Show simple item record

dc.coverage.spatialNederland
dc.date.accessioned2021-01-20T08:54:17Z
dc.date.available2021-01-20T08:54:17Z
dc.date.issued1992
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/20.500.12832/591
dc.description.abstractZoals het in een rechtsstaat betaamt, geldt in Nederland het beginsel dat alleen wettelijk strafbaar gesteld gedrag mag worden vervolgd en bestraft. Het omgekeerde geldt echter niet. Heel wat strafbare feiten blijven zonder strafrechtelijke gevolgen. Het openbaar ministerie is de instantie die verantwoordelijk is voor de opsporing en vervolging. Op grond van het opportuniteitsbeginsel kan het O.M. besluiten in bepaalde gevallen niet tot vervolging over te gaan. Het aantal gepleegde strafbare feiten is de afgelopen jaren echter zo groot geworden dat het O.M. niet altijd in staat is (tijdig) te reageren. Dit komt de geloofwaardigheid van het strafrecht natuurlijk niet ten goede. Vandaar dat in Strafrecht met beleid, het beleidsplan van het openbaar ministerie voor de jaren 1990-1995, wordt geconstateerd dat het niveau van opsporing en vervolging moet worden verhoogd. Daartoe wordt een gedifferentieerd beleid geformuleerd voor de verschillende typen strafbare feiten. Om de zekerheid van de strafrechtelijke reactie te waarborgen, moet worden gestreefd naar een verdubbeling van het ophelderingspercentage in 1995. Verder moeten het aantal kale beleidssepots en het aantal technische sepots worden teruggedrongen. Om de snelheid van de strafrechtelijke reactie te verhogen, moet het aantal transacties in misdrijfzaken worden verhoogd. In dit verband moet voorts in 1995 75% van alle 0.M.-afdoeningen binnen drie maanden na ontvangst op het parket zijn afgedaan. Om door middel van effectmeting controle te kunnen uitoefenen op de taakuitvoering door de politie, dient het openbaar ministerie in 1995 zeggenschap te krijgen over 40% van de politiecapaciteit ten behoeve van justitiele. taken. Daarnaast krijgt het O.M., mede in verband met de reorganisatie van de politie, meer beheersbevoegdheden over de politie. Om de genoemde doelstellingen te bereiken en de grotere estuursverantwoordelijkheid inhoud te kunnen geven, worden ingrijpende veranderingen noodzakelijk geacht in de cultuur, de organisatie en werkwijze, de informatievoorziening en voorlichting en de personele en materiele voorzieningen van het openbaar ministerie. Aan deze fundamentele ontwikkelingen binnen het openbaar ministerie is deze aflevering gewijd.
dc.relation.ispartofseriesJustitiële verkenningen 1992/05
dc.subjectAutomatisering
dc.subjectOfficieren van justitie
dc.subjectOrganisatieontwikkeling
dc.subjectRegioparket
dc.subjectOpenbaar ministerie
dc.subjectBeslissing omtrent vervolging
dc.subjectGezag over politie
dc.titleHet openbaar ministerie in ontwikkeling
dc.typerapport
dc.identifier.projectJV1992/05
refterms.dateFOA2021-01-20T08:54:17Z
html.description.abstractZoals het in een rechtsstaat betaamt, geldt in Nederland het beginsel dat alleen wettelijk strafbaar gesteld gedrag mag worden vervolgd en bestraft. Het omgekeerde geldt echter niet. Heel wat strafbare feiten blijven zonder strafrechtelijke gevolgen. Het openbaar ministerie is de instantie die verantwoordelijk is voor de opsporing en vervolging. Op grond van het opportuniteitsbeginsel kan het O.M. besluiten in bepaalde gevallen niet tot vervolging over te gaan. Het aantal gepleegde strafbare feiten is de afgelopen jaren echter zo groot geworden dat het O.M. niet altijd in staat is (tijdig) te reageren. Dit komt de geloofwaardigheid van het strafrecht natuurlijk niet ten goede. Vandaar dat in Strafrecht met beleid, het beleidsplan van het openbaar ministerie voor de jaren 1990-1995, wordt geconstateerd dat het niveau van opsporing en vervolging moet worden verhoogd. Daartoe wordt een gedifferentieerd beleid geformuleerd voor de verschillende typen strafbare feiten. Om de zekerheid van de strafrechtelijke reactie te waarborgen, moet worden gestreefd naar een verdubbeling van het ophelderingspercentage in 1995. Verder moeten het aantal kale beleidssepots en het aantal technische sepots worden teruggedrongen. Om de snelheid van de strafrechtelijke reactie te verhogen, moet het aantal transacties in misdrijfzaken worden verhoogd. In dit verband moet voorts in 1995 75% van alle 0.M.-afdoeningen binnen drie maanden na ontvangst op het parket zijn afgedaan. Om door middel van effectmeting controle te kunnen uitoefenen op de taakuitvoering door de politie, dient het openbaar ministerie in 1995 zeggenschap te krijgen over 40% van de politiecapaciteit ten behoeve van justitiele. taken. Daarnaast krijgt het O.M., mede in verband met de reorganisatie van de politie, meer beheersbevoegdheden over de politie. Om de genoemde doelstellingen te bereiken en de grotere estuursverantwoordelijkheid inhoud te kunnen geven, worden ingrijpende veranderingen noodzakelijk geacht in de cultuur, de organisatie en werkwijze, de informatievoorziening en voorlichting en de personele en materiele voorzieningen van het openbaar ministerie. Aan deze fundamentele ontwikkelingen binnen het openbaar ministerie is deze aflevering gewijd.nl_NL
dc.identifier.tuduuid:585b8016-34d0-4d70-b67d-d133cd57fe58
dc.contributor.institutionWODC


Files in this item

Thumbnail
Name:
jv9205-volledige-tekst_tcm28-7 ...
Size:
907.4Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record