Recent Submissions

  • Naar meer evidence-based beleid binnen JenV

    Torenvlied, R.; Boer, H.F de; Couwenberg, S.; Linnenbank, J.H.M.; Meulen, B.J.R. van der (Universiteit Twente, 2022-05-10)
    Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) ziet kennis als een onmisbaar kompas voor een goed onderbouwd en effectief beleid. Een betere kennisbenutting leidt tot de verbetering van bestaand en nieuw beleid. In 2017 wordt daarom op het ministerie van JenV aangegeven dat de strategische kennisfunctie bij het ministerie zou moeten worden versterkt. De boodschap is helder: kennismanagement en kennisinnovatie, sturen op kennisbenutting en kennisontwikkeling, moeten (meer) aandacht krijgen binnen het ministerie van JenV. Het doel van het onderhavige onderzoek is om een beeld te krijgen in welke mate het werken en het beleid binnen JenV ‘evidence-based’ en/of ‘evidence-informed’ is. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: in hoeverre kan het werken en beleid binnen het ministerie van JenV worden gekarakteriseerd als ‘evidence-based’ en welke institutionele- en contextfactoren zijn hierop van invloed? INHOUD: 1. Aanleiding, doel en vraagstelling van het onderzoek 2. Institutionele inbedding 3. Wat is 'evidence-based' werken en -beleid 4. Daadwerkelijk gebruik van kennis en beleid 5. Motieven en belemmeringen bij 'evidence-based' werken en -beleid 6. Conclusies en aanbevelingen
  • Binnen beeld buiten - Een evaluatie van zorgconferenties bij langverblijvers (15+) in de tbs

    Wolf, M.J.F. van der; Reef, J.; Gunnink, L.; Hertzberger, J.; Doekhie, J.V.O.R. (Universiteit Leiden - Instituut voor Strafrecht en Criminologie, 2022-05-06)
    Dit onderzoek heeft als doel de gehouden zorgconferenties in het kader van het Project 15-plus, als veelbelovende oplossing voor het ervaren probleem van langverblijvers in de tbs, te evalueren. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Kenmerken van langverblijvers – verslag van een dossierstudie, 3. Waardering van betrokkenen – verslag van een interviewstudie, 4. Buitenlandse inzichten – verslag van een vergelijkend onderzoek, 5. Beleidsimplicaties en vroegsignalering – verslag van expertmeetings, 6. Conclusies, discussie en aanbevelingen.
  • Kansen en risico's van de toepassing van neurotechnologie in het strafrecht

    Bijlsma, J.; Geukes, S.H.; Meynen, G.; Raemaekers, M.A.H.; Ramsey, N.F.; Simon Thomas, M.A.; Toor, D.A.G. van; Vansteensel, M.J. (Universiteit Utrecht - Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, 2022-05-04)
    De laatste jaren is er veel aandacht voor neurotechnologie. Het gaat hierbij om technieken die bijdragen aan kennis over de hersenen en/of die interacteren met de hersenen. De aandacht voor neurotechnologie wordt onder andere veroorzaakt door de voortdurende technologische vooruitgang. Omdat neurotechnologie (ook) potentie heeft voor toepassing binnen het justitie- en veiligheidsdomein heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de kansen en risico’s van dergelijke toepassing van neurotechnologie. Dit rapport is het resultaat van dat onderzoek. In dit rapport staat de volgende onderzoeksvraag centraal: ‘Welke kansen en bedreigingen kunnen worden verwacht van neurotechnologie voor het domein van ministerie van Justitie en Veiligheid en welke impact (juridisch, ethisch en maatschappelijk) kan neurotechnologie hebben voor beleid?’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Interactie en beeldvorming 4. Neurotechnologieën 5. Neurotechnologie in de justitie- en veiligheidsdomeinen 6. Mogelijke toekomstige doorontwikkelingen 7. Besluit sectie 1 8. Opsporing en waarheidsvinding 9. Risicotaxatie 10. Interventie 11. Ethiek
  • Schijnwerpers op straat - Over de lessen van de aanpak van de Van Wougroep en andere criminele jeugdgroepen

    Peeters, T.; Dongen, T. van; Koster, N. (medew.) (Verwey-Jonker Instituut, 2022-05-04)
    In dit onderzoek hebben we de integrale aanpak van de Van Wougroep uit de Amsterdamse Diamantbuurt bestudeerd. Daarnaast hebben we – om de keuzes die binnen de Van Wou-aanpak zijn gemaakt in een breder perspectief te kunnen plaatsen – gekeken naar twee andere integrale aanpakken van criminele jeugdgroepen, te weten de Utrechtse Kopstukkenaanpak en de Tilburgse aanpak Mate(n) van de straat. We deden dit met in het achterhoofd dat criminele jeugdgroepen een belangrijke kweekvijver zijn voor de georganiseerde misdaad. En met de verwachting dat ons onderzoek ten goede zou kunnen komen aan aanpakken van criminele jeugdgroepen in de toekomst. De vraag die centraal heeft gestaan is: Welke lessen volgen uit de toepassing in de afgelopen tien à vijftien jaar van integrale aanpakken van criminele jeugdgroepen, en in het bijzonder de aanpak van de Van Wougroep, en wat betekenen deze lessen voor de huidige en toekomstige aanpak? INHOUD: 1. Introductie 2. Stoppen met criminaliteit 3. De Van Wougroep 4. De Van Wou-aanpak 5. De uitvoering 6. Een voormalig Van Woujongere aan het woord 7. De resultaten van de aanpak 8. De lessen van de aanpak
  • Evaluatie Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen - Voor de publieke waarde van informatie

    Struiksma, N.; Cazemier, J.; Diekema, M.; Floor, T.; Ridder, J. de (Pro Facto, 2022-04-26)
    Sinds 1 april 2000 heeft Nederland als eerste EU-lidstaat een Nationaal Irapporteur op het gebied van mensenhandel. Op grond van art. 9 van de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen (wet van 15 november 2013) en daaraan voorafgaande regelingen dient het instituut elke vier jaar geëvalueerd te worden. Dit evaluatieonderzoek heeft vier hoofdvragen: 1. Hoe heeft de Nationaal rapporteur in de periode 2017-2020 zijn taken uitgevoerd? 2. Welke financiële middelen had de Nationaal rapporteur in de periode 2017-2020 beschikbaar en hoe zijn die besteed? Hoe verhoudt zich dat tot de middelen en besteding daarvan door de nationaal rapporteurs in drie andere EU-lidstaten? 3. Wat was de externe waardering voor de taakuitvoering van de Nationaal rapporteur in de periode 2017-2020? 4. In hoeverre is – de antwoorden op de eerste drie hoofdvragen en de deelvragen overziend – een wijziging van de taken, werkwijze en/of bevoegdheden van de Nationaal rapporteur gewenst en hoe kijkt de Nationaal rapporteur aan tegen deze eventuele wijzigingen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. De taak van de Nationaal rapporteur 4. Bestuurlijke inbedding 5. Organisatie en financiën 6. Taakopvatting Nationaal rapporteur 7. Activiteiten 2017-2020 8. Externe waardering 9. Landenvergelijking 10. Integrale analyse
  • Evaluatie Veiligheidswet BES

    Woestenburg, N.; Beukers, M.; Oldenboom, J.; Simmons-de Jong, G.; Struiksma, N.; Marchena-Slot, A.; Winter, H. (Pro Facto, 2022-04-25)
    De Veiligheidswet BES is op 10-10-’10 ingevoerd toen de staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden werd gewijzigd en Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbare lichamen deel zijn gaan uitmaken van het land Nederland. De Veiligheidswet BES regelt de taak en samenstelling van het politiekorps en de inrichting en organisatie van de brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening in Caribisch Nederland. De volgende onderzoeksvraag stond in het onderzoek centraal: Hoe functioneert de Veiligheidswet BES gelet op de per 10-10-’10 geformuleerde uitgangspunten en doelstellingen, welke knelpunten zijn te onderscheiden en in hoeverre is de wet toekomstbestendig, mede gelet op de huidige en toekomstige ontwikkelingen in het veiligheidsdomein en de bevindingen van de eind 2020 geëvalueerde Wet veiligheidsregio’s? INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelen en uitgangspunten van de wet 3. Beleid, uitvoering, financiering en toezicht 4. Samenwerking onderling en in de regio 5. Toekomstbestendigheid en verhouding tot de Wet veiligheidsregio's 6. Conclusie
  • Verbetering BIJ-regeling

    Homburg, G.; Mulder, E.; Zoetelief, I. (medew.) (Regioplan beleidsonderzoek, 2022-04-21)
    Rond de terugkeer van (ex-)gedetineerden in de maatschappij zijn in de afgelopen decennia verschillende informatiestromen ingericht. Eén daarvan is de Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ). De BIJ-regeling voorziet sinds 2009 in het informeren van het bestuursorgaan burgemeester over de terugkeer van een justitiabele die onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel voor een zeden- of ernstig geweldsmisdrijf, of tot een tbs-maatregel met dwangverpleging of een verlengbare PIJ-maatregel. De BIJ-regeling is bedoeld om burgemeesters in staat te stellen om zich voor te bereiden op verstoringen van de openbare orde, die bij de terugkeer van sommige ex-gedetineerden zouden kunnen optreden – en daartegen zo nodig en mogelijk maatregelen te kunnen nemen. Deze informatiestroom is gescheiden van (bijvoorbeeld) de informatievoorziening in het kader van de nazorg, vanwege de privacygevoeligheid van de delictinformatie. In het onderzoek staan zeven mogelijke aanpassingen centraal: 1. het doen van BIJ-meldingen bij nog niet-onherroepelijke veroordelingen; 2. de mogelijkheid om bepaalde veroordeelden te kunnen ‘vlaggen’ (d.w.z. dat het bestuursorgaan burgemeester kan aangeven over een specifieke veroordeelde melding(en) te willen ontvangen door een ‘vlag’ te plaatsen in het registratiesysteem bij een specifieke veroordeelde); 3. het intensiveren van het aantal meldingen; 4. het terugtrekken van de Landelijke Eenheid van de politie uit het proces; 5. zorg dragen dat er ook meldingen komen over terugkeer van in het buitenland veroordeelde Nederlanders; 6. het doen van meldingen ten aanzien van terrorisme, stalking (‘belaging’) en brandstichting; 7. het doen van meldingen aan burgemeesters van meer gemeenten als daartoe aanleiding is. INHOUD: 1. Inleiding 2. Huidige BIJ-regeling 3. De aanpassingen beoordeeld 4. Conclusie
  • Migrating EAST - The Potential application of behavioural insights in Dutch migration policy

    Noyon, S.N.; Cui, J. (ass.) (WODC, 2022-04-13)
    Hoe kunnen Nederlandse beleidsmakers migratie beter managen? Het Nederlandse migratiebeleid kent verschillende issues die moeilijk aan te pakken zijn door de inzet van traditionele beleidsinstrumenten. Binnen het Ministerie van Justitie speelt een groeiende interesse in beleidsinterventies gestoeld op gedragsinzichten. Tegen deze achtergrond richt dit onderzoek zich op de vraag of gedragsinzichten ook relevant kunnen zijn op het terrein van migratiebeleid. Het onderzoek stelde de volgende drie onderzoeksvragen centraal: 1 Hoe worden gedragsinzichten toegepast in Nederlands beleid en wat kunnen we hiervan leren? 2 Leent de aard van besluitvorming onder migranten zich voor het toepassen van gedragsinzichten en wordt dit al gedaan in migratiebeleid in het buitenland? 3 Leent de Nederlandse migratiebeleidscontext zich voor het toepassen van gedragsinzichten? CONTENT: 1. Introduction 2. Behavioural insight in Dutch public policy 3. Behavioural insights and migration policy 4. Is Dutch migration policy EAST? 5. Discussion and conclusion.
  • Cameratoezicht door gemeenten - Evaluatie wetswijziging artikel 151c Gemeentewet

    Flight, S.; Klein Kranenburg, L.; Straaten, G. van (Sander Flight Onderzoek & Advies, 2022-04-12)
    Gemeenten kunnen sinds 2006 op grond van artikel 151c van de Gemeentewet cameratoezicht inzetten voor handhaving van de openbare orde. Dat wetsartikel is aangepast in 2016 om flexibel cameratoezicht mogelijk te maken. Vijf jaar na de wetswijziging is in opdracht van het WODC een evaluatie uitgevoerd om de doeltreffendheid en effecten van flexibel cameratoezicht in de praktijk vast te stellen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wetsgeschiedenis 3. Aard en omvang van cameratoezicht 4. Besluitvorming privacy en kenbaarheid 5. Rechtstreeks toezicht, opsporing en technologie 6. Effectiviteit van cameratoezicht 7. Conclusies met betrekking tot de wetswijziging.
  • What works - Psychosociale dienstverlening Slachtofferhulp Nederland

    Kragting, M.; Elbers, N.A.; Mooren, T.; Spoelstra, M.; Bijleveld, C. (Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), 2022-03-31)
    Het doel van dit onderzoek is drieledig. Ten eerste een inventarisatie maken van de beleidstheorie van het huidige slachtofferbeleid met focus op beleid dat gericht is op de psychische gezondheid van slachtoffers. Ten tweede inzicht verkrijgen in het emotionele/psychische hulpaanbod vanuit Slachtofferhulp Nederland (SHN) aan slachtoffers van ernstige geweld- en zedendelicten (EGZ), inclusief doorverwijzing naar bijvoorbeeld psychologische zorgverlening. Tenslotte is het doel te inventariseren wat in de wetenschappelijke literatuur bekend is over het type behandeling- gericht op psychische klachten- dat effectief is voor EGZ-slachtoffers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Deskresearch 3. Interviews professionals 4 Dossieronderzoek 5. Vragenlijst 6. Interviews met slachtoffers en nabestaanden 7 Literatuurreview 8. Conclusies en aanbevelingen.
  • Justitiethesaurus 2020/2021 - Gestructureerde standaard trefwoordenclassificatie

    Netburg, C.J. van (WODC, 2022-03-29)
    Dit is de tiende editie (2020-2021) van de Justitiethesaurus, die door de Directie Informatisering (DI) als standaard trefwoordenclassificatie is vastgesteld voor het toegankelijk maken en terugvinden van Justitiële informatie in catalogi, documentatiebestanden en Justitiewebsites. Vanaf februari 2016 is de Justitiethesaurus ook als open dataset in xml-format beschikbaar gesteld op het dataportaal van de overheid (data.overheid.nl - sectie: Recht). Deze editie is grondig herzien. Veel niet gebruikte en verouderde termen en verwijzingen zijn verwijderd. Vanwege de omvang van het aantal vervallen termen zijn ze niet in de mutatielijst opgenomen. De overige wijzigingen ten opzicht van de vorige editie van de Justitiethesaurus zijn terug te vinden in de mutatielijst 2020-2021. Het gaat dan om nieuwe voorkeurstermen, verwijstermen, wijzigingen van schrijfwijze en wijzigingen van relaties. De Justitiethesaurus kan zowel in pdf als in xml gedownloaded worden (zie: link)
  • Social Impact Bond Werk na detentie - Factsheet effectiviteit

    Kok, J. de; Verweij, S. (Panteia, 2022-03-21)
    Het programma Work-Wise Direct ondersteunt ex-gedetineerden op verschillende manieren bij het vinden van een duurzame baan (voor minstens 24 uur per week) en het wegnemen van de hindernissen daartoe. Dit programma moet er voor zorgen dat deelnemers minder afhankelijk van uitkeringen worden en minder snel recidiveren. Het programma is mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid, ABN AMRO, Oranje Fonds, Start Foundation, het consortium Work-Wise Direct en Society Impact. Voor dit programma zijn 119 deelnemers geworven die tussen 1 juni 2016 en 31 juli 2017 met het programma begonnen. 103 van deze deelnemers zijn gekoppeld aan ex-gedetineerden die niet aan dit programma hebben meegedaan (de controlegroep). Deze factsheet geeft een beeld van de e ectiviteit van het programma door de mate van arbeidstoeleiding en recidive van 103 gekoppelde deelnemers te vergelijken met de controlegroep.
  • Nationale Drug Monitor - kerncijfers en ontwikkelingen 2021

    Laar, M.W. van (red.); Beek, R.J.J. van (red.); Beenakkers, E.M.T. (red.); Cruts, A.A.N. (red.); Kuin, M.C. (red.); Meijer, R.F. (red.); Mujcic, A. (red.); Olthof, M.I.A. (red.); Schutten, F. (red.); Strada, L. (red.) (Trimbos-Instituut, 2022-03-17)
    Dit is het eerste kerncijferrapport van de Nationale Drug Monitor waarin recente ontwikkelingen in het middelengebruik, beleid en de drugsgerelateerde criminaliteit zijn samengevat. Dit rapport is gebaseerd op de nieuwe website www.nationaledrugmonitor.nl (zie link hiernaast) die de Jaarberichten van de NDM, zoals gepubliceerd tussen 1999 en 2020, vervangt. De Nationale Drug Monitor (NDM) is in 1999 opgericht op initiatief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het NDM-jaarbericht als geheel wordt geproduceerd door het Programma Drug Monitoring van het Trimbos-instituut. Drugsbeleid kent echter niet alleen volksgezondheidsaspecten, maar ook aspecten van criminaliteit en overlast. Sinds 2002 ondersteunt ook het WODC de NDM. In de NDM handelen drie hoofdstukken over onderwerpen die op het terrein van het ministerie van JenV liggen, namelijk een hoofdstuk over wetgeving en beleid op JenV-terrein, een hoofdstuk over illegale handel, productie en bezit van drugs en een hoofdstuk over criminaliteit en overlast door alcohol- en drugsgebruikers. INHOUD: 1. Algemeen (vooraf, wetgeving en beleid, 2. Middelen (Cannabis, Cocaïne, Opiaten, Ecstasy, Amfetamine, NPS, GHB, Slaap- en kalmeringsmiddelen, Lachgas, Ketamine, ADHD-medicijnen, Alcohol, Tabak) 3. Criminaliteit (Illegale handel, bezit en productie, Criminaliteit en overlast)
  • Stand van zaken multi-governance meldkamers

    Schelfhout, D.; Colenbrander, B.; Folmer, T. (Andersson Elffers Felix, 2022-03-16)
    Sinds juli 2020 is er sprake van een nieuwe governancestructuur in het meldkamerveld Op 1 juli 2020 is de Wijzigingswet meldkamers van kracht geworden. Die regelt dat de nationale politie verantwoordelijk is voor het beheer van de 112-meldkamers, terwijl die taak hiervoor bij de besturen van Veiligheidsregio’s lag. De Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) voert deze taak uit binnen de politieorganisatie. Deze verandering is gepaard gegaan met een nieuw besturingsmodel voor de hoofdlijnen van beleid en beheer van de meldkamers. Het doel van dit onderzoek is om in beeld te brengen hoe de implementatie van de governance is gevorderd, en of de besturing in de praktijk functioneert zoals bedoeld. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit rapport: 1. Wat is de stand van zaken van de implementatie van de (multi-)governance in het meldkamerveld? 2. Werkt de (multi-)governance voor het beheer van de meldkamers zoals bedoeld in de ministeriële regeling? 3. Zo nee, in hoeverre is de verwachting dat dit binnen afzienbare tijd het geval zal kunnen zijn? 4. Kunnen de partijen invloed uitoefenen op het beheer? 5. Zijn er mogelijke aandachtspunten voor verbetering in de werking van de (multi-)governance? INHOUD: 1. Inleiding 2. De meldkamer: taken en achtergrond 3. Vormgeving van de governance 4. Implementatie van de governance 5. Praktijkwerking van de governance 6. Conclusies en aanbevelingen
  • (On)mogelijkheden onderzoek omvang kindermishandeling - Een methodologische verkenning

    Wilms, P.J.M.; Huberts, S.; Jong, P.R. (medew.); Draijer, N. (medew.) (APE Onderzoek en advies, 2022-03-15)
    Het doel van het onderzoek is om middels een expertmeeting te verkennen of het mogelijk is om valide en betrouwbare schattingen te maken van de omvang van kindermishandeling in gesloten gemeenschappen in Nederland. Binnen de scope van het onderzoek valt niet het uitvoeren van een schatting, evenmin als het onderzoeken van de benodigde databronnen. Deze onderdelen zullen tot mogelijk uitvoering worden gebracht in een volgende fase van het onderzoek, afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek. De probleemstelling van dit onderzoek vloeit voort uit de doelstelling en luidt als volgt: “Is het mogelijk om middels wetenschappelijke schattingsmethoden te weten te komen wat de omvang van kindermishandeling gerelateerd aan geloof of ideologie in Nederland is? Indien Ja: Hoe zou een dergelijk onderzoek vorm gegeven moeten worden? Indien Nee: Tegen welke problemen en beperkingen loopt een dergelijk onderzoek aan?” INHOUD: 1. Inleiding en aanpak 2. Onderzochte vormen van kindermishandeling 3. Schatten met dark-number methoden 4. Conclusies
  • Incidenten en misdrijven op en rond COA-locaties - Een duiding van COA- en politiecijfers over de periode 2018-2019

    Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno, 2022-03-10)
    De centrale vraag die met dit onderzoek wordt beantwoord, luidt als volgt: Hoe kan de stijging in de periode 2018-2019 van het aantal incidenten op COA-locaties en de van misdrijven verdachte personen die op enig moment in het peiljaar op een COA-locatie verbleven worden geduid? Voor het beantwoorden van deze vraag is een analyse gemaakt van de incidenten op COA-locaties en van de criminaliteit waarvan COA-bewoners zijn verdacht. Hierbij is ook ingezoomd op kwaliteit van de geregistreerde data. Tevens zijn de kenmerken van de asielzoekers en COA-locaties beschreven. Voor het onderzoek waarbij het Incidentenoverzicht 2019 het uitgangspunt vormt, zijn drie onderzoeksmethoden gebruikt, namelijk: deskresearch, bestandsanalyse en een interviewronde. De databestanden zoals gebruikt voor het maken van het Incidentenoverzicht 2019 zijn opnieuw samengesteld, en waar mogelijk aangevuld met relevante extra variabelen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Opvang van asielzoekers in vogelvlucht 3. COA-incidenten 4. Misdrijven 5. Conclusies
  • Verschil in recidivetrends onder jeugdigen - Inzicht in ontwikkelingen in recidive onder verschillende groepen jeugdige justitiabelen

    Boschman, S.E.; Piersma, T.W.; Weijters, G.; Tollenaar, N.; Teerlink, M. (WODC, 2022-03-10)
    Het doel van de onderhavige studie was om verklaringen te bieden voor de ontwikkelingen in de recidive van jeugdige justitiabelen in Nederland, alsmede om mogelijke verschillen in recidivetrends tussen groepen jeugdigen in kaart te brengen. Recidiveren (bepaalde groepen) jeugdige justitiabelen werkelijk meer dan voorheen? Of is de recidive gestegen omdat het aandeel jeugdige justitiabelen met een hoog recidiverisico toeneemt? En welke maatschappelijke trends zijn de meest waarschijnlijke veroorzakers van deze ontwikkelingen in recidive? Om hier meer inzicht in te geven, beschrijven en verklaren we in dit onderzoek trends in de recidive van jeugdige justitiabelen en verbinden we deze empirische uitkomsten met theorie en eerder onderzoek. De onderzoeksvragen luiden als volgt: 1. Hoe heeft de tweejarige recidiveprevalentie en -frequentie zich ontwikkeld tussen de cohorten 2008 en 2017 voor de complete groep jeugdige daders en voor verschillende groepen jeugdige daders uitgesplitst naar strafrechtelijke, demografische, sociaaleconomische en buurtkenmerken? 2. Hoe heeft de tweejarige recidiveprevalentie en -frequentie zich ontwikkeld tussen de cohorten 2008 en 2017 voor de complete groep ex-JJI-pupillen en voor verschillende groepen ex-JJI-pupillen uitgesplitst naar strafrechtelijke, demografische, sociaaleconomische en buurtkenmerken? 3a. Hoe is de samenstelling van de groep jeugdige daders en ex-JJI-pupillen tussen de cohorten 2008 en 2017 veranderd wat betreft strafrechtelijke, demografische, sociaaleconomische en buurtkenmerken, en in hoeverre kan dit de ontwikkelingen in het recidiverisico verklaren? 3b. Welke strafrechtelijke, demografische, sociaaleconomische en buurtkenmerken hangen samen met een hoger recidiverisico onder jeugdige daders en ex-JJI-pupillen, en in hoeverre is de invloed van deze kenmerken veranderd in de periode van 2008 tot 2017? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Theorie, 3. Methoden, 4. Ontwikkelingen in de recidiveprevalentie en -frequentie van jeugdige justitiabelen: verschillen tussen subgroepen, 5. Verklarend model recidive jeugdige daders en ex-JJI-pupillen, 6. Conclusie en discussie.
  • Evaluatie pilot gezinsvertegenwoordiger 'Scheiden zonder Schade'

    Aar, J. van; Lenglet, M.J.E.; Torregrosa, L.D.R. (Van Montfoort, 2022-03-07)
    De gevolgen van een complexe scheiding kunnen voor kinderen groot zijn. Het overheidsprogramma Scheiden zonder Schade van het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft als doel schade bij kinderen als gevolg van een complexe scheiding te voorkomen. Dit gebeurt onder andere door het ontwikkelen van een nieuwe scheidingsaanpak in de regiolabs Den Haag en Oost-Brabant. Een onderdeel van de nieuwe scheidingsaanpak is de pilot Gezinsvertegenwoordiger/Casushouder. In deze pilot wordt zo vroeg mogelijk in het scheidingsproces een gezinsvertegenwoordiger bij een gezin betrokken om ouders en kinderen te begeleiden tijdens de scheiding. Het doel van de inzet van een gezinsvertegenwoordiger is de-escalatie en dejuridisering van het conflict. Onderzoeksverantwoording Het doel van het huidige onderzoek is inzicht te geven in de bijdrage van de gezinsvertegenwoordiger aan de beoogde doelen van de nieuwe scheidingsaanpak: de-escalatie en dejuridisering en in de wenselijkheid van een gezinsvertegenwoordiger als onderdeel van de nieuwe scheidingsaanpak en de wijze waarop dat kan worden ingevuld. In de onderzoeksopdracht staan acht onderzoeksvragen verdeeld over de drie fasen van de pilot: A. Voorbereidende fase: werkzame elementen? B. Uitvoerende fase: gezinsvertegenwoordiger: onderdeel scheidingsaanpak? C. Opbrengstfase. INHOUD: 1. Inleiding en opzet van de pilot, 2. Onderzoeksverantwoording, 3. De pilot, 4. Ervaringen, 5. Beantwoording onderzoeksvragen, 6. Reflectie.
  • Do or don't - Kennissynthese ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen van jongeren in de georganiseerde criminaliteit

    Boer, H. de; Ferwerda, H.; Kuppens, J. (Bureau Beke, 2022-01-02)
    Om te voorkomen dat jongeren in de georganiseerde criminaliteit terecht komen of hier verder in afglijden hebben de ministers voor Rechtsbescherming en van Justitie en Veiligheid besloten om een preventieve aanpak in te zetten. Deze aanpak krijgt onder andere vorm via projecten in een achttal gemeenten die vallen onder het Breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit (BOTOC). Voor de aanpak is het van belang om te weten waarom bepaalde jongeren en jongvolwassenen de georganiseerde criminaliteit in gaan. Wat zijn met andere woorden risico- en beschermende factoren? Op basis van deze kennis kunnen vervolgens zinvolle interventies worden (door)ontwikkeld en worden ingezet. In dit rapport wordt verslag gedaan van een literatuuronderzoek waarin de vraag centraal staat wat in de wetenschappelijke literatuur bekend is over ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen van jongeren in de georganiseerde misdaad. INHOUD: 1. Inleiding 2. Ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen 3. Risico- en beschermende factoren 4. Samenvatting en reflectie
  • Beïnvloed geweld - Evaluatie Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG)

    Kuppens, J.; Brouwer, N.; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2022-01-02)
    Het onderzoeksdoel is als volgt omschreven: ‘de evaluatie moet inzicht bieden in de werking en effectiviteit van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG) en daarmee bijdragen aan het tegengaan van het plegen van geweld onder invloed. Op basis van de evaluatie kunnen waar nodig initiatieven ter vergroting van de effectiviteit worden genomen’. De evaluatie bestaat minimaal uit een plan- en procesevaluatie en, afhankelijk van de inzichten hieruit, eventueel een effectevaluatie. Voor de planevaluatie is de volgende probleemstelling geformuleerd: ‘Wat heeft de wetgever met de WMG beoogd en op welke wijze wordt verondersteld dat dit doel/deze doelen kunnen worden bereikt?’. Voor de procesevaluatie is de volgende probleemstelling geformuleerd: ‘Hoe verloopt de uitvoering in de praktijk van de in het plan essentieel geachte onderdelen?’ Vervolgens zijn de volgende onderzoeksvragen voor de planevaluatie geformuleerd: 1. Wat heeft de wetgever met de WMG beoogd, zowel als hoofddoel en als eventuele onderliggende doelen? 2. Op welke wijze wordt verondersteld dat dit doel of deze doelen kunnen worden bereikt? 3. Welke mogelijke andere, waaronder mogelijk ‘tegendraadse’, effecten werden voorzien en zijn aangetroffen? 4. Op welke onderdelen en/of in welke mate moet ten minste in de praktijk aan het plan (zie onderzoeksvraag 2) zijn voldaan om doelbereiking in enige mate te kunnen veronderstellen? Voor de procesevaluatie zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 5. Hoe ziet de uitvoering in de praktijk eruit van de voor doelbereiking essentieel geachte onderdelen? 6. Is de uitvoering op essentieel geachte onderdelen in de praktijk voldoende in overeenstemming met het plan (zie vraag 4), zodat de beoogde effecten kunnen optreden? 7. Zijn er in de praktijk aanwijzingen voor het optreden van onvoorziene, zowel positieve als ‘tegendraadse’, effecten? INHOUD: 1. Inleiding, 2. De WMG-procedure, 3. Onderzoeksopzet, 4. De planevaluatie, 5. Procesevaluatie: WMG in cijfers, 6. Procesevaluatie: mening van de hOvJ's, 7. Procesevaluatie: casusanalyse en interviews, 8. Terugblik, onderzoeksvragen en conclusies.

View more