• Nulmeting Administratieve lasten Burgers Ministerie van Justitie - Onderzoek naar de Administratieve Lasten Burger voortvloeiend uit een selectie van de regelgeving van het Ministerie van Justitie

      Bex, P.M.H.H.; Duits, B.H.; Vliet, A. van (WODC, 2005)
      In het Hoofdlijnenakkoord is als één van de doelstellingen opgenomen dat de administratieve lasten voor burgers en bedrijven in 2006 een kwart minder moeten zijn dan ze waren in 2002. Deze reductie is taakstellend voor ieder ministerie. Een nulmeting maakt het mogelijk om aan het einde van deze kabinetsperiode vast te stellen of deze doelstelling is gerealiseerd. De nulmetingen per ministerie ten behoeve van de vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven zijn reeds verricht. Met het onderhavige onderzoek zal in kaart worden gebracht hoe groot de administratieve lasten voor burgers in Nederland zijn ten gevolge van regelgeving waar het ministerie van Justitie voor verantwoordelijk is, met als peildatum 31 december 2002.
    • Nulmeting doorlooptijd van standaardzaken

      Leertouwer, E.C. (WODC, 2014)
      Het kabinet heeft als doelstelling gesteld dat in 2015 tweederde deel van de standaardzaken in de strafrechtsketen binnen een maand moet zijn afgehandeld. Met behulp van herijkte definities is een nulmeting uitgevoerd van de doorlooptijd van standaardzaken in 2013. Daarvoor zijn de doorlooptijden geanalyseerd van standaardzaken die in 2013 een eerste inhoudelijke beslissing hebben gekregen. Deze kunnen eerder dan in 2013 zijn ingestroomd in de strafrechtketen.
    • Nulmeting forensische diagnostiek jeugd - Een onderzoek naar de inwerkingtreding van het landelijk kader in de arrondissementen Arnhem, Breda, Groningen en Haarlem

      Erftemeyer, L.; Braak, J. van den; Elderman, E. (WODC, 2006)
      Het doel van het landelijk kader forensische diagnostiek jeugd (FDJ) is bij te dragen aan de verbetering van de doelmatigheid, de kwaliteit, de tijdigheid en de financiering van forensische diagnostische rapportages voor jeugdigen. Daartoe geeft het kader een afbakening van forensische diagnostiek aan en zijn er criteria opgesteld waaraan het proces, de actoren en de producten van de FDJ dienen te voldoen. Verder is bepaald hoe forensische diagnostiek voor jeugdigen is georganiseerd, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe een en ander aangestuurd wordt. Het doel van het onderzoek is inzichten te krijgen in de doelmatigheid, kwaliteit, tijdigheid en financiering van forensische diagnostische rapportages voor jeugdigen. Het onderzoek bestaat uit: Een landelijke inventarisatie van aantallen forensisch onderzoek in 2002 en 2003 en de ermee gemoeide kosten. Een dossieronderzoek naar de kwaliteit en bruikbaarheid van de onderzoeksrapportages uit 2002 en 2003. Een beschrijving van de 'forensische stand van zaken' in vier arrondissementen, vóór de invoering van het landelijk kader.
    • Nulmeting recidive ASP, LEMA en EMG - Achtergrondkenmerken en strafrechtelijke recidive van personen uit de doelgroep van drie verkeersgedragsmaatregelen

      Blom, M. (WODC, 2012)
      In deze rapportage worden de volgende twee onderzoeksvragen beantwoord: Wat zijn de achtergrondkenmerken van personen in de vergelijkingsgroep voor het Alcoholslotprogramma (ASP), de Lichte Educatieve Maatregel Verkeer (LEMA) en de Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) en welke ontwikkelingen hebben zich in deze achtergronden voorgedaan in de periode 2002-2006?Wat is het recidivebeeld van personen in vergelijkingsgroepen voor het ASP, de LEMA en de EMG?
    • Nulmeting wetswijziging bestrijding financieel-economische criminaliteit

      Wilms, P.; Veen, S. van der; Kluft, S.; Huisman, W. (APE onderzoek & advies, 2018)
      De nulmeting staat ten dienste aan de evaluatie van de wet in 2020. De evaluatie in 2020 moet zich richten op de uitvoerbaarheid, resultaten en effectiviteit van die onderdelen die de wet wijzigt in de strafrechtsketen bij de bestrijding van financieel-economische criminaliteit. De probleemstelling die ten grondslag ligt aan de nulmeting is drieledig: Wat was de situatie in de praktijk van 2014 op die onderdelen van opsporen, vervolgen en bestraffen van financieel-economische criminaliteit die door de wet werden gewijzigd? Op welke wijze worden de wetswijzigingen geacht bij te dragen aan het opsporen, vervolgen en bestraffen van financieel-economische criminaliteit? Welke noodzakelijke gegevens ontbreken om in 2020 de wet te evalueren op uitvoerbaarheid, resultaat en effectiviteit en moeten voor deze evaluatie worden bijgehouden? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond en beoogde werking van de wet 3. Indicatoren 4. Beschikbare gegevens 5. Implicaties voor de evaluatie 2020
    • Opzet enquête financieel-economische criminaliteit en computercriminaliteit

      Sikkel, D. (WODC, 2010)
      In deze rapportage wordt een verslag gedaan van de ontwikkeling van een meetinstrument voor slachtofferschap van computercriminaliteit en financieel-economische criminaliteit. INHOUD: 1. Inleiding 2. Mogelijke doelstellingen van de enquête 3. Vormen van criminaliteit 4. Statistische gegevens en trends 5. Kwaliteit 6. Opzet enquêtes
    • Positie van slachtoffers van mensenhandel - 1e trendrapportage 2006

      Vianen, R. van; Maaskant, G.; Wijers, M.; Woerds, S. ter (WODC, 2007)
      Deze eerste meting, de nulmeting, betreft het jaar 2006. De Monitor Mensenhandel richt zich vooral op de toegang van slachtoffers tot rechten en voorzieningen. Dat is uitgewerkt in zes thema's: signalering, toegang tot de B9-regeling, rechtshulp en strafrechtelijke procedure, opvang en huisvesting, gezondheidszorg, scholing en arbeid, en terugkeer en voortgezet verblijf.
    • Prostitutie in Nederland anno 2014

      Daalder, A.L. (WODC, 2015)
      In dit rapport worden de belangrijkste resultaten uit drie onderzoeken (zie links bij: Meer informatie) gecombineerd en aangevuld met informatie die relevant is voor de context. In hoofdstuk 2 staan wetgeving en beleid centraal. Hoofdstuk 3 gaat in op de aard van zowel legale als niet-legale prostitutie, op wat er bekend is over de omvang van vergunde prostitutie en op de (on)mogelijkheden om de om-vang van niet-vergunde prostitutie te schatten. In hoofdstuk 4 komen de belang-rijkste bevindingen over toezicht en handhaving op het terrein van prostitutie aan de orde. Hoofdstuk 5 gaat in op de sociale positie (onderverdeeld in arbeidsrelatie, arbeidsomstandigheden, welzijn en mobiliteit) van prostituees die werkzaam zijn in vergunde bedrijven of als zelfstandige escort of thuiswerker. Tot slot worden in hoofdstuk 6 enkele conclusies en overwegingen op een rij gezet. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wetgeving en beleid 3. Aard en omvang van prostitutie 4. Toezicht en handhaving 5. De sociale positie van prostituees 6. Conclusies en overwegingen
    • Prostitutie in Nederland in 1999 - De nulmeting, een jaar voor de invoering van de wet die de opheffing van het algemene bordeelverbod regelt

      Visser, Jan H.; Oomens, H.C.D.M.; Boerman, F.A. (medew.) (Mr. A de Graaf Stichting, 2000)
      Het project De Profeit Studie, dat de Mr. A. de Graaf Stichting uitvoert in opdracht van het ministerie van Justitie, is bedoeld om de ontwikkelingen in de prostitutie te inventariseren en om de mogelijke effecten van de bestuurlijke veranderingen in kaart te brengen. Dit rapport is een verslag van de eerste fase van de monitoring van nieuw prostitutiebeleid; het is een beschrijving van de stand van zaken in 1999. Gepresenteerd worden kerncijfers over met name de omvang van prostitutie en mensenhandel in Nederland. De stand van zaken wordt in kaart gebracht door landelijke ontwikkelingen in de prostitutie te beschrijven en te analyseren; bovendien worden de ontwikkelingen in een aantal geselecteerde regio's beschreven. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd naar strafzaken betreffende mensenhandel, mensenroof, bordeelhouderij en souteneurschap voor de periode 1994-1998; de verslaglegging hiervan is als bijlage opgenomen.
    • Prostitutie in Nederlandse gemeenten - Een onderzoek naar aard en omvang, beleid, toezicht en handhaving in 2014

      Wijk, A. van; Ham, T. van; Hardeman, M.; Bremmers, B. (Bureau Beke, 2014)
      In 2011 is het wetsvoorstel ‘regulering prostitutie en bestrijden misstanden seksbranche’ (Wrp) aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel (in gewijzigde vorm) is thans nog steeds in parlementaire behandeling. Het doel van deze wet is om de prostitutiebranche beter te reguleren en misstanden in de branche aan te pakken. Een van de maatregelen is een landelijk, uniform vergunningenstelsel om lokale en regionale verschillen in beleid te minimaliseren en verplaatsingseffecten tegen te gaan. Dit onderzoek richt zich op het prostitutiebeleid in Nederlandse gemeenten en de vraag hoe het toezicht op en de handhaving van de prostitutiebranche op gemeentelijk niveau zijn geregeld en wat de resultaten daarvan zijn. In onderhavig onderzoek wordt verslag gedaan van een van de drie deelonderzoeken die kunnen fungeren als nulmeting van de Wrp. De thema’s zijn: prostitutiebeleid, toezicht en handhaving. Daarbij zijn ook de aard en omvang van de prostitutiebranche meegenomen. Tevens moet het onderzoek inzichtelijk maken welke indicatoren en gegevensbronnen geschikt zijn voor een periodieke monitor. INHOUD: 1. Inleiding 2. Opzet en uitvoering van het onderzoek 3. Aard en omvang prostitutiebranche 4. Prostitutiebeleid 5. Toezicht en handhaving 6. Indicatoren voor monitoring 7. Beantwoording van de onderzoeksvragen
    • Registratie kindermishandelingszaken in de justitieketen

      Boom, A. ten; Zebregs, S. (WODC, 2017)
      Het Ministerie van Veiligheid en Justitie wil dat het aantal kindermishandelingszaken binnen de justitieketen in de toekomst gemonitord en gevolgd kan worden, omdat daar op dit moment geen actuele data over beschikbaar is. In het kader van dit voornemen heeft het Ministerie het WODC gevraagd de huidige kennis over het aantal geregistreerde kindermishandelingszaken in de justitieketen in beeld te brengen op basis van bestaande (onderzoek)rapporten. Hierbij gaat het expliciet om registraties en niet om schattingen van de totale omvang van het fenomeen kindermishandeling in Nederland. Het beeld dient relatief actueel te zijn; men is geïnteresseerd in informatie over aantallen sinds het jaar 2012. De probleemstelling die in deze factsheet wordt beantwoord, is: Wat is begin 2017 uit bestaande (onderzoek)rapporten bekend over het aantal geregistreerde kindermishandelingszaken in de justitieketen over de periode vanaf 2012?
    • Resultaten nulmeting Wet BIBOB 2002 - Overdrachtsdocument Nulmeting en evaluatiekader Wet BIBOB ; Analysekader Voorstudie evaluatie Wet BIBOB

      Eiff, V.L.; Steensel, D.A. van; Luursema, M.A.; Berg, P.A.J. van der (WODC, 2003)
      De Wet Bibob (Bevordering IntegriteitsBeoordelingen door het Openbaar Bestuur) is in 2003 in werking getreden. In de wet wordt een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten na 3 jaar toegezegd. Het onderhavige onderzoek is een voorstudie (nulmeting).
    • Rijden onder invloed van drugs - Onderzoek van de situatie voor de invoering van de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994

      Abraham, M.; Nauta, O. (DSP-groep, 2017)
      De aanpak van rijden onder invloed van drugs vindt op dit moment plaats op basis van de vangnetbepaling van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW1994). Deze aanpak stuit in de praktijk op problemen. Daarom is voorzien in een wijziging van de WVW1994 waarbij er een nieuw vijfde lid wordt toegevoegd. De wijziging beoogt niet alleen het vaststellen van het vermoeden van het gebruik van drugs in het verkeer te vereenvoudigen maar ook de vervolging makkelijker te maken. De implementatie van de wijziging van de wet vindt naar verwachting medio 2017 plaats. In dat kader is onderzoek gedaan naar de opsporing en vervolging van bestuurders die het verbod op het rijden onder invloed van drugs overtreden. De centrale probleemstelling van het onderzoek luidde: Hoe wordt rijden onder invloed van drugs voor implementatie van de gewijzigde WVW1994 opgespoord en gesanctioneerd en met welk resultaat? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodische verantwoording 3. Huidige aanpak van drugsgebruik in het verkeer 4. Huidige uitvoeringspraktijk 5. De nieuwe aanpak 6. Conclusies
    • Sekswerkers aan het woord - De sociale positie van sekswerkers in Nederland in 2014

      Bleeker, Y.; Heuts, L.; Timmermans, M.; Homburg, G. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2014)
      In deze studie gaat het nadrukkelijk om de door sekswerkers gepercipieerde sociale positie: de ervaringen en meningen van de geïnterviewde sekswerkers zelf staan centraal. In het onderzoek is onder meer gekeken naar de vrijwilligheid van het beroep, de arbeidsrelatie tussen sekswerkers met de (eventuele) werkgever of exploitant, de bejegening van sekswerkers door maatschappelijke instituties, en de gezondheid en welbevinden van sekswerkers. Daarnaast is er aandacht voor een aantal andere onderwerpen zoals startleeftijd, arbeidsverleden, werkplekken, inkomsten, toekomstplannen en verbeterpunten voor de seksbranche volgens sekswerkers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Werken in de seksbranche 3. De werkplek van sekswerkers 4. De arbeidsrelatie van sekswerkers 5. De inkomsten van sekswerkers 6. De gezondheidssituatie van sekswerkers 7. Stoppen met sekswerk 8. Conclusies
    • Slachtofferschap criminaliteit bij bedrijven en instellingen - Monitor bedrijven en instellingen: nulmeting onder 5.000 vestigingen

      Visser, J.; Frederikse, R.; Hermans, E. (NIPO Consult, 2002)
      Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek Monitor Bedrijven en Instellingen met betrekking tot slachtofferschap criminaliteit bij bedrijven en instellingen. De monitor wordt periodiek uitgevoerd. Dit jaar heeft de eerste meting (nulmeting) plaatsgevonden onder bedrijven en instellingen in alle sectoren in het bedrijfsleven en de publieke sfeer. De onderzochte sectoren zijn: landbouw, jacht en bosbouw, visserij; industrie; bouwnijverheid;  detailhandel en autoreparatie; groothandel; horeca; vervoer, opslag en communicatie; financiele instellingen en zakelijke dienstverlening; openbaar bestuur en onderwijs; gezondheids- en welzijnszorg; cultuur, recreatie en  overige dienstverlening. Er is gekozen voor een beschrijvende weergave van de criminaliteits- en veiligheidssituatie in de onderzochte sectoren. De delicten staan centraal in de rapportage. Per delict behandelen de auteurs een aantal zaken: mate warin delict voorkomt, schade, meldings- en aangiftegedrag en daderschap.
    • Tussentijdse evaluatie Strategische Landenprogramma's voor Internationale Politiesamenwerking

      Princen, S.; Geuijen, K.; Schiffelers, M.-J. (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2016)
      In 2014 is een evaluatiekader opgesteld voor strategische landenprogramma’s (SLP’s) voor internationale politiesamenwerking. Deze programma’s zijn opgesteld voor zestien prioritaire landen. De lijst met prioritaire landen is vervolgens vastgesteld door de minister van Veiligheid en Justitie.Deze tussenevaluatie heeft tot doel een beeld te schetsen van de feitelijke implementatie, de eerste resultaten (voor zover op deze termijn zichtbaar) en de visies van de betrokkenen daarop. Dit rapport beschrijft de bevindingen gevonden in het kader van de tussentijdse evaluatie zoals uitgevoerd tussen maart en augustus 2016. Deze tussenevaluatie geeft inzicht in de stand van zaken rond de SLP’s en biedt handvatten voor het nieuw vast te stellen beleidskader en de keuzes die daartoe moeten worden gemaakt. INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Onderzoeksmethodiek 4. De organisatie van ve SLP's in Nederland 5. De SLP's in de relatie met andere landen 6. Conclusies 7. Aanbevelingen
    • Verboden rood in beeld - Onderzoek aard en omvang niet-legale prostitutie in 2014

      Nijkamp, R.; Sijtstra, M.; Snippe, J.; Bieleman, B. (Intraval Onderzoek en Advies, 2014)
      De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat is de aard en geschatte omvang van niet-legale prostitutie in Nederland? Daarbij worden de volgende onderzoeksvragen onderscheiden: Wat is de stand van zaken in de prostitutiebranche met betrekking tot niet legale prostitutie, welke verschijningsvormen zijn er? Waar en in welke verschijningsvormen vindt men niet-legale arbeid, minderjarigheid en seksuele uitbuiting in de prostitutie? Is een indicatie te geven van de omvang van deze verschijningsvormen en de aantallen daarin werkzame prostituees? Zijn er gegevensbronnen die, al dan niet in combinatie met elkaar, de komende jaren als indicator kunnen dienen voor (de wijzigingen in) de omvang van niet-legale prostitutie? INHOUD: 1. Inleiding 2. Vormen van niet-legale prostitutie 3. Niet-vergunde prostitutie 4. Niet-legale arbeid 5. Minderjarigheid 6. Seksuele uitbuiting 7. Indicaties omvang 8. Conclusies
    • Verkorting doorlooptijden in de jeugdbeschermingsketen - Evaluatie pilots Project 'Afstemming werkwijze in de keten' (Programma Beter Beschermd)

      Eijgenraam, K.; Schouten, R.; Bartelink, C.; Hoogendoorn, Th.; Everdingen, J. van (medew.); Lekkerkerker, L. (medew.) (WODC, 2007)
      Dit rapport doet verslag van een evaluatie van zeven pilots gericht op het verkorten van de doorlooptijden in het kader van het beleidsprogramma Beter Beschermd. Doel is om de samenwerking en de afstemming tussen ketenpartners in de jeugdbescherming te verbeteren.
    • Verslingerd aan meer dan een spel - Een onderzoek naar de aard en omvang van kansspelproblematiek in Nederland

      Bruin, D.E. de; Meijerman, C.J.M.; Leenders, F.R.J.; Braam, R.V. (WODC, 2006)
      Doel van het onderzoek is: inzicht geven in omvang en aard van kansspelverslaving in Nederland; de werking van het huidige (preventie)beleid met betrekking tot kansspelverslaving; aanbevelingen doen voor een preventiebeleid inzake kansspelverslaving. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kansspelverslaving: de omvang van het probleem 3. Deelname en deelnemers aan kansspelen 4. Risico's van kansspelen 5. Kenmerken van risico- en probleemspelers 6. Preventie en hulpverlening 7. Meningen en ervaringen kansspelbeleid