Recent Submissions

  • Effect van COVID-19 op de strafrechtketen

    Moolenaar, D.; Choenni, S. (WODC, 2021-10-18)
    Hoewel het verleidelijk is om de hele afname van de productie en de voorraadproblematiek aan COVID-19 te wijten, is de vraag of dit terecht is. De hoofdvraag van dit rapport is dan ook wat het netto-effect van COVID-19 op de strafrechtketen is geweest? In dit rapport beoordelen we het effect van de COVID-19-maatregelen op de criminaliteit en de strafrechtketen. Ten eerste wordt het effect van COVID-19 op criminaliteit ingeschat door middel van een tijdreeksanalyse op criminaliteitsgegevens, resulterend in een aantal geschatte tijdreeksmodellen. Ten tweede wordt met de geschatte modellen een voorspelling zonder COVID-19-effecten gemaakt, die vervolgens wordt afgezet tegen de werkelijke criminaliteit in 2020 en 2021. Tot slot worden met het Prognosemodel Justitiële Ketens de langetermijneffecten van het kleinere aantal verdachten, verschuivingen binnen delictcategorieën, het inhalen van de achterstanden bij de rechtbanken en de gewijzigde economische ontwikkelingen op de rest van de strafrechtketen bepaald.
  • Criminaliteit en rechtshandhaving 2020 - Ontwikkelingen en samenhangen

    Meijer, R.F. (red.); Moolenaar, D.E.G. (red.); Choenni, R. (red.); Braak, S.W. van den (red.) (WODC, 2021-10-18)
    De publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving brengt ontwikkelingen in en samenhangen tussen criminaliteit en rechtshandhaving in kaart. Deze 19e editie richt zich daarbij met name op de periode 2010 tot en met 2020. Deze editie staat weer boordevol informatie over de aard en omvang van de criminaliteit in Nederland, welk deel hiervan wordt opgespoord, de strafrechtelijke reactie die justitie hierop heeft, de tenuitvoerlegging van opgelegde sancties en ontwikkelingen die zich hierin hebben voorgedaan. Verder worden de uitgaven gemoeid met sociale veiligheid beschreven. Ten slotte is er aandacht voor de ontwikkelingen in internationaal perspectief. C&R is oorspronkelijk door WODC en CBS opgezet. Sinds 2011 werkt de Raad voor de rechtspraak aan deze publicatie mee en in de onderhavige editie C&R 2020 ook de politie en het Openbaar Ministerie, waardoor de expertise verder is verbreed. C&R 2020 omvat de strafrechtsketencijfers inclusief het eerste jaar van de COVID-19-pandemie. C&R beschrijft de ontwikkelingen in de vorm van jaarcijfers. Wat zich qua ontwikkelingen afspeelt in de afzonderlijke maanden binnen het jaar blijft daarmee buiten beeld. Mogelijke verbanden met COVID-19 komen alleen aan de orde voor zover daar voldoende aanwijzingen voor zijn. Een parallel aan deze editie te verschijnen WODC-publicatie (zie: link hiernaast) gaat meer in detail in op het effect van de COVID-19-pandemie op de criminaliteit en de strafrechtsketen. De publicatie 'Criminaliteit en rechtshandhaving 2020' is ook terug te vinden op de websites van het CBS en de Raad voor de rechtspraak. Daarnaast is de publicatie beschikbaar op het digitale platform www.criminaliteitinbeeld.nl, een initiatief gedragen door het WODC, het CBS, de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie. Een overzicht van vorige edities van C&R is te vinden op de speciale webpagina 'Criminaliteit en rechtshandhaving' (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse strafrechtsysteem 3. Criminaliteit en slachtofferschap 4. Misdrijven en opsporing 5. Vervolging 6. Berechting 7. Tenuitvoerlegging van sancties 8. De strafrechtsketen in samenhang 9. Overtredingen 10. Uitgaven aan sociale veiligheid 11. Nederland in internationaal perspectief
  • Opsporen, vervolgen en tegenhouden van cybercriminaliteit

    Eeden, C.A.J. van den; Berkel, J.J. van; Lankhaar, C.C.; Poot, C.J. de (WODC, 2021-10-18)
    Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de aanpak van geavanceerde vormen van cybercriminaliteit door politie en OM. Daarnaast is gekeken in hoeverre het opsporingsonderzoek bijdroeg aan een betere informatiepositie jegens (in het online domein vaak anonieme) verdachten en hun modus operandi en hoe deze informatie kon worden gebruikt om acties te verrichten, die niet alleen gericht zijn op opsporing en vervolging van verdachten maar ook op het tegenhouden van illegale online activiteiten. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Juridisch kader, 3. De integrale aanpak van cybercriminaliteit door politie en OM, 4. Opsporingsonderzoeken naar cybercriminaliteit, 5. Publiek-private samenwerking, 6. Dilemma’s bij de aanpak van cybercriminaliteit, 7. Slotbeschouwing.
  • State-of-the-art onderzoek Statelijke Dreigingen - Eindrapport

    Frerks, G.; Eckeveld, M. van; Koeleman, S.; Kool, M.; Palm, T.; Sanders, D.; Vane, E. (War Studies Research Center – Faculteit Militaire Wetenschappen, Nederlandse Defensie Academie, 2021-10-14)
    De doelstelling van het onderhavige onderzoek is om een eerste literatuurscan te maken van het wetenschappelijke onderzoeksveld van statelijke dreigingen, de onderwerpen die daarbinnen aan de orde komen, de onderbelichte onderwerpen waarvan wordt gesuggereerd dat zij meer aandacht verdienen en de status van de literatuur (omvang en zo mogelijk kwaliteit). In dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Welke onderwerpen op het gebied van statelijke dreigingen zijn volgens de onderzoekers in welke mate van belang, in welke mate onderzocht, en met welke kwaliteit? 2. Vallen deze onderwerpen binnen het aandachtsgebied van de NCTV? 3. Hoe kunnen deze onderwerpen in fase 2 worden onderzocht? 4. Welke onderzoeksvragen voor fase 2 komen naar voren? Het onderzoek in uitgevoerd in drie stappen: selectie, screening en analyse van de literatuur. In totaal zijn 2905 wetenschappelijke artikelen afkomstig uit 19 tijdschriften en 29 special issues gescreend hetgeen 1000 artikelen opleverde die relevante informatie over statelijke dreigingen bevatten. Deze artikelen zijn verder geanalyseerd op dreigingssubject, -object en -mechanisme. INHOUD: 1. Inleiding, probleemstelling en onderzoeksvragen 2. Methode van onderzoek en werkwijze 3. Hoofdbevindingen 4. Beantwoording van de onderzoeksvragen 5. Deelstudies Dreigingsmechanismen
  • Jeugd(beschermings)recht en vreemdelingenrecht - Een juridisch-empirische analyse

    Nissen, L.L.M.; Sportel, I.D.A.; Huijer, J.; Terlouw, A.B.; Zwaan, K.; Butter, T.; Glasgow, Y. (Radboud Universiteit Nijmegen - Centrum voor Migratierecht (CMR), 2021-10-13)
    Aanleiding voor dit onderzoek vormden spanningen die kunnen bestaan tussen het (jeugd)beschermingsrecht en het vreemdelingenrecht, zoals deze bijvoorbeeld naar voren zijn gekomen in de gebeurtenissen omtrent de casus van de Armeense kinderen.1 Het onderzoek bestond uit twee delen 1) de algemene wettelijke kaders en beleidskaders; 2) de knelpunten in de praktijk, met een nadere uitwerking van wettelijke en beleidsnormen in (een selectie van) deze knelpunten. Het onderzoek had als doel inzicht te bieden in (de combinatie van) het jeugd(beschermings)recht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen. Er is onderzocht waar spanningen of knelpunten tussen beide rechtsgebieden optreden, zowel op het niveau van wet- en regelgeving als in de uitvoeringspraktijk. Daarbij is onder meer bekeken of, en zo ja in hoeverre, rechtsnormen uit het ene rechtsgebied prevaleren over rechtsnormen uit het andere rechtsgebied. Waar het prevaleren van rechtsnormen niet op heldere wijze uit de wet- en regelgeving voortvloeit, zijn andere (praktijkgerichte) oplossingsrichtingen verkend. De probleemstelling van het onderzoek luidt: Welke zijn de (potentieel) conflicterende en/of spanningsvolle onderdelen of aspecten in de wet- en regelgeving voor het jeugdbeschermingsrecht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen, zowel op het niveau van de wet- en regelgeving als voor de uitvoering in de praktijk en in hoeverre blijkt uit de wet- en regelgeving welk recht prevaleert? Hoe kunnen de (ervaren) spanningen en conflicten worden opgelost in situaties waarin niet uit de wet- en regelgeving blijkt welk recht prevaleert en wat is hiervoor nodig? INHOUD: 1. Introductie 2. Jeugd(beschermings)recht: relevante regelgeving en de rol van jeugdrechtelijke instanties 3. De positie van het kind in het vreemdelingenrecht 4. Kernbevoegdheden en taken van gecertificeerde instellingen, RvdK, IND en DT&V 5. Tussenconclusies en beantwoording van deelvragen 6. De uiteenlopende juridische posities van kinderen die wel, en kinderen die niet onder toezicht zijn gesteld 7. Duurzame oplossingen voor uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige vreemdelingen: adequate opvang, buitenschuld en de rolverdeling tussen de betrokken actoren 8. Conclusies
  • Kosten en bereik van het waarschuwings- en alarmeringssysteem - Een analyse van het WAS vanuit het denkkader van een MKBA

    Korf, W.; Nijhof, W.; Rij, C. van (Cebeon, 2021-10-13)
    De overheid heeft de plicht om, in geval van een ramp of crisis, de burger informatie te verschaffen over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van de ramp of crisis die een gebied bedreigt of treft, alsmede over de daarbij te volgen gedragslijn. Om aan deze verplichting te voldoen, is het noodzakelijk zoveel mogelijk burgers te alarmeren en informeren. Op dit moment kunnen twee landelijke systemen worden ingezet in het geval van een ramp of crisis: het WAS (Waarschuwings- en Alarmeringssysteem) en NL-Alert. Daarnaast heeft het lokale/regionale gezag nog andere crisiscommunicatiemiddelen tot haar beschikking, zoals lokale/regionale rampenzenders op radio en tv, het publieksinformatienummer 0800–1351, www.crisis.nl, eigen websites, sociale media en/of geluidswagens. De minister van Justitie en Veiligheid is sinds 2014 voornemens het WAS uit te faseren. De minister heeft hiervoor twee redenen aangegeven1. Ten eerste heeft het WAS slechts een beperkte operationele waarde, aangezien er geen informatie over de situatie of alternatief handelingsperspectief kan worden verstrekt. Ten tweede is het bereik van NL-Alert hoger dan het bereik van het WAS. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat is de toegevoegde waarde van het WAS in verhouding tot de lasten ervan en in vergelijking met de baten en lasten van andere crisiscommunicatiemiddelen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Nulalternatief en beleidsalternatieven 3. Bouwstenen voor inschatting kosten 4. Inschatting baten: bereik van WAS en NL-Alert 5. Overzicht van kosten en baten (beantwoording onderzoeksvragen)
  • Recidive onder justitiabelen in Nederland - Verslag over de periode 2008-2020

    Verweij, S.; Tollenaar, N.; Teerlink, M.; Weijters, G. (WODC, 2021-10-11)
    Het WODC brengt periodiek de strafrechtelijke recidive, i.e. nieuwe delicten gepleegd in Nederland waar een veroordeling door de rechtbank of een afdoening van het OM op volgt, onder verschillende onderzoeksgroepen in kaart. In deze rapportage staat de ontwikkeling van de recidive van de volgende onderzoeksgroepen centraal. Het gaat allereerst om alle volwassen en jeugdige daders tegen wie in de periode 2008 tot en met 2017 een strafzaak is afgedaan met een geldige afdoening. Onder volwassen daders verstaan we alle daders die volgens het volwassenenstrafrecht zijn veroordeeld en onder jeugdige daders de daders die volgens het jeugdstrafrecht zijn veroordeeld. Daarnaast wordt de recidive beschreven van personen die van 2008 tot en met 2017 zijn vrijgekomen uit een PI of JJI. Voorts wordt de recidive beschreven van daders die in de periode 2012 tot en met 2017 met de reclassering in aanraking kwamen voor het uitvoeren van een werkstraf of die een periode onder toezicht van de reclassering stonden. Nieuw in deze rapportage is dat er ook specifiek gekeken wordt naar volwassen daders die onder meer een financiële sanctie opgelegd hebben gekregen van het OM of de rechter. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit onderzoek: 1. 1 Wat zijn de achtergrondkenmerken van personen die in de periode 2008 tot en met 2017 zijn veroordeeld, zijn vrijgekomen uit een PI of een JJI, een werkstraf bij de reclassering hebben uitgevoerd of onder toezicht van de reclassering hebben gestaan? 2. Wat is het recidivebeeld van de verschillende onderzoeksgroepen over de tijd: - welk deel kwam binnen twee jaar opnieuw in aanraking met justitie (prevalentie)? - wat is het gemiddeld aantal nieuwe justitiecontacten per recidivist per jaar (frequentie)? - wat is het gemiddeld aantal nieuwe justitiecontacten per 100 daders per jaar (omvang)? - welke typen recidivedelicten werden gepleegd binnen twee jaar (soort recidive)? 3. Hoe ontwikkelt de recidive zich over de tijd onder de verschillende dadergroepen gecontroleerd voor verschillen in achtergrondkenmerken en kenmerken van de geschiedenis? 4. Welke financiële sancties werden in 2017 aan volwassen daders opgelegd: - welk deel van de daders kreeg te maken met financiële sancties en om welke typen financiële sancties ging het daarbij? - met welke straffen werden deze financiële sancties gecombineerd? 5. Wat is het recidivebeeld na geldboetes (opgelegd door het OM of de rechter) of de transactie geldsom bij volwassen daders: - welk deel kwam opnieuw in aanraking met justitie (prevalentie) en in hoeverre komt dit overeen met de voorspelde recidive op basis van achtergrondkenmerken en kenmerken van de justitiële geschiedenis? - hoe ontwikkelt de recidive zich over de tijd gecontroleerd voor verschillen in achtergrondkenmerken en kenmerken van de justitiële geschiedenis? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Recidive onder volwassen en jeugdige daders 4. Recidive onder volwassen en jeugdige ex-gedetineerden 5. Recidive onder ex-werkgestraften en ex-ondertoezichtgestelden 6. Conclusie en discussie.
  • Evaluatie ANPR-wetgeving 126jj Wetboek van Strafvordering - De wet 'vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie' geëvalueerd

    Berkel, J.J. van; Uden, A. van; Poot, C.J. de; Eeden, C.A. van den (medew.) (WODC, 2021-10)
    Op 1 januari 2019 is de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ in werking getreden. Op basis van het nieuwe artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (in de rest van het rapport aangeduid als 126jj) is het voor de politie mogelijk om door middel van daarvoor aangewezen camera’s kentekengegevens van passerende voertuigen te registreren en op te slaan voor een periode van 28 dagen. Deze gegevens kunnen gedurende deze periode worden ingezien ten behoeve van de opsporing van een misdrijf of van voortvluchtige personen. De wet bevat een evaluatie- en horizonbepaling. De bevoegdheid is in beginsel voor drie jaar van kracht, tenzij bij Koninklijk Besluit anders wordt besloten. Mede op basis van de onderhavige evaluatie wordt bepaald of de bevoegdheid zal worden gehandhaafd. De evaluatie is gebaseerd op twee monitorrapportages. Het eerste monitorrapport verscheen in 2020 (zie: link hiernaast) en het tweede monitorrapport is gelijktijdig met de onderhavige evaluatie verschenen (zie: link hiernaast). De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt als volgt: Op welke wijze wordt bij de opsporing van strafbare feiten gebruikgemaakt van kentekens die op basis van de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ worden opgeslagen en welke rol spelen deze gegevens in de opsporing? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond van de wet 3. Plaatsing en inzet van camera's 4. Vastlegging, raadpleging en verstrekking gegevens 5. Effecten van de wet 6. Conclusie.
  • Tweede monitorronde evaluatie ANPR-wetgeving 126jj Wetboek van Strafvordering - De wet 'vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie' twee jaar in werking

    Berkel, J.J. van; Uden, A. van; Poot, C.J. de; Eeden, C.A. van den (medew.); Lankhaar, C.C. (medew.) (WODC, 2021-10)
    Op 1 januari 2019 is de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’1 in werking getreden. Op basis van het nieuwe artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (in de rest van het rapport aangeduid als 126jj) is het voor de politie mogelijk om door middel van daarvoor aangewezen camera’s kentekengegevens van passerende voertuigen te registreren en op te slaan voor een periode van 28 dagen. Deze gegevens kunnen gedurende deze periode worden ingezien ten behoeve van de opsporing van een misdrijf of van voortvluchtige personen. De wet bevat een evaluatie- en horizonbepaling. De bevoegdheid is in beginsel voor drie jaar van kracht, tenzij bij koninklijk besluit anders wordt besloten. Op basis van de evaluatie wordt bepaald of de bevoegdheid zal worden gehandhaafd. De uiteindelijke evaluatie (zie: link hiernaast) is gebaseerd op twee monitorrapportages. Het onderhavige onderzoek betreft het tweede monitorrapport en richt zich vooral op nieuwe elementen die in het eerste monitorjaar niet waren belicht zoals de uitvoering van de wet door de Koninklijke Marechaussee (KMar), de afhandeling van internationale verzoeken en een nieuwe selectie van opsporingszaken waarin gebruik is gemaakt van 126jj. Het eerste monitorrapport verscheen in 2020 (zie: link hiernaast). De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek is als volgt: Op welke wijze wordt in de opsporing gebruikgemaakt van kentekens die op basis van de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ worden opgeslagen en welke rol spelen deze gegevens in de opsporing? INHOUD: 1. Inleiding 2. ANPR-camera's in het kader van 126jj 3. 126jj in de praktijk 4. Opsporingsproces 5. Conclusie
  • Geloof en liefde onder het vergrootglas van de IND - Evaluatie van de wijzigingen in de geloofwaardigheidsbeoordeling van asielaanvragen met een bekerings- of lhbti-motief

    Boekhoorn, P.; Severijns, R. (BBSO, 2021-10)
    In deze evaluatie is onderzocht hoe de aanpassingen van de werkinstructies en de deskundigheidsbevorderende maatregelen zijn opgezet (planevaluatie) en uitgevoerd (procesevaluatie). Voor de planevaluatie zijn gesprekken gevoerd met beleidsambtenaren, wetenschappers en deskundigen van externe organisaties. In de procesevaluatie staan de ervaringen van uitvoerende ambtenaren van de IND centraal. Daarnaast zijn interviews afgenomen met advocaten en maatschappelijke organisaties en is een analyse van dossiers uitgevoerd, om zo door middel van triangulatie de ervaringen van IND-medewerkers in perspectief te plaatsen. Het evaluatieonderzoek geeft antwoord op de volgende vragen: 1. Welke inhoudelijke en organisatorische wijzigingen zijn ten aanzien van de geloofwaardigheidsbeoordeling van asielaanvragen met een bekerings- en/of lhbti-motief in juli 2018 door de staatssecretaris aangekondigd? Zijn hier in een later stadium nog aanvullingen op gekomen? 2. Op welke wijze wordt verondersteld dat deze wijzigingen bijdragen aan de kwaliteit (i.c. evenwichtige onderbouwing) van de beoordeling van asielaanvragen met een bekerings- en/of lhbti-motief? Worden deze assumpties ondersteund door bestaande kennis en inzichten? 3. Op welke wijze zijn de aangekondigde wijzigingen in de geloofwaardigheidsbeoordeling van deze asielaanvragen in de praktijk uitgevoerd? 4. Wat zijn de ervaringen van betrokkenen met de doorgevoerde wijzigingen? Zijn er aanwijzingen dat de doorgevoerde wijzigingen de gepercipieerde kwaliteit van de beoordelingen bevorderen (of juist niet)? 5. Zijn er knelpunten in relatie tot de opzet en/of uitvoering van de wijzigingen in de werkinstructies en de betreffende deskundigheidsbevordering voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van asielaanvragen met een bekerings- en/of lhbti-motief? INHOUD: 1. Inleiding 2. Doel en aanpak van de evaluatie 3. Beoordeling geloofwaardigheid asielaanvragen met lhbti- of bekeringsmotief; de beleidescontext 4. Planevaluatie van werkinstructies beoordeling geloofwaardigheid lhbti- en bekeringsaanvragen 5. Procesevaluatie van opzet en uitvoering werkinstructies en trainingen 6. Conclusies
  • National Risk Assessment on Money Laundering and Terrorist Financing 2021 - Bonaire, Sint Eustatius and Saba

    Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2021-10)
    In 2017 and 2019/2020, the WODC Research and Documentation Centre conducted a National Risk Assessment (NRA) in the areas of money laundering and terrorist financing for the European part of the Netherlands. In 2017/2018, the WODC conducted a separate NRA for the Caribbean Netherlands – Bonaire, Sint Eustatius and Saba (or the BES islands) – in the fields of money laundering and terrorist financing (See link). A second NRA on Money Laundering and Terrorist Financing has now been carried out for the Caribbean Netherlands, which aims to identify the greatest risks in the field of money laundering and terrorist financing. This concerns the risks with the 'greatest residual potential impact', or the impact that remains after taking into account the preventive and/or mitigating effect (the 'resilience') of the policy instruments that target these threats. To this end, the threats with the greatest potential impact have been identified, and estimates have been made of the impact that these threats may have and the resilience of the policy instruments. CONTENT: 1. Introduction 2. Research methodology 3. What makes the Carribbean Netherlands vulnerable to money laundering? 4. Insight into the largest threats in the field of money laundering 5. Resilience of the policy instruments 6. Largest money-laundering risks in de Caribbean Netherlands 7. Conclusions
  • De (blijvende) gevolgen van de coronacrisis

    Kruisbergen, E.; Haas, M.; Es, L. van; Snijders, J.; Coomans, A.; Deuren, S. van; Dijk, M. van; Weijer, S. van de; Blokland, A.; Baak, C.; et al. (WODC, 2021-09-29)
    ARTIKELEN: 1. Edwin Kruisbergen, Marco Haas, Lisa van Es en Joanieke Snijders - De pandemie als criminologisch experiment. De ontwikkeling van de criminaliteit tijdens een jaar coronamaatregelen 2. Anne Coomans, Sjoukje van Deuren, Meintje van Dijk, Steve van de Weijer, Arjan Blokland, Carlijn van Baak, David Kühling, Rosanne Bombeld en Veroni Eichelsheim - Stay home, stay safe? De gevolgen van COVID-19-maatregelen op huiselijk geweld in Nederland 3. Joska Appelman, Kiki Bijleveld, Peter Ejbye-Ernst, Evelien Hoeben, Lasse Liebst, Cees Snoek, Dennis Koelma en Marie Rosenkrantz Lindegaard - Naleving van gedragsmaatregelen tijdens de COVID-19-pandemie 4. Peter Klerks - Misleiding tijdens de coronapandemie. Over nepnieuws, complotdenken en maatschappelijke ontvankelijkheid 5. Eddy Bauw, Yasemin Glasgow, Anne Janssen en Marc Simon Thomas - Rechtspleging in jeugdbeschermingszaken tijdens de coronacrisis. Een verslag van lopend onderzoek 6. Roos de Wildt - Sekswerk ten tijde van corona. De impact van de lockdown op sekswerkers SAMENVATTING: Anderhalf jaar na het begin van de coronapandemie in Nederland staat Justitiële verkenningen stil bij de gevolgen van deze crisis. De pandemie heeft bovenal veel persoonlijk leed veroorzaakt, zowel bij direct getroffenen als hun naasten. Het virus, en dan vooral de maatregelen die ter bestrijding ervan wereldwijd zijn ingevoerd, heeft echter een veel bredere uitwerking. De regering trof maatregelen die sinds de Tweede Wereldoorlog ongekend zijn. Onderwijsinstellingen gingen dicht. Bedrijven sloten hun deuren. Het onderling contact tussen mensen werd ingeperkt en voor zover het plaatsvond moesten verschillende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. Binnen Justitie kreeg de politie ondermeer te maken met de handhaving van de anderhalvemetermaatregel en de avondklok. Wat is de invloed geweest van de ingevoerde maatregelen op het werkterrein van justitie? Wat valt er te leren uit de afgelopen periode? Zijn er ook blijvende gevolgen van de coronacrisis? En hoe die gevolgen te beoordelen? Dergelijke vragen staan centraal in dit themanummer van Justitiële verkenningen, waarin de resultaten van verschillende (doorlopende) onderzoeken worden besproken.
  • Verkenning naar aanpak bestrijding van veelplegers van faillissementsfraude

    Beke, M.; Swart, L. de; Hoog, G. op 't; Ritmeester, Y.; Kabki, A.; Ortiz Aldana, F.; Bollen, W. (Ecorys, 2021-09-27)
    Om beter inzicht te verkrijgen in de aard en omvang van de groep van veelplegers in de faillissementsfraude en hun modus operandi, is onderzoek uitgevoerd naar deze groep. Tevens heeft deze studie tot doel om inzichtelijk te maken op welke wijze veelplegers van faillissementsfraude momenteel door de verschillende actoren betrokken in de aanpak worden bestreden en hoe die aanpak kan worden verbeterd. Hierbij wordt met name aandacht besteed aan de (on)mogelijkheden van proactief signaleren en volgen van individuele veelplegers binnen de kaders van de rechtstaat. Hiertoe staan de volgende twee hoofdvragen centraal: Hoofdvraag 1 : In hoeverre zijn er mogelijkheden om beroepsfraudeurs c.q. veelplegers in de faillissementsfraude te detecteren en het risico op recidive vroegtijdig te kunnen signaleren? Hoofdvraag 2: Hoe kan de huidige aanpak van veelplegers van faillissementsfraude worden verbeterd als het gaat om detectie, interventies, samenwerking, informatiedeling en wetgeving? INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridisch kader en beleidstheorie 3. Veelplegers van faillissementsfraude 4. Omvang van de groep veelplegers van faillissementsfraude 5. Actoren en hun rol in de aanpak 6. Conclusie
  • Een onzekere toekomst - Kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van afgewezen (ex-)alleenstaande minderjarige vreemdelingen en opvangouders met toekomstige begeleiding

    Kulu-Glasgow, I.; Meer, M. van der; Smit, M.; Noyon, S.M. (WODC, 2021-09-24)
    In 2016 werd een nieuw opvangmodel voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) van kracht. Het model wordt gekenmerkt door kleinschaligheid en begeleiding naar toekomstperspectief: jongeren van wie de asielaanvraag is ingewilligd en jongeren van wie deze is afgewezen worden, anders dan de situatie onder het oude model, apart opgevangen. Het onderhavige onderzoek had als doel meer zicht te krijgen op hoe AMV’s wier asielverzoek is afgewezen de begeleiding onder het nieuwe opvangmodel ervaren en wat hun ideeën zijn over de toekomst. De onderzoeksvragen luidden: 1. Wat zijn de ervaringen van jongeren van wie de asielaanvraag is afgewezen met de opvang en de (toekomstgerichte) begeleiding? 2. Past de begeleiding die ze krijgen bij hun behoeften? 3. Wat zijn hun ideeën over de toekomst (o.a. m.b.t verblijf in Nederland of terugkeer naar het land van herkomst)? INHOUD: 1. Inleiding, 2. AMV's en ex-AMV's over KWV's, mentoren en voogden, 3. Begeleiding in opvanggezinnen, 4. Conclusies
  • Halt voor jongvolwassenen - Evaluatie pilot Halt 18+

    Lünnemann, K.; Wildt, R. de; Anholt, R.; Compagner, M. (Verwey-Jonker Instituut, 2021-09-20)
    In de periode november 2019 - maart 2021 hebben 64 jongvolwassenen (bijna allemaal in de leeftijd van 18 of 19 jaar) een Halt-afdoening gekregen. Dit aantal is beneden de verwachtingen, (mogelijk) door coronamaatregelen en onbekendheid van de pilot bij politie en het Openbaar Ministerie. Uit het onderzoek blijkt dat betrokkenen bij de pilot voorstander zijn van de mogelijkheid van een Halt-afdoening (als pedagogische interventie) voor jongvolwassen delictplegers. Uit het onderzoek blijkt tevens dat de Halt-interventie voor jongvolwassenen bij voortzetting doorontwikkeling behoeft. INHOUD: 1. Inleiding 2. Implementatie en uitvoering van de pilot 3. Jongvolwassenen en hun sociale context 4. Werkzame elementen interventies jongvolwassenen 5. Halt 18+ meer dan een pilot? 6. Samenvatting en conclusie 7. Summary 8. Literatuur
  • Evaluatie projecten 'Detentie lokaal en flexibel

    Kuin, M.; Verbeek, E.; Mulder, E.; Homburg, G. (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-09-17)
    Het doel van dit onderzoek is om de vijf projecten, gericht op lokale en flexibele detentie, te evalueren en te ondersteunen in hun doorontwikkeling, en om een basis te leggen voor een toekomstige effect-evaluatie. Concreet biedt het onderzoek: - inzicht in de gestelde doelen, opzet en werkzame elementen van de vijf projecten; - (tussentijdse) suggesties ter verbetering en doorontwikkeling van de projecten; - indicatoren voor een toekomstige proces- en effectevaluatie van de projecten; - inzicht in de realisatie, knelpunten, succesfactoren en leerpunten van de projecten. Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen: A. De planevaluaties en indicatoren voor toekomstige evaluaties. B. Evaluatie van de realisatie en leerpunten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Planevaluaties 3. Evaluatie realisatie en leerpunten 4. Samenvatting en conclusies
  • De positie van concurrente schuldeisers in faillissement - Een verkennend onderzoek naar de positie van concurrente (mkb-)schuldeisers in faillissement en de mogelijkheden deze te verbeteren

    Karapetian, A.; Lennarts, M.L.; Verstijlen, F.M.J. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2021-09-16)
    Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen wat de huidige positie van concurrente (mkb-)schuldeisers in faillissement is en wat denkbare maatregelen zijn om die positie te verbeteren. Het onderzoek beoogt niet om aanbevelingen te doen, maar strekt ertoe te analyseren welke voor- en nadelen kleven aan de verschillende denkbare maatregelen. In het onderzoek hebben de volgende vragen centraal gestaan: 1. Wat is de huidige positie van het midden- en kleinbedrijf (mkb) en concurrente schuldeisers in faillissement? 2. Welke specifieke maatregelen kunnen worden getroffen om de positie van concurrente crediteuren en mkb-bedrijven te verbeteren in faillissement? Hierbij is ingegaan op gelijksoortige maatregelen die in Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk van kracht zijn of in het verleden zijn geweest. In elk van die rechtstelsels bestaat een variant van ten minste een van de maatregelen die de positie van de concurrente schuldeisers, waaronder mkb-bedrijven, kunnen verbeteren.
  • Voorbereiding evaluatie Wet straffen en beschermen

    Homburg, G.; Homburg, G. (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-09-10)
    De Wet straffen en beschermen (verder: Wet senb) treedt op 1 juli 2021 in werking. Centrale thema’s zijn de aanpassing van de voorwaardelijke invrijheidstelling (verder: v.i.) bij langere vrijheidsstraffen, een systeem van straffen en belonen in detentie en een verder versterkte inzet op vermindering van recidive. Om de evaluatie voor te bereiden en daarmee tevens inzicht te geven in het evaluatiekader heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) besloten om een voorbereidend onderzoek uit te laten voeren. Dit onderzoek is dus niet de evaluatie zelf, maar blikt daarop vooruit en beoogt te bevorderen dat er een goede kennisbasis voor de latere evaluatie is. Het onderzoek heeft vier onderdelen: • opstellen van de beleidslogica van het visiedocument en de wet, die een basis legt voor de vraagstelling van de latere evaluatie en waaruit de informatiebehoefte voor evaluatie en monitoring wordt afgeleid; • vooruitblikken op de opzet en de inhoud van de evaluatie van de Wet senb, met aandacht voor de gegevens die in de komende jaren over de uitvoering, de voortgang en de resultaten beschikbaar komen en die voor de evaluatie gebruikt kunnen worden; • afleiden van indicatoren voor het meten van de implementatie en de uitvoering van de maatregelen uit het visiedocument en de wet en de mate waarin (tussentijdse) doelen worden bereikt; • uitvoeren van een nulmeting aan de hand van de indicatoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidslogica 3. Vooruitblik evaluatie Wet senb en Visie 4. Nulmeting 5. Samenvatting en conclusie
  • In uitvoering - Een analyse van het op statushouders gerichte beleid en wat er nodig is om dit beleid te verbeteren

    Dagevos, J.; Schans, D.; Uiters, E. (SCP, 2021-09-09)
    Deze policy brief is het sluitstuk van een meerjarig onderzoeksproject over de positie en leefsituatie van statushouders die vanaf 2014 naar Nederland zijn gekomen. Deze policy brief is gericht aan gemeenten omdat zij verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wet. Daarnaast richt de brief zich op de landelijke overheid, die verantwoordelijk is voor de vormgeving en financiële randvoorwaarden van het inburgerings- en opvangbeleid. (zie hiernaast: link naar de SCP-Policy brief)
  • Onderzoek toepassing artikel 13b Opiumwet

    Bruijn, L.M.; Vols, M. (Rijksuniversiteit Groningen - Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid (COOV), 2021-09)
    In 1999 werd artikel 13b Opiumwet – ook wel de Wet Damocles genoemd – ingevoerd met als doel de burgemeester te voorzien in de mogelijkheid om op te treden tegen drugshandel in of nabij voor-publiek-toegankelijke lokalen. De wet bleek zo doelmatig dat het toepassingsbereik van de bevoegdheid in 2007 werd uitgebreid tot woningen. Sindsdien is de burgemeester bevoegd om ten aanzien van woningen en voor-het-publiek-toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een last onder bestuursdwang op te leggen indien soft- of harddrugs worden ‘verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig’ zijn. In de praktijk kan het toepassen van de bevoegdheid leiden tot de sluiting van een pand5 of perceel, een last onder dwangsom of een waarschuwing. De vier hoofdvragen van het onderzoek luiden als volgt: 1) Hoe wordt de bevoegdheid uit artikel 13b Opiumwet toegepast door burgemeesters? 2) Wat zijn de gevolgen van de toepassing? 3) Welke rechtsmiddelen worden hoe vaak aangewend tegen toepassing van de bevoegdheid? 4) Hoe oordelen rechters in (hoger) beroepszaken over de toepassing van de bevoegdheid in artikel 13b Opiumwet? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Het beoordelingskader van de afdeling: rechterlijke toetsing van artikel 13b lid 1 onder A Opiumwet, 3. Het beoordelingskader van de afdeling: rechterlijke toetsing van artikel 13b lid 1 onder B Opiumwet, 4. Artikel 13b Opiumwet in cijfers: analyse van enquêtegegevens, 5. Artikel 13b Opiumwet in cijfers: analyse van de rechtspraak, 6. Artikel 13b Opiumwet in de praktijk: analyse van casestudies en interviews, 7. Conclusie

View more