• Het kennisfundament t.b.v. de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren

      Brons, D. (red.); Hilhorst, N. (red.); Willemsen, F. (red.) (WODC, 2008)
      Dit rapport gaat over theorieën die ten grondslag liggen aan effectieve interventies, over mechanismen die zorgen dat interventies werken in het tegengaan van criminaliteit (en het voorkomen van recidive) en over contexten waarbinnen mechanismen al dan niet werkzaam zijn. Nederlandse jongeren van Marokkaanse herkomst zijn, naast onder meer jongeren van Antilliaanse herkomst, relatief sterk vertegenwoordigd in de criminaliteitcijfers. Vaak wordt er gewezen op kenmerken als sociaal-economische achterstand van een deel van de populatie of op culturele factoren die samenhangen met dit probleem. Dat er sprake is van samenhang tussen criminaliteit en bovengenoemde kenmerken zegt echter nog niet veel over een causale relatie tussen beide. Of door het beïnvloeden van deze factoren de criminaliteit daalt, is ook niet a-priori evident. Een bredere kennis over oorzaken van criminaliteit is kortom noodzakelijk. Dit rapport beoogt daar aan bij te dragen. Als aanvulling op dit rapport zijn in een afzonderlijk supplement de specifieke achtergronden van marginalisering van Antillianen belicht . INHOUD: 1. Inleiding 2. Verklaringen van crimineel gedrag en de opbouw van dit rapport Deel I Grenzen stellen - G. Vervaeke en E. De Caluwé Deel II Risicoreductie - M. Dkovic en J.J. Asscher Deel IIIA Gewetensvorming, jeugdcriminaliteit en etniciteit - een onderzoekssynthese - C. de Ruiter en K. van Oorschouw Deel IIIB Sociale binding, jeugdcriminaliteit en etniciteit - een onderzoekssynthese - C. de Ruiter en S. Hillege Deel IV Aandachtspunten voor preventie van marginalisering van jongens van Marokkaanse afkomst - T. Pels Deel V De rationele keuzetheorie en het kennisfundament - F. Willemsen
    • Huiselijk geweld onder Surinamers, Antillianen en Arubanen, Marokkanen en Turken in Nederland - Aard, omvang en hulpverlening

      Dijk, T. van; Oppenhuis, E.; Abrahamse, A. (medew.); Meier, A. (medew.) (Intomart Beleidsonderzoek, 2002)
      In het rapport Huiselijk geweld (1997) worden de onderzoeksvragen beschreven die in het uitgevoerde onderzoek centraal stonden, evenals de wijze waarop deze zijn beantwoord. Dezelfde vragen moeten door allochtone groeperingen beantwoord worden. Het gaat om vragen in de volgende categorieen: Persoonlijk slachtofferschap; de relatie tussen slachtoffer en dader; de hulpverlening; de gevolgen van slachtofferschap; bekendheid met slachtoffers van huiselijk geweld.
    • In de greep van de groep - Een onderzoek naar een Marokkaanse problematische jeugdgroep

      Gemert, F. van; Fleisher, M.S. (WODC (subsidie), 2002)
      Onderzoek uitgevoerd met subsidie van het WODC en het programma Politie en Wetenschap. Etnografisch onderzoek passend in internationaal vergelijkend onderzoek naar jeugdbendes (Eurogang).
    • Interimrapport Prejop Amsterdam

      Boendermaker, L.; Schneider, S.M. (WODC, 1990)
      In dit interimrapport wordt verslag gedaan van de eerste resultaten van het evaluatieonderzoek dat het WODC uitvoert naar Prejop in Amsterdam. Prejop isde naam (en afkorting) van een preventieproject ten behoeve van jongeren met politiecontacten, een bijna tweejarig experimenteel project in Amsterdam dat in april 1989 van start is gegaan. De aandacht gaat speciaal uit naar Marokkaanse jongeren. INHOUD: 1. Achtergronden en opzet Prejop Amsterdam 2. Opzet van het evaluatie-onderzoek 3. Prejop-doelgroep op basis van de politiegegevens 4. Doorstroming van politie naar Prejop 5. Beschrijving Prejop-groep 6. Werkwijze Prejop 7. Procesbeschrijving eerste driekwart jaar 8. Blik op 1990.
    • Jaarrapport Integratie 2005

      Unknown author (WODC, 2005)
      Aan de orde komen onder meer de inburgering, opleiding, arbeidsmarktpositie en woonomstandigheden van allochtonen, de positie van allochtone vrouwen, de relatie tussen allochtone jongeren en criminaliteit en, tot slot, de opvattingen van allochtonen en autochtonen over de multi-etnische samenleving. De aandacht richt zich op de allochtone groepen die al langer in Nederland verblijven (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen) en op de grote vluchtelingengroepen.
    • Kansspelen in andere aarde - Een onderzoek naar kansspelproblematiek onder allochtone Nederlanders

      Bruin, D. de; Fris, M.; Braam, R.; Verbraeck, H. (WODC, 2008)
      De probleemstelling van dit onderzoek is: Wat is de aard en omvang van kansspelproblematiek onder Surinamers, Antillianen, Marokkanen, Turken en Chinezen in Nederland?Welk bereik heeft het gevoerde preventiebeleid in de kansspelmarkt op deze groepen allochtonen?Op welke wijze kan dit beleid verbeterd worden?
    • Leden van etnische minderheden in detentie - Een onderzoek naar Turkse, Marokkaanse en Surinaamse gedetineerden

      Immerzeel, G. van; Berghuis, A.C. (WODC, 1983)
      Inhoud: De faciliteiten in de inrichtingen; resultaten van het onderzoek directie, staf en executief personeel; resultaten van het onderzoek onder gedetineerden: Turken, Marokkanen en Surinamers.
    • Liquidaties in Nederland

      Gestel, B. van; Verhoeven, M.A.; Korte, L.R. de; Slot, E.; Vugts, P.; Kras, H.; Roks, R.A.; Leistra, G.; Scheepmaker, M.P.C. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. B. van Gestel en M.A. Verhoeven - Liquidaties nieuwe stijl: Verruwing en professionalisering bij liquidaties in Nederland 2. L.R. de Korte - ‘Hitman, at your service’: Een crime-scriptanalyse van liquidaties in Nederland 3. E. Slot - Liquidaties in Nederland in historisch perspectief 4. P. Vugts en H. Kras - Hoe de criminele ladder naar de ondergang leidt: De verschillende types slachtoffers van liquidaties in de Amsterdamse onderwereld 5. R.A. Roks - Liquidatie van een Solid Soldier? Het ‘niet-zeker-weten’ en de ‘realness’ rondom de dood van Sin 6. G. Leistra - Spreken is lood: Kan de overheid bedreigde getuigen beschermen? 7. M.P.C. Scheepmaker - Op de grens van ideeën en daden: Over de vervolging van het voorbereiden van liquidaties - Een interview met OvJ Koos Plooij en advocaat Christian Flokstra SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen is gewijd aan het fenomeen liquidaties. Als het om moord en doodslag gaat lopen de emoties in de samenleving vaak hoog op. Liquidaties vormen echter een aparte categorie. Deze gaan doorgaans gepaard met bruut geweld en vinden vaak in de openbare ruimte plaats, wat de nodige opschudding en verontwaardiging oproept. Tegelijkertijd is er minder mededogen met de slachtoffers, omdat dit veelal zelf criminelen zijn (de tragische ‘vergismoorden’ even buiten beschouwing latend). Maar wie zijn eigenlijk de slachtoffers van liquidaties? En welke achtergronden hebben deze liquidaties? Op deze vragen proberen we in dit themanummer antwoord te geven. Daarnaast is er aandacht voor de vraag hoe politie en justitie moeten omgaan met liquidaties. De belangrijkste getuigen zijn vaak dood en de uitvoerders proberen geen sporen achter te laten. Soms is een liquidatie ook onderdeel van een groter geheel, waarbij criminelen doelbewust anderen inzetten om potentiële getuigen om te brengen en hun omgeving angst aan te jagen. In die zin is een liquidatie dan ook een doelbewuste aanslag op de waarheidsvinding. Omdat het zo moeilijk is liquidatiezaken op te lossen worden soms bijzondere opsporingsmethoden gebruikt, zoals de inzet van meewerkende getuigen die strafvermindering krijgen toegezegd. Ook liggen aan een geslaagde liquidatie verschillende voorbereidingshandelingen ten grondslag, zoals het stelen en ‘koud zetten’ van auto’s en het aanschaffen van (automatische) wapens en volgapparatuur, waarmee vervolgens de gangen van het beoogde slachtoffer zo goed mogelijk in kaart kunnen worden gebracht. Deze ‘logistiek’ van liquidaties biedt enerzijds veel mogelijkheden voor de vroegtijdige opsporing van liquidaties en dus voor het voorkomen daarvan. Anderzijds wordt door vroegtijdig in te grijpen het bewijs vernietigd van het misdrijf dat ophanden is. Het voorkomen van het misdrijf betekent daarom dat soms ook de voorbereiding voor de betrokken daders minder zware strafrechtelijke consequenties heeft. Deze en andere juridische dilemma’s komen ook aan de orde in dit themanummer.
    • Marokko

      Obdeijn, H.; Buskens, L.P.H.M.; Velden, F.J.A. van der; Manouzi, A.B.L. El; Valk, I. van der; Bouddouft, S.; De Mas, P.; Harchaoui, S. (WODC, 2001)
      ARTIKELEN: 1. H. Obdeijn - De democratische transitie in Marokko 2. L.P.H.M. Buskens - Wachten op de koning; recente discussies over islam, familierecht en politiek in Marokko 3. F.J.A. van der Velden - Marokkaans en Nederlands familierecht; botsende concepten en praktische oplossingen 4. A.B.L. El Manouzi - De Marokkaanse politie; rechtsvacuüm, interne crisis en de erosie van legitimiteit 5. I. van der Valk - Een loodzware erfenis; geschonden mensenrechten in Marokko 6. S. Bouddouft - Marokkaanse migratiepolitiek; toezicht op arbeidsmigranten en hun valuta 7. P. De Mas - De poreuze noordkust van Marokko; migratie, smokkel en hasj 8. S. Harchaoui - Hedendaags kwaad revisited; kanttekeningen bij de Marokkaanse criminaliteit in Nederland SAMENVATTING: Dit nummer beoogt zicht zicht bieden op de economische, politieke en religieuze ontwikkelingen binnen Marokko. Met name de democratische transitie die het land momenteel doormaakt. Hoe verhouden de vernieuwers en de traditionalisten zich tot elkaar? Wat zijn de gevolgen van de democratische transitie op onder andere het functioneren van de politie, het opereren van criminele groepen en het handhaven van de mensenrechten? Hoe tracht Marokko greep te houden op de arbeidsmigranten in Europa? Wat is het economisch belang van de hasjhandel en de mensensmokkel? Deze vragen komen in dit nummer uitvoerig aan bod.
    • Motieven voor moord

      Unknown author (WODC, 1991)
      Moord is het ultieme delict in iedere beschaafde samenleving. Alleen in geval van (burger)oorlog, de doodstraf en euthanasie is sprake van meer of minder gelegitimeerd doden. Voor enkele groeperingen zou ook moedwillige abortus in deze rij thuishoren, voor andere kan in geen enkel geval sprake zijn van gerechtvaardigd handelen. Afgezien van deze gevallen zijn moord en doodslag niet voor discussie vatbaar. Elke moord of doodslag staat op zichzelf. Juist de ernst van het delict lijkt zich meer te lenen voor een individualiserende benadering in de literatuur dan voor generaliserend wetenschappelijk onderzoek. In deze aflevering wordt een poging gedaan de gegevens en theorievorming (in Nederland) samen te brengen onder de noemer `motieven voor moord'. Deze invalshoek is op zichzelf enigszins problematisch, want, wat is een motief? De psychoanalyticus heeft andere overwegingen bij de bepaling daarvan dan de socioloog of de jurist. Toch is 'het motier in het concrete opsporingswerk van de recherche een van de centrale te ontcijferen 'codes' van iedere zaak. De heftigheid van het delict maakt nieuwsgierig naar de motieven en kennis van het motief leidt maar al te vaak tot de opsporing van de dader.
    • Motieven voor naturalisatie - Waarom vreemdelingen uit diverse minderheidsgroepen wel of niet kiezen voor naturalisatie

      Bedem, R.F.A. van den (WODC, 1993)
      Mede met het oog op het verbeteren van hun rechtspositie wordt verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door langdurig in ons land verblijvende vreemdelingen van groot belang geacht. Na de inwerkingtreding van de Rijkswet op het Nederlandschap in 1985, bleek echter dat de naturalisatiegeneigdheid juist onder de twee grootste groepen vreemdelingen, de Turken en de Marokkanen, ver achterbleef bij dat van andere groepen. In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de motieven die leden van verschillende doelgroepen van het minderhedenbeleid hebben om al dan niet te keizen voor de Nederlandse nationaliteit. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de rol van de zogenaamde 'afstandseis' en de kennis van de eigen rechtspositie en die van personen met de Nederlandse nationaliteit. Samenvattingen in het engels, frans en duits zijn in een apart rapport ondergebracht in K28 (zie bij: Meer informatie)
    • Motives for naturalization (summary); Motifs pour naturalisation (résumé); Einbürgerungsmotive (Zusammenfassung)

      Bedem, R.F.A. van den (WODC, 1993)
      In this report summaries in English, French and German of the main results of the study 'Motives for naturalization' are published together. ENGLISH ABSTRACT In this summary, the main results of the study 'Motives for naturalization' are presented. The complete report is published in Dutch. The reason for this study was the relatively low rate of naturalizations among some minority groups . Consequently, special attention will be paid to the question why some immigrants opt for Dutch nationality, while others do not. Since the (un)desirability of plural nationality is under debate in many European countries, the importance of this issue in relation to the propensity to naturalize, will be discussed as well. RESUME FRANCAIS Les résultats primordials de l'étude sur les motifs pour l'acquisition de la nationalite néerlandaise sont presentés dans ce résumé. Le rapport est disponible en néerlandais. Le nombre de demandes de naturalisation est restreint parmi quelques groupes vises par la politique des minorités. C'est pourquoi une étude a été demandee, dans laquelle en particulier la question pourquoi certains étrangers décident d'acquerir ou non la nationalité néerlandaise tient une place centrale. Compte tenu de la discussion au sujet de la double nationalité, qui a lieu a l'heure actuelle dans beaucoup de pays européens, l'interet de la double nationalite en tant qu'instrument de promotion de la naturalisation est discute aussi. DEUTSCHES EXZERPT In dieser Zusammenfassung werden die wichtigsten Ergebnisse der Untersuchung 'Einbuergerungsmotive' beschrieben. Ein vollstaendiger Bericht ist in niederlaendischer Sprache verfuegbar. Den Anstoss zu dieser Studie gab die relativ geringe Anzahl Einbuergerungsantraege bei einigen auslaendischen Bevoelkerungsgruppen. Die Untersuchung befasst sich vor allem mit der Frage welche Argumente fuer oder gegen eine Einbuergerung innerhalb einiger Zielgruppen der Auslaenderpolitik eine Rolle spielen. Angesichts der Diskussion bezueglich der (un)erwuenschten doppelten Staatsangehoerigkeit, die derzeit in vielen europaeischen Laendern gefuehrt wird, wird auch auf die Bedeutung dieser doppelten Staatsangehorigkeit als inbuergerunganreizes eingegangen.
    • Ontkennende en bekennende verdachten - Over de proceshouding van verdachten van strafzaken tijdens het politieverhoor

      Wartna, B.S.J.; Beijers, W.M.E.H.; Essers, A.A.M. (WODC, 1999)
      De discussie over bijzondere politieverhoormethoden (zoals de Zaanse verhoormethode) heeft betrekking op verdachten die niet zonder meer meewerken aan het opsporingsonderzoek. Hoe groot deze groep is is onduidelijk. Sinds kort beschikt het WODC echter over gegevens waaruit het percentage niet-bekennende verdachten valt af te leiden. Deze gegevens zijn afkomstig uit de Strafrechtmonitor, een doorlopend onderzoeksproject op het gebied van de strafrechtspleging. De analyses voor deze studie vonden plaats op een steekproef van 704 strafzaken die alle in 1993 door het OM of door de (politie)rechter werden afgedaan. De resultaten in deze studie wijzen uit dat als er behoefte is aan een speciale verhoormethode voor 'lastige' verdachten, deze slechts in een beperkt aantal gevallen nodig zal zijn. De overgrote meerderheid van de verdachten in strafzaken werkt mee aan het politieonderzoek en bekent het door hen gepleegde delict. Van de groep ontkennende verdachten wordt bijna de helft evengoed veroordeeld. De andere helft wordt niet vervolgd of later vrijgesproken. Onder deze laatste groep bevinden zich wellicht verdachten bij wie een neiuwe, meer gerichte verhoormethode wellicht uitkomst zou bieden. Te denken valt hier dan aan zedendelinquenten en verdachten uit de hoek van de georganiseerde misdaad.
    • Prejop - Een preventieproject voor jongeren met politiecontacten in Amsterdam

      Boendermaker, L.; Schneider, S.M. (WODC, 1991)
      In 1989 werd in Amsterdam een preventieproject voor jongeren met politiecontacten gestart. Het project is gesitueerd bij de jeugdpolitie; het is een initiatief van de gezamenlijke gezinsvoogdij-instellingen, de Raad voor de kinderbescherming en de afdeling Jeugd- en Zedenpolitie van de Gemeentepolitie te Amsterdam. Het project is bedoeld om in een vroeg stadium problemen bij jongeren te kunnen signaleren en op die manier te behoeden voor het afglijden naar een 'criminele cariere'. De aandacht is speciaal gericht op Marokkaanse jongeren. Het project bestaat uit vroegtijdige onderkenning en, indien nodig, hulpverlening. Naar dit project werd evaluatieonderzoek verricht, waarvan de resultaten in dit rapport beschreven worden.
    • Preventief ingrijpen in het gezin

      Unknown author (WODC, 1996)
      De roep om gezinsinterventies leidt tot de vraag of hulp en ondersteuning ook kunnen worden opgelegd wanneer er geen sprake is van herhaaldelijk overtreden van de wet. Tot hoever mag de overheid in het gezin penetreren om te voorkomen dat kinderen worden verwaarloosd of onherstelbaar worden beschadigd? Velen menen dat bemoeienis met het gezin de privacy schendt. Anderen vinden dat een excuus om de zaak op zijn beloop te laten. In principe is dwang niet te verkiezen. Van vrijwillige medewerking van de ouders is veel meer te verwachten. Dan kunnen hulpverleners immers beter gebruik maken van de mogelijkheden die het gezin heeft. Maar wat te doen wanneer ouders van kinderen met stelselmatig probleemgedrag zulke hulpprogramma's weigeren? Deze vragen komen in dit nummer uitvoerig aan bod. Tevens wordt nagegaan welke risicofactoren een rol spelen tijdens de primaire socialisatie.
    • Residentiële hulpverlening aan Surinaamse, Turkse en Marokkaanse jongeren - Een onderzoek naar het verblijf in en het vertrek uit internaten en de situatie gedurende het eerste half jaar na dat vertrek van allochtone jongeren, vergeleken met autochtone jongeren

      Laan, P.H. van der; Essers, A. (medew.); Hoeffnagel, M. (medew.) (WODC, 1985)
      Dit onderzoek heeft ten doel een beschrijving te geven van (de laatste fase van) het tehuisverblijf, het eventuele uitplaatsingsproces (uit het tehuis) en wat er na dit verblijf gebeurt, voor Surinaamse, Turkse en Marokkaanse jongeren van 12 jaar en ouder. Door dit ook te doen voor Nederlandse jongeren hopen de auteurs inzicht te krijgen in voor jongeren uit minderheidsgroepen mogelijk specifieke aspecten en problemen, verbonden aan het tehuisverblijf en de beëindiging daarvan. INHOUD: 1. Opzet en kader van het onderzoek 2. Opnameredenen 3. Doelen 4. Het vertrek uit het internaat 5. De situatie na vertrek uit het internaat 6. Samenvatting, discussie en aanbevelingen
    • Salafisme in Nederland - aard, omvang en dreiging

      Roex, I.; Stiphout, S. van; Tillie, J. (WODC, 2010)
      De beschikbare informatie over het salafisme in Nederland is vooral dreigingsgerelateerd. Over de wijze waarop salafisten hun dagelijkse leven invullen en de consequenties voor hun deelname aan de Nederlandse samenleving is maar weinig bekend. Ook over de omvang van het aantal salafisten in Nederland is vrijwel niks bekend. De centrale onderzoeksvraag is: Wat is de aard, omvang en dreiging van het salafisme in Nederland. Daarbij komen drie aandachtsvelden aan de orde: (a) de ideologie die de organisaties uitdragen, (b) de praktijk van de ideologie onder de gelovigen, (c) de relatie tussen salafisme en democratie, met name de mate van dreiging die uitgaat van het salafisme. INHOUD: 1. Salafisme van binnenuit 2. Netwerkanalyse van salafistische organisaties 3. Orthodoxie onder Turken en Marokkanen 4. Samenvatting en conclusies
    • Schijnhuwelijken en schijnrelaties

      Jennissen, R.P.W.; Kulu-Glasgow, I.; Liu, W.Y.J.; Niehof, T.; Smit, M. (WODC, 2015)
      Het factsheet geeft:een beeld van de (vermoedens van) schijnrelaties bij de behandeling van aanvragen tot gezinsvorming op grond van dossieronderzoek bij de IND; eneen schatting van het aandeel schijnrelaties in Nederland op grond van analyse van CBS data over relatiebreuken.In het nog te verschijnen onderzoeksrapport wordt nader op de resultaten ingegaan, worden achtergronden gegeven, almede een beschrijving van het beleid op dit terrein en van bevindingen uit de literatuur en interviews.
    • Tehuisplaatsing van jonge kinderen uit etnische minderheden - Een verkennend onderzoek naar de achtergronden van tehuisplaatsingen van kinderen van 0 tot 7 jaar uit etnische minderheden

      Smit, M.; Laan, P.H. van der (WODC, 1984)
      De onderzoeksvragen luiden als volgt:Wat zijn de kenmerken van de groep jonge kinderen uit etnische minderheden in tehuizen, en onderscheiden zij zich van Nederlandse kinderen in dezelfde situatie?Welke factoren spelen een rol bij de beslissing tot plaatsing, en verschillen deze van de plaatsingsfactoren bij Nederlandse kinderen?In dit onderzoek wordt aandacht besteed aan tehuisplaatsingen van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse jongeren in de leeftijdsgroep van 12 tot 21 jaar. INHOUD: 1. Onderzoeksopzet 2. De achtergronden 3. De hulpverlening
    • Tehuisplaatsing van jongeren uit etnische minderheden - Een onderzoek naar de problematiek rond de plaatsing in tehuis of internaat van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse jongeren

      Laan, P.H. van der; Essers, A.A.M.; Smit, M. (WODC, 1983)
      Met dit onderzoek hebben de onderzoekers zich ten doel gesteld een inventarisatie te geven van de problematiek rond tehuisplaatsingen van jongeren afkomstig uit etnische minderheden. De algemene onderzoekvraag luidt dan ook: Wat is de problematiek rond tehuisplaatsingen van jongeren uit etnische minderheden? Deze vraag is gesplitst in twee deelvragen: Wat is de problematiek die geleid heeft tot tehuisplaatsing van deze jongeren? Welke problemen ontmoet men bij de tehuisplaatsing van deze jongeren? INHOUD: Deel I: Onderzoekopzet en onderzoekgroepen 1. Onderzoekvragen en onderzoekmethoden 2. Beschrijving van de onderzoekgroep 3. samenvatting Deel II: Achtergrond van de tehuisplaatsing 1. Redenen voor tehuisplaatsing 2. Achtergronden 3. Samenvatting Deel III: De hulpverlening 1. De aanmeldende instanties 2. De groepsleiding 3. De jongeren 4. De ouders 5. Samenvatting Deel IV: Discussie en samenvatting