Show simple item record

dc.contributor.authorValenteijn, J.E.
dc.contributor.authorBröring, H.E.
dc.contributor.authorMontfort, A.J.G.M. van
dc.contributor.authorDamen, L.J.A.
dc.coverage.spatialNederland
dc.date.accessioned2021-01-22T13:15:17Z
dc.date.available2021-01-22T13:15:17Z
dc.date.issued2001
dc.identifier.citationISBN:9054541423
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/20.500.12832/2725
dc.description.abstractCentraal in dit onderzoek in het kader van de tweede evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht staat de vraag hoe bestuursorganen - ministers, zelfstandige bestuursorganen en gemeentelijke bestuursorganen - omgaan met de figuur beleidsregel onder de vigeur van de op 1 januari 1998 in werking getreden derde tranche van de Awb. In verband met de invoering van een regeling van beleidsregels verwachtte de wetgever dat bestuursorganen vergeleken met de periode voor 1998 een beter gebruik van de figuur beleidsregel zouden maken. Hoofdconclusie is dat deze verwachting vooralsnog maar in beperkte mate is bewaarheid. Veel beleid is niet in beleidsregels vastgelegd, en voorzover dat wel het geval is, worden de Awb-eisen onvolledig in acht genomen. Onder meer schort het aan de herkenbaarheid, motivering en bekendmaking van beleidsregels. Dit ligt niet aan de Awb-bepalingen, maar aan de bestuurlijke toepassing ervan. Verder is opmerkelijk hoe verschillend de onderscheiden soorten bestuursorganen met de figuur beleidsregel omgaan.
dc.publisherBoom Juridische uitgevers
dc.relation.ispartofseriesWODC Rapport EWB/99.109c
dc.subjectGemeentebeleid
dc.subjectWet- en regelgeving
dc.subjectSociale verzekering
dc.subjectGemeente
dc.subjectAwb
dc.subjectZelfstandig bestuursorgaan
dc.subjectEvaluatie van wetgeving
dc.subjectAdministratief recht/procesrecht
dc.subjectBeleidsregel
dc.titleAlgemeen bestuursrecht 2001
dc.title.alternativeBeleidsregels
dc.typerapport
dc.identifier.project99.109C
refterms.dateFOA2021-01-22T13:15:17Z
html.description.abstractCentraal in dit onderzoek in het kader van de tweede evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht staat de vraag hoe bestuursorganen - ministers, zelfstandige bestuursorganen en gemeentelijke bestuursorganen - omgaan met de figuur beleidsregel onder de vigeur van de op 1 januari 1998 in werking getreden derde tranche van de Awb. In verband met de invoering van een regeling van beleidsregels verwachtte de wetgever dat bestuursorganen vergeleken met de periode voor 1998 een beter gebruik van de figuur beleidsregel zouden maken. Hoofdconclusie is dat deze verwachting vooralsnog maar in beperkte mate is bewaarheid. Veel beleid is niet in beleidsregels vastgelegd, en voorzover dat wel het geval is, worden de Awb-eisen onvolledig in acht genomen. Onder meer schort het aan de herkenbaarheid, motivering en bekendmaking van beleidsregels. Dit ligt niet aan de Awb-bepalingen, maar aan de bestuurlijke toepassing ervan. Verder is opmerkelijk hoe verschillend de onderscheiden soorten bestuursorganen met de figuur beleidsregel omgaan.nl_NL
dc.identifier.tuduuid:47da98f2-e95a-4fda-88d2-82b1d85f61a2
dc.contributor.institutionRijksuniversiteit Groningen - Vakgroep bestuursrecht en bestuurskunde
dc.contributor.institutionWODC
dc.source.cityDen Haag


Files in this item

Thumbnail
Name:
99.109c-volledige-tekst_tcm28- ...
Size:
2.094Mb
Format:
PDF
Thumbnail
Name:
ewb01bel-samenvatting_tcm28-75 ...
Size:
14.08Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record