• Politiemonitor bevolking 1997 - Landelijke rapportage

      Unknown author (B&A Groep Beleidsonderzoek & -Advies, 1997)
      Dit is de rapportage van het derde grootschalige bevolkingsonderzoek waarbij gebruik is gemaakt van de Politiemonitor Bevolking: een vragenlijst, ontwikkeld door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Voor de rapportage van 1997 zijn ruim 76.000 inwoners van Nederland van 15 jaar en ouder geënqueteerd. Dit landelijke rapport bevat de beschrijving van de landelijke uitkomsten, alsmede die van de afzonderlijke 25 politieregio's (zie: Ra 11.175-B t/m Ra 11.175-Y). In de regionale rapporten worden per regio de uitkomsten voor de betreffende regio gepresenteerd en vergeleken met het landelijke beeld. De rapportage geeft een beeld van de aard en omvang van de criminaliteit en de behoefte aan veiligheidszorg, over het niveau van functioneren van de politie en over de kwaliteit van de geboden veiligheidszorg. Alle rapporten zijn als volgt ingedeeld: In deel A wordt eerst ingegaan op de probleemgevoeligheid van de eigen woonbuurt, en de subjectieve en objectieve kant van onveiligheid. Inmiddels wordt erkend, dat een complex van factoren bepalend is voor de mate waarin men zich onveilig voelt. Veel van die factoren hebben betrekking op de problemen die mensen in hun directe leefomgeving signaleren. Tot slot wordt ingegaan op het feitelijk slachtofferschap van diverse vormen van criminaliteit. Deel B gaat in op de verhouding tussen de politie en burgers, waarbij het aangiftegedrag van burgers, algemene contacten, en het oordeel van de bevolking m.b.t. het politieel functioneren aan de orde komen. Deel C gaat in op het preventiegedrag van burgers m.b.t. de eigen verantwoordelijkheid slachtofferschap van criminaliteit te voorkomen. In de bijlagen zijn de onderzoeksverantwoording en de vragenlijst opgenomen.
    • Politiemonitor bevolking 2001 - Landelijke rapportage

      Unknown author (B&A Groep Beleidsonderzoek en -advies, 2001)
      Rapportage van de vijfde meting van het landelijk onderzoek Politiemonitor Bevolking. Het onderzoek bevat een groot aantal vragen over verschillende aspecten van veiligheid en het functioneren van de politie die in 2001 aan bijna 90.000 Nederlanders zijn voorgelegd.
    • Politiemonitor bevolking 2003 - landelijke rapportage tabellenrapport

      Unknown author (WODC, 2003)
      De politiemonitor bevolking is een tweejaarlijks, landelijk onderzoek naar criminaliteit, onveiligheid, preventiegedrag van burgers en de kwaliteit van het optreden van de politie.
    • Positie van slachtoffers van mensenhandel - 1e trendrapportage 2006

      Vianen, R. van; Maaskant, G.; Wijers, M.; Woerds, S. ter (WODC, 2007)
      Deze eerste meting, de nulmeting, betreft het jaar 2006. De Monitor Mensenhandel richt zich vooral op de toegang van slachtoffers tot rechten en voorzieningen. Dat is uitgewerkt in zes thema's: signalering, toegang tot de B9-regeling, rechtshulp en strafrechtelijke procedure, opvang en huisvesting, gezondheidszorg, scholing en arbeid, en terugkeer en voortgezet verblijf.
    • Projectsurveillance en voorkoming misdrijven in Hoogeveen - Een onderzoek naar de effecten op de criminaliteitsontwikkeling

      Nuijten-Edelbroek, E.G.M. (WODC, 1982)
      In de gemeente Hoogeveen is in het driehoeksoverleg besloten tot een experiment waarin het accent ligt op de preventie van criminaliteit, vooral van inbraak in woningen, diefstal uit voertuigen en vernieling. Wel is ruimte gelaten voor andere delicten wanneer de frequentie van delictpleging daartoe aanleiding zou geven. Als methode is gekozen voor de combinatie van projectsurveillance en de instelling van een ambtenaar Voorkoming Misdrijven (VM).
    • Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteitspreventie op bedrijventerrreinen - een selectie naar ondernemingen uit het Midden- en Kleinbedrijf

      Sabee, V.; Bedem, R.F.A. van den; Essers, J.J.A. (WODC, 1994)
      Deze rapportage heeft betrekking op bedrijventerreinen in vijf steden: Zwijndrecht, Hoorn, Almere, Venlo en Schiedam/Rotterdam. De gegevens hebben betrekking op het huidige niveau van de criminaliteit en het beveiligingsbeleid van de bedrijven. Daarnaast is gekeken naar de visie van de respondenten op het functioneren van de politie en de bereidheid om mee te werken aan een eventueel samenwerkingsverband.
    • Seksueel geweld en grensoverschrijding - Ontwikkeling van een vragenlijst voor de bevolking van 16 jaar en ouder

      Graaf, H. de; Marra, E. (Rutgers Kenniscentrum seksualiteit, 2019)
      Het WODC heeft Rutgers gevraagd om de module te ontwikkelen voor het deel over seksueel geweld: een set vragen waarmee eens in de twee jaar de aard en omvang van online en offline slachtofferschap van seksuele intimidatie en geweld onder de bevolking van 16 jaar en ouder kan worden gemeten. In dit rapport volgt een gedetailleerd verslag van het ontwikkelproces van deze module. De probleemstelling is als volgt geformuleerd: Hoe kunnen aard en omvang van (online en offline) slachtofferschap van seksuele intimidatie en geweld onder de 16 bevolking zo valide mogelijk worden gemeten? De te ontwikkelen module moet ervaringen met verschillende vormen van grensoverschrijding en de context hiervan uitvragen en passen bij de in de andere module (huiselijk geweld) voorgestelde methodiek.
    • Seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen vrijwilligersorganisaties

      Haas, S. de; Cense, M.; Ditzhuijzen, J. van; Berlo, W. van (WODC, 2009)
      Doel van dit onderzoek was inzicht te krijgen in de aard en omvang van bekend geworden gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag in vrijwilligersorganisaties voor kinderen en jongeren, en in de preventieve en curatieve maatregelen die ten aanzien van seksueel grensoverschrijdend gedrag worden genomen.
    • Seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen de gemeenschap van Jehova's getuigen

      Bos, K. van den; Schiffelers, M.-J.; Bal, M.; Grootelaar, H.; Bertram, I.; Haas, S. de (medew.) (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2019)
      De hoofdvraag die in dit onderzoek wordt gehanteerd, luidt: Welke invloed hebben de patronen, regels, gebruiken en structuren van de gemeenschap van de Jehova’s getuigen in Nederland op: a. de omgang met (vermeend) seksueel misbruik en b. de aangiftebereidheid van (vermeend) seksueel misbruik?Het onderzoek is verricht in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid dat het onderzoek heeft aangevraagd naar aanleiding van een Tweede Kamermotie van Van Nispen e.a. (31015 nr. 154). Deze motie (inclusief het taalgebruik) is leidend geweest voor de onderzoeksvraag van het WODC en daarmee voor ons onderzoek.Voor het onderzoek zijn ervaringen van Jehova’s getuigen en ex-Jehova’s getuigen met seksueel misbruik, die binnenkwamen via een elektronisch contactpunt, bestudeerd. Tevens zijn er tien diepte-interviews met slachtoffers en naasten van slachtoffers uitgevoerd, heeft het onderzoeksteam gesproken met het bestuur van de Jehova's getuigen in Nederland en een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur in de VS, heeft een dossierinzage in een Koninkrijkszaal plaatsgevonden om te kunnen beoordelen hoe dossiers worden opgebouwd en is een gesprek gevoerd met het bestuur van de Stichting Reclaimed Voices, die zich inzet voor de slachtoffers van seksueel misbruik onder Jehova’s getuigen. Aansluitend is eerder (internationaal) onderzoek over seksueel misbruik en gesloten gemeenschappen, waaronder de gemeenschap van Jehova’s getuigen, bestudeerd. INHOUD: 1. Doel en werkwijze 2. Contactpunt: aanpak en deelnemers 3. Ervaringen gedeeld via het contactpunt 4. Interviews (ex-)Jehova's getuigen 5. Interviews bestuurders 6. De data geduid: literatuuronderzoek 7. Conclusies en aanbevelingen
    • Seksuele kindermishandeling en Justitie

      Unknown author (WODC, 1989)
      Klaarblijkelijk is het seksueel misbruiken van kinderen niet het werk van enkele mannen, maar is een groot deel van de mannelijke bevolking in het geding. Opmerkelijk is dat het delict zich mag verheugen in een zeer wispelturige aandacht. De publieke opinie wordt heen en weer geslingerd tussen morele verontwaardiging en scepsis; tussen de positie van het slachtoffer en die van de beschuldigde ouder(s). Met dit themanummer van Justitiële Verkenningen wordt een nieuwe publikatie toegevoegd aan de boekenkast die reeds over dit onderwerp volgeschreven is. Toch lijkt het wenselijk om het onderwerp nog eens 'rustig' vanuit een justitieel gezichtspunt te belichten. Hoe moeten we de plotselinge aandacht ervoor begrijpen? Welke gevallen komen bij de politie? Wat is de rol van de Raad voor de Kinderbescherming? Wat is de getuigenis van een kind eigenlijk waard?
    • Slachtoffers van misdrijven door intimi, kennissen of vreemden - Verschillen in context, ervaringen en behoeften met betrekking tot justitie

      Boom, A. ten (WODC, 2016)
      Een substantieel deel van alle misdrijven wordt gepleegd door bekenden van het slachtoffer. Deze verdachten of daders kunnen heel goede bekenden zijn, zoals (ex)geliefden, familieleden en voormalige vrienden maar bijvoorbeeld ook collega’s, vage kennissen, cliënten of buurtgenoten. De probleemstelling van dit onderzoek luidde: in welke opzichten verschilt de slachtofferervaring van slachtoffers van verschillende bekende en vreemde daders en welke gevolgen heeft dat voor de behoeften van die slachtoffers als zij zoeken naar een justitiële reactie? Dit is onderzocht door middel van een uitgebreide literatuurstudie en een secundaire analyse op een bestaande dataset van 494 Nederlandse slachtoffers van misdrijven wier zaak bij het Openbaar Ministerie (OM) in behandeling is geweest. De data waren afkomstig van zowel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers van misdrijven in verschillende slachtoffer-dader relaties. Dit waren slachtoffers van geweldsdelicten, vermogensdelicten en vernielingen/openbare orde delicten. INHOUD: 1. Inleiding en opzet 2. Delicten op verschillende relationele afstand 3. Nadere verkenning van de slachtofferervaring en psychische impact 4. Aangiftegedrag 5. Behoeften met betrekking tot de justitiële reactie 6. Verantwoording secundaire analyse 7. Resultaten secundaire analyse 8. Conclusie en reflectie
    • Slachtoffers van zedenmisdrijven - Een verkenning van de overwegingen voor contact met politie en/of hulpverlening

      Bertling, L.; Mack, A.; Vonk, H.; Timmermans, M. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2017)
      Dit onderzoek betreft de factoren en overwegingen die een rol spelen bij volwassenslachtoffers van zedenmisdrijven om het delict wel of niet te melden bij de politie, wel of geen aangifte te doen van het delict en de keuze om wel of geen hulp te zoeken. Parallel aan dit onderzoek voert de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen een monitor uit naar de doorstroom van zaken van seksueel geweld tegen kinderen in de justitiële keten. De volgende vragen stonden in dit onderzoek centraal: Welke factoren bepalen of het slachtoffer contact opneemt met politie en/of hulpverleners? Welk behoeften hebben slachtoffers na een zedenmisdrijf en welke contacten hebben zij op welk moment? Welke overwegingen maken slachtoffers ten aanzien van contact zoeken met politie en/of hulpverlening? Hoe ervaren zij het proces bij de politie na het incident? INHOUD: 1. Inleiding 2. Inzichten uit de literatuur 3. Beeld op basis van registraties 4. Perspectief van de slachtoffers 5. Perspectief van professionals 6. Conclusie
    • Slachtofferschap criminaliteit bij bedrijven en instellingen - Monitor bedrijven en instellingen: nulmeting onder 5.000 vestigingen

      Visser, J.; Frederikse, R.; Hermans, E. (NIPO Consult, 2002)
      Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek Monitor Bedrijven en Instellingen met betrekking tot slachtofferschap criminaliteit bij bedrijven en instellingen. De monitor wordt periodiek uitgevoerd. Dit jaar heeft de eerste meting (nulmeting) plaatsgevonden onder bedrijven en instellingen in alle sectoren in het bedrijfsleven en de publieke sfeer. De onderzochte sectoren zijn: landbouw, jacht en bosbouw, visserij; industrie; bouwnijverheid;  detailhandel en autoreparatie; groothandel; horeca; vervoer, opslag en communicatie; financiele instellingen en zakelijke dienstverlening; openbaar bestuur en onderwijs; gezondheids- en welzijnszorg; cultuur, recreatie en  overige dienstverlening. Er is gekozen voor een beschrijvende weergave van de criminaliteits- en veiligheidssituatie in de onderzochte sectoren. De delicten staan centraal in de rapportage. Per delict behandelen de auteurs een aantal zaken: mate warin delict voorkomt, schade, meldings- en aangiftegedrag en daderschap.
    • Speciale behoefte van slachtoffers van hate crime ten aanzien van het strafproces en de slachtofferhulp

      Aa, S. van der; Claessen, J.; Hofmann, R. (Maastricht University - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2020)
      Het primaire doel van deze studie was een (verkennend) antwoord te vinden op de vraag naar de procedurele- en hulpbehoeften van hate crime slachtoffers in de context van het strafproces en de mate waarin het Nederlandse strafproces en de slachtofferhulpverlening momenteel aan die behoeften voldoen. Om deze vraag te beantwoorden werd eerst een inventarisatie gemaakt van de impact van hate crime op de verschillende groepen slachtoffers, van hun behoeften ten aanzien van en ervaringen met de strafprocedure en de hulpverlening. Ook werd gekeken naar de procedurele rechten en voorzieningen die in buitenlandse jurisdicties (Verenigd Koninkrijk en EU-lidstaten), voor hate crime slachtoffers zijn ontwikkeld. INHOUD: 1. Inleiding 2. Impact op en procedurele behoeften van hate crime slachtoffers 3. Interviews met vertegenwoordigers van Nederlandse organisaties 4. Rechten van hate crime slachtoffers in andere EU lidstaten 5. Anti-hate crime beleid in het Verenigd Koninkrijk 6. Conclusie
    • Uitvoering B9 regeling - Verslag werkconferentie 17-18 juni 2004

      Unknown author (WODC, 2004)
      Het verslag, in opdracht van het WODC vervaardigd, vormt de weerslag van de bovengenoemde werkconferentie over de uitvoering van de ‘B9-regeling’. Tijdens de conferentie stonden drie thema’s centraal:het vergroten van de bekendheid van de regeling en het veiligstellen van de expertise in het werken met de regeling binnen de uitvoerende instanties;het verbeteren van de onderlinge communicatie tussen de betrokken instantieshet gezamenlijk opbouwen van een dossier waarin de positie van het slachtoffer centraal wordt gesteld.De conferentie resulteerde in een blauwdruk voor een verbeterde aanpak, die ook in het verslag is opgenomen.
    • Veel voorkomende criminaliteit op de Nederlandse Antillen

      Nelen, J.M.; Essers, J.J.A. (WODC, 1993)
      Op verzoek van de door de Antilliaanse minister van Justitie ingestelde 'Commissie van onderzoek naar het vermeend onrechtmatig optreden van de politie' hebben de auteurs een bevolkingsonderzoek uitgevoerd op Curacao, Bonaire en Sint Maaren. Het doel van dit onderzoek was tweeledig. In de eerste plaats diende in kaart gebracht te worden hoe de burgers van de drie genoemde eilanden eventueele contacten met het Korps Politie Nederlandse Antillen hebben ervaren en welke indruk er bij de bevolking bestaat van het optreden van de politie in het algemeen. Drie vragen staan in het onderzoek centraal: 1. In welke mate bestaan er bij de bevolking angst- en onrustgevoelens met betrekking tot criminaliteit?; 2. Wat is de omvang van de 'veel voorkomende criminaliteit' op Curacao, Bonaire en Sint Maarten?; 3. Hoeveel slachtoffers melden een misdrijf bij de politie, welke motieven worden aangedragen om geen aangifte te doen en hoe tevreden tonen de slachtoffers die wel aangifte doen, zich over de inspanningen van de politie?
    • Voetsurveillance en preventievoorlichting in Amsterdam-Osdorp - Een onderzoek naar de effecten op de criminaliteitsontwikkeling

      Spickenheuer, J.L.P. (WODC, 1983)
      Voor het project in Amsterdam werden de volgende doelstellingen geformuleerd: verbetering van de relatie met het publiek; en beheersen of terugdringen van het aantal inbraken, diefstallen uit auto's, fiets- en bromfietsdiefstallen, berovingen op straat en het aantal gevallen van vernieling of vandalisme. Beide doelstellingen dienden te worden gerealiseerd door een totaalpakket van preventieve politie-activiteiten, waarbij zowel voetsurveillance als voorlichting aan het publiek over preventieve maatregelen de belangrijkste zijn.
    • Winkelboa's nader beschouwd - Evaluatie van een pilot rond inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren bij winkeldiefstal

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno, 2013)
      Om toezicht en handhaving in winkelgebieden te versterken en de afhandeling van winkeldiefstal bij ontdekking op heterdaad te versnellen heeft de Minister van Veiligheid en Justitie besloten tot een experiment met de inzet van een buitengewoon opsporingsambtenaar voor winkelgebieden (‘winkelboa’). Aan de Tweede Kamer is toegezegd dat de ervaringen en bevindingen zullen worden gemonitord. Bij een positief oordeel op basis van de gegevens uit de pilot-gemeenten kan besloten worden tot landelijke invoering. De evaluatie van de pilot met de winkelboa vindt plaats aan de hand van een planevaluatie, een procesevaluatie en een effectevaluatie. De probleemstelling omvat deze drie elementen en luidt als volgt: Op welke wijze is de pilot met de winkelboa vormgegeven in de betrokken gemeenten? Welke ervaringen hebben de betrokken organisaties en ondernemers opgedaan tijdens de pilot? En, welke resultaten zijn behaald? INHOUD: 1. Inleiding 2. Planevaluatie 3. Winkelboa's in Roermond 4. Winkelboa's in Vlaardingen 5. Conclusies