Show simple item record

dc.contributor.authorTaverne, M.D.
dc.contributor.authorNijboer, J.F.
dc.contributor.authorAbdoel, M.F.
dc.contributor.authorFarooq, S.
dc.coverage.spatialNederland
dc.date.accessioned2021-01-22T13:11:17Z
dc.date.available2021-01-22T13:11:17Z
dc.date.issued2013
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/20.500.12832/1874
dc.description.abstractOn 1 februari 2005 new legislation was introduced, the DNA testing of convicted offenders Act (DNA-V act). This act empowers the police to take a DNA sample form anyone convicted of an offence for which pre-trial detention is allowed and a (conditional) custodial sentence, detention or community service has been imposed, and to load a DNA profile derived from this onto the Dutch database for criminal cases. A match may arise when these profiles are compared with profiles obtained from crime scene samples that where secured from unsolved crimes. Is the application of the DNA-V Act effective as a tool to identify possible suspects of unsolved crimes by pinpointing possible donors of the incriminating cell material? How efficient is the application of this Act throughout the criminal justice system?
dc.description.abstractOp 1 februari 2005 is de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V) in werking getreden. Sinds die datum wordt van het overgrote deel van alle personen die worden veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict celmateriaal afgenomen. Uit dat celmateriaal wordt vervolgens een DNA-profiel opgesteld dat wordt bewaard in de databank en vergeleken met reeds aanwezige en met in de toekomst toe te voegen DNA-profielen. De doelstelling van dit onderzoek luidt: Zicht krijgen op de wijze waarop toepassing van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in Nederland bijdraagt aan de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten, teneinde een weloverwogen besluit te kunnen nemen over mogelijk gewenste aanpassingen in de werkprocessen in de strafrechtsketen aangaande de toepassing van deze wet, en over de rechtvaardiging van nieuwe investeringen in dit opsporingsmiddel. INHOUD: 1. Inleiding 2. Contextuele aspecten 3. Onderzoeksopzet- en uitvoering 4. DNA 5. Effectiviteit van de toepassing van de Wet DNA-V 6. De strafvorderlijke keten en het DNA-ketenproces (efficiëntie) 7. Conclusies en aanknopingspunten ter verbetering
dc.publisherUniversiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid
dc.relation.ispartofseriesWODC Rapport 1952b
dc.subjectEffectiviteit en efficiency
dc.subjectDna-onderzoek
dc.subjectWet- en regelgeving
dc.subjectJurisprudentie
dc.subjectBewijsmiddel
dc.subjectEvaluatie van wetgeving
dc.subjectDatabestand
dc.titleDNA in de databank: de moeite waard?
dc.title.alternativeEen procesanalyse binnen de strafrechtsketen met het oog op de effectiviteit en efficiëntie van de toepassing van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden
dc.typerapport
dc.identifier.project1952B
refterms.dateFOA2021-01-22T13:11:17Z
html.description.abstractOn 1 februari 2005 new legislation was introduced, the DNA testing of convicted offenders Act (DNA-V act). This act empowers the police to take a DNA sample form anyone convicted of an offence for which pre-trial detention is allowed and a (conditional) custodial sentence, detention or community service has been imposed, and to load a DNA profile derived from this onto the Dutch database for criminal cases. A match may arise when these profiles are compared with profiles obtained from crime scene samples that where secured from unsolved crimes. Is the application of the DNA-V Act effective as a tool to identify possible suspects of unsolved crimes by pinpointing possible donors of the incriminating cell material? How efficient is the application of this Act throughout the criminal justice system?en_GB
html.description.abstractOp 1 februari 2005 is de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V) in werking getreden. Sinds die datum wordt van het overgrote deel van alle personen die worden veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict celmateriaal afgenomen. Uit dat celmateriaal wordt vervolgens een DNA-profiel opgesteld dat wordt bewaard in de databank en vergeleken met reeds aanwezige en met in de toekomst toe te voegen DNA-profielen. De doelstelling van dit onderzoek luidt: Zicht krijgen op de wijze waarop toepassing van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in Nederland bijdraagt aan de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten, teneinde een weloverwogen besluit te kunnen nemen over mogelijk gewenste aanpassingen in de werkprocessen in de strafrechtsketen aangaande de toepassing van deze wet, en over de rechtvaardiging van nieuwe investeringen in dit opsporingsmiddel. <P></P><b>INHOUD:</b> 1. Inleiding 2. Contextuele aspecten 3. Onderzoeksopzet- en uitvoering 4. DNA 5. Effectiviteit van de toepassing van de Wet DNA-V 6. De strafvorderlijke keten en het DNA-ketenproces (efficiëntie) 7. Conclusies en aanknopingspunten ter verbeteringnl_NL
dc.identifier.tuduuid:6759a8ae-2475-420e-9119-c1827c9c45a1
dc.contributor.institutionUniversiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid
dc.contributor.institutionWODC
dc.source.cityLeiden


Files in this item

Thumbnail
Name:
1952b-volledige-tekst_tcm28-71 ...
Size:
2.176Mb
Format:
PDF
Thumbnail
Name:
1952b-samenvatting_tcm28-71424.pdf
Size:
175.8Kb
Format:
PDF
Thumbnail
Name:
1952b-summary_tcm28-71426.pdf
Size:
261.5Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record