• State of the art crisisbeheersing

      Lakerveld, J.A. van; Matthys, J. (Universiteit Leiden - Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), 2019)
      De hoofdvraag waarop het onderzoek een antwoord verschaft is: Welke onderwerpen op het gebied van crisisbeheersing binnen het wetenschappelijk onderzoeksveld en welke bijhorende concrete vraagstellingen zijn op dit moment en/of mogelijk in de toekomst relevant om door middel van (literatuur)onderzoek nader te belichten?Het state of the art onderzoek crisisbeheersing inclusief rampenbestrijding richtte zich op de volgende zes onderzoeksvragen:Hoe kan het domein van crisisbeheersing in kaart worden gebracht?In welke mate achten experts en onderzoekers de in kaart gebrachte deelgebieden van belang?Wat is de status van de kennis in het middels deze studie in kaart gebrachte onderzoeksdomein?Welke deelgebieden zijn niet of onvoldoende onderzocht?Welke onderzoeksvragen en bijhorende methodes kunnen geformuleerd worden in het kader van de voorgenomen tweede fase van het state of the art onderzoek, op basis van de geïdentificeerde onderwerpen?Welke concrete onderzoeksvragen worden richtinggevend geacht voor vervolgonderzoek? INHOUD: 1. Opzet van het onderzoek 2. Uitvoering van het onderzoek 3. Antwoorden op de onderzoeksvragen 4. Lijst van respondenten/deelnemers 5. Word Cloud Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing 2002 – 2017 6. Lijst van geraadpleegde Journals en hun impactfactoren 7. Literatuurverwijzingen
    • State of the art crisisbeheersing - fase 2

      Lakerveld, J. van; Wolbers, J.; Zonneveld, A.; Matthys, J.; Akerboom, M. (Universiteit Leiden - Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), 2020-12-30)
      De NCTV laat state of the art onderzoeken uitvoeren op het gebied van cybersecurity, (contra) terrorisme en extremisme op het gebied van crisisbeheersing. Deze states of the arts zijn onderdeel van een programma dat zich richt op het realiseren van een NCTV-brede onderzoekagenda. PLATO en ISGA hebben in deze state of the art onderzoeken de eerste fase van het overkoepelende onderzoek naar crisisbeheersing uitgevoerd. In dit rapport staat het tweede fase onderzoek centraal waarin is voortgebouwd op de kennis en literatuurbestanden van het eerste fase onderzoek. Op grond van de conclusies van het eerste fase onderzoek is de volgende probleemstelling geformuleerd: Wat is volgens de wetenschappelijk literatuur de laatste stand van zaken met betrekking tot het domein crisisbeheersing voortbouwend op de resultaten van het onderzoek state of the art crisisbeheersing fase 1 (Lakerveld & Matthys, 2019). Aan de hand van deze probleemstelling zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd. 1. Welke trends in soorten risico’s en crises en de omgang daarmee in het kader van crisisbeheersing kunnen worden vastgesteld? 2. Welke factoren bevorderen op meso-(organisatie) en micro-(individueel) niveau de effectiviteit en tijdigheid van crisisbeheersing? Op welke wijze zijn deze factoren te beïnvloeden? Wat betekent dit concreet voor de besluitvorming tijdens crisisbeheersing in de Nederlandse context? 3. Op welke wijze zijn factoren die bijdragen aan effectiviteit zo te beïnvloeden dat daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit (doelmatigheid en doeltreffendheid) van de crisisbeheersing/rampenbestrijding? INHOUD: 1. Samenvatting, 2. Inleiding, 3. Opzet van het onderzoek, 4. Het analyseren van crisismanagement, 5. Onderzoeksresultaten, 6. Conclusies, 7. Conclusies bezien in het licht van de Covid-19 crisis, 8. Literatuur, 9. Bijlagen, 10. Executive summary
    • Strategisch beheer C2000 - kiezen voor slagkracht

      Unknown author (Verdonck, Klooster & Associates (VKA), 2011)
      De invoering van C2000 heeft ertoe geleid dat er één landelijk systeem wordt gebruikt voor (groeps)communicatie voor en door de hulpdiensten. Daarnaast kent C2000 nog vele andere gebruikers zoals Defensieonderdelen, Douane, Kustwacht etc. C2000 moet in zowel de normale dag/dagelijkse werkomstandigheden als tijdens grootschalige evenementen, crises, rampen en andere calamiteiten goed en betrouwbaar functioneren. Deze rapportage bevat een concreet voorstel met meerdere modellen voor een toekomstvaste en stabiele governancestructuur C2000 en een advies met betrekking tot de inrichting van het beheer C2000, inclusief uitbestedingsvarianten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aan te pakken problemen 3. Trends 4. Optimalisatie governance 5. Alternatieven voor tactisch beheer 6. Advies
    • Superpromoters in risico- en crisiscommunicatie - Een literatuuronderzoek naar (de effecten van) het gebruik door de overheid van superpromoters in risico- en crisiscommunicatie

      Helsloot, I.; Scholtens, A. (Crisislab, 2014)
      Tijdens een (dreigende) crisis is het van belang dat de juiste handelingsperspectieven worden gecommuniceerd. De overheid beschikt over meerdere informatiemiddelen die zij bij een dreigende crisis of in crisistijden kan inzetten om aan te geven hoe burgers met de (dreigende) crisis dienen om te gaan. Een relatief nieuwe manier om burgers handelingsperspectieven aan te reiken is gebruik te maken van superpromoters. De superpromoter is de personificatie van de kracht van enthousiasme. Superpromoters doen aanbevelingen of worden door anderen gekopieerd. Een superpromoter kan een klant zijn, maar ook een betrokken medewerker of een burger die een bepaald overheidsbeleid verdedigt. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Welke aanwijzingen geeft de wetenschappelijke literatuur over (de effecten van) het gebruik van superpromoters bij risico- en crisiscommunicatie door overheden? INHOUD: 1. Inleiding 2. Wat is risico- en crisiscommunicatie? 3. Hoe kan een superpromotor van overheidsbeleid gefinancierd worden? 4. Intrinsieke motivatie: wat beweegt de superpromotor? 5. Eigenschappen van het persoonlijke netwerk van de superpromotor 6. Eigenschappen van de (overheids)boodschap: wat overtuigt? 7. De verwachte overtuigingskracht: waardoor overtuigt de superpromotor? 8. Wat zijn de ethische grenzen bij het inzetten van een superpromotor? 9. Onder welke omstandigheden werkt de inzet van een superpromotor averechts? 10. Het geheel overziend: samenvattende beantwoording van de onderzoeksvragen
    • The validity of the preference profiles used for evaluating impacts in the Dutch National Risk Assessment

      Willis, H.H.; Potoglou, D.; Bruine de Bruin, W.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2012)
      This report summarises the results of the assessment of the validity of the preference profiles used in the National Risk Assessment (NRA) by answering two main questions:Are the preference profiles that are used in the NRA valid?What is the most appropriate method for developing one or more weight set(s) that are representative of the Dutch population? CONTENT: 1. Introduction 2. Overview of the National Risk Assessment Methodology 3. Research approach 4. Assessing the validity of the preference profiles 5. Alternatives for improving the validity of the NRA preference profiles 6. Concluding observations
    • Verkenning doelrealisatie communicatiemiddelen Caribisch Nederland

      Molen, I. van der (red.); Berendsen, J.; Gerardts, R.; Haverkort, B.; Meijerink, B.; Misana-Ter Huurne, E.; Rojer, G.; Schoop, R.; Torenvlied, R. (Universiteit Twente - Kenniscentrum Risicomanagement en Veiligheid, 2017)
      Dit rapport is de uitkomst van een onderzoek naar de technische en operationele mogelijkheden voor het verbeteren van communicatie en informatie-uitwisseling tussen burgers, hulpdiensten en besturen op Caribisch Nederland.De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de inzet en effectiviteit van beschikbare communicatiemiddelen, zoals noodnummers, mobiele en vaste telefoons, portofoons, mobilofoons, marifoons, satellietmiddelen, televisie, radio en sociale media. Deze middelen worden ingezet ten behoeve van: a. de operationele communicatie- en informatie uitwisseling binnen en tussen hulpverleningsdiensten en lokale besturen in reguliere omstandigheden en bij een ramp of crisis op basis van 24/7; b. de communicatie- en informatie uitwisseling tussen de besturen in Caribisch Nederland en Europees Nederland in reguliere omstandigheden en bij een ramp of crisis; c. de noodcommunicatie van burgers naar hulpverleningsdiensten in reguliere omstandigheden en bij een ramp of crisis; d. het waarschuwen van de bevolking bij een ongeval/ramp.Crisis wordt hierbij gedefinieerd als situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast (Veiligheidswet BES, 2010, artikel 1). INHOUD: 1. Inleiding en onderzoeksopzet 2. Minimale eisen ten aanzien van communicatie 3. Effectiviteit van communicatiemiddelen 4. Praktische oplossingen en nieuwe ontwikkelingen 5. Inbedding in wetgeving, beleids- en toezichtskader 6. Conclusies en aanbevelingen
    • Zelfredzaamheid en burgerhulp bij rampen en crises

      Bouwmeester, J.; Doeschot, F. ten; Mathurin, A.; Straaten, G. van; Stel, M.; Kuttschreuter, M.; Haandrikman, M. (Universiteit Twente, 2021-05)
      De overheid is verantwoordelijk voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het is echter ook van belang dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zich medeverantwoordelijk voelen om zichzelf en de samenleving veilig te houden tijdens rampen en crises. Een zelfredzame samenleving kan helpen crisissituaties te voorkomen of de impact ervan beperken. De overheid wil het vermogen van burgers om zichzelf te helpen in voorbereiding op, tijdens en na een crisis, faciliteren en versterken. Onderzoeksvragen: 1. In hoeverre zijn burgers zelfredzaam en verlenen zij burgerhulp? In welke mate en in welke situaties schiet zelfredzaamheid tekort en/of komt hulp niet op gang of was deze juist contraproductief? 2. Onder welke condities en op welke wijze kan de zelfredzaamheid en de hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties in geval van een ramp of crisis door de overheid effectief en tijdig worden gefaciliteerd en bevorderd? Hierbij is aandacht voor de aard van de ramp of crisis, voor de wil, het vermogen en de gelegenheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties die worden aangesproken, voor de instrumenten die de overheid kan inzetten, evenals voor de ruimte of juist beperkingen die het juridisch kader geeft. 3. Hoe kan daarbij worden voorkomen dat zelfredzaamheid en hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij een ramp of crisis leidt tot (te grote) ongewenste of zelfs averechtse neveneffecten in het domein van crisisbeheersing en rampenbestrijding? Inhoud: 1. Inleiding, 2. Literatuurstudie, 3. Ervaringen van burgers, 4. Ervaringen van professionals, 5. Zelfredzaamheid en burgerhulp tijdens de coronapandemie, 6. Mate van zelfredzaamheid en burgerhulp, 7. Bevordering zelfredzaamheid en burgerhulp, 8. Voorkomen van ongewenste effecten, 9. Conclusies en slotbeschouwing.