, R. te; Hanswijk, M.; Boiten, M.; Crielaard, J.; Stone, S. (Dialogic, 2024-05-23)
      Een promotioneel kansspel is een kansspel ter promotie van een product of dienst. Of, andersom geformuleerd: een promotionele actie waarbij de consument kans maakt op een prijs. Denk aan acties waarmee de consument bij elk gekocht pak melk kans maakt op een Playstation, of bij elke reep chocola kans maakt op een rondleiding in de chocoladefabriek. Promotionele kansspelen moeten gratis zijn, in de zin dat het niets éxtra kost om aan het kansspel mee te doen. De consument betaalt bijvoorbeeld wel voor het pak melk, maar kan dan zonder extra kosten meespelen en kans maken op de Playstation. Aanleiding voor dit onderzoek zijn vragen over het gebruik van promotionele kansspelen door kansspelaanbieders en over hoe dit zich verhoudt tot het bredere kansspelbeleid. De hoofdvraag in dit onderzoek is tweeledig en luidt: Wat is de aard en omvang van het gebruik van promotionele kansspelen door vergunde (online) kansspelaanbieders in Nederland? In hoeverre is de inzet van promotionele kansspelen door vergunde (online) kansspelaanbieders consistent met het Nederlandse kansspelbeleid?INHOUD Inleiding Afbakening en typologie van promotionele acties Analyse van het beleid Gebruik van promotionele kansspelen volgens de kansspelaanbieders Analyse van de praktijk Conclusies
    • Voetbalgerelateerd wangedrag - Verkennend onderzoek naar de ervaren effectiviteit en de overdraagbaarheid van instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag in het betaald voetbal in Nederland en België

      Olfers, M.; Breul, W. van den; Huiskamp, L. (Vrije Universiteit Amsterdam, 2024-05-22)
      Hoewel enorm veel mensen kunnen genieten van voetbalwedstrijden, is voetbalgerelateerd wangedrag bijna niet weg te denken uit de hedendaagse samenleving. Onder voetbalgerelateerd wangedrag wordt verstaan: “gedragingen van natuurlijke personen in directe relatie tot het voetbal en die te maken hebben met, dan wel bestaan uit verstoring van de openbare orde/veiligheid en/of het plegen van strafbare feiten.” Het gaat om voetbalgerelateerd wangedrag in en rond een voetbalstadion met inbegrip van de bijbehorende gebouwen, terreinen, toegangen en toegangswegen. Het vindt plaats vlak vóór, tijdens en vlak na afloop van een voetbalevenement. In navolging van de aanbeveling door de Benelux Interparlementaire Assemblee om de internationale samenwerking tussen Nederland en België op het gebied van voetbalgerelateerd wangedrag te verbeteren, wordt in dit onderzoek de huidige situatie in kaart gebracht. In dit onderzoek komen de volgende onderwerpen aan bod: De mate waarin voetbalgerelateerd wangedrag zich voordoet in Nederland en België; De instrumenten die in Nederland en België worden ingezet om voetbalgerelateerd wangedrag tegen te gaan; De effectiviteit van deze instrumenten naar de ervaring van respondenten in zowel vragenlijsten, interviews als een expertmeeting; De mogelijkheden en bijbehorende valkuilen als wordt gekeken naar de overdraagbaarheid van deze instrumenten.INHOUD Inleiding, vraagstelling, opzet van het onderzoek en reflectie Voetbalgerelateerd wangedrag, het fenomeen Actoren en hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden Instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag Nederland Instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag België Overdraagbaarheid van instrumenten Conclusie en reflectie
    • Op (proces)kosten gejaagd? - Onderzoek naar 'oneigenljk gebruik' van bestuursrechtelijke procedures met het oog op proceskostenvergoedingen

      Geertsema, B.; Marseille, B.; Roest, S.; Wever, M.; Winter, H. (Pro Facto, 2024-05-22)
      Het is de vraag of er sprake is van zogenaamd oneigenlijk gebruik van bestuursrechtelijke procedures met het oog op verkrijging van proceskostenvergoedingen. In dit rapport beschrijven we het onderzoek naar dit onderwerp, waarbij de volgende hoofdvragen centraal staan: In welke mate en op welke onderdelen van het bestuursrecht is sprake van oneigenlijk gebruik van proceskostenvergoedingen door rechtshulpverleners en hoe dat kan dat worden omschreven? Welke factoren in (sectorale) regelgeving kunnen dat oneigenlijk gebruik verklaren? Welke aanpassingen van de regelgeving zijn mogelijk om oneigenlijk gebruik tegen te gaan?INHOUD Inleiding Document- en literatuurstudie Jurisprudentie Interviews en focusgroepen Conclusies
    • Inzicht in incidenten en misdrijven onder COA-bewoners - Een kwantitatief onderzoek naar de achtergrondkenmerken van betrokkenen

      Noyon, S.M.; Barsegyan, V.; Vink, M.E. (WODC, 2024-05-21)
      Sinds 2022 voert het WODC het incidentenoverzicht uit, een onderzoeksproject waarbinnen incidenten op COA-locaties en (verdenkingen van) crimineel gedrag onder COA-bewoners in kaart worden gebracht. Onder de vlag van dit project verschijnt jaarlijks een monitor en een duidingsonderzoek. Het onderhavige rapport is het duidingsonderzoek van 2023, dat voortbouwt op de eerder dat jaar verschenen monitor en dieper ingaat op een aantal bevindingen uit dat rapport. Specifiek staan in dit onderzoek de achtergrondkenmerken centraal van betrokkenen bij incidenten en verdachten van misdrijven. Het gaat hierbij om zowel demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, gezinssituatie en nationaliteit) als externe factoren (verblijfsduur en inwilligingspercentage per nationaliteit). Het onderzoek toetst hiermee een aantal veelgehoorde aannames over betrokkenheid bij overlast en poogt bij te dragen aan het terugdringen van overlastgevend gedrag door patronen van achtergrondkenmerken inzichtelijk te maken. Vooropgesteld dient te worden dat de beschreven incidenten en verdachtenregistraties een minderheid van de COA-bewoners betreffen en dat de meerderheid van de opgevangen asielmigranten niet terugkomt in de registraties van overlast. INHOUD Introductie Data, methoden en doelgroep Resultaten
    • Voorspellen voor de justitiële ketens - Een verkenning van verschillende technieken

      Moolenaar, D.E.G. (red.); Braak, F. ter; Tims, B.; Bargh, M.S. (WODC, 2024-05-15)
      Beleidsmakers willen graag meer inzicht in de (maatschappelijke) kosten van criminaliteit, rechtshandhaving en conflictbeslechting. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in de toekomstige trends op dit gebied, zodat de best mogelijke beleidsmatige en financiële beslissingen kunnen worden genomen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van prognosemodellen. Voor het beleidsterrein van Justitie is reeds enige tijd geleden het Prognosemodel Justiele Ketens (PMJ) ontwikkeld. In dit rapport wordt onderzocht in hoeverre het haalbaar en nuttig is om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van data en algoritmen toe te passen in het PMJ. INHOUD Inleiding Huidige Prognosemodel Justitiële Ketens Aanscherping van het huidige PMJ Alternatieve specificaties| Benutting van de steekproef Combineren van prognoses Conclusie en aanbevelingen
    • De regenboog kleuren - Evaluatie van het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022

      Muijnck, J.A. de; Schoonbeek, I.; Snippe, J.; Pieper, R. (Breuer & Intraval onderzoek en advies, 2024-05-14)
      Het Actieplan Veiligheid Lhbti is in 2018 opgesteld nadat de motie Sjoerdsma en Van den Hul met ruime meerderheid was aangenomen door de Tweede Kamer. Het doel van het actieplan luidt: ‘Het bevorderen van de veiligheid van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele personen, transgender personen en intersekse personen (lhbti). De maatregelen richten zich met name op de strafrechtelijke aanpak van discriminatie en het bevorderen van het gevoel van fysieke veiligheid bij de doelgroep, maar zijn wel ingebed in een geheel van maatregelen die zien op de sociale veiligheid’. In totaal zijn er 38 acties opgenomen in het actieplan, onderverdeeld in vier pijlers. Het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022 is geëvalueerd door middel van een plan- en procesevaluatie. De evaluatie beoogt inzicht te bieden in de kwaliteit van de beleidslogica van het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022 en het bijbehorende totstandkomingsproces. Daarnaast is met deze evaluatie het verloop van het uitvoeringsproces in kaart gebracht en zijn de voorlopige resultaten en vijf verdiepende casestudies gepresenteerd. Het doel hiervan is om aandachtspunten die voortkomen uit het onderzoek mee te nemen in verdere beleidsontwikkelingen. Het onderzoek is uitgevoerd tussen mei 2023 en maart 2024.
    • Plan- en procesevaluatie Mediation in strafzaken

      Hoekstra, M.S.; Riezen-Den Bak, R.R. van; Teeuwen, G. (WODC, 2024-05-13)
      Sinds 2017 kunnen slachtoffers en verdachten landelijk worden doorverwezen naar mediation in strafzaken (MiS). Mediation in strafzaken is een voorziening waarbij slachtoffers en verdachten tijdens de strafprocedure in gesprek kunnen over het strafbare feit, begeleid door twee mediators. Gemaakte afspraken worden door de officier van justitie of de rechter meegewogen bij het nemen van een beslissing over de zaak. De vraagstelling van dit onderzoek is tweeledig, waarbij deel I betrekking heeft op de planevaluatie en deel II op de procesevaluatie. Welke beleidsdoelstellingen liggen ten grondslag aan mediation in strafzaken en hoe verhouden deze beleidsdoelstellingen en de opzet van de voorziening zich tot de (internationale) literatuur aangaande herstelrecht? Hoe verloopt de toepassing van mediation in strafzaken in de praktijk?INHOUD Inleiding Planevaluatie Procesevaluatie Slothoofdstuk
    • Artificiële intelligentie, justitie en veiligheid

      Schuilenburg, M.; Bernasco, W.; Soudijn, M.; Landman, W.; Bootsma, J.; Staveren, M. van; Mutsaers, M.; Kempes, M.; Veltmeijer, E.; Haeringen, E. van; et al. (WODC, 2024-05-06)
      Wat is artificiële intelligentie (AI)? Welke maatschappelijke ontwikkelingen spelen er rond AI? En hoe raken deze ontwikkelingen het werkterrein van justitie en veiligheid? Om in het AI-narratief de juiste accenten te kunnen plaatsen, staan drie aandachtspunten in dit themanummer van Justitiële verkenningen centraal. In de eerste plaats hebben wij gezocht naar evenwicht tussen enerzijds de beloften die AI biedt voor een rechtvaardiger en veiliger samenleving, en anderzijds de risico’s die ermee verbonden zijn en de manieren waarop deze risico’s beperkt kunnen worden. Beide kanten van de medaille komen expliciet aan de orde in verschillende artikelen. In de tweede plaats is gekozen voor een accent op de actualiteit. De bijdragen gaan vooral over lopend onderzoek en over AI-toepassingen die nog volop in ontwikkeling zijn. De auteurs beschrijven ook minder succesvolle ervaringen en de lessen die daaruit getrokken kunnen worden. Ook richten velen de blik vooruit door toekomstige ontwikkelingen te verkennen. In de derde plaats staan vooral praktijkgerichte toepassingen van AI op de voorgrond. We hebben daarbij getracht om uiteenlopende sectoren en organisaties in de strafrechtketen en het veiligheidsdomein te bestrijken, waaronder gemeenten, de politie, de Koninklijke Marechaussee en de forensische zorg. INHOUD Inleiding Marc Schuilenburg en Melvin Soudijn - AI-criminaliteit: een verkenning van actuele verschijningsvormen Wouter Landman - Samenwerken met politiemachines. Politievakmanschap in het tijdperk van artificiële intelligentie Jorrit Bootsma en Mariel van Staveren - Op verkenning in de digitale frontlinie: de mogelijke toepassingen van kunstmatige intelligentie bij de Koninklijke Marechaussee Margriet Mutsaers en Maaike Kempes - Wat kan artificiële intelligentie betekenen voor de kwaliteit van de forensische advisering? Emmeke Veltmeijer, Erik van Haeringen en Charlotte Gerritsen - Geautomatiseerde herkenning en voorspellen van emoties voor crowdcontrol: kansen en risico’s Gabriele Jacobs, Friso van Houdt, ginger coons, Max van Meerten en Tijn Kuyper - Democratische uitdagingen van AI-toepassingen in het Living Lab Scheveningen Marc Steen - Ethische aspecten bij het ontwikkelen en toepassen van AI. Een methode voor reflectie en deliberatie Martijn Wessels, Jeroen van Rest, Liisa Janssens, Jesper van Putten en Ron Boots - Is meer écht wel beter? Technische, organisatorische en juridische overwegingen bij het opschalen van AItoepassingen binnen het veiligheidsdomein Summaries
    • De toepassing van het adolescentenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen - Kenmerken van (strafzaken van) de doelgroep en motivering door de rechter

      Prop, L.J.C.; Zeijlmans, K.; Laan, A.M. van der (WODC, 2024-04-22)
      Met het adolescentenstrafrecht wordt een flexibele toepassing van het jeugd- en volwassenenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen benadrukt. Onder bepaalde condities is het mogelijk om in zaken waarbij de adolescent op 16- en 17-jarige leeftijd het delict heeft gepleegd het volwassenenstrafrecht toe te passen (artikel 77b Sr.) en bij 18- tot 23-jarigen het jeugdstrafrecht (artikel 77c Sr.). Tevens is het voor de (kinder)rechter mogelijk om feiten gepleegd in de minder- en meerderjarigheid in één zaak te behandelen (artikel 495, lid 4 Sv.). Het WODC heeft de afgelopen jaren onderzoek verricht naar de toepassing van het adolescentenstrafrecht, waarbij de nadruk lag op de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen (zie link hiernaast). In een vervolgstudie wordt door het WODC onderzoek gedaan naar de toepassing van het adolescentenstrafrecht bij de gehele doelgroep van 16- tot 23-jarigen. Deze vervolgstudie is opgedeeld in twee deelonderzoeken. In het eerste deelonderzoek is de nauwkeurigheid onderzocht van de query om zaken waarbij sprake is van de toepassing van het adolescentenstrafrecht te identificeren (zie link hiernaast). In dit tweede deel wordt een inhoudelijke analyse gegeven van de flexibele toepassing van strafrecht bij 16- tot 23-jarigen. De onderzoeksvragen zijn als volgt: Wat zijn de kenmerken (van strafzaken) van 16- tot 23-jarigen bij wie sprake is van de toepassing van het adolescentenstrafrecht en waarin verschillen zij van 16- tot 23-jarigen die volgens het jeugd- en volwassenenstrafrecht zijn gesanctioneerd? Wat is de motivering van de rechter bij de toepassing van het adolescentenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen? In hoeverre wijkt de eis van de officier van justitie, het advies van deskundigen en het standpunt van de verdediging af van de beslissing van de rechter voor het toe te passen sanctiestelsel?
    • Evaluatie pilot kosteloze rechtsbijstand - Tussenrapportages - maart 2024 en mei 2023

      Winter, H. (Pro Facto, 2024-04-16)
      Deze tussenrapportages bevatten de eerste resultaten van de evaluatie Pilot kosteloze rechtsbijstand kinderbescherming (hierna: de pilot). Deze pilot houdt in dat ouders die te maken krijgen met een gezagsbeëindigende maatregel kosteloze rechtsbijstand kunnen krijgen. De pilot loopt van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024. Op 1 september 2023 wordt de pilot mogelijk uitgebreid met procedures rond (spoed)uithuisplaatsingen, met uitzondering van procedures die zien op de verlenging van de uithuisplaatsing. De evaluatie van de pilot heeft als doel de uitvoering van de pilot te monitoren en na te gaan hoe kosteloze rechtsbijstand de rechtsbescherming van ouders vergroot.
    • Evaluatiekader Wet vaststellingsprocedure staatloosheid

      Mack, A.; Dungen, R. van den; Lazëri, M. (Regioplan beleidsonderzoek, 2024-04-15)
      Het Tweede Kamerlid Ceder (ChristenUnie) heeft tijdens de behandeling van het wetsvoorstel vaststellingsprocedure staatloosheid een motie ingediend. In de motie staat beschreven dat de doeltreffendheid van de aanpassingen geëvalueerd moet worden en effecten in kaart moeten worden gebracht. De motie Ceder is aangenomen op 31 mei 2022. Ter voorbereiding op deze evaluatie heeft Regioplan een evaluatiekader opgesteld voor de Wet vaststelling staatloosheid. Het onderzoek biedt inzicht in de wijze waarop de wet kan worden geëvalueerd en welke data daarvoor nodig zijn. Vraagstelling onderzoek: Wat zijn de doelen van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid zoals de wetgever die voor ogen had? Wat is het beoogde verloop van de vaststellingsprocedure voor staatloosheid? Welke indicatoren zijn van belang om de doelen en werking van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid te evalueren? Welke data zijn nodig om inzicht te krijgen in deze indicatoren? Wat is op dit moment nodig om de beschikbaarheid van de data ten tijde van de evaluatie te waarborgen?INHOUD Inleiding Beleidstheorie Naar een evaluatiekader Conclusies
    • Een passende plek voor statushouders? - Ervaringen met de woonomgeving en het huisvestingsbeleid van Syrische en Eritrese statushouders

      Meer, M. van der; Otten, K.; Noyon, S.M.; Hendriks, I.P.; Schans, J.M.D. (WODC, 2024-04-11)
      Het huidige onderzoek heeft het doel meer inzicht te bieden in welke aan huisvesting en de woonomgeving gerelateerde zaken voor mensen afkomstig uit Syrië en Eritrea belangrijk zijn geweest voor het opbouwen van hun leven in Nederland, nadat zij een woning in een gemeente toegewezen hebben gekregen. Daarnaast wordt beoogd meer kennis te verkrijgen over ervaringen met het huisvestingsproces en opvattingen over het huisvestingsbeleid. Daartoe zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Welke factoren gerelateerd aan huisvesting en de woonomgeving zijn volgens mensen gevlucht uit Syrië en Eritrea zelf van belang voor het opbouwen van hun leven in Nederland? a Verandert het belang van deze factoren over de tijd? Hoe hebben mensen gevlucht uit Syrië en Eritrea het huisvestingsproces ervaren? Hoe kijken mensen gevlucht uit Syrië en Eritrea aan tegen het huidige huisvestingsbeleid (in algemene zin)? INHOUD Inleiding Verkenning van de literatuur Methodologische verantwoording Belangrijke factoren voor het opbouwen van een leven in Nederland Ervaringen met het huisvestingsproces en opvattingen over het huisvestingsbeleid Conclusies en discussie
    • National Risk Assessment Terrorismefinanciering 2023

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2024-04-03)
      Het Nederlandse beleid ter preventie en repressie van terrorismefinanciering is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). Nederland is als lid van de FATF gebonden aan de aanbevelingen van dit intergouvernementeel orgaan gericht op het nemen van preventieve en repressieve maatregelen gericht op witwassen en terrorismefinanciering, maatregelen ten aanzien van nationale rechtsstelsels en internationale samenwerking. Voor de EU-lidstaten is het grootste deel van de FATF-aanbevelingen omgezet naar verschillende opeenvolgende anti-witwasrichtlijnen. Op grond van deze richtlijnen dienen de EU-lidstaten risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren en een National Risk Assessment (NRA) vast te stellen. Voor Nederland is de uitvoering van de NRA vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De uitgevoerde risicoanalyse voor de NRA betreft de periode januari 20202 tot en met juni 2023. De NRA heeft een vijfledig doel: het identificeren van de terrorismefinanciering-dreigingen met de grootste potentiële impact (ofwel de grootste tf-dreigingen); het vaststellen van de hoogte van de potentiële impact van de grootste tf-dreigingen; het bepalen van de hoogte van de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium ter preventie en/of repressie van de grootste tf-dreigingen; het bieden van inzicht in de aard en mechanismen van de grootste tf-dreigingen; en het bepalen van het risiconiveau van de grootste tf-dreigingen door de potentiële impact van de dreigingen af te zetten tegen de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium.INHOUD Inleiding Onderzoeksmethode Wat maakt Nederland kwetsbaar voor terrorismefinanciering? Grootste dreigingen terrorismefinanciering Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium Conclusies
    • National Risk Assessment Witwassen 2023

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2024-04-03)
      Het Nederlandse beleid ter preventie en repressie van witwassen is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). Nederland is als lid van de FATF gebonden aan de aanbevelingen van dit intergouvernementeel orgaan gericht op het nemen van preventieve en repressieve maatregelen tegen witwassen en terrorismefinanciering, maatregelen ten aanzien van nationale rechtsstelsels en internationale samenwerking. Voor de EU-lidstaten is het grootste deel van de FATF-aanbevelingen omgezet naar verschillende opeenvolgende anti-witwasrichtlijnen. Op grond van deze richtlijnen dienen de EU-lidstaten risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren en een National Risk Assessment (NRA) vast te stellen. Voor Nederland is de uitvoering van de NRA vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De uitgevoerde risicoanalyse voor de NRA betreft de periode januari 20202 tot en met juni 2023. De NRA heeft een vijfledig doel: het identificeren van de witwasdreigingen met de grootste potentiële impact (ofwel de grootste witwasdreigingen); het vaststellen van de hoogte van de potentiële impact van de grootste witwasdreigingen; het bepalen van de hoogte van de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium ter preventie en/of repressie van de grootste witwasdreigingen; het bieden van inzicht in de aard en mechanismen van de grootste witwasdreigingen; en het bepalen van het risiconiveau van de grootste witwasdreigingen door de potentiële impact van de dreigingen af te zetten tegen de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium. INHOUD Inleiding Onderzoeksmethodiek Wat maakt Nederland kwetsbaar voor witwassen? Grootste witwasdreigingen Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium Nationale wet- en regelgeving Conclusies
    • Richten op de regenboog - Een onderzoek naar daders en prevalentie van geweld tegen LHBTQ-personen

      Seidler, Y.; Wolff, R.; Woord, E. ter; Schans, K. van der (Erasmus Universiteit Rotterdam - Risbo, 2024-03-20)
      Dit onderzoek heeft als doel om een beeld te krijgen van a) de daders van geweld tegen LHBTQ-personen en b) de context waarbinnen deze incidenten plaatsvinden. De centrale onderzoeksvraag luidt: Welke kenmerken en motieven hebben daders van geweld gericht tegen LHBTQ-personen en wat is de aard en omvang van dit geweld? Om deze vraag te beantwoorden hebben wij ons gericht op de volgende deelvragen: Wat is er bekend over de prevalentie van geweld tegen LHBTQ-personen in Nederland? Welke vormen van geweld tegen LHBTQ-personen kunnen worden onderscheiden? Welke groepen binnen de LHBTQ-gemeenschap zijn het meest kwetsbaar voor geweld? In hoeverre doen LHBTQ-personen aangifte van verschillende geweldsincidenten en welke factoren zijn hierop van invloed? Welke regionale verschillen bestaan er met betrekking tot geweld tegen LHBTQ-personen? Wat zijn de achtergrondkenmerken van daders die betrokken zijn bij de verschillende categorieën van geweld tegen LHBTQ-personen? Welke motieven kunnen aan de verschillende dadertypes worden toegeschreven? Welke maatregelen zouden mogelijk effectief kunnen zijn in het voorkomen en bestrijden van geweld tegen LHBTQ-personen?INHOUD Inleiding Wat is er bekend over LHBTQ-gerelateerd geweld? Onderzoeksmethoden en -verantwoording LHBTQ-discriminatie in politieregistraties Over de slachtoffers en context van de geweldsincidenten Over de daders Daderprofielen Reflectie van LBTIQ-belangenverenigingen en slachtoffers Conclusie
    • Veilige landen van herkomst - Een internationale vergelijking van de toepassing van het 'veilige landen van herkomst'-concept in asielbeleid

      Eekelschot, L.; Zürcher, E.; Nederveen, F.; Hochstrasser, F.; Hoorens, S. (Rand Europe, 2024-03-19)
      Dit onderzoek komt voort uit de wens van de Nederlandse overheid om in kaart te brengen hoe en op welke gronden andere EU-lidstaten een lijst van veilige landen van herkomst hanteren in hun asielbeleid. De onderzoeksvragen luiden als volgt: Hoe selecteren andere lidstaten de te beoordelen landen? Op grond van welke bronnen en criteria voeren andere lidstaten de eerste beoordeling uit en hoe is die procedure vormgegeven? Zijn de beoordelingen en herbeoordelingen openbaar? Op grond van welke bronnen en criteria voeren andere lidstaten de periodieke herbeoordeling uit en hoe vaak verrichten zij die? Worden er groepen en/of gebieden uitgezonderd binnen de aanwijzing veilig land van herkomst? Zo ja, op grond van welke criteria en is er een limiet aan het aantal uitzonderingsgroepen? Hoe ziet de asielprocedure eruit voor personen afkomstig uit een veilig land van herkomst? Veilige landen van herkomst Gelden er andere voorwaarden voor de opvang en terugkeer en hoe verloopt de terugkeer van asielzoekers uit veilige landen ten opzichte van die van andere afgewezen asielzoekers? Is er relevante jurisprudentie beschikbaar, houdt het beleid stand voor de rechter en wat zijn de kwetsbaarheden? Wat zijn de verschillen van deze lidstaten met Nederland waar het gaat om veilige landenbeleid?INHOUD Inleiding Nederland Duitsland Frankrijk Italië Oostenrijk Zweden Conclusie
    • Drugsgerelateerde corruptie op Schiphol en in de Rotterdamse haven - Een analyse van corruptiedreigingen, impact en beleidsinstrumenten op basis van de methodologie voor National Risk Assessment

      Zürcher, E.; Pardal, M.; Leussink, I.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2024-03-18)
      Dit onderzoek richt zich specifiek op corruptie in relatie tot drugscriminaliteit en niet in relatie tot andere vormen van criminaliteit die kunnen worden bevorderd door corruptie, zoals fraude, witwassen en terrorisme. Er wordt vooral gericht op de corruptie die tot doel heeft drugshandel te faciliteren (bijvoorbeeld wat de waargenomen kwetsbaarheden zijn voor publieke en private actoren om te worden gecorrumpeerd om drugshandelactiviteiten te vergemakkelijken). Onderzoeksvragen: Welke kenmerken maken de luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven aantrekkelijk of juist onaantrekkelijk voor het optreden van ambtelijke en niet-ambtelijke corruptie in relatie tot drugsgerelateerde criminaliteit? Wat zijn de belangrijkste corruptiedreigingen in de mainports Schiphol en de Rotterdamse haven in relatie tot de drugsgerelateerde criminaliteit en de bedrijven of individuen die deze faciliteren? Hoe schatten experts de potentiële impact in van de grootste corruptiedreigingen voor de mainports Schiphol en de Rotterdamse haven? Waaruit bestaat het beleidsinstrumentarium voor de preventie en repressie van corruptie in de twee mainports? Hoe beoordelen experts de weerbaarheid van het beschikbare beleidsinstrumentarium ter preventie en repressie van de grootste corruptiedreigingen op de luchthaven Schiphol en in de Rotterdamse haven? En wat verwachten experts over de mate waarin het huidige beleidsinstrumentarium de mogelijke impact van deze dreigingen daadwerkelijk tegengaat? Missen zij bij de uitvoering van de opsporing, handhaving en toezicht ook beleidsinstrumenten? Welke risico’s ten aanzien van de mainports blijven er over wanneer de potentiële impact van de corruptiedreigingen wordt afgezet tegen de weerbaarheid van het in Nederland beschikbare beleidsinstrumentarium ter preventie en repressie van corruptie? Welke corruptierisico’s zijn in de twee mainports nog niet gesignaleerd maar zouden in de toekomst actueel kunnen worden? Welke nog niet geïmplementeerde beleidsinstrumenten zouden kunnen bijdragen aan de repressie van ambtelijke en niet-ambtelijke corruptie of van de corruptie die mogelijk in de nabije toekomst gaat spelen ten aanzien van drugsgerelateerde criminaliteit op de luchthaven Schiphol en in de Rotterdamse haven? Is er casuïstiek bekend van verschuivingen in corruptiedreigingen als gevolg van het optreden van een verplaatsingseffect (‘waterbedeffect’), waarbij een verhoogde weerbaarheid tegen een dreiging (door versterking van het beleidsinstrumentarium) heeft geleid tot het actueel worden van een andere dreiging? Wat kan worden geconcludeerd over de toepasbaarheid en de meerwaarde van de methodiek voor nationale risicobeoordeling (NRA) op het gebied van corruptiedreigingen op specifieke locaties zoals de twee onderzochte mainports? INHOUD Inleiding en achtergrond Methodologie Contextkenmerken die de twee mainports aantrekkelijk of juist onaantrekkelijk maken voor corruptie Bevindingen voor Schiphol Bevindingen voor de haven van Rotterdam Conclusies en discussie Bronnen
    • Onderzoek Experiment Gesloten Coffeeshopketen - Rapportage nulmeting 2022

      Mennes, R.; Laar, M. van; Monshouwer, K.; Andree, R.; Oomen, P.; Pardal, M.; Leenders, E.; Schoonbeek, I.; Lee, E. van; Rigter, S.; et al. (Rand Europe, 2024-03-14)
      In deze rapportage worden de gehanteerde methoden en resultaten van de nulmeting voor het onderzoek naar ‘Experiment gesloten coffeeshopketen’ (hierna: het experiment) beschreven. De nulmeting stelt, nog voor de start van het experiment, de stand van zaken vast op het gebied van het cannabisgebruik, de (gedoogde) verkoop van cannabis vanuit coffeeshops en de illegale verkoop van softdrugs in de aan het onderzoek deelnemende gemeenten. De nulmeting heeft betrekking op tien interventiegemeenten, waar legaal geteelde cannabis wordt geïntroduceerd, en tien vergelijkingsgemeenten, waar het reguliere aanbod blijft gelden. De interventiegemeenten zijn onderdeel van het experiment, de vergelijkingsgemeenten nemen als controlegroep aan het onderzoek deel. Na de start van het experiment worden vervolgmetingen verricht, waarmee de ontwikkelingen in de twee onderscheiden onderzoeksgroepen worden gemonitord. Door de resultaten van de vervolgmetingen te vergelijken met die van de nulmeting, kunnen conclusies worden getrokken over de gevolgen van het experiment wat betreft de drie onderzochte thema’s. De thema’s die centraal staan in deze nulmeting zijn: het aanbod en het gebruik van cannabis de daaraan gerelateerde overlast en criminaliteit de aan cannabisgebruik en -beleid gerelateerde volksgezondheid.INHOUD Inleiding Methoden Beleidstheorie Lokale situatie in de onderzoeksgemeenten Aanbod in de coffeeshops De coffeeshop en zijn bezoekers Leefbaarheid Illegale markt Conclusies
    • Nationale Drug Monitor - update 2023

      Deppe, K. (Trimbos-instituut, 2024-02-21)
      FACTSHEET ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag Op basis van de meest recente update van de Nationale Drug Monitor besteedt deze factsheet aandacht aan nieuwe cijfers over drie ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag van de afgelopen jaren. Deze ontwikkelingen en andere trends in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag staan in de update van de NDM (Nationale Drug Monitor) van het Trimbos-instituut en het WODC. Deze update is uitgevoerd door Regioplan. NDM 2023 De Nationale Drug Monitor (NDM) is alleen digitaal te raadplegen op de website van het Trimbos-instituut (zie link hiernaast). INHOUD NDM Middelen per soort (Cannabis, Cocaïne, Opioïden, Ecstasy, Amfetamine, NPS, GHB, Psychedelica, Slaap- en kalmeringsmiddelen, Lachgas, Ketamine, ADHD-medicatie, Alcohol, Tabak) Wetgeving, beleid en preventie Drugscriminaliteit Middelengebruik en strafbaar gedrag
    • Vroegtijdig ingrijpen op antisociaal gedrag 0-15-jarigen - Wat als je het de praktijk vraagt?

      Hanrath, J.; Herberg, E. van der; Donker, A. (Hogeschool Utrecht, 2023-12-31)
      Hoewel er sprake is van een dalende trend in de jeugdcriminaliteit zijn er momenteel zorgen over jonge minderjarigen die betrokken zijn bij vermogensdelicten, drugs- en wapendelicten en ernstige feiten als doodslag en zware mishandeling. De vrees bestaat dat jong starten en recidiveren leidt tot ‘ingroei’ in de criminaliteit en ‘doorgroei’ naar de positie van regisseur die nieuwe, jonge plegers rekruteert voor het plegen van delicten. De zorgen sluiten aan bij prospectieve longitudinale studies waaruit blijkt dat frequente plegers van ernstige delicten vaker een langere criminele carrière hebben, meer verschillende typen delicten plegen en op jongere leeftijd beginnen met het plegen van delicten. Het doel van dit onderzoek is aanknopingspunten te identificeren voor interventies die gericht zijn op het voorkomen dat kinderen in hun vroege adolescentie (9-15 jaar) bij deze ernstige delicten betrokken raken. De centrale onderzoeksvraag luidt: Welke aanknopingspunten zijn er om de kans op de ontwikkeling van antisociaal gedrag van kinderen in de leeftijd 0-15 te verkleinen en om delictgedrag in de vroege adolescentie bij te sturen of om te buigen? INHOUD Aanleiding en achtergrond onderzoek Kennis over risicofactoren Kennis over interventies Interventies in Nederland Methode van het Delphi-onderzoek Resultaten van het Delphi-onderzoek Conclusie