• Herstelgerichte cursussen in detentie - Evaluatie van Puinruimen, SOS en DAPPER

      Zebel, S.; Vroom, M.; Ufkes, E.G. (Universiteit Twente - Faculty of Behavioural, Management and Social sciences (BMS), 2016)
      Binnen het justitiedomein krijgen slachtoffers, daders en andere betrokkenen de laatste jaren meer mogelijkheden om op een persoonlijke wijze te reageren op misdrijven en te werken aan herstel van (im)materiele schade. Herstelgericht werken met daders binnen een detentieomgeving past in deze ontwikkeling. Hierbij is het doel om een bewustwordings- en herstelproces op gang te brengen onder daders die veroordeeld zijn voor een delict. Deze manier van werken sluit aan bij een van de pijlers van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) die in Nederland belast is met het detineren van strafrechtelijk veroordeelden: insluiten , herstellen en voorkomen. DJI streeft de komende jaren naar een meer herstelgerichte gevangeniscultuur: een meer open en herstelgericht klimaat in de inrichtingen (onder gedetineerden en het personeel), zodat er meer en betere mogelijkheden ontstaan om slachtoffer- en herstelgericht te werken. Ten behoeve van dit streven van DJI zijn er in dit onderzoek drie herstelgerichte cursussen geëvalueerd die worden gegeven in detentie: Puinruimen, SOS en DAPPER. Daarbij is in grote mate samengewerkt met ontwikkelaars, uitvoerders en andere betrokkenen bij deze cursussen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Planevaluatie: methoden van onderzoek 3. Planevaluatie: bevindingen 4. Verkennende procesevaluatie: methoden van onderzoek 5. Verkennende procesevaluatie: bevindingen en discussie 6. Conclusie en discussie 7. Referenties
    • Het klachtrecht voor jeugdigen in de justitiële rijksinrichtingen - Een onderzoek naar de wettelijke regeling en de praktische uitvoering

      Berchum, K.M. van; Troost, R.M. (WODC, 1996)
      In deze notitie wordt verslag gedaan van een onderzoek naar het klachtrecht voor jeugdigen in justitiële rijksinrichtingen, dat in opdracht van de afdeling juridische zaken van de Dienst Justitiële Inrichtingen is uitgevoerd. In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de wettelijke bepalingen omtrent het klachtrecht voor jeugdigen in de rijksinrichtingen. Hoofdstuk 2 bevat de centrale onderzoeksvragen en de gehanteerde opzet van het onderzoek. Hoofdstuk 3 bevat een weergave van de aard van de in 1995 behandelde klachten, de 'instanties' die de klachten hebben behandeld en de beslissingen die zijn genomen. In hoofdstuk 4 wordt de werkwijze van de klachtencommissies beschreven. Hoofdstuk 5 geeft antwoord op de vraag hoe de beklagrechters en -commissies tot een uitspraak komen. In hoofdstuk 6 wordt de toetsingsprocedure van de beklagrechters beschreven. Hoofdstuk 7 ten slotte bevat de samenvatting, conclusies en discussie van het onderzoek. INHOUD: 1. Wettelijk kader van het klachtrecht 2. Opzet van het onderzoek 3. De klachtzaken 4. Uitvoering van het klachtrecht5. Hoe komt men tot een uitspraak? 6. De beklagrechter als rechtsprekend orgaan 7. Samenvatting, conclusies en discussie
    • Ik zit vast - Een exploratieve studie naar emotionele verwerking van justitiële vrijheidsbeneming door jongeren

      Laan, A.M. van der; Vervoorn, L.; Schans, C.A. van der; Bogaerts, S. (WODC, 2008)
      De probleemstelling van dit onderzoek luidt: Wat is de relatie tussen justitiële vrijheidsbeneming en de emotionele verwerking daarvan door gedetineerde jeugdigen? En wat kan op basis van de literatuur gezegd worden over de effecten, van emoties ervaren door jeugdigen tijdens een vrijheidsbeneming, op recidive na detentie. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethode 3. Vrijheidsbeneming en emotionele verwerking 4. Individuele kenmerken van jongeren 5. Kenmerken van vrijheidsbeneming 6. Sociale omgeving 7. Slot
    • Implementatie achter tralies - een studie naar randvoorwaarden en factoren die van invloed zijn op de implementatie van PIJ-behandelprogramma's

      Bijl, B.; Eenshuistra, R.; Campbell, E.E. (PI Research, 2010)
      Dit onderzoek naar randvoorwaarden bij de implementatie en toepassing van behandelprogramma’s aan PIJ-jongeren (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) maakt deel uit van de PIJ-onderzoeksprogrammering. Deze studie heeft tot doel de kennis te vergroten over randvoorwaarden en factoren die bijdragen aan succesvolle implementatie van (gedrags)interventies in de context van de PIJ-maatregel. INHOUD: 1. Knelpunten in de uitvoering van de PIJ-maatregel 2. De opzet van de literatuurstudie 3. 'Randvoorwaarde' en andere begrippen 4. De interventie 5. Planning en operationalisatie 6. De gebruikers 7. De populatie 8. Omgevingskenmerken 9. Innovatie-ondersteunende maatregelen 10. De opzet en resultaten van de Expert meeting 11. Conclusie en beschouwing
    • In de oude fout - Over het meten van recidive en het vaststellen van het succes van strafrechtelijke inteventies

      Wartna, B.S.J. (WODC, 2009)
      Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw wordt in Nederland gebruikgemaakt van recidivecijfers om het succes van strafrechtelijke interventies uit te drukken. In dit boek wordt ingegaan op de problematiek van het meten van de terugval van daders in crimineel gedrag. Uit welke facetten bestaat het recidivebegrip? Welke bronnen zijn er voor recidiveonderzoek beschikbaar? En: onder welke voorwaarden vormen recidivecijfers een bewijs van de effectiviteit van een strafrechtelijke interventie? De laatste jaren staat het begrip weer sterk in de belangstelling van de politiek. Recidive, of liever: het uitblijven daarvan, wordt omarmd als een efficiënte kwaliteitsmaat waarmee de prestaties van de organisaties in de justitiële keten eenvoudig in kaart kunnen worden gebracht. Maar de betekenis van recidivecijfers wordt nog wel eens overschat. 'In de oude fout' geeft de grenzen en de mogelijkheden aan. (Ook als proefschrift verschenen.) INHOUD: 1. Recidive 2. Kleine geschiedenis van het recidiveonderzoek 3. Meten en maten van recidive 4. Hoe hoog is de recidive in Nederland? 5. Recidive als maat voor effectiviteit 6. Slotbeschouwing
    • Informatieverstrekking aan slachtoffers van misdrijven - evaluatie van het proces van informatieverstrekking aan slachtoffers over de executiefase van tbs en jeugd

      Tromp, E.; Osenbruggen, A. van; Homburg, G. (WODC, 2009)
      In 2004 is een start gemaakt met het verbeteren van de informatie_verstrekking over het strafverloop aan slachtoffers. Drie deelterreinen zijn daarbij afgebakend; vanuit TBS, over jeugdigen en vanuit het gevangenis_wezen voor volwassen. De informatieverstrekking vanuit het gevangeniswezen staat nog in de kinderschoenen. De volgende drie hoofdvragen komen in dit onderzoek aan de orde: Hoe verloopt de informatieverstrekking en welke knelpunten doen zich voor?In hoeverre voldoet de informatieverstrekking aan de verwachtingen van de slachtoffers en nabestaanden.Welke mogelijkheden zijn er om de informatieverstrekking te verbeteren?
    • Jeugdigen in justitiële behandelinrichtingen - Een analyse in het kader van de motie Duykers

      Rietveld, M.; Hilhorst, N.; Dijk, B. van (Van Dijk, Van Soomeren en Partners (DSP-groep), 2000)
      Het onderzoek richt zich op de vraag of de kenmerken van strafrechtelijk en civielrechtelijk geplaatsten, verschillen vertonen en hoe de ontwikkeling sedert 1993 is geweest. Uit het onderzoek blijkt dat jeugdigen die geplaatst zijn met een civiele maatregel (OTS'ers) jonger zijn dan de jeugdigen met een strafrechtelijke maatregel (PIJ'ers). PIJ'ers hebben over het algemeen voor plaatsing meer delicten gepleegd; het verschil is het grootst bij gewelds-, vermogens- en vuurwapenmisdrijven. Verder staan de jongeren in dit onderzoek voor meer delicten geregistreerd dan in het onderzoek van Boendermaker uit 1993. De onderzoekers schrijven dit in het bijzonder toe aan de verbeterde HKS-registratie. Ook is het totaal van de problemen die de jongeren hebben, zwaarder dan ten tijde van het onderzoek van Boendermaker. In het algemeen gesproken zijn echter geen grote verschillen gevonden tussen beide groepen geplaatsten. De waardering van de beperkte verschillen bepaalt de eraan te verbinden beleidsgevolgen.
    • Jeugdreclassering in Rijksinrichting 't Nieuwe Lloyd - Een inventarisatie van anderhalf jaar vrijwillige begeleiding

      Spaans, E.C. (WODC, 1993)
      Op 1 oktober 1990 is in Amsterdam een experimenteel jeugdreclasseringsproject van start gegaan, bestemd voor jeugdigen die gedetineerd zijn in de Rijksinrichting voor jongens 't Nieuwe Lloyd. Het project richt zich op preventief gehechten en veroordeelden tot een tuchtschool- of arreststraf die, los van het feitelijke dagprogramma van de inrichting, geen (extra) begeleiding of speciale aandacht ontvangen in het kader van een maatregel van kinderscherming (ots), een maatschappelijk werkonderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of een persoonlijkheidsonderzoek in de inrichting. Doel van het project is, door middel van een vrijwillig hulpaanbod een zo kansrijk mogelijke terugkeer van de jeugdigen in de samenleving te creëren. Op verzoek van de Projectgroep Jeugdreclassering en Jeugdinrichtingen, die het project heeft geinitieerd en begeleid, heeft het WODC het project geëvalueerd. Centraal in dit onderzoek stond de vraag of, en in welke mate, het project voorziet in de gesignaleerde behoefte aan hulp en begeleiding onder de gedetineerde jeugdigen. Daarnaast is aandacht besteed aan de wijze waarop het project in de praktijk functioneerde, aan de inhoud van de geboden begeleiding en aan de kenmerken van de jeugdigen die voor begeleiding door het project in aanmerking kwamen. Gedurende de onderzochte periode van anderhalf jaar zijn in totaal 444 jeugdigen in RI 't Nieuwe Lloyd (opvang) opgenomen. Van deze jeugdigen werden er 176, oftewel 40%, bij het Lloyd-project aangemeld voor begeleiding. Na een moeizame start, waarbij het aantal aanmeldingen gedurende de eerste vijf maanden van het project achterbleef bij de verwachting, werd de prognose van honderd potentiële 'Lloyd-projectklachten' per jaar vanaf maart 1991 ruimschoots gehaald. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beschrijving van het project 3. Het evaluatie-onderzoek 4. Kenmerken van de jeugdigen 5. De geboden begeleiding.
    • Jong vast - Een cijfermatig overzicht van de strafrechtelijke recidive van ex-pupillen van justitiële jeugdinrichtingen

      Wartna, B.S.J.; Harbachi, S. el; Laan, A.M. van der (WODC, 2005)
      In dit rapport wordt ingegaan op de strafrechtelijke recidive onder alle ex-pupillen van justitiële jeugdinrichtingen. De uitstroomresultaten van de gehele JJI-sector worden in kaart gebracht, uitgesplitst naar o.a. type inrichting, de duur van het verblijf en de verblijfstitel.
    • Jongens en meisjes in een gesloten jeugdinrichting - De eerste ervaringen met coëducatie in Het Poortje

      Laan, P.H. van der; Smit, M. (WODC, 1993)
      Tot voor kort geschiedde gesloten (justitiele) opvang van jongens en meisjes in ons land strikt gescheiden. Met ingang van 1992 is daar verandering in gekomen. In de Groningse jeugdinrichting Het Poortje is sedert die datum sprake van een beperkte vorm van coëducatie. Naast drie groepen jongens verblijft daar ook een groep meisjes. De jongens en meisjes verblijven in aparte, van elkaar gescheiden groepen, maar een deel van de bewoners volgt gemengd onderwijs in de interne school. Het experiment met gemengde opvang is tot nu toe zonder problemen verlopen. De gemengde opvang in een gesloten setting blijkt niet tot ongewenste ontwikkelingen en gebeurtenissen te leiden. Op grond van de ervaringen tot nu toe menen de onderzoekers dat er alle reden is om het experiment met gemengde opvang voort te zetten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Coëducatie: perspectieven en bezwaren 3. Van jongensopvang naar coëducatie 4. Het Poortje en haar bewoners 5. Opvattingen en ervaringen 6. Slotbeschouwing
    • Jongeren en vrijheidsbeneming - een studie naar de wijze waarop jongeren in Justitiële Jeugdinrichtingen omgaan met vrijheidsbeneming

      Eichelsheim, V.I.; Laan, A.M. van der (WODC, 2011)
      Het WODC heeft op verzoek van DJJ in 2007-2008 een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de verwerking van justitiële vrijheidsbeneming door jongeren (Van der Laan e.a., 2008). Die studie betrof een literatuurstudie en interviews met experts werkzaam in jeugdinrichtingen. Uit het onderzoek bleek dat er in Nederland nauwelijks empirische kennis is over de wijze waarop jongeren die worden gedetineerd verschillende aspecten van vrijheidsbeneming ervaren, welke relatie er is met gedrag in de inrichting en welke individuele verschillen er zijn tussen jongeren. In de brief aan de Tweede Kamer (TK 2007-2008 24 587 nr. 289) heeft de minister van Justitie toegezegd nader onderzoek te laten doen naar de wijze waarop jeugdigen hun vrijheidsbeneming ervaren en de individuele verschillen die daarbij optreden. Dit onderzoek betreft zowel een kwantitatief en kwalitatief onderzoek waarin naast de wijze waarop jeugdigen hun vrijheidsbeneming ervaren ook nader wordt ingegaan op de relatie tussen de ervaren vrijheidsbeneming, criminogene opvattingen en gedrag in de inrichting. De volgende drie probleemstellingen worden onderscheiden: Hoe ervaren jongeren die op basis van een voorlopige hechtenis of jeugddetentie in een justitiële jeugdinrichting zitten verschillende praktische, sociale en psychosociale aspecten van vrijheidsbeneming? Hoe zien de relaties tussen import- en deprivatiekenmerken enerzijds, en het omgaan met vrijheidsbeneming anderzijds eruit? Wat is de relatie tussen de houding jegens het plegen van delicten, het omgaan met vrijheidsbeneming en kenmerken van de vrijheidsbeneming? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Omgaan met vrijheidsbeneming: een beschrijving van de data 4. Ervaren veiligheid 5. Autonomie en gebrek aan controle 6. Ervaren welbevinden en stress 7. Psychosociaal functioneren 8. Gedrag in detentie 9. Houding jegens van het plegen van delicten, het gepleegde delict en de detentie 10. Slot
    • Jongeren in justitiële behandelinrichtingen

      Boendermaker, L. (WODC, 1995)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van de resultaten van een onderzoek naar de populatie in de elf justitiële behandelinrichtingen voor jeugdigen die ons land kent. Het populatieonderzoek is het eerste deel van het onderzoek Justitiële behandelinrichtingen: populatie, behandeling en follow-up. In dit rapport wordt de populatie in justitiële behandelinrichtingen beschreven en komt de problematiek uitgebreid aan de orde. Daarbij staan drie vragen centraal: in hoeverre verschillen jongeren in justitiële behandelinrichtingen van jongeren in andere, niet-justitiële inrichtingen; zijn binnen de populatie van de justitiële behandelinrichtingen verschillende typen jongeren te onderscheiden, met bijvoorbeeld elk een eigen problematiek; verschillen de justitiële behandelinrichtingen onderling. Om deze vragen te kunnen beantwoorden is informatie verzameld uit de dossiers van de 338 jongeren die in 1993 opgenomen zijn in een justitiële behandelinrichting. Daarnaast is er kort na opname aan jongeren gevraagd een aantal gestandaardiseerde vragenlijsten in te vullen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Jongeren en hun problematiek bij opname 3. De typen nader bekeken 4. Verschillen tussen inrichtingen 5. Vergelijking met jongeren buiten de justitiële behandelinrichtingen 6. Conclusies en discussie
    • Kosten en baten van maatschappelijke (re-)integratie van volwassen en jeugdige (ex-)gedetineerden

      Koning, J. de; Gravesteijn, J.; Hek, P. de; Vries, D. de (SEOR Erasmus School of Economics, 2016)
      Terugdringing van recidive heeft voor de overheid hoge prioriteit. Eén van de middelen om dit te bereiken is een goede re-integratie van (ex-)gedetineerden in de samenleving. Het beleid gaat ervan uit dat de kans op recidive kleiner wordt wanneer overheden en betrokken instanties investeren in een aantal basisvoorwaarden en daar al tijdens detentie mee beginnen.Dit re-integratiebeleid begint al tijdens detentie en loopt daarna door. Daarom spreken we van beleid voor (ex-)gedetineerden. Naast overeenkomsten zijn er in dit beleid belangrijke verschillen tussen jeugdigen en volwassenen. De grotere rol van de gemeente bij de (re-)integratie van (ex-)gedetineerden is pas van recente datum. Behalve dat dit meer eisen stelt aan het gemeentelijke beleid, vereist het ook intensievere samenwerking tussen Rijk en gemeente. Er is dus vooral bij gemeenten een omschakeling nodig die nog in volle gang is. Door de invoering van de nieuwe Jeugdwet op 1 januari 2015 zijn vooral bij het integratiebeleid voor jeugdige (ex-)gedetineerden recent grote veranderingen opgetreden. Het doel van dit onderzoek is: Inzicht krijgen in de kosten en baten van de maatschappelijke (re-)integratie van zowel volwassen als jeugdige (ex-)gedetineerden, om gemeenten, het Rijk en ketenpartners in staat te stellen een beredeneerde afweging te maken over investeringen en inspanningen hieromtrent. INHOUD: 1. Inleiding 2. Afbakening: wensen en mogelijkheden 3. Uitstroom uit detentie 4. (Re-)integratieactiviteiten van gemeenten 5. Kosten van (re-)integratieactiviteiten en financiële stromen 6. Baten van (re-)integratieactiviteiten 7. Samenvatting, conclusies en kanttekeningen
    • Met meer op één kamer? - Meerpersoonskamers in de justitiële jeugdinrichtingen

      Boendermaker, L.; Bruinsma, W.; Schouten, R.; Pijll, M. van der (WODC, 2006)
      De sector JJI (Justitiële Jeugd Inrichtingen) ziet zich de komende jaren voor de opdracht gesteld te bezuinigen en tegelijkertijd capaciteit uit te breiden met enkele honderden plaatsen. Eén van de maatregelen om aan beide opdrachten, bezuinigen en uitbreiden, tegemoet te komen is het meerpersoonskamergebruik. In het voorjaar van 2005 zijn drie justitiële inrichtingen gestart met een pilot met het gebruik van meerpersoonskamers. In het onderzoek stonden twee vragen centraal:Hoe staat het met de veiligheid en het welzijn van zowel het personeel als de ingesloten jeugdigen wanneer meerpersoonskamergebruik in de justitiële inrichtingen wordt ingevoerd?Onder welke voorwaarden - zou meerpersoonskamergebruik moeten plaatsvinden en in hoeverre leidt meerpersoonskamergebruik tot een bezuiniging en een capaciteitsuitbreiding?
    • Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen - het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en drugs bij jongens met en zonder PIJ-maatregel

      Kepper, A.; Veen, V.; Monshouwer, K.; Stevens, G.; Drost, W.; Vroome, T. de; Vollebergh, W. (WODC, 2009)
      Dit onderzoek is een inventariserende en beschrijvende studie naar de aard en omvang van (problematisch) middelengebruik (tabak, alcohol en drugs) onder justitiabele jongeren in een justitiële jeugdinrichting (met en zonder PIJ-maatregel) in vergelijking met de aard en omvang van het middelengebruik onder jongens in residentiële jeugzorginstellingen.
    • Model van justitiële jeugdvoorzieningen voor prognose van de capaciteit

      Huijbregts, G.L.A.M.; Tulder, F.P. van; Moolenaar, D.E.G. (WODC, 2001)
      Voor de bedrijfsvoering van het ministerie van Justitie is een betrouwbare prognose van de benodigde sanctiecapaciteit van groot belang. Dit rapport schetst een verklaringsmodel voor de ontwikkeling van de capaciteitsbehoefte die nodig is voor de uitvoering van justitiële sancties en maatregelen bij jeugdigen. Het betreft Halt-afdoeningen, taakstraffen, en opvang- en behandelinrichtingen. Dit model kan als basis voor prognoses dienen. INHOUD: 1. Kader en doelstelling 2. De justitiële jeugdvoorzieningen 3. Methodes en keuzes 4. Achtergronden van Jeugdproblematiek 5. Het civielrechtelijk traject 6. Het strafrechtelijk traject 7. Evaluatie van het model.
    • Monitor veelplegers - Samenvatting van de resultaten

      Tollenaar, N.; Harbachi, S. el; Meijer, R.F.; Huijbregts, G.L.A.M.; Blom, M. (WODC, 2006)
      De Monitor veelplegers brengt twee à drie maal per jaar de verschillende informatie met betrekking tot jeugdige en volwassen zeer actieve veelplegers van criminaliteit en de reactie van politie en justitie in kaart. De primaire doelstelling van de Monitor Veelplegers is:Het in kaart brengen van de beschikbare landelijke informatie over jeugdige en volwassen veelplegers. Het omschrijven van de in- en uitstroom van deze groepen in het politieapparaat en de justitieketen. Het inventariseren van de reguliere interventies van de politie- en justitieorganisaties op de criminaliteit van de veelplegers. In deze Fact Sheet (nr. 2006-12) zijn de bevindingen over 2003 en 2004 terug te vinden.
    • Monitor veelplegers - Jeugdige en zeer actieve volwassen veelplegers in kaart gebracht

      Tollenaar, N.; Meijer, R.F.; Huijbrechts, G.L.A.M.; Blom, M.; Harbachi, S. el (WODC, 2007)
      De Monitor veelplegers breng twee à drie maal per jaar de verschillende informatie met betrekking tot jeugdige en volwassen zeer actieve veelplegers van criminaliteit en de reactie van politie en justitie in kaart. De primaire doelstelling van de Monitor Veelplegers is: Het in kaart brengen van de beschikbare landelijke informatie over jeugdige en volwassen veelplegers. Het omschrijven van de in- en uitstroom van deze groepen in het politieapparaat en de justitieketen. Het inventariseren van de reguliere interventies van de politie- en justitieorganisaties op de criminaliteit van de veelplegers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Omvang van veelplegerspopulaties 4. Achtergronden en aanpak volwassen zeer actieve veelplegers 5. Achtergronden en aanpak van jeugdige veelplegers 6. Veelplegers in de ambulante verslavingsszorg 7. Samenhangen tussen achtergronden van de ZAVP's uit 2003 8. Samenvatting en conclusie
    • Nachtdetentie voor jeugdigen in de voorlopige hechtenisfase - Eindrapport

      Bos, J.; Hissel, S.C.E.M.; Dekkers, S.; Homburg, G.H.J. (WODC, 2006)
      De invoering van nachtdetentie is een van de actiepunten uit het Programma Jeugd terecht. Er zijn twee vormen van nachtdetentie: 1) nachtdetentie in de laatste fase van de tenuitvoerlegging van de detentie, als voorbereiding op terugkeer in de maatschappij, en 2) nachtdetentie in de fase van de voorlopige hechtenis. Dit onderzoek heeft betrekking op de tweede vorm van nacht_detentie. Vragen die hierbij aan de orde gekomen zijn: Hoe verloopt de uitvoering van nachtdetentie in het kader van voorlopige hechtenis, welke problemen en knelpunten doen zich voor en hoe zou daar verbetering in aangebracht kunnen worden?
    • Nazorgproblematiek 18- t/m 26-jarige gedetineerden

      Weijters, G.; Noordhuizen, S. (WODC, 2012)
      Met ingang van 1 januari 2012 is de Wet werk en bijstand (WWB) veranderd. Jongeren tot 27 jaar die in 2012 een bijstandsuitkering aan willen vragen, moeten eerst vier weken actief op zoek naar werk of een opleiding. Als jongeren na vier weken geen werk of opleiding hebben gevonden, kunnen ze een bijstandsuitkering aanvragen. Deze nieuwe regels maken het voor jongeren in detentie extra lastig om te zorgen dat zij op het moment dat hun detentie erop zit een vorm van inkomen hebben. Om inzicht te krijgen hoe problematisch de nieuwe WWB kan zijn voor het nazorgbeleid voor jongeren, wordt in deze factsheet een nadere beschrijving gegeven van de problematiek op inkomensgebied van 18- tot en met 27-jarige gedetineerden.