• Evaluatie Wet veiligheidsregio's

      Veldhuisen, A. van; Hagelstein, R.; Voskamp, I.; Genderen, R. van (Andersson Elffers Felix, 2013)
      In hoeverre voldoet de Wet veiligheidsregio's in de praktijk aan de verwachtingen wat betreft het functioneren van het stelsel (de realisatie van de aannames over het bijdragen aan een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie) en hoe ervaren actoren dat? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond 3. Beleidstheorie 4. Verwachtingen over de werking van de wet 5. Tussenconclusie over de beleidstheorie 6. Ontwikkelingen sinds inwerkingtreding van de Wvr 7. Operationele prestaties van de veiligheidsregio's 8. Functioneren en ervaringen (I) - bestuurlijke aansturing 9. Functioneren en ervaringen (II) - schaalgrootte 10. Functioneren en ervaringen (III) - organisatie 11. Functioneren en ervaringen (IV) - uitvoering 12. Functioneren en ervaringen (V) - financiering 13. Functioneren en ervaringen (VI) - nationale aspecten 14. Conclusies
    • Experiment Perspectief aanpak voormalig alleenstaande minderjarige vreemdelingen - analyse van de resultaten

      Grund, J.-P.C.; Breeksema, J.J.; Braam, R.; Bruin, D. de (Centrum voor Verslavingsonderzoek (CVO), 2011)
      Het experiment op basis van de Perspectiefaanpak ex-amv’s is gericht op het realiseren van daadwerkelijk vertrek (terugkeer) van ex-amv’s, het terugdringen van het vertrek met onbekende bestemming (MOB) en het terugdringen van illegaliteit. Voor het onderzoek zijn de volgende ‘resultaten’ van belang: (begeleide) terugkeer naar land van herkomstverkrijgen van een (tijdelijke) verblijfsvergunning nog in begeleiding met onbekende bestemming (MOB) vertrokkendoormigratie  Het doel van dit onderzoek is om de resultaten van de bij het experiment betrokken steunpunten onderling te vergelijken, aan de hand van onderscheidende kenmerken van deze steunpunten. De volgende probleemstelling is daarbij aan de orde: Hoe zien de organisatievormen en werkwijzen van de lokale steunpunten Perspectief er uit? Welke deelnemers en resultaten hebben ze? Hoe hangen de resultaten samen met overeenkomsten en verschillen in de gehanteerde organisatievormen en werkwijzen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethoden 3. De perspectief aanpak: organisatorisch spectrum 4. De deelnemers aan het experiment Perspectief: voormalig Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen 5. De Perspectief aanpak: een methodische regenboog 6. De Perspectief aanpak: resultaten 7. Relatie tussen organisatievormen, werkwijze & kenmerken van ex-AMV's en de behaalde resultaten
    • Flexibele bruggenbouwer zoekt stevig fundament - Wat werkt bij de inzet van vrijwilligers binnen de reclassering?

      Höing, M.; Heemskerk, I. (Höing & Heemskerk, 2019)
      Binnen de reclasseringsorganisaties wordt al op beperkte schaal gewerkt met vrijwilligers (Bureau Buitenland, COSA en een aantal lokale projecten). Er wordt daarnaast in het kader van stimuleringsprogramma’s als ‘Ruim baan’ en ‘Koers en Kansen’ geëxperimenteerd met enkele pilots. Momenteel ontbreekt het nog aan een visie met betrekking tot doelen van de inzet van vrijwilligers bij reclasseringstaken, kennis over mogelijke modellen voor de organisatie van de vrijwillige inzet, en modellen voor de taken van vrijwilligers en de samenwerking met beroepskrachten. In verschillende andere landen is hiermee veel ervaring opgedaan, die mogelijk van betekenis kan zijn voor de ontwikkeling van een visie, en van beleid en werkwijzen in Nederland. Hiertoe zijn praktijken in Ierland, Engeland, Zweden, Oostenrijk en Japan onderzocht. Door deze keuze van landen konden diverse modellen voor de inzet van vrijwilligers worden vergeleken. De probleemstelling is in drie deelvragen verdeeld: Hoe is in de geselecteerde landen en projecten de inzet van vrijwilligers bij reclasseringstaken georganiseerd, onder welke randvoorwaarden werken zij, welke taken voeren zij uit en hoe verhoudt het werk van de vrijwilligers zich tot het werk van betaalde reclasseringswerkers? Wat zijn in de onderzochte landen werkzame mechanismen voor de inzet van vrijwilligers met betrekking tot werving en selectie, training en begeleiding, binding aan de organisatie, samenwerking met betaalde reclasseringswerkers en wat is bekend over het resultaat van de inzet van vrijwilligers? In hoeverre zijn de onderzochte voorbeelden bruikbaar voor het reclasseringswerk in Nederland? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. de organisatie van de inzet van vrijwilligers 4. De inzet van vrijwilligers 5. Betekenis voor de Nederlandse context 6. Conclusies en discussie 7. Referenties
    • Gedeelde zorgen, Gebrekkige samenwerking - Diasporaorganisaties, de Nederlandse overheid en de migratiepraktijk

      San, M. van (Erasmus Universiteit Rotterdam - Risbo Research-Training-Consultancy, 2016)
      In verschillende landen delen overheidsorganisaties een belangrijke rol toe aan diasporaorganisaties en nemen zij maatregelen om hun engagement te faciliteren. Ook in Nederland worden diasporaorganisaties al jaren als belangrijke actoren gezien bij de migratiepraktijk. In dit rapport wordt in eerste instantie ingegaan op de rol die diasporaorganisaties spelen bij de migratiepraktijk in Nederland – in termen van het bevorderen van integratie, het voorkomen van irreguliere immigratie en het stimuleren van vrijwillige terugkeer – op welke wijze zij dat doen en hoe dat door Nederlandse overheidsmedewerkers wordt geëvalueerd. Vervolgens wordt ingegaan op de barrières enerzijds en kansen anderzijds in de samenwerking tussen diasporaorganisaties en de Nederlandse overheid 1bij de uitvoering van de migratiepraktijk.
    • Geen uniformen, maar specialisten - Betrokkenheid van externe experts in crisissituaties

      Eijk, C. van; Broekema, W.; Torenvlied, R. (Universiteit Leiden - Instituut Bestuurskunde, 2013)
      Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mate en wijze van betrokkenheid van externe experts in crisissituaties, alsmede wat de (on)bedoelde gevolgen van deze betrokkenheid zijn. De centrale probleemstelling luidt: Welke lessen volgen uit: (1) de wetenschappelijke literatuur over het betrekken van externe experts (meer specifiek uit bedrijfsleven en wetenschap) bij crisisbesluitvorming en -communicatie en (2) een nationale en internationale researchsynthese van ervaringen op dit gebied? INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuurstudie 3. Schets van de bestuurlijke context 4. Synthese van evaluatierapporten 5. Verdiepende analyse 6. De rollen van externe experts: opzet voor een Q-methodologie 7. Conclusies
    • Gericht, gedragen en geborgd interventievermogen? - Evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie 2011-2015

      Noordegraaf, M.; Douglas, S.; Bos, A.; Klem, W. (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2016)
      Als gevolg van aanslagen in binnen- en buitenland intensiveert Nederland aan het begin van de eenentwintigste eeuw haar contraterrorisme-beleid. Op verzoek van de Tweede Kamer en na voorbereiding van de Commissie Suyver, wordt het beleid in 2010 geëvalueerd. Deze evaluatie beveelt onder andere aan een nationale strategie op te stellen. Die overkoepelende strategie moet een overzicht bieden van alle maatregelen en een integrale aanpak van terrorisme borgen. Bij de presentatie van de strategie 2011-2015 zegt de minister van VenJ toe aan de Tweede Kamer de strategie na afloop te evalueren. Het doel van de evaluatie is inzichtelijk te maken welke bijdrage de strategie 2011-2015 heeft geleverd aan het verminderen van het risico op aanslagen, het verminderen van de vrees voor aanslagen, en het beperken van de mogelijke schade na aanslagen. De evaluatie moet ook aandachtspunten meegeven voor de nationale contraterrorisme-strategie voor 2016-2020. INHOUD: 1. Introductie 2. Aanpak van evaluatie 3. Context van de contraterrorisme-strategie 4. Analyse strategische plannen 5. Analyse landelijke Samenwerkingsprocessen 6. Analyse integrale lokale aanpak 7. Conclusies over strategie 2011-2015 8. Implicaties voor strategie 2015-2016
    • Geweldsregistratie door ziekenhuizen - Procesevaluatie van de pilot 'Preventieve aanpak geweld'

      Wijk, A. van; Hardeman, M.; Bremmers, B. (Bureau Beke, 2015)
      In Amsterdam loopt een project met ziekenhuizen die bij letselslachtoffers van geweld registreren hoe, waar en wanneer het geweld zich heeft afgespeeld. Deze informatie wordt geanonimiseerd gedeeld met de politie en de gemeente, zodat zij gerichte preventieve maatregelen tegen geweld kunnen treffen. In Cardiff, waar dit model als eerste is opgezet, leidde deze aanpak tot een daling van het zware geweld met 40%. Het onderzoek naar de ‘Pilot Aanpak geweld door ziekenhuizen, politie en bestuur’ bestaat uit twee delen: een evaluatie van het uitvoeringsproces en een evaluatie van de doelbereiking van de Pilot. In deze rappportage staat de procesevaluatie centraal met daarin de volgende probleemstelling: In hoeverre wordt de pilot door de verschillende partijen uitgevoerd volgens het overeengekomen protocol en op welke punten is verbetering noodzakelijk? INHOUD: 1. Inleiding en vraagstelling 2. Pilot 'Preventieve aanpak geweld' 3. Uitgangspunten en randvoorwaarden 4. Organisatie 5. Juridische context 6. Praktische uitvoering 7. Controle registraties door VeiligheidNL en rapportages 8. Beantwoording van de onderzoeksvragen
    • Het OM en Van Montfrans - een inventarisatie door de Werkgroep De Vries van taken en activiteiten van het OM inzake jeugdcriminaliteit

      Essers, A.A.M.; Laan, P.H. van der (WODC, 1995)
      In deze notitie worden enkele uitkomsten gepresenteerd van de resultaten van een inventarisatie in alle 19 arrondissementen van taken en activiteiten van het OM inzake jeugdcriminaliteit. Aan de orde komen afdoeningsbeleid en -praktijk, taakstraffen, samenwerkingsverbanden/projecten/experimenten, knelpunten en cliënt-volgsysteem.
    • Hoe lopen de hazen? - De stand van zaken in de aanpak van dierenmishandeling en dierenverwaarlozing

      Leiden, I. van; Hardeman, M.; Ham, T. van; Scholten, L.; Wijk, A. van (Bureau Beke, 2016)
      Gezien de ontwikkelingen op het gebied van (invulling van) de dierenpolitie en wetgeving en uitvoeringsbesluiten op het vlak van de handhaving van dierenwelzijn is een belangrijke vraag die nu voor ligt: hoe lopen de hazen? In hoeverre wordt er door de partijen op het gebied van de handhaving van dierenwelzijn navolging gegeven aan de afspraken en wat moet er eventueel veranderen om de (door)werking van de gezamenlijke afspraken te optimaliseren? Ten aanzien van de noodhulp aan dieren is de vraag aan de orde hoe de samenwerking en professionalisering van de keten verder kunnen worden versterkt. De vraagstelling luidt als volgt: Wat is de (ontwikkeling in) aard en omvang van dierenmishandeling en dierenverwaarlozing en wat is de stand van zaken met betrekking tot de (samenwerking bij de) handhaving van dierenwelzijn? INHOUD: 1. Introductie 2. Partners en afspraken 3. Meldpunt 144 4. Handhaving 5. Hulpverlening 6. Cijfermatige ontwikkelingen 7. Samenvatting en conclusies
    • Ik zal handhaven - Verkenning pluralisering van de politiefunctie (Plural policing)

      Lakerveld, J. van; Zoete, J. de; Matthys, J.; Akerboom, M. (Universiteit Leiden - Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), 2019)
      De algemene onderzoeksvraag voor dit onderzoek luidt: “Hoe beïnvloedt de pluralisering van de politiefunctie het huidige en toekomstige functioneren van de Nederlandse politie?” Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, is gekeken naar de huidige wet- en regelgeving in Nederland, naar de algemene praktische context in Nederland en in Europa (om van daaruit te extrapoleren hoe het toekomstige functioneren van de politie beïnvloed kan worden), en naar het lokale niveau. De vragen zijn samengebracht in de onderstaande hoofdvragen.Wet- en regelgeving 1. Wat is de huidige wettelijke context inzake de pluralisering van de politiefunctie in Nederland? Nederlandse en Europese varianten en trends 2. Welke varianten en ontwikkelingen kunnen in de afgelopen jaren in Nederland worden geobserveerd inzake de pluralisering van de politiefunctie? 3. Welke varianten en ontwikkelingen kunnen in de afgelopen jaren in Europa en in het bijzonder in de buurlanden (België, Duitsland, Engeland) worden geobserveerd inzake de pluralisering van de politiefunctie? Lokale praktijken 4. Wat is de rol van lokale overheden (Rotterdam, Ede en Maastricht) wat betreft de pluralisering van de politiefunctie? 5. Hoe verloopt de samenwerking tussen de politie en deze andere veiligheidsactoren op het lokale niveau?
    • Informatie-uitwisseling landelijk dekkend stelsel cybersecurity

      Brennenraedts, R.; Bekkers, R.; Kats, J.; Hanswijk, M.; Bakhyshov, R.; Sahebali, W.; Jansen, R. (Dialogic Innovatie en Interactie, 2020)
      In dit onderzoek hanteren we het volgende uitgangspunt met betrekking tot het landelijk dekkend stelsel van cybersecuritysamenwerkingsverbanden: het ideaal van een landelijk dekkend stelsel is gerealiseerd als elke partij in Nederland wordt ‘bereikt’ en toegang heeft tot de cybersecurity-informatie waar hij behoefte aan heeft. Partijen worden door het stelsel ‘bereikt’ indien ze weten waar ze terecht kunnen in geval van vragen over of problemen met cybersecurity.Het onderliggend onderzoek beoogt inzichten op te leveren voor het zojuist gestelde probleem, en heeft de volgende overkoepelende onderzoeksvraag: Welke doelgroepen met betrekking tot de niet-vitale partijen worden nu nog niet bereikt, op welke wijze - en via welke vakdepartementen - zou dat wel lukken en wat moet daar concreet voor gebeuren?In dit onderzoek is ook gekeken naar het cybersecuritystelsel in Engeland, Frankrijk en Duitsland. INHOUD: 1. Inleiding 2. Betekenis van cybersecurity, en de kaders en doelen van het Nederlands cybersecuritystelsel 3. Het Nederlands stelsel en de (on)mogelijkheden bij informatie-uitwisseling 4. Maatregelen, informatiebehoeften en het bereik van het Nederlandse stelsel 5. Oplossingsrichtingen voor het bereiken van alle partijen 6. Conclusies
    • Inrichting en organisatie Brandweerkorps en Korps Politie Caribisch Nederland

      Nauta, O.; Egmond, P. van (DSP-groep, 2015)
      De staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk van oktober 2010 hebben een wijziging met zich meegebracht voor de politie en de brandweer op de drie BES-eilanden. De politiekorpsen en brandweerkorpsen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn samengevoegd tot één politiekorps (Korps Politie Caraïbisch Nederland, KPCN), respectievelijk één brandweerkorps (Brandweerkorps Caraïbisch Nederland, BKCN). De Minister van Veiligheid en Justitie (VenJ) is korpsbeheerder van zowel het KPCN als het BKCN. De minister van VenJ draagt als korpsbeheerder van het politie- en het brandweerkorps Caraïbisch Nederland zorg voor de kwaliteit van de taakuitoefening, de resultaten en het beheer van de beide korpsen. De volgende probleemstelling staat in dit rapport centraal: In hoeverre functioneren het Korps Politie Caribisch Nederland en het Brandweerkorps Caribisch Nederland in kwantitatief en kwalitatief opzicht binnen de kaders van wet- en regelgeving c.q. in hoeverre zouden zij in staat moeten zijn binnen die kaders te functioneren? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodische verantwoording 3. Brandweerkorps Caribisch Nederland 4. Verbetermogelijkheden 5. Conclusie BKCN 6. KPCN 7. Verbetermogelijkheden KPCN 8. Conclusies KPCN 9. Tot slot
    • Integraal afpakken van crimineel vermogen - Verkenning handvatten voor kosten en baten in de opsporings- en handhavingsfase

      Rij, C. van (Cebeon - Centrum Beleidsadviserend Onderzoek, 2018)
      Centraal in het onderzoek stonden de vragen naar de typen financiële en maatschappelijke kosten en baten van het integraal afpakken van crimineel vermogen: welke typen kosten en baten betrokken partijen verwachten; welke gegevens of indicatoren men hiervoor denkt te kunnen gebruiken om deze (integraal) te kunnen registreren, met zo beperkt mogelijke extra administratieve lasten; de hoogte van de strafrechtelijke, fiscale en bestuurlijke kosten en baten, voor zover het mogelijk is daarover nu al iets te zeggen. Voorts is in het onderzoek aandacht besteed aan in de praktijk door de partners in het strafrechtelijk, fiscaal en bestuurlijk domein ervaren belemmeringen voor het effectief vormgeven van het integraal afpakken en door hen gesignaleerde neveneffecten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Analysekader 3. Stap 3 - Beleidsalternatief 'integraal afpakken': processen en ketenpartners 4. Stap 4 - Effecten en baten 5. Stap 5 - Kosten 6. Stap 7 - Overzicht kosten en baten 7. Knelpunten en neveneffecten integraal afpakken 8. Tot slot
    • Inventarisatie forensisch medisch onderzoek en medische arrestantenzorg in Nederland - Rapport I voor de Commissie Hoes

      Batenburg, R.; Hansen, J. (NIVEL, 2016)
      Wat is het aanbod en de beschikbaarheid van forensisch medisch onderzoek (FMO) en medische arrestantenzorg (MAZ) ten behoeve van de politie in Nederland? Dat is de hoofdvraag van dit onderzoek. Dit rapport is opgesteld om de Commissie forensisch medisch onderzoek en medische arrestantenzorg te ondersteunen. Deze zal een advies uitbrengen hoe beide deelterreinen ingericht dienen te worden, zodat de politie kan beschikken over kwalitatief goede en financieel beheersbare dienstverlening op dit gebied. Naast FMO en MAZ wordt ook de lijkschouw in dit onderzoek betrokken. De eerste hoofdvraag van het onderzoek was: Welke organisaties bieden forensisch medisch onderzoek en medische arrestantenzorg in Nederland aan, welke diensten worden verricht en hoeveel werkzaamheden worden vanuit deze organisaties verricht? De tweede hoofdvraag van het onderzoek was: Wat is de aard en de omvang van de dienstverlening op het terrein van forensisch medisch onderzoek en medische arrestantenzorg? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethoden 3. Forensisch-medische diensten in Nederland: de organisaties en het systeem 4. Forensisch-medische diensten in Nederland: het vakgebied en de uitvoering 5. Samenvatting en discussie
    • Invoering jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland - Een verkenning naar een jeugdstrafrechtmonitor

      Doekhie, J.V.O.R.; Liefaard, T.; Bak, R. den; Jeltes, M.; Marchena-Slot, A.; Nieuw, R.; Mooren, F. van der; Zee, S. van der (medew.); Werf, F. van der (medew.) (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2020)
      In tegenstelling tot Europees-Nederland is er momenteel geen apart jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland. De Nederlandse overheid streeft ernaar om in 2020 een apart jeugdstrafrecht in te voeren in Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES). De implementatie van het jeugdstrafrecht zal plaatsvinden door het toevoegen van een titel in het huidige wetboek van Strafrecht BES met bijzondere bepalingen betreffende jeugd. De introductie van het jeugdstrafrecht heeft tot gevolg dat er jeugddetentie wordt ingevoerd en geeft bovendien een wettelijke grondslag aan de reeds bestaande buitengerechtelijke afdoening. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil de doeltreffendheid en doelmatigheid van de invoering van een jeugdstrafrecht beter kunnen bepalen en heeft daartoe onderhavig onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van een kwantitatieve en kwalitatieve monitor. De probleemstellingen van het onderzoek luiden:Wat is de 0-situatie als het gaat om de kwalitatieve en kwantitatieve instroom van jeugdigen van 12-18 jaar in 20184 die met politie en justitie in Caribisch Nederland in aanraking zijn gekomen, op welke wijze zijn deze zaken in de jeugdstrafrechtketen afgedaan en wat is hierover geregistreerd?In hoeverre is een kwantitatieve dan wel kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht haalbaar in Caribisch Nederland om periodiek inzicht te hebben in de toepassing van het jeugdstrafrecht en de mate van recidive onder jeugdigen? Aan welke voorwaarden, zoals eisen aan de betrouwbaarheid en validiteit van de registraties van de verschillende instellingen in de jeugdstrafrechtketen, zou deze jeugdmonitor moeten voldoen en hoe zou deze er dan uit kunnen zien? INHOUD: 1. Invoering jeugdstrafrecht Caribisch Nederland - onderzoek naar implementatie en monitoring 2. Het oude en het nieuwe jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland 3. 0-situatie daders en zaken 4. Registraties 5. Ervaringen van sleutelpersonen in de (jeugd)strafrechtketen 6. Inrichting kwantitatieve en/of kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht 7. Terugblik en slotoverwegingen
    • Inzicht in forensisch onderzoek naar dierenmishandeling

      Huberts, S.; Kluft, S.; Veen, S. van der; Wilms, P. (APE onderzoek & advies, 2019)
      De aandacht voor de bestrijding van dierenmishandeling is de afgelopen jaren toegenomen. Sinds 2011 is de aanpak van dierenmishandeling versterkt: de politie beschikt over speciale agenten die dierenwelzijn als aandachtsgebied hebben, er is een speciaal meldpunt voor dierenleed opgericht en wetgeving is verscherpt. In het regeerakkoord 2017-2021 is de afspraak gemaakt dat onderzocht wordt of het forensisch-pathologisch onderzoek bij dieren door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) versterkt moet worden. De centrale probleemstelling van het onderzoek is: wat kan gezegd worden over de aanvraag en uitvoering, inclusief kwaliteit, van forensisch onderzoek naar dierenmishandeling en de rol van dit onderzoek in het strafrechtelijk proces? INHOUD: 1. Inleiding 2. Context 3. De huidige praktijk: forensisch onderzoek in de opsporing en vervolging van dierenmishandeling 4. Kwaliteitseisen voor forensisch onderzoek op dieren 5. Dierenmishandeling in het strafproces en de rol van forensisch onderzoek 6. Tot slot
    • Kijk op jeugdcriminaliteit - Handvatten voor het opstellen van een periodieke trendrapportage jeugd- en jongerencriminaliteit en een overzicht van veelbelovende aanpakken

      Ferwerda, H.; Ham, T. van; Jager, D. (Beke, 2016)
      In dit rapport worden de resultaten van een onderzoek beschreven dat uitmondt in een voorstel om te komen tot een trendrapportage jeugd- en jongerencriminaliteit. Het voorstel bestaat uit drie onderdelen. Allereerst wordt een overzicht gegeven van beschikbare en noodzakelijke indicatoren die een beeld geven van risicofactoren voor jeugdcriminaliteit, de aard en omvang van jeugdcriminaliteit en de wijze waarop de (justitiële) afhandeling plaatsvindt. Daarnaast wordt een voorstel gedaan voor het interpreteren van de indicatoren door een groep onafhankelijke deskundigen. Tot slot wordt een werkwijze geschetst om aanpakken en interventies te inventariseren en presenteren. INHOUD: 1. Achtergrond van en aanleiding voor het onderzoek 2. Onderzoeksmethoden 3. Risico- en criminele jeugd 4. Trendrapportage: indicatoren en werkwijze 5. De aanpak van jeugd- en jongerencriminaliteit 6. Conclusies en samenvatting
    • Kleine stappen vooruit - Evaluatie van de invoering van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

      Rovers, B.; Bleijendaal, R. (WODC, 2003)
      Het ministerie van Justitie heeft in het voorjaar van 2003 kenbaar gemaakt behoefte te hebben aan een implementatie-evaluatie van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). Het KVO is een certificeringsregeling. Het keurmerk wordt toegekend aan een winkelcentrum of een bedrijventerrein wanneer ondernemers samenwerken met gemeente, politie en brandweer om de veiligheid in het gebied te verhogen. Samenwerken om een KVO te behalen is een vorm van publiek-private samenwerking. Er zijn twee jaren verstreken sinds de eerste KVO-pilots van start gingen en sindsdien zijn ook op allerlei andere plaatsen initiatieven gestart om tot samenwerking te komen ten aanzien van het handhaven of verbeteren van de veiligheid. In dit stadium wil de opdrachtgever van dit onderzoek, het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie (WODC), inzicht krijgen in het concrete verloop van de invoering van het KVO in de praktijk.
    • Krachtig lerende netwerken - Samenwerkend leren in interorganisationele netwerken voor de aanpak van terrorisme en criminaliteit

      Noordegraaf, M.; Heres, L.; Terpstra, N.; Bos, A.; Kolthoff, E.; Bovens, C. (medew.); Wilt, A. van der (medew.) (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2020)
      In dit onderzoek bekeken wij in hoeverre, en op welke manieren er beter samengewerkt en organisationeel geleerd zou kunnen worden rond de aanpak van criminaliteit en terrorisme. We verkenden daarbij tevens of beide aanpakken verder op elkaar betrokken zouden kunnen worden. We analyseerden of de wijze waarop de aanpak van terrorisme in Nederland bestuurlijk en organisatorisch is opgezet en (inhoudelijk) vorm krijgt, verder kan worden versterkt door te leren van de ervaringen die bij de aanpak van criminaliteit zijn opgedaan.Dit deden we aan de hand van de volgende hoofdvraag: Op welke wijzen en onder welke condities kan de bestuurlijke, organisatorische, professionele aanpak van terrorisme in Nederland via (keten)samenwerking verder worden versterkt, waarbij verschillen tussen regimes, (inhoudelijke) perspectieven en werkwijzen worden overbrugd? Wat kunnen we daarbij leren van de aanpak van andere complexe vraagstukken, in het bijzonder de bestrijding van (georganiseerde) criminaliteit, waarin interventievermogen is/wordt getoond? INHOUD: 1. Introductie 2. Analysekader 3. Criminaliteit en terrorisme: een nexus? 4. (Netwerk-)samenwerking in de praktijk 5. Leren in en van netwerken 6. Criminaliteits- en terrorismebestrijding op elkaar betrokken 7. Conclusies en aanbevelingen
    • Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan - kennis over effectiviteit

      Gosepa, S.R.E.; Schreijenberg, A.; Homburg, G.H.J. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2011)
      Het onderhavige onderzoek evalueert de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU). De KVU is een initiatief van het ministerie van Justitie, dat in 2005 overgedragen is aan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), dat hierin samenwerkt met Koninklijke Horeca Nederland (KHN). Het onderzoek naar de KVU heeft tot doel om zicht te geven op condities voor een effectief veilig-uitgaansbeleid en op de mate waarin de huidige KVU daaraan voldoet. Daarmee moet duidelijker worden of de KVU in zijn huidige opzet - een landelijk beleidsprogramma met landelijk georganiseerde ondersteuning en uitwerking door lokale partners - effectief kan zijn en waar mogelijke verbeterpunten liggen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Maatregelen voor veilig uitgaan en effectiviteit 4. Samenwerking bij KVU 5. KVU en effectiviteit 6. Een effectieve KVU: discussie