Show simple item record

dc.contributor.authorKoops, B.-J.
dc.coverage.spatialNederland
dc.date.accessioned2021-01-22T13:07:25Z
dc.date.available2021-01-22T13:07:25Z
dc.date.issued2012
dc.identifier.citationISBN:978-90-5931-934-9
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/20.500.12832/1255
dc.description.abstractA study carried out in 2000 concluded that it is a major breach of the privilege to compel suspects to decrypt their data and that this could not be justified in the interest of criminal investigation. However, since 2000 there have been new developments in the field of technology and case-law on the privilege against self-incrimination. Following the Amsterdam child-abuse case involving Robert M., the Dutch Second Chamber also raised the question whether a decryption order should be newly introduced for suspects. The main question investigated in this report is: to what degree can a decryption order (an order enforcing co-operation to access protected data) be considered compatible with the privilege against self-incrimination?en_GB
dc.description.abstractIn 2000 heeft prof. dr. E.J. Koops een omvangrijke publicatie over het decryptiebevel aan de verdachte geschreven (E.J. Koops, Verdachte en ontsleutelplicht: hoe ver reikt nemo tenetur? 2000). Daarin kwam hij tot de slotsom dat een dergelijke regeling een inbreuk op het nemo tenetur-beginsel maakt en dat er onvoldoende argumenten waren om die inbreuk te rechtvaardigen. Hij liet echter ruimte voor een andere afweging indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding zouden geven. De huidige ontwikkelingen – in het bijzonder ten aanzien van kinderpornografie en encryptietechniek, maar ook met betrekking tot de jurisprudentie van het EHRM ten aanzien van het nemo tenetur-beginsel – geven aanleiding om het onderzoek uit 2000 te actualiseren. Deze actualisatie is gerealiseerd aan de hand van literatuuronderzoek, analyse van de buitenlandse rechtsontwikkeling en vijf semi-gestructureerde interviews met deskundigen uit de opsporingspraktijk.nl_NL
dc.publisherBoom Lemma
dc.relation.ispartofseriesOnderzoek en beleid 305
dc.subjectVerdachten
dc.subjectWet- en regelgeving
dc.subjectCryptografie
dc.subjectZwijgrecht
dc.subjectZelfincriminatie
dc.subjectFrankrijk
dc.subjectComputercriminaliteit
dc.subjectKinderpornografie
dc.subjectMensenrechten
dc.subjectGroot-Brittannie
dc.titleHet decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel
dc.title.alternativeNopen ontwikkelingen sinds 2000 tot invoering van een ontsleutelingsplicht voor verdachten?
dc.typerapport
dc.identifier.project2180
refterms.dateFOA2021-01-22T13:07:25Z
dc.identifier.tuduuid:84423a71-f94e-4864-9ab2-509937b70a33
dc.contributor.institutionUniversiteit van Tilburg - TILT Faculteit Rechtswetenschappen
dc.contributor.institutionWODC
dc.source.cityDen Haag


Files in this item

Thumbnail
Name:
ob305-volledige-tekst_tcm28-72 ...
Size:
680.0Kb
Format:
PDF
Thumbnail
Name:
ob305-samenvatting_tcm28-72389.pdf
Size:
46.57Kb
Format:
PDF
Thumbnail
Name:
ob305-summary_tcm28-72391.pdf
Size:
69.78Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record