• Intelligentie en criminaliteit

      Moonen, X.; Kaal, H.; Oleson, J.C.; Siegel, D.; Platje, E.; Cornet, L.J.M.; Kogel, C.H. de; Jong, B.J. de; Kranendonk, P.R.; Teeuwen, M. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. X. Moonen en H. Kaal - Jeugdigen en jongvolwassenen met licht verstandelijke beperkingen en criminaliteit 2. J.C. Oleson - Begaafdheid en crimineel gedrag 3. D. Siegel - ‘Slimme Don’: De intelligente maffiabaas van Rusland 4. E. Platje, L.J.M. Cornet en C.H. de Kogel - Intelligentie, executieve functies en licht verstandelijke beperking in justitiecontext 5. H. Kaal en B.J. de Jong - Het signaleren en registreren van LVB in het justitiële domein: Stof tot nadenken 6. P.R. Kranendonk - Verdachten met een LVB in het politieverhoor: De invloed van verhoormethoden op de inhoud van verklaringen 7. M. Teeuwen - LVB-jongeren in de ZSM-procedure: Over kwetsbaarheid en recidiverisico SAMENVATTING: In dit themanummer staat de relatie tussen intelligentie en criminaliteit (en/of antisociaal gedrag) centraal. Intelligentie wordt doorgaans gezien als een beschermende factor tegen een criminele levensloop. Lage intelligentie brengt een aantal risicofactoren met zich mee, zoals gemakkelijke beïnvloedbaarheid, impulsiviteit, onvermogen om behoeftebevrediging uit te stellen en dergelijke. Dit beeld wordt bevestigd door het lage IQ van een aanzienlijk deel van de populatie van penitentiaire inrichtingen.Toch valt er meer te zeggen over het verband tussen IQ en criminaliteit. Het lijkt verstandig om een onderscheid te maken tussen enerzijds ‘commune criminaliteit’ (diefstal, inbraak, geweld, straatovervallen, kleinschalige drugshandel, verstoring openbare orde) en anderzijds de witteboordencriminaliteit, georganiseerde criminaliteit en bepaalde typen cybercrime. Laatstgenoemde vormen van criminaliteit komen minder snel in het vizier van politie en justitie en worden juist overwegend gepleegd door slimme(re) daders. De oververtegenwoordiging van mensen met een laag IQ in de penitentiaire inrichtingen lijkt dan ook deels te verklaren door de moeilijk te vermijden eenzijdigheid in de opsporing.In dit themanummer gaat de meeste aandacht uit naar de oververtegenwoordiging van licht verstandelijk beperkten (LVB’ers) in de commune criminaliteit en als justitiabelen in de strafrechtketen. Wat moeten we met dit gegeven? Welke conclusies kunnen we hieraan verbinden? En wat valt er te zeggen over de maatschappelijke positie van LVB’ers? Wordt deze steeds benarder in een technologisch hoogontwikkelde samenleving?Daarnaast zijn er aanwijzingen dat LVB’ers, als ze eenmaal in een justitiële setting beland zijn, het moeilijker hebben dan andere gedetineerden of verdachten. In hoeverre zou er meer rekening moeten worden gehouden met hen in bijvoorbeeld verhoorsituaties, gevangenisregimes en programma’s voor behandeling en recidivepreventie, en hoe dan?Een ander onderwerp is de maat die voor intelligentie is ontwikkeld: IQ. Er is veel kritiek op de grote invloed die IQ-tests hebben op de verdere ontwikkeling van bijvoorbeeld schoolcarrières, maar ook op hulpverleningstrajecten waar mensen al dan niet toegang toe hebben. Ook zijn de meningen verdeeld over de vraag of intelligentie vooral afhankelijk is van genetische aanleg of dat ook de omgeving veel invloed heeft op de hoogte van het IQ. Voorts is er in dit themanummer in twee bijdragen aandacht voor de betrokkenheid van hoog intelligente personen bij criminaliteit.