• Herziening van de zedendelicten? - Een analyse van Titel XIV, Tweede Boek, Wetboek van Strafrecht met het oog op samenhang, complexiteit en normstelling

      Lindenberg, K.; Dijk, A.A. van (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit rechtsgeleerdheid, 2016)
      In dit onderzoek staat de vraag centraal of de misdrijven tegen de zeden (Titel XIV, Boek II van het Wetboek van Strafrecht) moeten worden herzien. De leidende vraag in dit onderzoek is of de staat van de zedentitel in termen van samenhang, complexiteit en normstelling, aanleiding geeft tot de conclusie dat de zedentitel grondig moet worden herzien. Deze algemene vraag is uitgesplitst in de volgende vier onderzoeksvragen, waarbij tussen haakjes is weergegeven in welk hoofdstuk de onderzoeksvraag wordt beantwoord: Onderzoeksvraag 1: Welke bijzonderheden kunnen worden opgemerkt over de zedendelicten met betrekking tot samenhang, complexiteit en normstelling? (hoofdstuk 2); Onderzoeksvraag 2: Welke herzieningssuggesties met betrekking tot samenhang, complexiteit en normstelling blijken uit interviews met juristen? (hoofdstuk 3); Onderzoeksvraag 3: Welke herzieningssuggesties met betrekking tot samenhang, complexiteit en normstelling blijken uit de literatuur vanaf 1999? (hoofdstuk 3); Onderzoeksvraag 4: Geeft de beantwoording van de eerdere vragen aanleiding tot de conclusie dat de zedentitel grondig moet worden herzien? (hoofdstuk 4). INHOUD: 1. Inleiding 2. Structuren en bijzonderheden in de zedenwetgeving 3. Herzieningssuggesties in interviews en literatuur 4. Evaluatie
    • Het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag door jongeren als dilemma - Een schatting van het 'dark number' van niet-aanvragers van een VOG voor opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs

      Boekhoorn, P.; Verhaegh, T.; Wolbers, M. (Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt (KBA Nijmegen), 2019)
      De Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een preventief bestuursrechtelijk instrument, dat bedoeld is te voorkomen dat personen die een bepaald justitieel verleden hebben kwetsbare functies in de samenleving gaan vervullen. Een VOG kan in verschillende gevallen van een arbeidssituatie nodig zijn, bijvoorbeeld voor het vervullen van een functie waarin met kwetsbare personen, met vertrouwelijke gegevens, met geld of met specifieke goederen wordt gewerkt. Het doel van het onderzoek is te achterhalen in welke mate deze (v)mbo-jongeren geen VOG-aanvraag ten behoeve van het onderwijs indienen omdat zij, al dan niet vanwege hun justitieel verleden, verwachten geen VOG te ontvangen.De algemene hoofdvragen van dit onderzoek luiden als volgt:In welke mate dienen (v)mbo-jongeren geen VOG-aanvraag in omdat zij inschatten dat zij geen VOG krijgen vanwege hun justitieel verleden?In hoeverre hangt het niet-aanvragen samen met de ernst en/of aard van hun justitieel verleden, hun kennisniveau over de VOG en/of hun (gewenste) opleiding?In welke mate is de inschatting van VOG-mijders dat zij geen VOG krijgen juist?Voor de beantwoording van de hoofdvragen zijn twee deelonderzoeken uitgevoerd. In deze rapportage staan de bevindingen van beide deelonderzoeken gepresenteerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksopzet en dataverzameling 3. VOG-aanvragen door laatstejaars vmbo'ers en jongeren in het mbo 4. VOG-aanvragers onder (v)mbo-jongeren met en zonder justitieel verleden 5. Kennis van de jongeren omtrent de VOG 6. VOG-aanvraag mijders nader bekeken 7. Conclusies
    • Het functioneren van het klachtvereiste in de zedelijkheidswetgeving - Deelrapportage 1: Kader en leesbegeleidende samenvatting

      Savornin Lohman, J. de; Beijers, W.M.E.H.; Gelder, C.P. van; Goderie, M.J.H.; Nieborg, S.M.A.; Rijkschroeff, R.A.L.; Verkuyl, E.C.A. (Verwey-Jonker Instituut, 1998)
      In de zedelijkheidswetgeving, die op 1 december 1991 van kracht werd. is een specifieke regeling opgenomen ten aanzien van seksuee1 verkeer met en door jeugdigen in de leeftijd van 12 tot 16 jaar. Dit om een balans te vinden tussen bescherming tegen seksueel misbruik enerzijds en het recht op seksuele zelfbepaling anderzijds. Dit is het zgn. klachtvereiste, dat in de artikelen 245 Sr., 247 Sr. en 248 Sr., is opgenomen. Het hóudt in dat seksuele handelingen met deze groep adolescenten strafbaar zijn, maar dat de opsporing en vervolging afhankelijk zijn gesteld van een klacht. Uit het evaluatieonderzoek van de zedelijkheidswetgeving. dat in 1994 door het Verwey-Jonker Instituut werd verricht, bleek dat het klachtvereiste een aantal problemen opriep. Dit vervolgonderzoek bestaat naast dit eerste deel dat het kader en een leesbegeleidende samenvatting bevat uit vier deelprojecten: Deel 2. strafrechtelijk kader: wetsgeschiedenis. Jurisprudentie en zedelijkheidswetgeving in diverse landen; Deel 3. Het functioneren van het klachtvereiste in de uitvoeringspraktijk; Deel 4. Bescherming, bepaling en beperking: ge optiek van de klachtgerechtigden ten aanzien van het klachtvereiste in de zedelijkheidswetgeving; en Deel 5. Sterkte-zwakte analyse van een aantal juridische instrumenten inzake de vormgeving van het recht op zelfbepaling van jeugdigen.
    • Het functioneren van het klachtvereiste in de zedelijkheidswetgeving - Deelrapportage 4: Bescherming, bepaling en beperking; de optiek van de klachtgerechtigden ten aanzien van het klachtvereiste in de zedelijkheidswetgeving

      Savornin Lohman, J. de; Beijers, W.M.E.H.; Gelder, C.P. van; Goderie, M.J.H.; Nieborg, S.M.A.; Rijkschroeff, R.A.L.; Verkuyl, E.C.A.; Huntjens, K.M.N. (Verwey-Jonker Instituut, 1998)
      Wat is het oordeel van 12- tot 16-jarige jongeren en hun ouders en de Raad voor de Kinderbescherming (de klachtgerechtigden) over seksuele zelfbepaling en bescherming en beperking door de zedelijkheidswetgeving? In dit onderzoek is hun mening hierover gevraagd. Aan de orde komt wat hun kennis van en oordeel over het klachtrecht is en welke ervaringen zij ermee hebben. Hoofdstuk 2 gaat over seksuele zelfbepaling. Hoofdstuk 3 gaat over bescherming en beperking door de wet. De hoofdstukken 4 en 5 behandelen de bescherming tegen seksueel misbruik in het hypothetische geval en in het reële geval. In hoofdstuk 6 komt de kennis van zedelijkheidswetgeving aan de orde, o.a. met betrekking tot de delicten waarvoor het klachtvereiste geldt. Hoofdstuk 7 geeft de opvattingen van de betrokkenen weer omtrent de vraag wat er bij (zeden)wet verboden zou moeten zijn. Hoofdstuk 8 bespreekt het oordeel over het klachtvereiste, nadat informatie is verstrekt over de bepalingen in de wet die daarop betrekking hebben. En hoofdstuk 9 gaat tenslotte in op de Raad voor de Kinderbescherming als klachtgerechtigde.
    • Het functioneren van het klachtvereiste in de zedelijkheidswetgeving - Deelrapportage 3: Het functioneren van het klachtvereiste in de uitvoeringspraktijk

      Savornin Lohman, J. de; Beijers, W.M.E.H.; Gelder, C.P. van; Goderie, M.J.H.; Nieborg, S.M.A.; Rijkschroeff, R.A.L.; Verkuyl, E.C.A. (Verwey-Jonker Instituut, 1998)
      Dit deelonderzoek betreft het functioneren van het klachtvereiste in de uitvoeringspraktijk. In het onderzoek is gebruik gemaakt van drie bronnen: dossieronderzoek bij de politie en het Openbaar Ministerie, interviews met actoren in de strafrechtketen (politie, parketmedewerkers, officieren van justitie, rechters en rechter-commissarissen) en observaties van het aangifteproces. In hoofdstuk 2 volgt een beschrijving van de gang van zaken ten aanzien van het klachtvereiste in de praktijk. Hier wordt de gang van zaken bij de politie besproken als er sprake is van een klachtdelict. Ook wordt in dit hoofdstuk het oordeel van diverse actoren in de strafrechtketen over de functie en de betekenis van het klachtvereiste gepresenteerd. In hoofdstuk 3 worden ter illustratie van het functioneren van het klachtvereiste in het algemeen een aantal casussen besproken. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het functioneren van het klachtvereiste aan de hand van een vijftal casussen waarin pedoseksuele relaties een rol spelen. In hoofdstuk 5 wordt het klachtvereiste besproken aan de hand van een aantal jeugdprostitutiezaken.
    • Het functioneren van het klachtvereiste in de zedelijkheidswetgeving - Deelrapportage 5: Sterkte-zwakte analyse van een aantal juridische instrumenten inzake de vormgeving van het recht op zelfbepaling van jeugdigen

      Savornin Lohman, J. de; Beijers, W.M.E.H.; Gelder, C.P. van; Goderie, M.J.H.; Nieborg, S.M.A.; Rijkschroeff, R.A.L.; Verkuyl, E.C.A. (Verwey-Jonker Instituut, 1998)
      Welke wetstechnische vormgeving van het recht op zelfbepaling van jeugdigen van 12-16 jaar komt het beste tegemoet aan de tweeledige doelstelling van seksuele wilsvrijheid enerzijds en anderzijds bescherming tegen seksueel misbruik? Om een antwoord op deze vraag te krijgen, hebben twee expertcommissies, één met juridische en één met maatschappelijke deskundigen, in een drietal expertmeetings een sterkte-zwakte analyse van juridisch instrumentarium gemaakt.
    • Het gevecht om het publieke domein

      Breeuwsma, G.; Burgers, J.P.L.; Vanderveen, G.N.G.; Raaymakers, Q.A.W.; Hoof, J.T.C. van; Bogt, T.F.M. ter; Nijnatten, C.H.C.J. van; Vijver, C.D. van der; Gunther Moor, L.G.H.; Ferwerda, H.B.; et al. (WODC, 2001)
      ARTIKELEN: G. Breeuwsma - Verlos mij van des menschen overlast ...; een psychologische benadering 2. J.P.L. Burgers - Onveiligheid in de stad 3. G.N.G. Vanderveen - Nederland vroeger veiliger? De veranderde beleving van onveiligheid 4. Q.A.W. Raaymakers, J.T.C. van Hoof en T.F.M. ter Bogt - Intolerantie; typerend voor jongeren? 5. C.H.C.J. van Nijnatten - Verbleekt gezag; individualisering en individuatie 6. C.D. van der Vijver en L.G.H. Gunther Moor - Het gezag van de politie 7. H.B. Ferwerda en L.H.M. Gelissen - Voetbalcriminaliteit; veroveren hooligans het publieke domein? 8. P.B.M. Levelt - Boze agressie in het verkeer; een emotietheoretische benadering 9. A.R. Hauber - Openbaar vervoer; reizigers, agressie en onveiligheid SAMENVATTING: De media spreken herhaaldelijk over toenemende agressie en onveiligheidsgevoelens. Burgers zouden zich op straat en in het verkeer steeds assertiever en irritanter gedragen. Met name in de binnensteden en de uitgaanscentra zou de overlast zijn toegenomen. Manifesteren mensen zich brutaler op straat, hebben de stedelijke omgangsvormen zich verhard en zijn burgers onverschilliger geworden voor de kwaliteit van het publieke leven? Is het gevoel van onveiligheid toegenomen en zijn we angstiger voor overlast en schade? Aan de hand van de trefwoorden agressie, overlast, onveiligheid, intolerantie en tanend gezag wordt in dit nummer de veronderstelde verminderde kwaliteit van het stedelijke publieke leven nader onderzocht.
    • In de schuld, in de fout? - Schuldenproblematiek en crimineel gedrag bij adolescenten en jongvolwassenen

      Hoeve, M.; Jurrius, K.; Zouwen, M. van der; Vergeer, M.; Voogt, M.; Stams, G.J. (WODC, 2011)
      Steeds meer jongeren steken zich flink in de schulden. Het onderwerp schuldsanering heeft al de aandacht van Justitie, SZW en Financiën, maar ook vanuit een oogpunt van preventie lijkt het nuttig om het onderwerp nader uit te diepen. De probleemstelling is als volgt geformuleerd:Is er verband tussen schuldenproblematiek en crimineel gedrag van adolescenten en jongvolwassenen?Dient de schuldenproblematiek als uitvloeisel van één of meer risicofactoren voor crimineel gedrag te worden bezien, en zo ja, hoe en welke?Vormen (grote) schulden een risicofactor voor of zijn zij eerder een gevolg van criminaliteit van adolescenten en jongvolwassenen?
    • In het belang van het kind

      Unknown author (WODC, 1984)
      In dit inmiddels traditioneel geworden kinderbeschermingsnummer van Justitiele Verkenningen vier speciaal voor deze aflevering geschreven attikelen. Vanuit verschillende invalshoeken wordt door de auteurs gekeken hoe het belang van het kind in de loop van de tijd historisch, juridisch en psychologisch gestalte heeft gekregen.
    • Interventies bij schoolverzuim - Inventarisatie van justitiële maatregelen bij spijbelgedrag

      Boekhoorn, P.F.M.; Speller, T.E.A.M. (WODC, 2004)
      Doel van het onderzoek is het schetsen van een beeld van het totaal aan justitiële interventies op het gebied van schoolverzuim, het vaststellen van “witte vlekken” in het bestaande pakket interventies en, op basis van een meta-evaluatie van bestaande materialen (evaluatiestudies, literatuur, onderzoek, beleidsstukken), het beoordelen van de effectiviteit van deze interventies.
    • Jeugd en seksueel misbruik

      Boutellier, J.C.J.; Wijk, A.Ph. van; Bijleveld, C.C.J.H.; Meijer, R.F.; Prins, L.; Bullens, R.A.R.; Meuwese, S.; Groeneveld, C.S.; Rassin, E.; Hendriks, J.; et al. (WODC, 2000)
      ARTIKELEN: 1. Dr. J.C.J. Boutellier - De pornografische context van zedenzaken; een beschouwing over de huidige seksuele moraal 2. Mr. drs. A. Ph. van Wijk - Jeugdige zedendelinquenten; typen, recidivepatronen en criminele carrières 3. Dr. C.C.J.H. Bijleveld, drs. R.F. Meijer en L. Prins - Het profiel van pedoseksuele verdachten; een verkenning op basis van politiegegevens 1998 4. Prof. dr. R.A.R. Bullens en drs. J.E. van Horn - Daad uit 'liefde'; gedwongen prostitutie van meisjes 5. Mr. S. Meuwese - Aangifte van seksueel misbruik; een verkenning onder jeugdige slachtoffers 6. C.S. Groeneveld - Kinderporno en ontuchtzaken; problemen bij de opsporing 7. Mr. drs. E. Rassin - Bewijsproblematiek in misbruikzaken; getuigenverklaringen van jeugdige slachtoffers 8. Drs. J. Hendriks en drs. B.J. van Roozendaal - De behandeling van jeugdige zedendelinquenten 9. Drs. Ed. Leuw - Toezicht op 'pedoseksuele' delinquenten; Engelse en Amerikaanse regelingen bruikbaar voor Nederland? SAMENVATTING: Er is weinig bekend over zedendelinquenten, de aantallen en achtergronden, hun motieven en persoonlijkheidskenmerken, en bij welke typen gevaar bestaat voor recidive. Ook is er weinig bekend over de vraag welke behandeling bij welke dader past. Onderzoek staat in Nederland nog in de kinderschoenen. Dit nummer poogt zicht te bieden op de kenmerken van jeugdige zedendelinquenten en inventariseert allerlei problematische aspecten op het vlak van justitiële aanpak, preventie en behandeling.
    • Jeugd(beschermings)recht en vreemdelingenrecht - Een juridisch-empirische analyse

      Nissen, L.L.M.; Sportel, I.D.A.; Huijer, J.; Terlouw, A.B.; Zwaan, K.; Butter, T.; Glasgow, Y. (Radboud Universiteit Nijmegen - Centrum voor Migratierecht (CMR), 2021-10-13)
      Aanleiding voor dit onderzoek vormden spanningen die kunnen bestaan tussen het (jeugd)beschermingsrecht en het vreemdelingenrecht, zoals deze bijvoorbeeld naar voren zijn gekomen in de gebeurtenissen omtrent de casus van de Armeense kinderen.1 Het onderzoek bestond uit twee delen 1) de algemene wettelijke kaders en beleidskaders; 2) de knelpunten in de praktijk, met een nadere uitwerking van wettelijke en beleidsnormen in (een selectie van) deze knelpunten. Het onderzoek had als doel inzicht te bieden in (de combinatie van) het jeugd(beschermings)recht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen. Er is onderzocht waar spanningen of knelpunten tussen beide rechtsgebieden optreden, zowel op het niveau van wet- en regelgeving als in de uitvoeringspraktijk. Daarbij is onder meer bekeken of, en zo ja in hoeverre, rechtsnormen uit het ene rechtsgebied prevaleren over rechtsnormen uit het andere rechtsgebied. Waar het prevaleren van rechtsnormen niet op heldere wijze uit de wet- en regelgeving voortvloeit, zijn andere (praktijkgerichte) oplossingsrichtingen verkend. De probleemstelling van het onderzoek luidt: Welke zijn de (potentieel) conflicterende en/of spanningsvolle onderdelen of aspecten in de wet- en regelgeving voor het jeugdbeschermingsrecht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen, zowel op het niveau van de wet- en regelgeving als voor de uitvoering in de praktijk en in hoeverre blijkt uit de wet- en regelgeving welk recht prevaleert? Hoe kunnen de (ervaren) spanningen en conflicten worden opgelost in situaties waarin niet uit de wet- en regelgeving blijkt welk recht prevaleert en wat is hiervoor nodig? INHOUD: 1. Introductie 2. Jeugd(beschermings)recht: relevante regelgeving en de rol van jeugdrechtelijke instanties 3. De positie van het kind in het vreemdelingenrecht 4. Kernbevoegdheden en taken van gecertificeerde instellingen, RvdK, IND en DT&V 5. Tussenconclusies en beantwoording van deelvragen 6. De uiteenlopende juridische posities van kinderen die wel, en kinderen die niet onder toezicht zijn gesteld 7. Duurzame oplossingen voor uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige vreemdelingen: adequate opvang, buitenschuld en de rolverdeling tussen de betrokken actoren 8. Conclusies
    • Jeugdcriminaliteit in groepsverband ontrafeld - Tussen rondhangen en bendevorming

      Beke, B.M.W.A.; Wijk, A.Ph. van; Ferwerda, H.B. (Bureau Beke, 2000)
      Het doel van het onderzoek is inzicht te geven in diverse typen jeugdgroepen en daarnaast het ontwikkelen van een meetinstrument dat ingezet kan worden om de aard en de omvang van problematische jeugdgroepen in beeld te brengen. Er worden, in navolging van eerder onderzoek, drie soorten jeugdgroepen onderscheiden, die alle in de vijf steden voorkomen, in 'zwaarte' oplopend van hinderlijk (44 groepen), via overlastgevend (51 groepen) tot crimineel (18 groepen). Tussen de groepen worden drie scheidslijnen gesignaleerd. De hinderlijke groepen blijken vooral een probleem te vormen voor de openbare orde (waarbij de groep primair platform is voor sociale activiteiten). De overlastgevende groepen overstijgen dit niveau. Deze categorie is primair platform voor criminele activiteiten en vormt een opsporingsprobleem. In termen van actieradius blijkt dat hinderlijke jeugdgroepen vaker wijkgebonden zijn, terwijl overlastgevende en criminele groepen stadsgebonden zijn (soms zelfs regionaal opereren). In hinderlijke groepen lijkt een corrigerende werking uit te gaan van de groep op subgroepen die zich met criminaliteit bezighouden; de rest van de groep zal deze activiteiten niet snel accepteren. In criminele groepen treedt geen corrigerende werking op. De netwerkanalyses bevestigen dat er vaak sprake is van subgroepen, waarbij 'linking-pin'-personen bestaan die met diverse personen uit andere subgroepen criminele activiteiten plegen. Ook zijn er jongeren die deel uitmaken van verschillende jeugdgroepen. Er bestaat een samenhang tussen groepsdynamiek en het plegen van criminaliteit, in die zin dat jeugdgroepen die een hecht georganiseerde en hiërarchisch gesloten structuur hebben, een zwaarder criminaliteitspatroon vertonen. In het onderzoek is een 'shortlist groepscriminaliteit' ontwikkeld die kan worden gebruikt door politiefunctionarissen om jeugdgroepen in kaart te brengen. De onderzoekers concluderen overigens dat voor het in kaart brengen van problematische jeugdgroepen meer bronnen nodig zijn: de betreffende politiefunctionaris, diens collega's, jongerenwerkers en politiedatasystemen als BPS en/of HKS.
    • Jeugddelinquentie - Risico's en bescherming; bevindingen uit de WODC Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit 2005

      Laan, A.M. van der; Blom, M.; Verwers, C. (medew.); Essers, A.A.M. (medew.) (WODC, 2006)
      In deze studie wordt verslag gedaan van de bevindingen uit de nieuwe WODC Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit. In totaal zijn begin 2005, 1.460 jongeren uitgebreid geïnterviewd. De onderzoeksgroep is een representatieve afspiegeling van Nederlandse adolescenten in de leeftijd van tien tot en met zeventien jaar. Er is gevraagd naar 33 delicten, variërend van overtredingen zoals zwartrijden tot ernstige delicten zoals iemand beroven of inbraak. Behalve op de meer bekende delicttypen die betrekking hebben op vernielingen, vermogensdelicten en geweldsdelicten, is in deze studie ook ingegaan op discriminatie, internetdelicten en drugsdelicten. Tevens is onderzocht in welke mate risicofactoren voor delinquentie voorkomen in de onderzoeksgroep en welke factoren als risico en welke als bescherming aan delinquentie zijn gerelateerd. Op een systematische wijze wordt beschreven welke verschillen zich daarin voordoen naar sekse, (etnische) herkomst en leeftijd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Delinquentie: prevalentie en frequentie 4. Aan de delinquentie gerelateerde factoren 5. Verschillen tussen (niet-)delinquenten 6. Risico- en beschermende componenten voor delinquentie 7. Cumulatie van risico en bescherming 8. Delinquentie en korte termijn risicofactoren 9. Slot
    • Jeugdgeweld

      Spierenburg, P.C.; Wittebrood, K.; Stokkom, B.A.M. van; Nikken, P.; Adang, O.M.J.; Hendriks, J.; Roozendaal, B.J. van; Kapteyn, P.J.H. (WODC, 2000)
      ARTIKELEN: 1. Dr. P.C. Spierenburg - Jeugdgeweld in historisch perspectief 2. Dr. K. Wittebrood - Trends in jeugdgeweld 3. Dr. G. van den Brink - Agressieve jongeren; een cultuurhistorische bespiegeling 4. Dr. B.A.M. van Stokkom - Het mannelijke ego; over onzekerheid, hoge eigendunk en agressie 5. Dr. P. Nikken - Media en geweld 6. Dr. O.M.J. Adang - Jonge mannen in groepen; een geweldige combinatie? 7. Drs. J. Hendriks en drs. B.J. van Roozendaal - Geweld en gezin 8. Anonymus - Sed lex; dagboekaantekeningen van een docent 9. Dr. P.J.H. Kapteyn - Frontsoldaat van de beschaving; over geweld op scholen SAMENVATTING: De auteurs in dit nummer – onderzoekers uit verschillende disciplines – is de ogenschijnlijk simpele vraag voorgelegd 'waar het hedendaagse jeugdgeweld vandaan komt'. Historische, statistische, ethologische, sociologische en psychologische benaderingen vullen elkaar aan. Daarnaast worden aan media, school en gezin aparte artikelen gewijd.
    • Jeugdpolitie

      Unknown author (WODC, 1986)
      Dit nummer van Justitiele Verkenningen is gewijd aan het thema jeugdpolitie'. Het functioneren van deze specialisatie binnen het politieapparaat wordt vanuit diverse invalshoeken belicht.
    • Jong en multimediaal - mediagebruik en meningsvorming onder jongeren, in het bijzonder moslimjongeren

      Konijn, E.; Oegema, D.; Schneider, I.; Vos, B. de; Krijt, M.; Prins, J. (Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit Sociale Wetenschappen, 2010)
      Onderzocht is in hoeverre binnen- en buitenlandse media een rol spelen bij de politieke en maatschappelijke meningsvorming van (moslim)jongeren in Nederland en hoe hun mediagebruik eruit ziet. INHOUD: 1. Jong en multimediaal: probleemstelling, doelgroep, en onderzoeksvragen 2. Mediagebruik: eerdere rapportages en wetenschappelijke verankering 3. Methodologische verantwoording survey: steekproeftrekking, vragenlijstconstructie en kenmerken respondenten 4. Resultaten mediagebruik: moslim-jongeren en niet-moslim jongeren vergeleken 5. Samenhang mediagebruik en attitudes van jongeren 6. Analyse van media-inhoud: focus en extreme inhoud 7. Diepte- en focusgroep interviews met moslimjongeren 8. Conclusies en nabeschouwing
    • Jongerenwerk, sport en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1988)
      In dit themanummer komt de vraag naar voren of er wellicht iets 'mis' is met de wijze waarop jongeren worden ingevoegd in het volwassen maatschappelijk leven. Het is gebruikelijk om hierbij een onderscheid te maken in drie zogenoemde socialisatievormen. De primaire socialisatie wordt geacht plaats te vinden in het gezin, de secundaire op school en de tertiaire in de vrijetijdssfeer. Kenmerkend voor de tertiaire sfeer het onderwerp van deze aflevering van Justitiële Verkenningen is dat een belangrijk deel daarvan in het teken staat van de 'commercie'. Daarbij moet worden gedacht aan de kleding- en muziekindustrie, aan de horeca en ten dele ook aan de media. Op twee terreinen van vrijetijdsbesteding is de overheid in haar subsidiebeleid (indirect) wel aanwezig, namelijk het jongerenwerk en de georganiseerde sportbeoefening. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het beleid rond het kabinetsplan Samenleving en criminaliteit met name deze twee welzijnsterreinen worden genoemd, waar het gaat om 'het versterken van de binding van de opgroeiende generatie aan de maatschappij'. In het kader van het bestuurlijk preventiebeleid wordt gesproken van het belang van 'normstellend jongerenwerk' en zijn diverse projecten op het gebied van de sport en het (randgroep)jongerenwerk gesubsidieerd. In dit nummer worden de achtergronden en de mogelijkheden van dit beleid geanalyseerd.
    • Justitie en hulpverlening aan minderjarigen

      Unknown author (WODC, 1980)
      In dit themanummer dat als titel draagt: 'Justitie en hulpverlening aan minderjariten', ligt het accent op de niet-residentiele hulpverlening. Deze aflevering wordt geopend-met een inleidend artikel van mevrouw dr. J. Junger-Tas, die, na een ontwikkelingsschets van het kinderrecht, ingaat op diverse vormen van hulpverlening en de mate van betrokkenheid van het justitieapparaat daarbij. Aan de orde komen: hulpverlening door de politie, de vroeghulp, arnbulante behandeling en diversion. Tevens wordt de vraag gesteld in hoeverre justitiële kinderbeschermingsmaatregelen en hulpverlening met elkaar in overeenstemming te brengen zijn.
    • Kappen met asociaal gedrag - Evaluatie van de pilot FF Kappe in Rotterdam

      Winkels, J. (WODC, 2008)
      De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Wat zijn de veronderstelde werkzame mechanismen van de pilot 'FF Kappe', in welke context zouden deze werken en zijn er neveneffecten te benoemen? De doelgroep voor FF Kappe bestaat uit jongeren tussen de 12 en 24 jaar die bij herhaling voor grote overlast in de buurt zorgen. Het project is geïnspireerd door de Acceptable Behaviour Contracts (ABC) en Anti-Social Behaviour Orders (ASBO) in Engeland.