Now showing items 1-20 of 3368

    • Oekraïense vluchtelingen in Nederland - Representatieve cijfers over hun welzijn en positieverwerving

      Enk, B. van; Negash, S.M.; Otten, K.D.; Barsegyan, V.M.; Noyon, S.M.; Maliepaard, M.; Schans, D. (WODC, 2024-07-04)
      De eerste representatieve cijfers over Oekraïense vluchtelingen in Nederland laten het beeld zien van een groep mensen die proberen hun draai te vinden in een nieuw land. Zij voelen zich over het algemeen thuis in Nederland en de meerderheid is van plan te blijven, in ieder geval op de korte termijn. Een belangrijk probleem dat volledige deelname aan de Nederlandse maatschappij in de weg staat, is het gebrek aan beheersing van de Nederlandse taal onder deze groep.
    • Artikel 2.3 Wet forensische zorg in cijfers 2020 tot en met 2022

      Statsch, P.D.; Kogel, C.H. de (WODC, 2024-06-28)
      Met het inwerkingtreden van artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) op 1 januari 2020 heeft de strafrechter de bevoegdheid gekregen om in verschillende fasen van het strafproces een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging af te geven voor personen die niet (meer) op hun plaats zijn in het strafrecht en verplichte zorg nodig hebben. Op basis van registratiedata uit het zorginformatiesysteem van het Openbaar Ministerie (OM) geeft deze factsheet inzicht in de toepassing van artikel 2.3 Wfz in de eerste drie jaar sinds inwerkingtreden.
    • Verslag kennistafels beoordelen en monitoren van de psychische gesteldheid van particuliere wapenbezitters

      Wonderen, R. van; Rhemen, R. van; Ganpat, S. (Verwey-Jonker Instituut, 2024-06-28)
      In de kennistafels stond de volgende probleemstelling centraal: ’Hoe kan de psychische gesteldheid van particuliere wapenbezitters bij de aanvraag van een vergunning en gedurende de looptijd van een vergunning worden vastgesteld en gemonitord om risico’s van legaal wapenbezit tot een minimum te beperken?’ Die probleemstelling heeft geleid tot de volgende vier algemene onderzoeksvragen: Welke aspecten van de psychische gesteldheid van (aspirant)wapenbezitters moeten worden beoordeeld om de risico’s van legaal wapenbezit tot een minimum te beperken? Hoe kunnen deze aspecten van de psychische gesteldheid zo goed mogelijk worden beoordeeld? Wat is er nodig om een optimale beoordelingssystematiek voor de beoordeling en monitoring van de psychische gesteldheid van (aspirant)wapenbezitters in de praktijk vorm te geven? 4. Hoe reflecteren partijen die al eerder betrokken zijn geweest bij het ontwikkelen en evalueren van instrumenten om de psychische gesteldheid van (aspirant) wapenbezitters te beoordelen op de uitkomsten van de bovenstaande onderzoeksvragen? Hoe reflecteren partijen die al eerder betrokken zijn geweest bij het ontwikkelen en evalueren van instrumenten om de psychische gesteldheid van (aspirant) wapenbezitters te beoordelen op de uitkomsten van de eerder genoemde onderzoeksvragen? INHOUD Introductie Resultaten kennistafels
    • Perspectief van Nederlanders op kansspelen

      Hollander, D.; Miltenburg, Ch. van; Bouwmeester, J. (Ipsos I&O, 2024-06-27)
      Voor het ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: JenV) is het van belang om goed zicht te houden op de uitwerking van het kansspelbeleid, specifieke (actuele) thema’s en ontwikkelingen in het kansspeldomein. Een belangrijke vraag daarbij is hoe spelers zelf kijken naar gokken, wat hun ervaringen zijn en welke behoeften ze hebben. Deze informatie is temeer van belang omdat in 2024 de evaluatie van de Wet Kansspelen op Afstand plaatsvindt. Er is in dit onderzoek voor gekozen om breed te onderzoeken hoe alle Nederlanders naar kansspelen en de daar aanverwante thema’s kijken. Er wordt dus niet alleen het perspectief van spelers besproken, maar ook het perspectief van niet-spelers. Zodoende kan een vergelijking tussen de twee groepen worden gemaakt en eventuele verschillen worden beschreven. INHOUD Inleiding Keuzes bij het gokken: frequentie, tijdstip, gezelschap en middelengebruik Motieven voor spelen Online kansspelen en speellimieten Houding ten aanzien van gokken en winstkans Risico's en gevolgen Hulp en zorg Reclame Beschouwing
    • Incidenten en misdrijven door bewoners van COA- en crisisnoodopvanglocaties 2017-2023

      Noyon, S.M.; Barsegyan, V.M.; Vink, M.E.; Pluymaekers, T.P.N. (WODC, 2024-06-26)
      Er is veel aandacht voor overlastgevend gedrag onder asielmigranten, zowel in het publieke en politieke debat als onder organisaties in de migratieketen en de politie en het Openbaar Ministerie (OM). Hoewel eerdere edities van het incidenten- en misdrijvenoverzicht herhaaldelijk hebben aangetoond dat de groep overlastgevers slechts een kleine minderheid beslaat van de tienduizenden asielmigranten die jaarlijks worden opgevangen, kan het gedrag van deze kleine groep veel impact hebben. Overlastgevend gedrag heeft zijn weerslag op de leefbaarheid op opvanglocaties voor andere bewoners, de werkomstandigheden van medewerkers van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), de leefbaarheid voor inwoners van gemeenten waar opvanglocaties gevestigd zijn en uiteindelijk ook het draagvlak voor asielopvang in Nederland. Om effectief beleid te kunnen maken om overlastgevend gedrag te bestrijden en het debat over overlast zuiver te kunnen voeren, is feitelijke informatie essentieel. Het incidenten- en misdrijvenoverzicht draagt hieraan bij. De centrale probleemstelling: Wat is de aard van de incidenten op COA-locaties en misdrijven gepleegd door COA-bewoners in Nederland en welke ontwikkelingen door de tijd heen zijn er op dit gebied te zien? Het doel van de onderhavige rapportage is tweeledig. Ten eerste worden incidenten op COA- en CNO-locaties beschreven en wordt daarmee een algemeen beeld geschetst van de frequentie van incidenten en de trend hierin door de jaren heen. Daarnaast geeft de rapportage een overzicht van de misdrijven waarvan bewoners tijdens hun verblijf op COA- of CNO-locaties verdacht werden en de afhandeling hiervan door OM en Rechtspraak. INHOUD Inleiding Vreemdelingen op COA- en CNO-locaties Incidenten waarbij COA- en CNO-bewoners zijn betrokken Misdrijven waarvan COA- en CNO-bewoners worden verdacht Conclusie en discussie
    • Daderprofielen van cybercriminelen uit Oost-Europa en Rusland

      Nederveen, F.; Silfversten, E.; Slootweg, R.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2024-06-26)
      Hoewel veel onderzoek is gedaan naar de activiteiten van georganiseerde cybercriminaliteit en de tactieken, technieken en procedures die worden gebruikt om illegale activiteiten uit te voeren, is veel minder bekend over de daderprofielen van de cybercriminelen die hierbij betrokken zijn. In deze context is een kennistafel georganiseerd om bestaande kennis over de achtergrondkenmerken, drijfveren en rekrutering van deze groep cybercriminelen, en de hiaten in deze kennis, in kaart te brengen. Een verbeterde kennispositie kan bijdragen aan de inspanningen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Openbaar Ministerie en de politie om cybercrime te bestrijden en te voorkomen.
    • Zicht op reisroutes van irreguliere migranten - Informatiebehoefte in de keten, dataoplossingen en ketensamenwerking

      Lazëri, M.; Velseboer, J.; Galesloot, N. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2024-06-24)
      Naar verwachting neemt het aantal mensen dat naar Nederland migreert de komende jaren toe.1 Overheden zullen zich daarom steeds beter moeten voorbereiden op de komst van migranten, bijvoorbeeld door opvang te regelen. Toegenomen migratie houdt ook in dat de zogenoemde irreguliere migratie toeneemt, dat wil zeggen: het oversteken van een landgrens zonder de daarvoor benodigde toestemming of het verblijven in een land zonder de benodigde documenten. Deze vorm van migratie gaat gepaard met relatief grote risico’s zoals smokkel en uitbuiting. Tegelijkertijd is er slechts beperkt zicht op zowel de aantallen als de reisroutes van irreguliere migranten. Dit leidt tot verhoogde risico’s op smokkel en uitbuiting en tot beperkte beheersbaarheid van migratie vanuit overheden. Verschillende ketenpartners in de Nederlandse migratieketen hebben te maken met verschillende aspecten van irreguliere migratie. Ze beschikken daardoor (slechts) over data met betrekking tot de eigen specifieke domeinen. Dit kan bijvoorbeeld informatie zijn over reisroutes van irreguliere migranten die over land Nederland binnenkomen, of juist via luchthavens. Ook de dataverzameling bij deze ketenpartners kan specifiek afgestemd zijn op de aspecten waarmee zij te maken hebben. Vraagstelling Op welke wijze kunnen bestaande databronnen inzicht bieden in de reisroutes van migranten? Op welke wijze kunnen innovatieve technieken nieuwe databronnen genereren of bestaande data analyseren die het inzicht in de reisroutes van migranten vergroten? Welke organisatorische, juridische en technische randvoorwaarden gelden bij het ontsluiten, delen en analyseren van de onder vraag 1 en 2 genoemde bestaande en nieuwe databronnen? Kan een beter inzicht in de reisroutes van migranten bijdragen aan de beheersbaarheid van migratie-stromen en het tegengaan van het leed waar irreguliere migratie mee gepaard gaat? Zo ja, op welke wijze? INHOUD Inleiding Migratieketen en datapraktijken Randvoorwaarden voor datagebruik in de keten Bestendige oplossingen Innovatieve databronnen Conclusies
    • Van bajes naar buiten

      Doekhie, J.; Koenraadt, R.; Besten, A. den; Klein Gunnewiek, Q. (medew.) (Universiteit Leiden - sectie Strafrecht & Criminologie, 2024-06-20)
      Jaarlijks stromen in Nederland ongeveer 27.000 personen in en uit detentie. De Kans op herhaling van delinquent gedrag na detentie is groot: de afgelopen jaren komt bijna de helft van de ex-gedetineerde personen binnen twee jaar weer met justitie in aanraking en bijna 27 procent komt weer in detentie terecht. Om de recidviecijfers te verlagen, wordt al geruime tijd ingezet op het bevorderen van re-integratie van ex-gedetineerde personen. Het is belangrijk deze inzet te evalueren en waar nodig te verbeteren. Dit onderzoek levert daar een bijdrage aan. INHOUD Inleiding Methoden Planevaluatie van het re-integratiebeleid in Nederland Ervaringen van (ex-)gedetineerde personen met materiële re-integratie Ervaringen van (ex-)gedetineerde personen met sociale, formele en persoonlijke re-integratie Het re-integratieproces vanuit het perspectief van ketenpartners en professionals Conclusie en discussie
    • Jeugdige veroordeelden voor (poging) doodslag: 2016 en 2021 vergeleken - Een verdiepingsstudie bij de Monitor Jeugdcriminaliteit

      Beijers, J.E.H.; Prop, L.J.C.; Laan, A.M. van der (WODC, 2024-06-17)
      In de media werd de afgelopen jaren veel gesproken over verjonging en verharding van de jeugdcriminaliteit en over een toename in ernstig geweld onder jongeren. Het aantal 12- tot 23-jarige jeugdigen dat voor ernstig geweld is veroordeeld is tussen piekjaar 2004 en 2022 echter met twee derde afgenomen. Wel is er in de periode 2016 tot en met 2021 onder andere sprake van een toename in het aantal veroordelingen voor een specifieke vorm van ernstig geweld te weten (poging tot) doodslag onder minderjarigen (12 tot 18). Voor jongvolwassenen (18 tot 23) is er sprake van stabilisatie. Om beter zicht te krijgen in de toename van (poging-tot-) doodslagzaken richt dit onderzoek zich op de betreffende zaken uit het jaar 2016, het jaar met opvallend weinig veroordelingen. In dit onderzoek wordt nader ingegaan op kenmerken van (poging-tot-)doodslagzaken waarvoor jeugdigen zijn veroordeeld en in hoeverre deze verschillen tussen zaken uit het jaar 2016 en zaken uit het jaar 2021. Dit gebeurt aan de hand van de volgende hoofdvraag: Wat zijn kenmerken van strafzaken, met jeugdige veroordeelden, van (poging tot) doodslag en in hoeverre verschillen deze tussen 2016 en 2021?
    • Langdurig toezicht bij ernstige gewelds- en zedendelinquenten - Een meta-review naar effectieve (elementen van) toezicht/behandelprogramma's en veronderstelde werkzame mechanismen

      Broek, T. van den; Kool, J.K.; Nagtegaal, M.H. (2024-06-12)
      In 2018 is de Wet langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking (Wlt) in werking getreden, een wet waarmee langdurig toezicht, behandeling en monitoring van ex-gedetineerden en (ex-)terbeschikkinggestelden (tbs) is geregeld. Onder bepaalde omstandigheden zijn voor hen toezichtmogelijkheden gecreëerd, na afloop van de straf en/of maatregel. Dit toezicht is telkens te verlengen en daarmee van tevoren van onbekende totale duur. Het doel van de Wlt is het voorkomen van herhaling van zeden- en zware geweldsdelicten. Vanuit de Tweede Kamer zijn in het wetgevingstraject over de Wlt zorgen geuit over de toepassing en de uitvoerbaarheid van toezicht op de langere termijn. De onderzoekspopulatie bestaat uit volwassen onder toezicht gestelden die in de doelgroep van de Wlt vallen, te weten (ex-)justitiabelen die een gevangenisstraf van één jaar of meer en/of een tbs-maatregel hebben gehad en/of een psychische stoornis hebben; in het kort: de Wlt-populatie. Het doel van het huidige onderzoek is onderzoeken of voor de genoemde Wlt-populatie toezicht/behandelprogramma’s of elementen daarvan bekend zijn die kunnen helpen in het houden van langdurig(er) toezicht. Naast het in kaart brengen van effectieve toezicht/behandelprogramma’s voor langdurig toezicht zijn de veronderstelde werkzame mechanismen van de programma’s, de overeenkomsten en verschillen tussen de gevonden programma’s en elementen en eerder onderzoek naar effectief toezicht, en de manier waarop langdurig toezicht gemonitord kan worden in kaart gebracht. Onder toezicht wordt het gehele traject van re-integratie van een justitiabele verstaan: het toezicht dat door de reclassering wordt gehouden, maar ook behandelprogramma’s, trainingen, interventies of cursussen die tijdens het toezicht plaatsvinden. Het betreft alleen toezicht ‘aan de achterdeur’, als sluitstuk van een gevangenisstraf en/of tbs-maatregel. INHOUD Inleiding en methoden Effectiviteit van toezicht/behandelprogramma's Effectieve toezicht- en behandelprogramma's op lange termijn en de werkzame mechanismen Conclusie
    • Evaluatie van de aanpak van weigerende observandi - Prevalentie weigeren, mate van beantwoording pro Justitia-vragen en opgelegde sancties

      Nagtegaal, M..H.; Broek, T. van den; Anvelink, C. (medew.); Ruiter, T. de (medew.); Navarro Beyl, M. (medew.) (WODC, 2024-06-12)
      Als bij een verdachte van een strafbaar feit vermoedens zijn van een psychische stoornis, kan een gedragskundig onderzoek worden aangevraagd. Dit onderzoek, een pro Justitia(pJ)-onderzoek, wordt gedaan om te bepalen of er behandeling moet plaatsvinden in justitieel kader. Sommige verdachten van een strafbaar feit weigeren hun medewerking te verlenen aan het pJ-onderzoek. In een deel van die zaken levert het pJ-onderzoek te weinig informatie op over de psychische gesteldheid van de verdachte. In andere zaken is er vanuit eerdere en/of andere bronnen genoeg bekend over eventuele stoornissen. Als onbekend blijft of er stoornissen zijn, kan de onwenselijke situatie ontstaan dat de verdachte geen verplichte zorg wordt opgelegd, terwijl dit wel nodig is om de kans op recidive te verminderen en de veiligheid van de maatschappij te vergroten. Dit wordt de weigerproblematiek genoemd. De meest bekende vorm van dergelijke verplichte zorg is de maatregel terbeschikkingstelling (tbs). Om de weigerproblematiek terug te dringen is een weigeraanpak ingezet die in dit rapport is geëvalueerd. Het huidige deelonderzoek heeft drie doelstellingen: het bepalen van het aantal weigerende observandi en de doorwerking van weigeren op de beantwoording van de pJ-vragen sinds 2018; het vastleggen van de sancties (straffen en maatregelen) die de rechter aan weigerende observandi oplegt; het beschrijven van de ontwikkelingen in het beleid over weigerende observandi in het Pieter Baan Centrum (PBC) na april 2018.INHOUD Inleiding Prevalentie weigeren en doorwerking in pJ-vragen Opgelegde sancties aan weigerende observandi Voortzetting aangepast weigerbeleid Conclusie en discussie
    • Capaciteitsbehoefte Justitiële Ketens t/m 2029 - Beleidsneutrale ramingen

      Tims, B.; Moolenaar, D.E.G.; Kriege, A.G.; Pol, B. van der (WODC, 2024-06-11)
      Dit rapport beschrijft de ramingen van de capaciteitsbehoefte van de justitiële ketens tot en met 2029. Het gaat daarbij om ramingen van de instroom en uitstroom van diverse ketenpartners binnen de justitiële ketens (aantallen te behandelen zaken e.d.) en de capaciteitsbehoefte bij intramurale voorzieningen (aantal plaatsen in justitiële inrichtingen). De ramingen voor de civielrechtelijke en bestuursrechtelijke rechtspraak zijn de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) en de Raad voor de rechtspraak. De ramingen voor forensisch psychiatrische centra (voorheen tbs-klinieken) zijn de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het WODC en de Dienst Justitiële Inrichtingen. Voor de overige ramingen is het WODC verantwoordelijk. De ramingen zijn ‘beleidsneutraal’. Dat wil zeggen dat de ramingen uitgaan van gelijkblijvend beleid. Het effect van voorgenomen beleids- en wetswijzigingen is niet in de ramingen verdisconteerd. Ook zijn de effecten van recentelijk ingezet beleid (vanaf 2023) niet in de beleidsneutrale ramingen verwerkt, omdat de ramingen gebaseerd zijn op ontwikkelingen in de justitiesector tot en met 2022. Definitieve gegevens over 2023 waren op het moment van berekening nog niet beschikbaar. Daar waar organisaties in staat waren om voorlopige cijfers over 2023 aan te leveren, zijn deze meegenomen. Deze ramingen vormen de basis voor de begroting 2025. INHOUD Inleiding Inleiding Achtergrondfactoren Overtredingen Misdrijven Tenuitvoerlegging Reclassering, kinderbescherming en rechtsbijstand in strafzaken Civiel recht en bestuursrecht Nawoord
    • Deelname aan kansspelen in Nederland - meting 2024

      Miltenburg, Ch. van; Klein Kranenburg, L.; Hollander, D.; Bouwmeester, J. (Ipsos I&O Research, 2024-06-04)
      Het Nederlandse kansspelbeleid heeft drie doelstellingen: 1) consumentenbescherming, 2) het tegengaan van kansspelgerelateerde fraude en criminaliteit en 3) verslavingspreventie. Met betrekking tot de derde doelstelling heeft de Minister voor Rechtsbescherming aangegeven de trend in het aantal spelers van kansspelers en het aantal risico- en probleemspelers in de gaten te willen houden. Sinds oktober 2021 is het namelijk mogelijk om legaal online te gokken bij vergunde aanbieders door een wijziging van de Wet op de kansspelen. Dit heeft geleid tot zorgen in de samenleving over een toename in het aantal spelers en probleemspelers. De laatst bekende cijfers hierover dateren van vóór oktober 2021 (zie link hiernaast). Het doel van het voorliggende onderzoek is om inzicht te bieden in: het aandeel en aantal Nederlanders dat deelneemt aan verschillende soorten kansspelen (op een fysieke locatie en online) en de mate waarin zij risicovol speelgedrag vertonen; de ontwikkeling van het speelgedrag van Nederlanders ten opzichte van de meting uit 2021.INHOUD Inleiding Deelname aan kansspelen Vergelijking met prevalentie in 2021 Risicovol gokgedrag Online kansspelen Casino en speelhallen Reclame voor kansspelen Conclusie en beschouwing
    • Doelgroep van de jeugdreclassering geprofileerd - Een mixed methods studie naar betekenisvolle profielen en daarbij passend(e) toezicht en begeleiding

      Nieuwenhuizen, Ch. van; Bongers, I.L.; Parren, A.; Schonewille, R. (GGzE - Onderzoeksgroep Forensische Geestelijke Gezondheidszorg, 2024-05-30)
      Bij de jeugdreclassering ontbreekt het op dit moment aan een actueel en diepgaand beeld over hun doelgroep. Dit project heeft daarom de volgende twee doelen: (1) het identificeren van profielen van risico- en beschermende factoren bij jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel en deze vergelijken met jongeren in de jeugdstrafrechtketen die geen jeugdreclassering opgelegd hebben gekregen en (2) het onderzoeken welke vormen van toezicht en begeleiding passend zijn voor de gevonden profielen binnen de huidige doelgroep van de jeugdreclassering. Het onderzoek bestaat uit drie deelprojecten: Deelproject I: Identificeren en vergelijken van profielen – een latente klasse analyse Deelproject II: Onderzoeken van passende vormen van toezicht en begeleiding – een literatuuronderzoek Deelproject III: Consensus over passende vormen van toezicht en begeleiding voor de geïdentificeerde profielen – een Delphi-studieINHOUD Inleiding Deelproject I: Identificeren en vergelijken van profielen Deelproject II: Onderzoen van passende vormen van toezicht en begeleiding Deelproject III: Consensus over passende vormen van toezicht en begeleiding voor geïdentificeerde profielen Discussie & aanbevelingen
    • Spelen met reclame - Het gebruik van promotionele kansspelen door vergunde kansspelaanbieders

      Velde, R. te; Hanswijk, M.; Boiten, M.; Crielaard, J.; Stone, S. (Dialogic, 2024-05-23)
      Een promotioneel kansspel is een kansspel ter promotie van een product of dienst. Of, andersom geformuleerd: een promotionele actie waarbij de consument kans maakt op een prijs. Denk aan acties waarmee de consument bij elk gekocht pak melk kans maakt op een Playstation, of bij elke reep chocola kans maakt op een rondleiding in de chocoladefabriek. Promotionele kansspelen moeten gratis zijn, in de zin dat het niets éxtra kost om aan het kansspel mee te doen. De consument betaalt bijvoorbeeld wel voor het pak melk, maar kan dan zonder extra kosten meespelen en kans maken op de Playstation. Aanleiding voor dit onderzoek zijn vragen over het gebruik van promotionele kansspelen door kansspelaanbieders en over hoe dit zich verhoudt tot het bredere kansspelbeleid. De hoofdvraag in dit onderzoek is tweeledig en luidt: Wat is de aard en omvang van het gebruik van promotionele kansspelen door vergunde (online) kansspelaanbieders in Nederland? In hoeverre is de inzet van promotionele kansspelen door vergunde (online) kansspelaanbieders consistent met het Nederlandse kansspelbeleid?INHOUD Inleiding Afbakening en typologie van promotionele acties Analyse van het beleid Gebruik van promotionele kansspelen volgens de kansspelaanbieders Analyse van de praktijk Conclusies
    • Voetbalgerelateerd wangedrag - Verkennend onderzoek naar de ervaren effectiviteit en de overdraagbaarheid van instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag in het betaald voetbal in Nederland en België

      Olfers, M.; Breul, W. van den; Huiskamp, L. (Vrije Universiteit Amsterdam, 2024-05-22)
      Hoewel enorm veel mensen kunnen genieten van voetbalwedstrijden, is voetbalgerelateerd wangedrag bijna niet weg te denken uit de hedendaagse samenleving. Onder voetbalgerelateerd wangedrag wordt verstaan: “gedragingen van natuurlijke personen in directe relatie tot het voetbal en die te maken hebben met, dan wel bestaan uit verstoring van de openbare orde/veiligheid en/of het plegen van strafbare feiten.” Het gaat om voetbalgerelateerd wangedrag in en rond een voetbalstadion met inbegrip van de bijbehorende gebouwen, terreinen, toegangen en toegangswegen. Het vindt plaats vlak vóór, tijdens en vlak na afloop van een voetbalevenement. In navolging van de aanbeveling door de Benelux Interparlementaire Assemblee om de internationale samenwerking tussen Nederland en België op het gebied van voetbalgerelateerd wangedrag te verbeteren, wordt in dit onderzoek de huidige situatie in kaart gebracht. In dit onderzoek komen de volgende onderwerpen aan bod: De mate waarin voetbalgerelateerd wangedrag zich voordoet in Nederland en België; De instrumenten die in Nederland en België worden ingezet om voetbalgerelateerd wangedrag tegen te gaan; De effectiviteit van deze instrumenten naar de ervaring van respondenten in zowel vragenlijsten, interviews als een expertmeeting; De mogelijkheden en bijbehorende valkuilen als wordt gekeken naar de overdraagbaarheid van deze instrumenten.INHOUD Inleiding, vraagstelling, opzet van het onderzoek en reflectie Voetbalgerelateerd wangedrag, het fenomeen Actoren en hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden Instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag Nederland Instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag België Overdraagbaarheid van instrumenten Conclusie en reflectie
    • Op (proces)kosten gejaagd? - Onderzoek naar 'oneigenljk gebruik' van bestuursrechtelijke procedures met het oog op proceskostenvergoedingen

      Geertsema, B.; Marseille, B.; Roest, S.; Wever, M.; Winter, H. (Pro Facto, 2024-05-22)
      Het is de vraag of er sprake is van zogenaamd oneigenlijk gebruik van bestuursrechtelijke procedures met het oog op verkrijging van proceskostenvergoedingen. In dit rapport beschrijven we het onderzoek naar dit onderwerp, waarbij de volgende hoofdvragen centraal staan: In welke mate en op welke onderdelen van het bestuursrecht is sprake van oneigenlijk gebruik van proceskostenvergoedingen door rechtshulpverleners en hoe dat kan dat worden omschreven? Welke factoren in (sectorale) regelgeving kunnen dat oneigenlijk gebruik verklaren? Welke aanpassingen van de regelgeving zijn mogelijk om oneigenlijk gebruik tegen te gaan?INHOUD Inleiding Document- en literatuurstudie Jurisprudentie Interviews en focusgroepen Conclusies
    • Inzicht in incidenten en misdrijven onder COA-bewoners - Een kwantitatief onderzoek naar de achtergrondkenmerken van betrokkenen

      Noyon, S.M.; Barsegyan, V.; Vink, M.E. (WODC, 2024-05-21)
      Sinds 2022 voert het WODC het incidentenoverzicht uit, een onderzoeksproject waarbinnen incidenten op COA-locaties en (verdenkingen van) crimineel gedrag onder COA-bewoners in kaart worden gebracht. Onder de vlag van dit project verschijnt jaarlijks een monitor en een duidingsonderzoek. Het onderhavige rapport is het duidingsonderzoek van 2023, dat voortbouwt op de eerder dat jaar verschenen monitor en dieper ingaat op een aantal bevindingen uit dat rapport. Specifiek staan in dit onderzoek de achtergrondkenmerken centraal van betrokkenen bij incidenten en verdachten van misdrijven. Het gaat hierbij om zowel demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, gezinssituatie en nationaliteit) als externe factoren (verblijfsduur en inwilligingspercentage per nationaliteit). Het onderzoek toetst hiermee een aantal veelgehoorde aannames over betrokkenheid bij overlast en poogt bij te dragen aan het terugdringen van overlastgevend gedrag door patronen van achtergrondkenmerken inzichtelijk te maken. Vooropgesteld dient te worden dat de beschreven incidenten en verdachtenregistraties een minderheid van de COA-bewoners betreffen en dat de meerderheid van de opgevangen asielmigranten niet terugkomt in de registraties van overlast. INHOUD Introductie Data, methoden en doelgroep Resultaten
    • Voorspellen voor de justitiële ketens - Een verkenning van verschillende technieken

      Moolenaar, D.E.G. (red.); Braak, F. ter; Tims, B.; Bargh, M.S. (WODC, 2024-05-15)
      Beleidsmakers willen graag meer inzicht in de (maatschappelijke) kosten van criminaliteit, rechtshandhaving en conflictbeslechting. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in de toekomstige trends op dit gebied, zodat de best mogelijke beleidsmatige en financiële beslissingen kunnen worden genomen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van prognosemodellen. Voor het beleidsterrein van Justitie is reeds enige tijd geleden het Prognosemodel Justiele Ketens (PMJ) ontwikkeld. In dit rapport wordt onderzocht in hoeverre het haalbaar en nuttig is om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van data en algoritmen toe te passen in het PMJ. INHOUD Inleiding Huidige Prognosemodel Justitiële Ketens Aanscherping van het huidige PMJ Alternatieve specificaties| Benutting van de steekproef Combineren van prognoses Conclusie en aanbevelingen
    • De regenboog kleuren - Evaluatie van het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022

      Muijnck, J.A. de; Schoonbeek, I.; Snippe, J.; Pieper, R. (Breuer & Intraval onderzoek en advies, 2024-05-14)
      Het Actieplan Veiligheid Lhbti is in 2018 opgesteld nadat de motie Sjoerdsma en Van den Hul met ruime meerderheid was aangenomen door de Tweede Kamer. Het doel van het actieplan luidt: ‘Het bevorderen van de veiligheid van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele personen, transgender personen en intersekse personen (lhbti). De maatregelen richten zich met name op de strafrechtelijke aanpak van discriminatie en het bevorderen van het gevoel van fysieke veiligheid bij de doelgroep, maar zijn wel ingebed in een geheel van maatregelen die zien op de sociale veiligheid’. In totaal zijn er 38 acties opgenomen in het actieplan, onderverdeeld in vier pijlers. Het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022 is geëvalueerd door middel van een plan- en procesevaluatie. De evaluatie beoogt inzicht te bieden in de kwaliteit van de beleidslogica van het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022 en het bijbehorende totstandkomingsproces. Daarnaast is met deze evaluatie het verloop van het uitvoeringsproces in kaart gebracht en zijn de voorlopige resultaten en vijf verdiepende casestudies gepresenteerd. Het doel hiervan is om aandachtspunten die voortkomen uit het onderzoek mee te nemen in verdere beleidsontwikkelingen. Het onderzoek is uitgevoerd tussen mei 2023 en maart 2024.