Strafrechtelijke opsporing en vervolging van vrouwelijke genitale verminking
| dc.contributor.author | Nijboer, J.F. | |
| dc.contributor.author | Aa, N.M.D. van der | |
| dc.contributor.author | Buruma, T.M.D. | |
| dc.coverage.spatial | Nederland | |
| dc.date.accessioned | 2021-01-22T13:11:09Z | |
| dc.date.available | 2021-01-22T13:11:09Z | |
| dc.date.issued | 2010 | |
| dc.identifier.citation | ISBN:978-90-8974-317-6 | |
| dc.identifier.uri | http://hdl.handle.net/20.500.12832/1821 | |
| dc.description.abstract | To what extent does or did France have a more succesful practice of investigating and prosecuting female genital mutilation than the Netherlands, how is this organised and how can lessons be drawn from this for the Dutch practice? The study centres on French practice, although in a comparative perspective, viewed from the Netherlands. A summary (résumé) in French of this research is also available. | |
| dc.description.abstract | Genitale verminking is in Nederland strafbaar als vorm van mishandeling (Sr art. 300-304, 307, 308). Ook het mede_plegen en het uitlokken ervan is strafbaar (Sr art. 47 en 48). Sinds 1 februari 2006 kan een verdachte ook worden vervolgd voor een in het buitenland uitgevoerde verminking, indien de verdachte de Nederlandse nationaliteit heeft of in bezit is van een woon- of verblijfsvergunning voor Nederland. Op 1 januari 2010 is de ‘Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ in werking getreden. De bedoeling is dat professionals hiermee (dreigende) vrouwelijke genitale verminking eerder signaleren en gaan melden. Dit onderzoek toont op welke wijze een gepleegde besnijdenis van meisjes ter kennis kan komen van de (strafrechtelijke) Franse autoriteiten en hoe deze hier vervolgens op reageren. Aangegeven wordt welke sterke en zwakke punten hierbij zijn aan te wijzen en in hoeverre de Nederlandse praktijk lering kan trekken uit de Franse ervaringen. INHOUD: 1. Inleiding 2. De sociaal-culturele context van het onderzoek 3. Het bestuurlijke en juridische kader van de Franse strafrechtspraktijk 4. De melding van vrouwelijke genitale verminking 5. Opsporing en vervolging 6. Het gerechtelijk vooronderzoek (instruction) en de eindbeslissing van de juge d'nstruction 7. Berechting 8. De Franse strafrechtelijke aanpak van vrouwelijke genitale verminking 9. Concrete handvatten voor de Nederlandse praktijk 10. Beantwoording van de onderzoeksvragen | |
| dc.publisher | Boom Juridische uitgevers | |
| dc.relation.ispartofseries | WODC Rapport 1851 | |
| dc.subject | Opsporing | |
| dc.subject | Artsen | |
| dc.subject | Vergelijkend onderzoek | |
| dc.subject | Vrouwenbesnijdenis | |
| dc.subject | Frankrijk | |
| dc.subject | Bewijs | |
| dc.subject | Vrouwenmishandeling | |
| dc.subject | Melding | |
| dc.subject | Strafvervolging | |
| dc.subject | Beslissing omtrent vervolging | |
| dc.title | Strafrechtelijke opsporing en vervolging van vrouwelijke genitale verminking | |
| dc.title.alternative | De Franse praktijk | |
| dc.type | rapport | |
| dc.identifier.project | 1851 | |
| refterms.dateFOA | 2021-01-22T13:11:09Z | |
| html.description.abstract | To what extent does or did France have a more succesful practice of investigating and prosecuting female genital mutilation than the Netherlands, how is this organised and how can lessons be drawn from this for the Dutch practice? The study centres on French practice, although in a comparative perspective, viewed from the Netherlands. A summary (résumé) in French of this research is also available. | en_GB |
| html.description.abstract | Genitale verminking is in Nederland strafbaar als vorm van mishandeling (Sr art. 300-304, 307, 308). Ook het mede_plegen en het uitlokken ervan is strafbaar (Sr art. 47 en 48). Sinds 1 februari 2006 kan een verdachte ook worden vervolgd voor een in het buitenland uitgevoerde verminking, indien de verdachte de Nederlandse nationaliteit heeft of in bezit is van een woon- of verblijfsvergunning voor Nederland. Op 1 januari 2010 is de ‘Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ in werking getreden. De bedoeling is dat professionals hiermee (dreigende) vrouwelijke genitale verminking eerder signaleren en gaan melden. Dit onderzoek toont op welke wijze een gepleegde besnijdenis van meisjes ter kennis kan komen van de (strafrechtelijke) Franse autoriteiten en hoe deze hier vervolgens op reageren. Aangegeven wordt welke sterke en zwakke punten hierbij zijn aan te wijzen en in hoeverre de Nederlandse praktijk lering kan trekken uit de Franse ervaringen. <P></P><b>INHOUD:</b> 1. Inleiding 2. De sociaal-culturele context van het onderzoek 3. Het bestuurlijke en juridische kader van de Franse strafrechtspraktijk 4. De melding van vrouwelijke genitale verminking 5. Opsporing en vervolging 6. Het gerechtelijk vooronderzoek (instruction) en de eindbeslissing van de juge d'nstruction 7. Berechting 8. De Franse strafrechtelijke aanpak van vrouwelijke genitale verminking 9. Concrete handvatten voor de Nederlandse praktijk 10. Beantwoording van de onderzoeksvragen | nl_NL |
| dc.identifier.tud | uuid:58aa8a97-1b60-43b8-80e3-b893e4518320 | |
| dc.contributor.institution | WODC | |
| dc.contributor.institution | Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid | |
| dc.source.city | Den Haag |




