Recent Submissions

  • Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2022

    Akkermans, M.; Derksen, E.; Moons, E.; Wingen, M.; Kloosterman, R. (CBS, 2023-01-13)
    Hoeveel Nederlanders zijn in 2022 slachtoffer geweest van huiselijk geweld en van seksueel grensoverschrijdend gedrag? Wie zijn de plegers van dit geweld? Wat zijn de gevolgen ervan voor het slachtoffer? Praten ze over hun ervaringen? En hoe heeft het slachtofferschap van huiselijk geweld en van seksueel grensoverschrijdend gedrag zich tussen 2020 en 2022, een periode waarin de coronapandemie domineerde, ontwikkeld? Deze vragen, en nog meer, worden in deze Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (PHGSG) 2022 beantwoord. De PHGSG heeft als doel de jaarprevalentie van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland systematisch in beeld te gaan brengen, en ook te onderzoeken of de jaarprevalentie in de tijd aan verandering onderhevig is. Na de eerste meting in 2020 (zie link hiernaast) is dit de eerste vervolgmeting. In 2024 zal een tweede vervolgmeting plaatsvinden; over herhaling in 2026 en 2028 wordt op een later moment besloten. Dit onderzoek van 2022 zal de kortetermijnontwikkelingen in beeld brengen en het onderzoek van 2024 en die van de eventuele volgende jaren zullen langetermijntrends in de ontwikkeling van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag zichtbaar kunnen maken. INHOUD Inleiding Verbale agressie in huiselijke kring Fysiek geweld in huiselijke kring Dwingende controle in huiselijke kring Stalking door ex-partner Offline seksuele intimidatie Online seksuele intimidatie Fysiek seksueel geweld Aanvulleden thema's Totaalbeeld huiselijk geweld en grensoverschijdend gedrag Maatschappelijke context onderzoek: corona en media-aandacht Conclusies en aanbevelingen
  • Evaluatie wet uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het strafproces

    Kragting, M.; Augusteijn, F.; Elbers, N.; Waardt, M. de; Beijers, J.; Pemberton, A.; Kunst, M. (Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), 2022-12-29)
    Dit onderzoek betreft een empirische evaluatie van een van de slachtofferrechten: het onbelemmerde spreekrecht. Slachtoffers mogen zich sinds juli 2016 onbelemmerd uitlaten over de onderwerpen die zij graag willen bespreken. Zij mogen zich dus over de gevolgen van het misdrijf, maar ook over de schuld van de verdachte, het bewijs, de op te leggen sanctie en hoe zij het strafproces ervaren. Deze evaluatie is erop gericht om te onderzoeken in welke mate de uitbreiding van het spreekrecht tegemoet is gekomen aan de behoefte van slachtoffers om zich meer te uiten. Daarnaast is het doel te achterhalen of het onbelemmerde spreekrecht negatieve effecten heeft. De centrale onderzoeksvraag in dit evaluatieonderzoek is: Wat is het verloop van en hoe zijn de ervaringen met het onbelemmerd spreekrecht? INHOUD Introductie Literatuuronderzoek Rechtbankobservaties Slachtofferverklaringen en vonnissen Vragenlijstonderzoek Interviews met professionals Interviews slachtoffers Conclusie en discussie
  • Deelevaluatie vier maatregelen weigeraanpak

    Verbeek, E.; Haalen, D. van; Homburg, G.; Kuin, M.; Braakman, M. (medew.) (Regioplan, 2022-12-28)
    Het komt regelmatig voor dat verdachten medewerking aan gedragskundig onderzoek weigeren, in het bijzonder bij het klinisch gedragskundig onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC). Hier worden ver-dachten van ernstige delicten onderzocht aan wie mogelijk een tbs-maatregel kan worden opgelegd. Om weigeren van medewerking aan gedragskundig onderzoek tegen te gaan, heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) een ‘weigeraanpak’ ontwikkeld, met als doelstellingen: veiliger maken van de maatschappij ten aanzien van weigerende verdachten; terugdringen van het aantal weigeraars; terugdringen van het effect van weigeren. De ‘weigeraanpak’ bestaat uit diverse onderdelen die onderzocht worden in een aantal deelonderzoeken. Deze rapportage doet verslag over één van de deelonderzoeken naar de wetswijzigingen en de (ongewenste) neveneffecten daarvan. Daartoe zijn vier maatregelen uit de weigeraanpak (gedeeltelijk) geëvalueerd: de regeling weigerende observandi (hierna: de regeling); de aanscherping van het begrip ‘stoornis’; de verduidelijking van het risicocriterium; de aanpassing van de rechtspositie van tbs-gestelden. Binnen de evaluatie zijn de implementatie, uitvoering, neveneffecten en knelpunten van de vier maatregelen onderzocht. Daarnaast is de bijdrage van de vier maatregelen aan de doelen van de weigeraanpak geëvalueerd en zijn mogelijke aanpassingen van de vier maatregelen die het doelbereik zouden kunnen vergroten geïnventariseerd. Dit onderzoek omvat geen evaluatie van de effecten van de vier maatregelen. INHOUD Inleiding Implementatie van de vier maatregelen Uitvoering en doelbereik van de vier maatregelen Samenvatting en conclusie
  • Inzichten in de effectiviteit van preventieve instrumenten in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit

    Pardal, M.; Eekelschot, L.; Hoorens, S.; Blondes, E.-L. (Rand Europe, 2022-12-27)
    Georganiseerde criminaliteit vormt een bedreiging voor de veiligheid van de maatschappij en de integriteit van het openbaar bestuur. Hoewel preventieve maatregelen doeltreffend kunnen zijn bij de preventie van bepaalde soorten criminaliteit, is weinig bekend over de daadwerkelijke effectiviteit van de instrumenten die georganiseerde criminaliteit zouden moeten voorkomen. Er is daarom behoefte aan meer inzicht in wat binnen- en buitenlandse wetenschappelijke literatuur rapporteert over de effectiviteit van preventieve instrumenten tegen georganiseerde criminaliteit. Dit onderzoek richt zich op de preventie van georganiseerde criminaliteit en in het bijzonder op de volgende drie aan georganiseerde criminaliteit verbonden activiteiten: 1) drugsproductie en -handel, 2) wapenhandel en -smokkel, en 3) mensenhandel en -smokkel. Bovendien zijn alleen studies meegenomen waarin duidelijk wordt aangegeven dat de daarin beschreven instrumenten een beoogd preventief doel hebben, ook als de maatregelen daarnaast nog een ander doel dienen. Daarnaast willen we met deze studie in de eerste plaats de beschikbare literatuur over de effectiviteit van de toepassing van preventieve instrumenten in kaart brengen. Het onderzoek is dan ook uitsluitend gericht op studies die de effectiviteit van de preventieve instrumenten op dit gebied (en met betrekking tot de belangrijkste criminele activiteiten in kwestie) trachtten te evalueren of te bestuderen. INHOUD Introductie De aanpak van georganiseerde criminaliteit in Nederland Theoretische onderbouwing van de preventie van georganiseerde criminaliteit Methodische aanpak van het onderzoek De geëvalueerde preventieve instrumenten in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit: bevindingen van de literatuurstudie Uitdagingen bij de evaluatie van de preventieve aanpak van georganiseerde criminaliteit Conclusies
  • Onbenut potentieel - Kwalitatief onderzoek naar werkzame factoren in de opzet en uitvoering van de maatregel plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD)

    Martinelli, Th.; Struijk, S.; Barendregt, C.; Wolf, M. van der (Onderzoeksinstituut IVO, 2022-12-27)
    Onderzocht is hoe de ISD-maatregel tot stand is gekomen, wat de aannames zijn achter het wettelijk kader en het beleid, hoe die aannames zich verhouden tot de literatuur en wat dit betekent voor de uitvoering en mogelijke werkzaamheid van de maatregel. Kern van de onderzoeksbevindingen is dat er onduidelijkheid bestaat over het doel van de ISD. Deze maatregel behelst namelijk twee doelen met ieder een eigen perspectief. Aan de ene kant het kortetermijnperspectief: het beschermen van de samenleving tegen de criminaliteit en overlast afkomstig van stelselmatige daders, door opsluiting in een speciale inrichting binnen een Penitentiaire Inrichting (PI) gedurende maximaal twee jaar. Aan de andere kant is er het langetermijnperspectief: resocialisatie via het verminderen van de problematiek van personen die tot de ISD zijn veroordeeld, door het aanbieden van een intensief zorg- en behandeltraject tijdens de vrijheidsbeneming. INHOUD Onderzoeksopzet en methoden Planevaluatie ISD-beleid: wat is de beleidstheorie van de ISD-maatregel Procesevaluatie deel 1: invulling van de ISD op basis van documenten en procedures Procesevaluatie deel 2: praktijkervaring met de ISD Conclusie en discussie
  • Boetes uit het buitenland - Verkeersboetes uit andere Europese lidstaten opgelegd aan en betaald door houders van Nederlandse kentekens

    Bolten, M.; Verhagen, P.; Velde, R. te (Dialogic innovatie interactie, 2022-12-24)
    Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de inningspercentages van buitenlandse boetes voor houders van Nederlandse kentekens. In dit hoofdonderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: Hoeveel boetes en welke boetebedragen worden in het buitenland opgelegd aan Nederlandse kentekenhouders voor de acht soorten verkeersovertredingen onder de CBE-richtlijn, zo mogelijk per land over een reeks van recente jaren? Wat zijn de inningspercentages van deze buitenlandse boetes en boetebedragen aan Nederlandse kentekenhouders, zo mogelijk per land over een reeks van recente jaren? Hoe betrouwbaar zijn de beschikbare gegevens en wat betekent dit voor de rapportage of de conclusies van het onderzoek? INHOUD Introductie Transnationaal innen van verkeersboetes Resultaten per land Antwoord op de onderzoeksvragen Reflecties
  • Monitor bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit - De stand van zaken in 2022

    Smits, J.; Struiksma, N.; Diekema, M.; Venrooij, B. (Arena Consulting, 2022-12-23)
    Een effectieve bestrijding van de georganiseerde criminaliteit vraagt om een geïntegreerde aanpak op strafrechtelijk, fiscaal en bestuurlijk vlak. In 2009, 2012 en 2016 zijn metingen uitgevoerd naar de invulling van deze bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit door gemeenten. De bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit is het geheel van maatregelen en inzet van instrumenten door gemeenten, gericht op het bestrijden, voorkómen, belemmeren en frustreren van criminele activiteiten, al dan niet in samenwerking met andere partners in een (geïntegreerde) aanpak. Daarbij kan het bestuur een uiteenlopend palet van instrumenten en bevoegdheden inzetten, zoals het sluiten van panden, het opleggen van dwangsommen, intrekken of weigeren van vergunningen, toezicht en handhaving en het toepassen van de Wet Bibob. Onderdeel van de aanpak zijn de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s). Deze ondersteunen gemeenten met capaciteit en deskundigheid bij het uitwisselen van informatie, het uitvoeren van analyses, advisering van het bestuur en het bieden van ondersteuning bij bijvoorbeeld de inzet van het Bibob-instrumentarium. Daarnaast moeten de RIEC’s de continuïteit en uniformiteit in de bestuurlijke aanpak borgen en bijdragen aan een structurele kennis- en ervaringsopbouw. Het hoofddoel van de hernieuwde vierde meting is het inzichtelijk maken van de stand van zaken in de bestuurlijke aanpak in 2022 en de veranderingen ten opzichte van 2016 met het oog op aandachtspunten voor de toekomst. De centrale hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: Wat is in 2022 de stand van zaken in de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit, wat zijn de ontwikkelingen daarin sinds 2016 en welke factoren verklaren eventuele verschillen? INHOUD Inleiding Bewustzijn van georganiseerde criminaliteit Rolopvatting en bestuurlijke verankering Organisatorische verankering Samenwerking Inzet instrumenten en effectiviteit Waardering RIEC-samenwerking Conclusies
  • Koers bepalen - Over de lessen van de versterking aanpak georganiseerde drugscriminaliteit

    Nelen, H.; Wingerden, K. van; Moerland, R.; Bisschop, L.; Geurtjens, K. (medew.); Santvoord, V. van (medew.); Servaas, L. (medew.); Thielen, A. (medew.) (Universiteit Maastricht, 2022-12-20)
    In 2018 werd met de Toekomstagenda Ondermijning de urgentie uitgesproken om de aanpak van ondermijnende criminaliteit acuut te versterken. Een jaar later werd eenmalig 100 miljoen euro en structureel per jaar 10 miljoen euro aan de Toekomstagenda verbonden met als doel een meerjarig versterkingsprogramma (2019-2021) op te zetten waarin verschillende partijen op lokaal, regionaal en landelijk niveau samenwerken aan de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Een centraal element van deze versterkingsbeweging was dat aansluiting werd gezocht bij de beginselen van lerende organisaties. Dat betekende dat gestreefd werd naar het actief benutten en internaliseren van succes- en faalfactoren door betrokken actoren; niet alleen na afloop van de implementatieperiode, maar ook al gedurende de drie jaar (2019-2021) waarin de versterkingsplannen dienden te worden gerealiseerd. Sinds medio 2019 heeft een onderzoeksteam van de Universiteit Maastricht (UM)/ Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), in opdracht van het WODC, de ontwikkelingen in het kader van deze versterking van de aanpak van ondermijnende criminaliteit op de voet gevolgd. Onderzoeksvragen: Wat zijn de ervaringen (good en bad practices) met en de ervaren impact van de in 2019 met behulp van de toegekende extra financiële middelen ingezette versterking van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit door regionale en landelijke partijen in de periode van 2019 tot en met 2021? Welke leerervaringen en lessen uit deze brede versterkingsbeweging kunnen al tijdens de implementatieperiode worden geformuleerd ten behoeve van de ketenpartners en het ministerie van Justitie en Veiligheid?INHOUD Inleiding Verantwoording Het fundament van de aanpak Draagvlak Grensbewakers en grensverleggers Integraal samenwerken Manoevreren in de Nederlandse overlegcultuur De lerende overheid Slotbeschouwing
  • Bestuursorganen in hoger beroep - Aantal zaken, gronden en uitkomsten in geschillen tussen bestuursorganen en burgers

    Geurts, T.; Bak, R.R. den; Scheepmaker, M.P.C. (WODC, 2022-12-20)
    Deze factsheet geeft een cijfermatig overzicht van hoger beroepsprocedures in zaken tussen bestuursorganen en burgers. Het maakt onderdeel uit van onderzoek dat in december 2021 is toegezegd door de Minister voor Rechtsbescherming in het kader van het deelprogramma Burgergerichte overheid. De beantwoording van de volgende onderzoeksvraag centraal: Hoe vaak en waarom gaan bestuursorganen in hoger beroep in zaken tussen bestuursorganen en burgers?
  • Eenvoudige adoptie - De behoeften en belangen van pleegkinderen en oorspronkelijke ouders

    Vonk, M.J.; Voort, A. van der; Tessensohn, E.M.; Ruitenburg, G.C.A.M.; Haan, W.D. de; Rijnen, M.M. (medew.); Daw, E.C. (medew.) (Vrije Universiteit Amsterdam - Amsterdams Centrum voor Familierecht (ACFL), 2022-12-19)
    Eenvoudige adoptie is een vorm van adoptie waarbij het juridisch ouderschap van de oorspronkelijke ouders in stand blijft, terwijl tegelijkertijd juridisch ouderschap voor de adoptieouders ontstaat. n dit onderzoek is door middel van literatuuronderzoek de huidige (juridische) positie van pleegkinderen en oorspronkelijke ouders geschetst. Daarnaast zijn voor- en nadelen van eenvoudige adoptie voor pleegkinderen en oorspronkelijke ouders die uit het eerdere WODC-onderzoek (zie link hiernaast) naar voren komen, beschreven. Door middel van empirisch onderzoek op basis van vragenlijsten en interviews is vervolgens nagegaan wat huidige pleegkinderen, voormalige pleegkinderen, geadopteerde pleegkinderen en oorspronkelijke ouders vinden van eenvoudige adoptie. INHOUD Inleiding Literatuurstudie deel I - De huidige positie van pleegkinderen en oorspronkelijke ouders Literatuurstudie deel II - voor- en nadelen van eenvoudige adoptie voor pleegkinderen en oorspronkelijke ouders op basis van WODC-onderzoek uit 2019 Empirische studie naar eenvoudige adoptie vanuit pleegzorg: vragenlijstonderzoek onder en interviews met (voormalige) pleegkinderen en oorspronkelijke ouders. Conclusies
  • Vijf jaar na #MeToo

    Berlo, W. van; Olfers, M.; Wijk, A. van; Schippers, E.; Hoogsteder, L.; Sweers, N.; Berg, Ch. van den; Gorissen, M.; Voorde, J. ten; Meer, M. van der (WODC, 2022-12-16)
    ARTIKELEN Inleiding Willy van Berlo - #MeToo en de preventie van seksuele grensoverschrijding in Nederland Marjan Olfers en Anton van Wijk - Uit de praktijk: de schaduwkanten van de #MeToo-beweging Eveline Schippers, Larissa Hoogsteder en Nienke Sweers - Wat betekent #MeToo voor de behandeling en positie van plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag? Chantal van den Berg en Marleen Gorissen - Slachtofferschap, e-shaming en #MeToo. Een onderzoek naar de rol van e-shaming tijdens de #MeToo-periode in Nederland Jeroen ten Voorde - #MeToo, seksuele handelingen en functionele afhankelijkheid Manon van der Meer - Herkenning, erkenning en respect voor elkaars grenzen. In gesprek met Mariëtte Hamer en Janine Janssen over seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld SAMENVATTING Seksualiteit is de gewoonste zaak van de wereld: zonder seksueel contact kan de mensheid zichzelf immers niet in stand houden. Maar, desondanks is het geen onderwerp waarover gemakkelijk gesproken wordt. Mensen kunnen zich ook schamen voor aspecten van hun seksualiteit. Normen over wat ‘decent’ seksueel gedrag is en het feitelijke gedrag, komen dan ook lang niet altijd overeen. En hoe we over seksuele grenzen denken, is ook niet in steen gehouwen. Normen veranderen in de loop der tijd. Dat zagen we rondom de opkomst van de hashtag #MeToo. Toen de Amerikaanse actrice Alyssa Milano op 15 oktober 2017 naar aanleiding van het misbruik door de filmproducent Harvey Weinstein de hashtag #MeToo de wereld in slingerde, kon zij niet bevroeden hoe hoog de golven daarna zouden worden. Haar boodschap sprak miljoenen mensen over de hele wereld aan: er moest iets gebeuren tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Maar, er was ook kritiek. Milano was zich er aanvankelijk niet van bewust dat de zwarte activiste Tarana Burke al eerder van die hashtag gebruik had gemaakt. Vanuit Afro-Amerikaanse hoek kwam dan ook al snel het verwijt dat de #MeToo-beweging die in gang werd gezet, niet inclusief genoeg zou zijn. Want, hoe zat het bijvoorbeeld met het slachtofferschap van sekswerkers? En mannen dan? Konden die niet meer zijn dan plegers? Een ander belangrijk kritiekpunt had te maken met de lang niet altijd zorgvuldige omgang met mensen die beschuldigd werden van grensoverschrijdend gedrag. Met hen werd en wordt online dikwijls verre van zachtzinnig afgerekend, zonder dat aan de basisprincipes van een fair trial is voldaan. Inmiddels ligt het moment dat de hashtag #MeToo wereldberoemd werd, alweer vijf jaar achter ons. Reden voor Justitiële verkenningen om de balans op te maken. Waar staan we in Nederland met de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag?
  • Naar een evidence-based aanpak van radicalisering en extremisme - Een eerste evaluatie van de gemeentelijke Versterkingsgelden 2020-2021

    Nederveen, F.; Zürcher, E.; Eekelschot, L.; Leenders, E.; Leussink, I.; Hoorens, S. (Rand Europe, 2022-12-15)
    Jaarlijks stelt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) financiële middelen beschikbaar aan gemeenten voor de versterking van hun lokale aanpak van radicalisering en extremisme. Gemeenten kunnen een beroep doen op deze zogeheten Versterkingsgelden door financiering aan te vragen voor activiteiten in een of meerdere van de volgende clusters: analyse van de lokale problematiek met betrekking tot radicalisering of (gewelddadig) extremisme; de persoonsgerichte aanpak (PGA) van geradicaliseerde personen; het opbouwen, behouden en faciliteren van een netwerk van sleutelfiguren betrokken bij het signaleren van mogelijke radicalisering; deskundigheidsbevordering en voorlichting; preventie-activiteiten; en evaluatie van de activiteiten. De centrale vraagstelling in dit onderzoek is: Wat waren de vooraf verwachte effecten van activiteiten gefinancierd door middel van Versterkingsgelden in 2020-2021, hoe is de uitvoering van deze activiteiten geweest en welke opbrengsten kunnen worden geïdentificeerd? De centrale vraag is opgedeeld in een aantal deelvragen. Deze deelvragen zijn vervolgens verdeeld in vragen die het karakter hebben van: een planevaluatie (wat is de coherentie en logica van de toegekende activiteiten op papier?); een procesevaluatie (hoe zijn de activiteiten uitgevoerd?); en een eerste aanzet voor een effectevaluatie (wat kan er worden gezegd over de opbrengsten van de activiteiten?). INHOUD Inleiding Methodologische verantwoording Overzicht van interventies gefinancierd door de Versterkingsgelden in 2020 en 2021 Cluster A: Analyse Cluster B: Persoonsgerichte aanpak (PGA) Cluster C: Sleutelfiguren Cluster D: Deskundigheidsbevordering en voorlichting Cluster E en F: Preventie Conclusie en aanbevelingen
  • 'Foute huurders' - Over de mogelijkheden en meerwaarde van informatiedeling rond crimineel pandgebruik

    Kruize, P.; Gruter, P.; Klein Kranenburg, L.; Hove, R. ten; Ridderbos-Hovingh, C.; Cazemier, J. (Bureau Ateno, 2022-12-14)
    Het doel van het onderzoek is enerzijds om inzicht te bieden in de mogelijkheden tot en de meerwaarde van deling van informatie over crimineel pand-gebruik tussen verhuurders van vastgoed, zoals woningcorporaties, recreatie- en vakantieparken, verhuurmakelaars en andere verhuurders van meerdere panden. Anderzijds is het doel om inzicht te bieden in de mogelijkheden tot en de meerwaarde van het verstrekken van deze informatie door verhuurders aan opsporingsdiensten zoals de politie en/of de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). Bij crimineel pandgebruik gaat het om productie, handel en opslag van illegale goederen, zoals drugs, maar het omvat ook het exploiteren van ogenschijnlijk legale diensten (met als doel het witwassen van crimineel vermogen) alsmede illegale diensten zoals illegale prostitutie, andere vormen van mensenhandel of illegale kansspelen. Tot slot wordt ook het onder de radar willen blijven van de (opsporings)autoriteiten door illegaal verblijf in een woon- of bedrijfsruimte geschaard onder het begrip crimineel pandgebruik. Onderzoeksvragen: Over welk soort informatie rond crimineel pandgebruik beschikken verhuurders? In hoeverre zijn verhuurders bereid om informatie rond crimineel pandgebruik te delen met (1) andere verhuurders en (2) opsporingsdiensten? In hoeverre, en op welke wijze draagt het delen van informatie naar verwachting bij aan (1) de preventie van slachtofferschap van andere verhuurders, en (2) het voorkomen en/of tegengaan van criminaliteit (waaronder ondermijning)? En, welke verschillen bestaan er tussen informatiedeling door verhuurders onderling en door verhuurders aan opsporingsdiensten? Welke praktische en juridische knelpunten en risico’s bestaan er ten aanzien van het delen van informatie rond crimineel pandgebruik? (a) Welke verschillen er bestaan tussen informatiedeling door verhuurders onderling en informatiedeling door verhuurders met opsporingsdiensten? En (b) in hoeverre, en op welke wijze kunnen deze knelpunten en risico’s worden voorkomen dan wel tegengegaan? Ofwel, wat zijn de alternatieven voor een ‘foute huurders’-systeem? Welke randvoorwaarden (zowel juridische als niet-juridische) kunnen worden gesteld aan het delen van informatie rond crimineel pandgebruik door verhuurders? En welke verschillen bestaan er op dit punt tussen informatiedeling door verhuurders onderling en door verhuurders aan opsporingsdiensten? INHOUD Inleiding De informatiepositie van verhuurders Bereidheid tot het delen van informatie Mogelijke effecten van informatiedeling rond 'foute huurders' Knelpunten en risico's bij het delen van informatie rond crimineel pandgebruik Juridische randvoorwaarden bij het delen van informatie over crimineel pandgebruik Conclusies
  • De invloed van (technische) ontwikkelingen op het begrip persoonsgegevens in relatie tot de AVG

    Sloot, B. van der; Schendel, S. van; López, C.A.F. (Tilburg University - Tilburg Institute for Law, Tecnnology, and Society (TILT), 2022-12-13)
    De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is misschien wel het belangrijkste kader voor het digitale domein in Europa en daarbuiten. De AVG stelt regels aan- en bevat normen voor de verwerking van gegevens, legt verplichtingen vast voor personen en organisaties die gegevens verwerken (verwerkingsverantwoordelijken) en kent rechten toe aan personen van wie gegevens worden verwerkt (betrokkenen). Hoewel pas in 2016 aangenomen, stammen de regels in essentie uit de jaren 70 van de vorige eeuw. Doorslaggevend voor de toepassing van het gegevensbeschermingskader was toen, en is vandaag de dag nog steeds, of de gegevens die worden verwerkt informatie van een identificeerbaar individu (natuurlijke persoon) betreffen. Hoewel een dergelijke vaststelling in de jaren 70 van de vorige eeuw relatief eenvoudig was, is die in de loop van de tijd steeds complexer geworden, vooral in het licht van technologische ontwikkelingen, de algemene toegankelijkheid van technologieën en het streven naar meer open data. Deze ontwikkelingen hebben tot gevolg dat het steeds makkelijker is om persoonsgegevens af te leiden uit datasets die dergelijke gegevens op het eerste gezicht niet lijken te bevatten. Ze hebben ook tot gevolg dat de juridische status van data steeds meer fluïde wordt: doordat data worden gedeeld tussen partijen en de verwerkingen van datasets aanzienlijk verschillen, kan dezelfde dataset het ene moment worden gekwalificeerd als persoonsgegevens en het andere moment niet, of als persoonsgegevens in handen van partij A maar tegelijkertijd als geen persoonsgegevens in handen van partij B. Tegen deze achtergrond is de onderzoeksvraag voor dit onderzoek: Welk effect hebben huidige en toekomstige technische ontwikkelingen op het gebied van anonimisering, pseudonimisering, aggregatie en identificatie van gegevens, op het gegevensbeschermingskader en de bescherming van de verschillende soorten gegevens? INHOUD Juridische categorieën en de elementen daarvan Juridisch regime: de categorale en de contextuele benadering De impact van de beschikbaarheid van data en datatechnologieën op de wettelijke regulering van data De impact van huidige en toekomstige datatechnologieën op de juridische categorieën De kloof tussen het wettelijke regime en de technologische realiteit Reguleringsalternatieven gevonden in wet en literatuur Reguleringsdoelstelling van de gegevensbeschermingsregeling Gevaren van over- en onderregulering Hoe zullen de huidige en toekomstige technische ontwikkelingen de komende periode van invloed zijn op de AVG en rechtsbescherming in brede zin? Antwoorden op de onderzoeksvragen
  • Toepassing van artikel 2.3 Wet forensische zorg - Verkennend jurisprudentieonderzoek januari 2020 tot juli 2021

    Oosterhuis, V.; Burger, A.M.; Kogel, C.H. de; Breeden, N. van (medew.); Marel, M. van der (medew.); Ruijs, B. (medew.) (WODC, 2022-12-13)
    Het op 1 januari 2020 in werking getreden artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) geeft de strafrechter de bevoegdheid een civiele machtiging voor verplichte zorg af te geven. Adequate toeleiding vanuit de strafrechtketen naar zorg van personen die dit nodig hebben is het hoofddoel artikel 2.3 Wfz. Onderdeel daarvan is tevens het bevorderen van continuïteit van zorg aan betrokkenen. Het zogeheten schakelartikel 2.3 Wfz is gelijktijdig met de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) van kracht geworden. Met de afgifte van een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging ex artikel 2.3 Wfz, machtigt de strafrechter een zorgaanbieder om verplichte zorg op basis van respec-tievelijke de Wvggz of Wzd aan de betrokkene te verlenen. Het artikel biedt de straf-rechter daartoe een brede basis. Het doel van dit onderzoek is om een beeld te geven van de toepassing van artikel 2.3 Wfz door de strafrechter in de eerste anderhalf jaar na inwerkingtreding. Daartoe is de beschikbare jurisprudentie onderzocht. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Hoe werd artikel 2.3 Wfz toegepast blijkens jurisprudentie? Voor het onderzoek zijn de volgende deelvragen geformuleerd: Welke kenmerken zagen wij bij de betrokkenen voor wie een machtiging via artikel 2.3 Wfz werd overwogen en respectievelijk wel of niet werd afgegeven? Welke kenmerken zagen wij bij de zaken waarin een machtiging via artikel 2.3 Wfz werd overwogen en respectievelijk wel of niet werd afgegeven? Welke overwegingen van de strafrechter speelden een rol bij het besluit om wel of geen machtiging af te geven?INHOUD Inleiding Methoden De verzamelde artikel 2.3 Wfz-zaken Bij wie werd een zorgmachtiging via artikel 2.3 Wfz toegepast? Kenmerken artikel 2.3 Wfz-zorgmachtigingszaken Overwegingen strafrechter bij verlenen zorgmachtiging Overwegingen strafrechter bij niet-verlenen zorgmachtiging De zorgmachtiging bij verlengingszaken Rechterlijke machtiging via artikel 2.3 Wfz
  • Sociale robots in de forensische zorg - Een exploratief onderzoek

    Gurp, J.J. van; Gerritsen, C.S.; Harte, J.M.; Hindriks, K.V. (Vrije Universiteit Amsterdam, 2022-12-06)
    Sociale robotica is een sleuteltechnologie die naar verwachting een grote invloed gaat hebben op de maatschappij en daarmee mogelijk ook op de forensische psychiatrische zorg. Binnen de FPC de Oostvaarderskliniek wordt momenteel een exploratief praktijkonderzoek uitgevoerd naar de inzet van robot Maatje in de forensische zorg. Dit onderzoek is daarop aanvullend en hanteert een brede, inclusieve notie van wat een sociale robot is om niet bij voorbaat veelbelovende sociale interfaces uit te sluiten. In dit exploratieve onderzoek wordt een beeld geschetst van de mogelijke meerwaarde van sociale robots - nu of in de toekomst - in verschillende onderdelen van de forensische zorg en voor specifieke subgroepen van patiënten. Hoofdvraag: Wat is de meerwaarde van sociale robots – nu of in de toekomst – in verschillende onderdelen van de forensische zorg en voor specifieke subgroepen van patiënten? Deelvragen: Wat zijn, op basis van literatuurstudie, de onderdelen van de forensische zorg, het forensisch toezicht en specifieke subgroepen van patiënten waarvoor sociale robots meerwaarde kunnen hebben? Wat zijn, op basis van de literatuur, de mogelijkheden van sociale robots in de geestelijke gezondheidszorg, meer specifiek in de forensische zorg en begeleiding? Wat zijn, volgens experts uit de praktijk en op basis van gepresenteerde prototypes, de kansen en mogelijkheden van sociale robots en wat is de toegevoegde waarde in de forensische zorg en begeleiding van specifieke subgroepen van patiënten idem? Wat zijn de kosten en beperkingen van sociale robots - nu of in de toekomst – voor de forensische zorg? INHOUD Inleiding De forensische zorg: indeling, behandelingen en ervaringen met eHealth Literatuuronderzoek naar sociale robotica Concretiseringsfase: kansen voor sociale robotica in de forensische zorg Resultaten focusgroepen: mogelijkheden, toegevoegde waarde en beperkingen van sociale robotica Conclusie en aanbevelingen
  • Verkenning basis voor naamswijziging in verband met het Nederlands slavernijverleden

    Klein, M. van der; Meijers, R.; Zwart, O. de (Verwey-Jonker Instituut, 2022-12-05)
    In deze verkenning staan drie onderzoeksvragen centraal: Zijn er één of meer (geaccepteerde) register(s) of overzicht(en) van geslachtsnamen die verband houden met het Nederlandse slavernijverleden in Suriname, de voormalige Nederlandse Antillen, of voormalig Nederlands-Indië? Zo ja, dan de volgende subvragen: Welke register(s)/ overzicht(en) zijn dat en waar zijn deze te vinden? In hoeverre zijn deze registers/ overzichten compleet en historisch betrouwbaar? Welke geslachtsnamen in deze registers/ overzichten houden verband met het slavernijverleden? Welke verbanden er zijn tussen deze namen en de betreffende slavernijcontext? Voor de historische contexten waarin er geen (geaccepteerd) register of overzicht beschikbaar is, komt de tweede centrale vraag in beeld: Is het mogelijk om met de relevante experts en bronnen zo’n overzicht van geslachtsnamen die verband houden met het slavernijverleden alsnog samen te stellen voor de desbetreffende historische context? Subvragen bij vraag 2: Zo ja, wat is de beste werkwijze om een dergelijk overzicht op te stellen? Wat zijn de problemen bij het opstellen van zo’n nader samen te stellen overzicht? Wat is de geschatte orde van grootte van het aantal namen dat wordt verwacht op een dergelijk overzicht binnen de betreffende slavernijcontext? Welke verbanden er zijn tussen de namen en de betreffende slavernijcontext? Wat is de bruikbaarheid van de verzamelde beschikbare registers (per context en overkoepelend), in relatie tot eventuele verzoeken tot naamswijziging in verband met het slavernijverleden? Welke technische overwegingen spelen volgens de experts bij het beantwoorden van de bruikbaarheidsvraag? Welke maatschappelijke overwegingen spelen volg INHOUD Inleiding: het Nederlands slavernijverleden en achternamen Doel, onderzoeksvragen en visie in de verkenning Suriname: volledigheid en bruikbaarheid van beschikbare overzichten Voormalige Nederlandse Antillen: volledigheid en bruikbaarheid van beschikbare overzichten Voormalig Nederlands-Indië en het octrooigebied van de VOC: beschikbare overzichten en bruikbaarheid Overkoepelende conclusies en overwegingen bij registers als basis voor naamswijzigingen Relevante Literatuur
  • Strafbaarstelling van lijkschennis

    Wilde, B. de; Beers, B. van; Buisman, S.; Bökenkamp, D. (Onderzoeksbureau De strafzaak, 2022-12-01)
    Het doel van het onderzoek is om argumenten in kaart te brengen die relevant zijn voor de beantwoording van de vraag of het noodzakelijk is om bepaalde vormen van lijkschennis strafbaar te stellen dan wel bestaande strafbepalingen aan te passen en om op basis daarvan – indien het onderzoek daar aanleiding voor geeft – concrete aanbevelingen te doen voor aanpassing van de strafwetgeving. De centrale onderzoeksvraag luidt: Is het noodzakelijk om vormen van lijkschennis strafbaar te stellen die nog niet strafbaar zijn of om bestaande strafbepalingen ter zake van vormen van lijkschennis te wijzigen? Het onderzoek dat tot beantwoording van deze vraag leidt, is uitgevoerd aan de hand van de volgende deelvragen: Hoe wordt de integriteit van het gestorven lichaam buiten het strafrecht juridisch beschermd, zoals in de context van fundamentele rechten (art. 11 Grondwet en art. 3 en 8 EVRM), het privaatrecht en het gezondheidsrecht? Welke rechtsbeginselen en rechtsgoederen zijn daarbij relevant? Welke vormen van lijkschennis zijn naar huidig recht strafbaar of niet strafbaar in Nederland, hoe worden deze strafrechtelijk afgedaan en wat is de prevalentie ervan? Bestaat in Nederland draagvlak voor strafbaarstelling van vormen van lijkschennis die nog niet strafbaar zijn of voor wijziging van bestaande strafbepalingen ter zake van vormen van lijkschennis? Welke argumenten voor of tegen strafbaarstelling kunnen worden ontleend aan buitenlands recht? INHOUD Inleiding Criteria voor strafbaarstelling De juridische status van het lijk Strafbaarheid, afdoening en prevalentie van lijkschennis in Nederland Opvattingen over de strafbaarheid van lijkschennis in Nederland Rechtsvergelijking toepassing van de criteria voor strafbaarstelling op lijkschennis Conclusies
  • Tijdsdruk bij opleggen vreemdelingenbewaring

    Klaassen, M.; Rodrigues, P. (Universiteit Leiden - Europa Instituut, 2022-12-01)
    Doel van het onderzoek is te bezien of het loskoppelen van het moment van aanzegging van bewaring en de uitreiking van het daadwerkelijke besluit (inclusief de motivering voor de bewaring) kan bijdragen aan de terugkeer van vreemdelingen die onrechtmatig in Nederland verblijven door een intensievere inzet van bewaringstelling. De in de uitvoering ervaren tijdsdrempel zou op deze wijze geheel of gedeeltelijk kunnen worden weggenomen. In het onderzoek wordt zowel de juridische haalbaarheid van een knip tussen aanzegging en inbewaringstelling onderzocht, alsmede de inschatting of er alternatieven zijn die zouden kunnen bijdragen aan het verminderen van de gepercipieerde tijdsdruk waaronder bewaringsmaatregelen worden opgelegd. INHOUD Inleiding Aanleiding: de perceptie van te korte tijd Juridische mogelijkheiden tot meer tijd bij inbewaringstelling Conclusies en aanbevelingen
  • Varianten Voorschotregeling Afzonderlijke behandeling vordering benadeelde partij - Financiële consequenties voor de Staat van toepassing Voorschotregeling

    Dantzig, L.A. van; Kuipers, J.P.; Rij, J.C. van (Cebeon, 2022-11-29)
    Het beoogde nieuwe Wetboek van Strafvordering bevat de mogelijkheid om complexe vorderingen tot schadevergoeding van slachtoffers van een gewelds- of zedenmisdrijf als benadeelde partijen af te splitsen van de hoofdzaak en in een afzonderlijke procedure in het strafrecht te behandelen. Hiertoe zou dan een aparte schadevergoedingskamer worden ingesteld. Momenteel worden dergelijke complexe vorderingen door de strafrechter niet-ontvankelijk verklaard. Het slachtoffer kan hiermee naar de civiele rechter, waarbij het dan meer obstakels om schadevergoeding toegewezen en geïnd te krijgen ontmoet dan in een strafproces. Met de voorgestelde afzonderlijke procedure binnen het strafrecht wordt beoogd de positie van het slachtoffer te versterken. In het onderhavige onderzoek zijn de effecten van de afzonderlijke procedure op het extra risico van de Staat geraamd, rekening houdend met door het ministerie van Justitie en Veiligheid ten behoeve van het onderzoek opgestelde uitwerkingen (varianten) van de adviezen van de commissie-Donner. Dit is uitgewerkt in een viertal onderzoeksvragen: Wat is naar verwachting de potentiële instroom (in aantal zaken en financiële omvang) van de schadevergoedingskamer? Het gaat om het niet-ontvankelijk verklaarde deel van ingediende vorderingen benadeelde partij dat naar die kamer zou kunnen worden doorgeleid bij toepassing van het advies van de commissie Donner ten aanzien van de reikwijdte van de afgesplitste procedure. Wat is het te verwachten effect op de potentiële instroom (in aantal zaken en financiële omvang) van invoering van een bijzondere categorie ‘uitzonderlijk hoge letselschade’ bij het Schadefonds Geweldmisdrijven? Welk deel van het gevorderde schadebedrag is naar schatting toewijsbaar door de schadevergoedingskamer? Wat is naar verwachting het incassorisico voor de Staat in de huidige situatie (nulvariant) en voor drie nader omschreven varianten van wijziging van de Voorschotregeling?INHOUD Inleiding Onderzoeksaanpak Varianten voorschotregeling en buitencategorie SGM Instroom schadevergoedingskamer Toewijzing en risico Staat schadevergoedingskamere

View more