• Jeugd(beschermings)recht en vreemdelingenrecht - Een juridisch-empirische analyse

      Nissen, L.L.M.; Sportel, I.D.A.; Huijer, J.; Terlouw, A.B.; Zwaan, K.; Butter, T.; Glasgow, Y. (Radboud Universiteit Nijmegen - Centrum voor Migratierecht (CMR), 2021-10-13)
      Aanleiding voor dit onderzoek vormden spanningen die kunnen bestaan tussen het (jeugd)beschermingsrecht en het vreemdelingenrecht, zoals deze bijvoorbeeld naar voren zijn gekomen in de gebeurtenissen omtrent de casus van de Armeense kinderen.1 Het onderzoek bestond uit twee delen 1) de algemene wettelijke kaders en beleidskaders; 2) de knelpunten in de praktijk, met een nadere uitwerking van wettelijke en beleidsnormen in (een selectie van) deze knelpunten. Het onderzoek had als doel inzicht te bieden in (de combinatie van) het jeugd(beschermings)recht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen. Er is onderzocht waar spanningen of knelpunten tussen beide rechtsgebieden optreden, zowel op het niveau van wet- en regelgeving als in de uitvoeringspraktijk. Daarbij is onder meer bekeken of, en zo ja in hoeverre, rechtsnormen uit het ene rechtsgebied prevaleren over rechtsnormen uit het andere rechtsgebied. Waar het prevaleren van rechtsnormen niet op heldere wijze uit de wet- en regelgeving voortvloeit, zijn andere (praktijkgerichte) oplossingsrichtingen verkend. De probleemstelling van het onderzoek luidt: Welke zijn de (potentieel) conflicterende en/of spanningsvolle onderdelen of aspecten in de wet- en regelgeving voor het jeugdbeschermingsrecht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen, zowel op het niveau van de wet- en regelgeving als voor de uitvoering in de praktijk en in hoeverre blijkt uit de wet- en regelgeving welk recht prevaleert? Hoe kunnen de (ervaren) spanningen en conflicten worden opgelost in situaties waarin niet uit de wet- en regelgeving blijkt welk recht prevaleert en wat is hiervoor nodig? INHOUD: 1. Introductie 2. Jeugd(beschermings)recht: relevante regelgeving en de rol van jeugdrechtelijke instanties 3. De positie van het kind in het vreemdelingenrecht 4. Kernbevoegdheden en taken van gecertificeerde instellingen, RvdK, IND en DT&V 5. Tussenconclusies en beantwoording van deelvragen 6. De uiteenlopende juridische posities van kinderen die wel, en kinderen die niet onder toezicht zijn gesteld 7. Duurzame oplossingen voor uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige vreemdelingen: adequate opvang, buitenschuld en de rolverdeling tussen de betrokken actoren 8. Conclusies
    • Jeugdbescherming opnieuw ter discussie

      Unknown author (WODC, 1990)
      De kwetsbare positie van de jeugdbescherming heeft vanzelfsprekend alles te maken met de delicate taak die zij heeft: de bescherming van de belangen van het kind. In deze doelstelling lijkt een permanente bron van kritiek besloten te liggen. In haar werk zijn immers niet alleen de belangen van kinderen in het geding, maar ook die van de (pleeg)ouders, de instanties eromheen en ten slotte de maatschappij als zodanig. Maar vooral: wat zijn de belangen van kinderen eigenlijk? In de bijna honderdjarige geschiedenis van de kinderbescherming is hier op zeer verschillende manieren over gedacht. De Raad voor de Kinderbescherming heeft diverse rekestmogelijkheden bij de kinderrechter, zoals ontheffing, ontzetting en ondertoezichtstelling. Eind jaren zeventig bereikte de oplegging van dergelijke maatregelen een historisch minimum. Men vestigde de hoop op de (vrijwillige) hulpverlening aan jongeren. In de loop van het afgelopen decennium was er echter weer sprake van een geleidelijke toename van de ots-maatregel. Dit lijkt er op te wijzen dat het welzijnsmodel op zijn retour is. In dat verband wordt in de literatuur wet gerept van een 'juridiseringstendens' in de jeugdbescherming. In dit themanummer - dat toevalligerwijze verschijnt op een moment dat een tweetal commissies de jeugdbescherming onder de loep neemt - wordt deze nieuwe ontwikkeling op verschillende manieren belicht.
    • Jeugdigen in justitiële behandelinrichtingen - Een analyse in het kader van de motie Duykers

      Rietveld, M.; Hilhorst, N.; Dijk, B. van (Van Dijk, Van Soomeren en Partners (DSP-groep), 2000)
      Het onderzoek richt zich op de vraag of de kenmerken van strafrechtelijk en civielrechtelijk geplaatsten, verschillen vertonen en hoe de ontwikkeling sedert 1993 is geweest. Uit het onderzoek blijkt dat jeugdigen die geplaatst zijn met een civiele maatregel (OTS'ers) jonger zijn dan de jeugdigen met een strafrechtelijke maatregel (PIJ'ers). PIJ'ers hebben over het algemeen voor plaatsing meer delicten gepleegd; het verschil is het grootst bij gewelds-, vermogens- en vuurwapenmisdrijven. Verder staan de jongeren in dit onderzoek voor meer delicten geregistreerd dan in het onderzoek van Boendermaker uit 1993. De onderzoekers schrijven dit in het bijzonder toe aan de verbeterde HKS-registratie. Ook is het totaal van de problemen die de jongeren hebben, zwaarder dan ten tijde van het onderzoek van Boendermaker. In het algemeen gesproken zijn echter geen grote verschillen gevonden tussen beide groepen geplaatsten. De waardering van de beperkte verschillen bepaalt de eraan te verbinden beleidsgevolgen.
    • Kinderbescherming: van gerechtelijk model naar welzijnsmodel

      Unknown author (WODC, 1981)
      Dit nummer van JV is gewijd aan veranderingen binnen het kinderbeschermingssysteem. Die veranderingen zijn niet uniek voor ons land: ze vinden plaats in vele van de ons omringende landen en in Noord-Amerika. De vragen waar we in dit nummer op in willen gaan betreffen het meer algemene karakter van die ontwikkelingen: hoe zijn ze te verklaren, waar komen ze vandaan en wat is de achterliggende filosofie ervan?
    • Met recht onder toezicht gesteld - Evaluatie herziene OTS-wetgeving

      Savornin Lohman, J. de; Bruning, M.R.; Goderie, M.J.H.; Nieborg, S.M.A.; Steketee, M.J.; Graaf, P. de (medew.); Huntjens, K. (medew.) (Verwey-Jonker Instituut, 2000)
      Bij ondertoezichtstelling wordt het ouderlijk gezag beperkt en blijft het kind, in beginsel, in het gezin. De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht als deze zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd. Met de herziening van de wetgeving werd beoogd om de rechtswaarborgen van belanghebbenden te verduidelijken en te verbeteren. Vóór november 1995 had de kinderrechter een dubbelfunctie. Hij stelde onder toezicht en was verantwoordelijk voor de uitvoering van de OTS. Om de rol van de rechter te verduidelijken en de onafhankelijkheid te verzekeren is in de nieuwe wet de rechtspraak en uitvoering gescheiden. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de OTS is bij de gezinsvoogdij-instelling (GVI) komen te liggen.
    • Misdrijven in kinderschoenen - Een onderzoek naar de aanpak van 12- en 13-jarige misdrijfverdachten binnen en buiten het strafrecht

      Kuppens, J.; Boer, H. de; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2021-05)
      In 2017 heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming het advies gegeven om de strafrechtelijke minimumleeftijd te verhogen van 12 naar 14 jaar (Raad voor de Strafrechtstoepassing, 2017). De minister voor Rechtsbescherming heeft aangeven aan de Tweede Kamer dat de strafrechtelijke minimumleeftijd niet verhoogd wordt, maar dat hij, indien noodzakelijk, bereid is om verder te investeren in de aanpak van 12- en 13-jarigen buiten het strafrecht. De aanname hierbij was, dat zaken van 12- en 13-jarige misdrijfverdachten in de meeste gevallen al buiten het strafrecht worden afgedaan. Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de behoefte bij het ministerie van Justitie en Veiligheid om meer inzicht te krijgen in de aanpak voor deze doelgroep. De wens vertaalt zich in de volgende centrale onderzoeksvragen: Welke strafrechtelijke en niet-strafrechtelijke1 aanpakken voor 12- en 13-jarige misdrijfverdachten bestonden er in 2017 en 2018 en hoe vaak werd voor elke aanpak gekozen? Waarom werd voor een bepaalde aanpak gekozen? Wat hielden de verschillende aanpakken in de praktijk in? Hoe effectief menen betrokken organisaties dat de verschillende aanpakken waren om recidive te voorkomen? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Bevindingen uit de literatuur, 3. Analyse van misdrijven en aanpakken, 4. Effectiviteit en werkzame bestanddelen, 5. Alternatieve (niet-)strafrechtelijke aanpakken, 6. Aandachtspunten in de aanpak, 7. Beantwoording onderzoeksvragen en beschouwing.
    • Moeilijk plaatsbare jongeren - Een onderzoek naar plaatsingen en pogingen tot plaatsing in tehuizen van OTS-pupillen in de leeftijd van 12 tot 17 jaar

      Laan, P.H. van der; Verwers, C.; Essers, A.A.M. (WODC, 1992)
      De centrale doelstelling van het onderzoek luidde: Het verkrijgen van inzicht (kwantitatief en kwalitatief) in de problemen die zich voordoen bij de plaatsing, in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel, van jeugdigen in een inrichting en de behoefte bij kinderrechters aan specifieke, al dan niet gesloten, residentiële voorzieningen. De eerste fase van het onderzoek omvatte een peiling van de omvang van de problematiek. Daarvan werd al verslag gedaan in het rapport Wel geplaatst, maar... In de tweede fase is gericht gekeken naar specifieke problemen en knelpunten rond plaatsingen en plaatsingspogingen van als 'moeilijk plaatsbaar' aangemerkte jongeren. Aan de kinderrechters in een zestal arrondissementen is gevraagd aan te geven welke OTS-pupillen in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar huns inziens als 'moeilijk plaatsbaar' moeten worden beschouwd. Vervolgens is door middel van dossieronderzoek de plaatsingsgeschiedenis van deze jongeren in kaart gebracht. In interviews met hun gezinsvoogden zijn deze plaatsingsgeschiedenissen vervolledigd en is tevens gevraagd naar de specifieke psychosociale problemen van deze jongeren.
    • Onderzoek op strafrechtelijk en criminologisch terrein

      Unknown author (WODC, 2004)
      Dit is het jaarlijkse onderzoeksnummer.
    • Pleegouders over gezag en adoptie

      Smit, W.; Tillaart, J. van den; Bertling, L.; Woude, F. van der; Santpoort, R.; Bergh, P. van den (medew.) (Regioplan Beleidsonderzoek, 2015)
      Begin 2014 is op voorstel van staatssecretaris Teeven de Staatscommissie herijking ouderschap ingesteld onder voorzitterschap van mr. Wolfsen. De Staatscommissie buigt zich over vraagstukken rondom het juridisch ouderschap, het meerouderschap, meeroudergezag en draagmoederschap en gaat na of, en zo ja, op welke wijze, herijking van het familierecht wenselijk is. Regioplan is gevraagd om onderzoek te doen onder pleegouders en pleegoudervoogden naar gezag en adoptie. De resultaten van het onderzoek worden door de Staatscommissie bij de uitvoering van haar opdracht benut. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Pleegzorg 4. Pleegouders over ervaren praktische problemen, pleegoudervoogdij en deelgezag 5. Pleegoudervoogden over pleegoudervoogdij 6. Pleegouders zonder gezag en pleegoudervoogden over adoptie 7. Samenvatting en conclusies
    • Rechtsverzorging en wetenschap - Een plaatsbepaling van het WODC bij het afscheid van J. Junger-Tas

      Aalberts, M.M.J. (red.); Bunt, H.G. van de (red.); Boutellier, J.C.J. (red.); Stokkom, B. van; Leuw, Ed.; Nelen, H.; Terlouw, G.-J.; Essers, S.; Suerink, N.; Wiersma, E.; et al. (WODC, 1994)
      De interne verzelfstandiging van het WODC, de interne reorganisatie en het vertrek van Josine Junger-Tas hebben aanleiding gegeven tot het samenstellen van deze bundel. De bundel bevat artikelen op het terrein van criminologie, criminaliteit, wetgeving, rechterlijke organisatie en rechtshulp, rechtshandhaving en evaluatie, geschreven door WODC-medewerkers. Tot slot is een bibliografie van J. Junger-Tas opgenomen. INHOUD: 1. Het WODC; tussen wetenschap en beleid - Henk van de Bunt 2. Ontwikkelingen binnen Justitiële verkenningen; feiten en fantomen - Bas van Stokkom 3. Schuldtoeschrijving, criminologie en strafrechtelijk beleid - Ed Leuw 4. Criminologie van de toekomst; een literatuurverkenning - Hans Boutellier 5. Het criminologîsch-theoretisch perspectief in het ISRD-project - Gert-Jan Terlouw 6. De stijging van de veel voorkomende criminaliteit op de Nederlandse Antillen in theoretisch perspectief - Hans Neten, Sjaak Essers 7. Onderzoek naar bedrijfsinbraken; kwantitatieve en kwalitatieve methoden van dataverzameling in de praktijk - Nico te Suerink, Eric Wiersma 8. Criminaliteitspreventie via integraal buurtbeheer - Atexandra Guérin 9. Verplaatsing; moeilijk te meten en toch willen weten - René Hesseting, Udo Aron 10. Een internationaal vergelijkend drugsonderzoek - Martin Grapendaat, Marisca Brouwers 11. Georganiseerde misdaad en de vraagmarkt - Petrus van Duyne, Ruud Kouwenberg 12. Vergelding in het jeugdstrafrecht - Menke Bol 13. De uitvoering van ondertoezichtstelling in de jaren negentig - Nicole Mertens 14. Een speciale positie voor de vrouw in het vreemdelingenrecht? - Ruud van den Bedem, Nicotette Dijkhoff, Louelta Doornhein 15. Daadwerkelijk gek en gevaarlijk? De Kw en de BOPZ nader bekeken - Sjoerd Hoekstra 16. Het slachtoffer binnen het strafrecht; de rol van het WODC - jo-Anne Wemmers, Pascal Servais 17. Kantongerechtsappellen in civiele zaken - Nelleke van der Werff, Bartheke Docter-Schamhardt 18. Nieuwe regels, het oude spel - Albert Klijn, Els Barendse-Hoorn weg, Cor Cozijn, Gerard Paulides 19. Onderzoeksprofijt voor het rechtshulpbeleid? Struikelbiokken voor een lastig partnerschap - Albert Klijn 20. Politiële discretie; wet en werkelijkheid - Monique Aalberts 21. Krijgt de politie toch de rekening? Tien stappen terug in de tijd - Maurits Kruissink 22. De markt van wet en orde - Max Kommer 23. Milieu; het groene gezicht van het WODC - Ellen van de Berg, Jos van Wetten, Mieke Kleiman 24. Gerommel in de marge? Over nieuwe strafrechtelijke interventies en de rol van het WODC - Peter van der Laan, Ad Essers 25. Geen onderzoek zonder data - Roberto Aidala, Petra van de Veer, Carlijn Verwers 26. Evaluatie van kleinschalige projecten op het terrein van de strafrechtstoepassing - Leonieke Boendermaker, Eric Spaans, Bouke Wartna 27. Tractatus logico-criminosophicus of het einde van de criminologie - Chris Rutenfrans, Gert-Jan Terlouw 28. Bibliografie Josine Junger-Tas
    • Recidive onder justitiabelen in Nederland - Verslag over de periode 2008-2020

      Verweij, S.; Tollenaar, N.; Teerlink, M.; Weijters, G. (WODC, 2021-10-11)
      Het WODC brengt periodiek de strafrechtelijke recidive, i.e. nieuwe delicten gepleegd in Nederland waar een veroordeling door de rechtbank of een afdoening van het OM op volgt, onder verschillende onderzoeksgroepen in kaart. In deze rapportage staat de ontwikkeling van de recidive van de volgende onderzoeksgroepen centraal. Het gaat allereerst om alle volwassen en jeugdige daders tegen wie in de periode 2008 tot en met 2017 een strafzaak is afgedaan met een geldige afdoening. Onder volwassen daders verstaan we alle daders die volgens het volwassenenstrafrecht zijn veroordeeld en onder jeugdige daders de daders die volgens het jeugdstrafrecht zijn veroordeeld. Daarnaast wordt de recidive beschreven van personen die van 2008 tot en met 2017 zijn vrijgekomen uit een PI of JJI. Voorts wordt de recidive beschreven van daders die in de periode 2012 tot en met 2017 met de reclassering in aanraking kwamen voor het uitvoeren van een werkstraf of die een periode onder toezicht van de reclassering stonden. Nieuw in deze rapportage is dat er ook specifiek gekeken wordt naar volwassen daders die onder meer een financiële sanctie opgelegd hebben gekregen van het OM of de rechter. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit onderzoek: 1. 1 Wat zijn de achtergrondkenmerken van personen die in de periode 2008 tot en met 2017 zijn veroordeeld, zijn vrijgekomen uit een PI of een JJI, een werkstraf bij de reclassering hebben uitgevoerd of onder toezicht van de reclassering hebben gestaan? 2. Wat is het recidivebeeld van de verschillende onderzoeksgroepen over de tijd: - welk deel kwam binnen twee jaar opnieuw in aanraking met justitie (prevalentie)? - wat is het gemiddeld aantal nieuwe justitiecontacten per recidivist per jaar (frequentie)? - wat is het gemiddeld aantal nieuwe justitiecontacten per 100 daders per jaar (omvang)? - welke typen recidivedelicten werden gepleegd binnen twee jaar (soort recidive)? 3. Hoe ontwikkelt de recidive zich over de tijd onder de verschillende dadergroepen gecontroleerd voor verschillen in achtergrondkenmerken en kenmerken van de geschiedenis? 4. Welke financiële sancties werden in 2017 aan volwassen daders opgelegd: - welk deel van de daders kreeg te maken met financiële sancties en om welke typen financiële sancties ging het daarbij? - met welke straffen werden deze financiële sancties gecombineerd? 5. Wat is het recidivebeeld na geldboetes (opgelegd door het OM of de rechter) of de transactie geldsom bij volwassen daders: - welk deel kwam opnieuw in aanraking met justitie (prevalentie) en in hoeverre komt dit overeen met de voorspelde recidive op basis van achtergrondkenmerken en kenmerken van de justitiële geschiedenis? - hoe ontwikkelt de recidive zich over de tijd gecontroleerd voor verschillen in achtergrondkenmerken en kenmerken van de justitiële geschiedenis? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Recidive onder volwassen en jeugdige daders 4. Recidive onder volwassen en jeugdige ex-gedetineerden 5. Recidive onder ex-werkgestraften en ex-ondertoezichtgestelden 6. Conclusie en discussie.
    • Samenplaatsing van jongeren in justitiële jeugdinrichtingen

      Goderie, M.; Mak, J.; Steketee, M.; Wentink, M. (WODC, 2004)
      Doel is te laten zien hoe de samenplaatsing van civielrechtelijk en strafrechtelijk geplaatsten in JJI’s (zowel opvang- als behandelinrichtingen) ervaren wordt door jongeren en ouders en wat dit voor hen betekent, zodat het Ministerie van Justitie beter kan inschatten of samenplaatsing (on)wenselijk is en kan beslissen of er aanleiding is tot wijzigingen van de situatie terzake JJI’s.
    • Tussenevaluatie Wet Herziening Kinderbeschermingsmaatregelen

      Lünnemann, K.; Huijer, J.; Bel, K.; Lünnemann, M.; Steketee, M.; Weijers, I. (Verwey-Jonker Instituut, 2018)
      De nieuwe kinderbeschermingswetgeving werd van kracht op 1 januari 2015, gelijktijdig met de Jeugdwet. Het onderzoek naar de uitvoering van de gewijzigde jeugdbeschermingswetgeving is een tussenevaluatie. Regioplan heeft in 2015 een evaluatie kader vastgesteld inclusief een indicatorenset, en er is een nulmeting en een stand van zaken meting verricht (zie link bij: Meer informatie). Deze tussenevaluatie bouwt hierop voort. In 2020 zal de eindevaluatie plaatsvinden. Het onderzoek is gericht op het beantwoorden van de probleemstelling: Hoe verloopt de uitvoering van de kinderbeschermingswetgeving, zijn er knel- of aandachtspunten, wat zijn de (tussentijdse) resultaten van de kinderbeschermingswetgeving en in hoeverre ontwikkelen deze zich in de richting van de nagestreefde doelen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Het ontwikkelingsperspectief van het kind 3. Transparantie, doelgerichtheid en toegang tot de rechter 4. Uitvoering van de wet: overige aspecten 5. Doelbereik en uitvoering van de wet
    • Voorbereiding evaluatie wetswijziging jeugdbescherming

      Smit, W.; Timmermans, M.; Snijdewint, M. (medew.); Tillaart, J. van den (medew.); Vonk, H. (medew.); Woude, F. van der (medew.) (Regioplan Beleidsonderzoek, 2015)
      Het doel van het onderzoek is drieledig. Onderzocht wordt a. op welke wijze de effecten van de gewijzigde kinderbeschermingswetgeving geëvalueerd kunnen worden, b. wat de situatie is voor de invoering van de gewijzigde kinderbeschermingswetgeving (nulmeting) en c. wat de situatie is in de maanden na de invoering van de gewijzigde kinderbeschermingswetgeving (stand-van-zaken-meting). Onderwerp van onderzoek zijn de wijzigingen in de kinderbeschermingswetgeving. Het gaat dus niet om een evaluatie van de kinderbeschermingswetgeving als geheel, noch om het functioneren van de instanties die bij de uitvoering van de wetgeving betrokken zijn, noch om de effectiviteit van de kinderbeschermingsmaatregelen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Evaluatiekader gewijzigde kinderbeschermingswetgeving 4. Implementatie gewijzigde kinderbeschermingswetgeving 5. Stand-van-zaken-meting 6. Aandachtspunten voor vervolgmetingen 7. Samenvatting en conclusie
    • Wel geplaatst, maar ... - Een eerste verkenning van het verschijnsel moeilijk plaatsbare jongeren en de daarmee samenhangende capaciteitsproblemen in de residentiële hulpverlening

      Laan, P.H. van der (WODC, 1990)
      De centrale doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht (kwalitatief en kwantitatief) in de problemen die zich voordoen bij de plaatsing in het kader van een maatregel van jeugdigen in inrichtingen en in de behoefte bij kinderrechters aan specifieke (al dan niet gesloten) residentiele voorzieningen. Er is een schriftelijke enquete gehouden onder plaatsende instanties: kinderrechters, voogdij-instellingen en Raden voor de kinderbescherming inzake inrichtingsplaatsing van 12- tot 17-jarige OTS- en voogdijpupillen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Inrichtingsplaatsingen in juli t/m december 1988 3. Justitie-inrichtingen 4. Landelijke voorzieningen 5. Regionale voorzieningen.