• Evaluatie Wet veiligheidsregio's

      Veldhuisen, A. van; Hagelstein, R.; Voskamp, I.; Genderen, R. van (Andersson Elffers Felix, 2013)
      In hoeverre voldoet de Wet veiligheidsregio's in de praktijk aan de verwachtingen wat betreft het functioneren van het stelsel (de realisatie van de aannames over het bijdragen aan een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie) en hoe ervaren actoren dat? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond 3. Beleidstheorie 4. Verwachtingen over de werking van de wet 5. Tussenconclusie over de beleidstheorie 6. Ontwikkelingen sinds inwerkingtreding van de Wvr 7. Operationele prestaties van de veiligheidsregio's 8. Functioneren en ervaringen (I) - bestuurlijke aansturing 9. Functioneren en ervaringen (II) - schaalgrootte 10. Functioneren en ervaringen (III) - organisatie 11. Functioneren en ervaringen (IV) - uitvoering 12. Functioneren en ervaringen (V) - financiering 13. Functioneren en ervaringen (VI) - nationale aspecten 14. Conclusies
    • Financiële evaluatie College voor de Rechten van de Mens

      Ridder, J. de; Struiksma, N.; Hollander, M. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2015)
      Het onderzoek richtte zich op een beoordeling van de prestaties van het College in relatie tot de ambities bij oprichting en gegeven de beschikbare middelen. Leidend bij het onderzoek waren de volgende hoofdvragen: Wat is de ambitie met het College voor de Rechten van de Mens, hoe functioneert het College en hoe is de wijze waarop het beschikbare budget is ingezet te beoordelen? Hoe beoordelen het College, de stakeholders en onafhankelijke deskundigen het aan het College toegekende budget, gegeven de ambitie die met het College bestaat? INHOUD: 1. Inleiding en probleemstelling 2. Doeleinden, taken en ambities 3. Organisatie en middelen 4. Percepties van stakeholders en onafhankelijke deskundigen 5. Doelmatigheden en de benodigde middelen 6. Conclusies en aanbevelingen
    • Foreign financing of Islamic institutions in the Netherlands - A study to assess the feasibility of conducting a comprehensive analysis

      Hoorens, S.; Krapels, J.; Long, M.; Keatinge, T.; Meulen, N. van der; Kruithof, K.; Bellasio, J.; Psiaki, A.; Aliyev, G. (RAND Europe, 2015)
      The size and nature of foreign funding of religious institutions is subject to speculation. Foreign funding is not registered centrally, nor is there an obligation to report such donation. Hence, little is known about the origins of funding to mosques in the Netherlands, which is why it is difficult to draw any firm conclusions as to whether these concerns are justified. This research has tackled this through a staged approach. The first phase was commissioned in June 2014 and comprises an assessment of the feasibility of conducting a full analysis of the size and scope of foreign funding of Islamic institutions in the Netherlands and the possible conditions under which foreign funding might be provided. This document reports on the results of that feasibility study. CONTENT: 1. Introduction 2. Islam in the Netherlands 3. Islam and finance 4. Methodology 5. The feasibility of assessing the size and scope of foreign funding to Islamic institutions in the Netherlands 6. The feasibility of assessing the size and scope of foreign funding conditions for Islamic institutions in the Netherlands 7. Information available in source countries 8. Synthesis and conclusions
    • Geschilprocedures en rechtspraak in cijfers 2005

      Erp, J.G. van (red.); Niemeijer, E. (red.); Voert, M.J. ter (red.); Meijer, R.F. (red.) (WODC, 2007)
      Dit rapport bevat een overzicht van kwantitatieve informatie over geschilbeslechting en civiele en bestuursrechtspraak in Nederland. In deze rapportage is de informatie over de civiele- en bestuursrechtspraak, die al aan de Commissie Deetman is gepresenteerd, aangevuld met gegevens over de buitengerechtelijke geschilbeslechting, rechtsbijstand door advocaten en gerechtsdeurwaarders en kosten en financiering van de rechtsbijstand. Het is de bedoeling in de toekomst periodiek te rapporteren. INHOUD: 1. Inleiding - E. Niemeijer 2. Buitengerechtelijke geschilprocedures - C.M. Klein Haarhuis 3. Civiele rechtspraak - J. van Erp en W. van der Heide 4. Bestuursrechtspraak - W. van der Heide, J. van Erp en P.P.J. Groen 5. Waardering van de rechtspraak - A. Hendriks en J. van Erp 6. Personeel en uitgaven rechtspraak - W. van der Heide en D.E.G. Moolenaar 7. Rechtsbijstand door juridische beroepsbeoefenaren - M.J. ter Voert en S. Peters 8. Kosten en financiering van rechtsbijstand - G.C. Maas
    • Grip op milieuzaken - Evaluatie van de strafrechtelijke milieuhandhaving

      Ridder, J. de; Struiksma, N.; Schol, M.J. (WODC, 2009)
      De vraag die in dit onderzoek centraal staat is wat de effectiviteit is van het strafrechtelijk milieuhandhavingsarrangement zoals zich dat sinds 2005 heeft ontwikkeld.
    • Huismeesters in problematische woningcomplexen - Het effect van huismeesters op criminaliteit en verhuurbaarheid in de na-oorlogse etagebouw

      Hesseling, R.B.P.; Wees, E.H.M. van; Dalen, B.M. van; Maas, R.A.W.M. (WODC, 1991)
      In dit evaluatierapport wordt antwoord gegeven op de vraag welke effecten de inzet van een huismeester heeft gehad op vervuiling, vandalisme, overlast, criminaliteit, de woonwaardering van bewoners en de verhuurbaarheid. Tevens worden de knelpunten in de projecten en de financiering van de huismeester behandeld.
    • Informal Value Transfer Systems and Criminal Activities

      Passas, N. (WODC, 2005)
      Having offered a more precise definition of the practices and issues involved in what is indiscriminately called underground banking, as well as a brief look at the origin of the practices in question, this report outlines the findings of a parallel study, discusses the prevalent modus operandi, incorporates the findings of a wider IVTS research, examines the factors contributing to IVTS continued popularity and concludes with a summary of the findings and policy implications. CONTENT: 1. Introduction 2. Results of the WODC-study 3. The mechanics of IVTS 4. Conclusion and policy implications
    • Internationale verkenning kosten gesubsidieerde rechtsbijstand - Een vergelijkende studie naar Nederland, Finland en Schotland

      Scholte, R.; Weel, B. ter; Westerveld, M. (SEO Economisch Onderzoek, 2017)
      De centrale vraag in dit rapport is wat geleerd kan worden van een verkenning van de stelsels van gesubsidieerde rechtsbijstand van Nederland, Finland en Schotland met betrekking tot de doelmatigheid van het Nederlandse stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Deze vraag wordt aan de hand van twee specifieke maatregelen beantwoord. Ten eerste, wat zou het inzetten van advocaten in de eerste lijn voor gevolgen kunnen hebben voor de kosten van het Nederlandse stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand? Ten tweede, wat zou het aanwenden van een rechtsbijstandsverzekering voor gevolgen kunnen hebben voor de kosten van het Nederlandse stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand? INHOUD: 1. Inleiding 2. Vergelijking van stelsels 3. Casestudy - gesubsidieerde rechtsbijstand bij echtscheidingen 4. Scenario 1 - Advocaten in eerste lijn 5. Scenario 2 - Vergroten belang rechtsbijstandsverzekeringen 6. Conclusies en beperkingen onderzoek
    • Kernteams als instrument voor de bestrijding van de zware georganiseerde criminaliteit - Verslag van een inventariserend onderzoek gericht op mogelijke evaluatie van de kernteams

      Gooren, W.A.J.; Lensvelt, G.; Mayer, I.; Rebel, J.; Spapens , A.C.; Zwol, W. van (IVA Tilburg, 1998)
      In de periode 1993-1995 zijn zeven kernteams opgericht. Met de kernteams werd een bijzondere organisatorische voorziening gecreëerd ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Zes van deze kernteams zijn samenwerkingsverbanden van regionale korpsen en zijn verbonden aan de regio's. Het zevende kernteam is een landelijk team en is verbonden aan het KLPD. Dit onderzoek heeft een drieledige functie. Allereerst biedt het een actueel overzicht van de stand van zaken voor de kernteams. Daarnaast dient het onderzoek als nulmeting voor toekomstige evaluatie. De derde functie is het vervaardigen van een beoordelingskader dat voor de uiteindelijke evaluatie gebruikt kan worden. Aan de orde komen: doelstelling en opzet van het onderzoek; taakstelling en zaakselectie door de kernteams; organisatie van de kernteams; middelen; beheer. gezag en aansturing van de kernteams; externe relaties van de kernteams; de resultaten van de werkzaamheden van de kernteams; eerste beoordeling van de kernteams en het kernteamstelsel.
    • Kinderopvangregelingen in Nederland en enkele Europese landen

      Moene, M. (WODC, 1997)
      De stuurgroep Justitie Emancipatie Stimulering (Jes) heeft geconstateerd dat de kinderopvang in Nederland ook na bijna twintig jaar nog steeds gebrekkig is. Een enquete onder medewerkers van Justitie om de behoefte aan - vooral naschoolse - opvang te inventariseren en een literatuuronderzoek naar de regelingen van kinderopvang in binnen- en buitenland kunnen bijdragen aan een model voor verantwoorde kinderopvang binnen Justitie. In dit literatuuronderzoek is speciale aandacht voor de opvang van 4- tot 16-jarigen (de buitenschoolse opvang). INHOUD: 1. Inleiding 2. Bevindingen en aanbevelingen van de Emancipatieraad 3. Soorten en vormen van kinderopvang in Nederland 4. Voorbeelden van regelingen 5. Relevante wet- en regelgeving 6. Kinderopvang in enkele Europese landen 7. Conclusie
    • Kosten en financiering van rechtsbijstand - Kerncijfers 2000-2006

      Maas, G.C. (2007)
      Dit overzicht gaat in op de vraag en het aanbod van verschillende vormen van rechtsbijstand en de kosten daarvan vanuit het perspectief van de rechtzoekende.
    • Landelijk kader voor de veiligheidshuizen - Invoering, ontwikkelingen en knelpunten

      Rovers, B.; Hoogeveen, C.; Eijgenraam, S. (medew.) (BTVO - Bureau voor Toegepast Veiligheidsonderzoek, 2016)
      Veiligheidshuizen zijn netwerken van organisaties die in een samenwerkingsverband straf- en zorginterventies verbinden. In deze netwerken bestrijden organisaties gezamenlijk overlast en criminaliteit, door gebruikmaking van een gebieds-, systeem- of persoonsgerichte aanpak. Inmiddels zijn er in Nederland 33 veiligheidshuizen die vrijwel landelijk dekkend werken. Het onderzoek heeft als doel te beschrijven of en zo ja, hoe veiligheidshuizen invulling geven aan het landelijk kader en hoe dit zich verhoudt tot de geschetste veranderingen in en rond de veiligheidshuizen. Achterliggend doel is vaststellen of het landelijk kader in de veranderende omstandigheden een toereikend handvat biedt voor het functioneren van de veiligheidshuizen. Dit onderzoek beoogt geen toetsing van het landelijk kader te zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Stand van zaken in de veiligheidshuizen op basis van de breedtescan 3. Resultaten van de dieptestudies 4. Conclusies
    • Legal aid in Europe - Nine different ways to guarantee access to justice?

      Barendrecht, M.; Kistemaker, L.; Scholten, H.J.; Schrader, R.; Wrzesinka, M. (Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL), 2014)
      This is a comparative research about legal aid in nine countries: France, Germany, Belgium, England & Wales, Scotland, Ireland, Poland, Finland and the Netherlands. This report addresses two questions:How are state-financed legal aid systems organised in these countries?Which minimum requirements for state-financed legal aid can be reduced from the European Convention of Human Rights (ECHR) and from case law of the European Court of Human Rights (ECtHR)? CONTENT: 1. Comparing legal aid systems 2. Components of the legal aid system 3. Costs and financing of legal aid 4. Legal aid per type of problem 5. General trends in innovation and reforms 6. ECHR case law 7. Findings and trends
    • Literatuurstudie naar de facilitering van de gewelddadige jihad

      Mascini, P.; Verhoeven, M. (WODC, 2005)
      Gebleken is dat internationale terroristische groeperingen gebruik maken van overheden, familie en (geest)verwanten en informele en illegale instituties. Het centrale doel van dit onderzoek was het in kaart brengen van de wijzen waarop de sociale omgeving de grensoverschrijdende activiteiten van internationale terroristen faciliteert. Nagegaan is welke rol de sociale omgeving speelt in de toegangs-, verblijfs- en communicatiestrategieën van internationale terroristen, de ontwikkelingen die zich hierin de afgelopen jaren hebben voorgedaan en de relevantie ervan voor de Nederlandse context. INHOUD: 1. Inleiding 2. Facilitering van de gewelddadige jihad: sociale afstand, fysieke nabijheid 3. Resultaten 4. Conclusie en discussie
    • Mededingingsrechtelijke analyse van de werkzaamheden van het Nederlands Forensisch Instituut - Onderzoek voor de Commissie Winsemius

      Ottow, A.; Gerbrandy, A.; Hessel, B.; Manunza, E.; Mombers, A. (Universiteit Utrecht - Faculteit Rechtsgeleerdheid, Economie, Bestuur & Organisatie (REBO), 2013)
      Dit onderzoek betreft de volgende twee kernvragen:Welke mededingingsrechtelijke ruimte biedt de bestaande wet- en regelgeving het NFI om aan commerciële derden diensten of producten te leveren?Welke mededingingsrechtelijke risico's zijn verbonden aan het leveren van producten en diensten door het NFI aan commerciële derden?Dit onderzoek dient als input voor het advies van de Commissie Winsemius - een onafhankelijke commissie ingesteld door de minister van V&J - dat betrekking zal hebben op de toekomst van de Nederlandse markt voor forensisch onderzoek en de rol van het NFI hierin. INHOUD: 1. Inleiding 2. Feitelijk en juridisch kader NFI 3. Essentiële begrippen: onderneming en diensten van algemeen economisch belang 4. Mededingingsrecht 5. Overheid en mededinging: de EU-regels betreffende staatssteun 6. Het NFI als onderneming en de kwalificatie van activiteiten als diensten van algemeen economisch belang 7. Toepassing van de mededingingsregels op activiteiten van het NFI 8. Toepassing van de staatssteunregels op activiteiten van het NFI 9. Conclusie: bevindingen en advies
    • National Risk Assessment on Money Laundering and Terrorist Financing 2021 - Bonaire, Sint Eustatius and Saba

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2021-10)
      In 2017 and 2019/2020, the WODC Research and Documentation Centre conducted a National Risk Assessment (NRA) in the areas of money laundering and terrorist financing for the European part of the Netherlands. In 2017/2018, the WODC conducted a separate NRA for the Caribbean Netherlands – Bonaire, Sint Eustatius and Saba (or the BES islands) – in the fields of money laundering and terrorist financing (See link). A second NRA on Money Laundering and Terrorist Financing has now been carried out for the Caribbean Netherlands, which aims to identify the greatest risks in the field of money laundering and terrorist financing. This concerns the risks with the 'greatest residual potential impact', or the impact that remains after taking into account the preventive and/or mitigating effect (the 'resilience') of the policy instruments that target these threats. To this end, the threats with the greatest potential impact have been identified, and estimates have been made of the impact that these threats may have and the resilience of the policy instruments. CONTENT: 1. Introduction 2. Research methodology 3. What makes the Carribbean Netherlands vulnerable to money laundering? 4. Insight into the largest threats in the field of money laundering 5. Resilience of the policy instruments 6. Largest money-laundering risks in de Caribbean Netherlands 7. Conclusions
    • National Risk Assessment on Money Laundering and Terrorist Financing Bonaire, Sint Eustatius and Saba

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2018)
      Because of significant differences between the Caribbean and European Netherlands in terms of geographical, demographic, economic and socio-cultural characteristics (context factors) that make these parts alternately more or less vulnerable to money laundering and terrorist financing, a separate National Risk Assessment (NRA) has been conducted for these overseas Caribbean territories, i.e. Bonaire, Sint Eustatius and Saba (indicated in this report as Caribbean Netherlands or BES islands).The aim of this NRA is to identify the most significant money laundering and terrorist financing risks in terms of their potential impact and to assess the ‘resilience’ of the policy instruments designed to prevent and combat money laundering and ter-rorist financing. Resilience entails the functioning of policy instruments, whereby the following is applicable: the greater the resilience, the more effectively the in-struments combat the risk. This NRA also describes a number of lessons learned that could be taken into account in subsequent NRAs.
    • National Risk Assessment Terrorismefinanciering

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2017)
      Het doel van deze eerste NRA is het in kaart brengen van de tien grootste risico’s op het terrein van terrorismefinanciering en de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium (wet- en regelgeving) gericht op de preventie en repressie van terrorisme-financiering. Deze eerste NRA focust zich op de analyse van de tien risico’s die door experts uit een longlist van dreigingen zijn geselecteerd omdat zij deze zien als de risico’s met de grootste potentiële impact. De NRA biedt een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Welke contextvariabelen maken Nederland kwetsbaar voor het optreden van terrorismefinanciering? Welke tien risico’s op het terrein van terrorismefinanciering kunnen – gezien de Nederlandse context – worden aangemerkt als de risico’s met de grootste potentiële impact? Welke risico’s zijn in Nederland nog niet gesignaleerd maar zouden in de toekomst actueel kunnen worden? Hoe kan hier nader zicht op worden verkregen? Welk beleidsinstrumentarium is in Nederland beschikbaar om de risico’s tegen te gaan? In welke mate mag van het beschikbare beleidsinstrumentarium worden verwacht dat ze de risico’s effectief tegengaan? Tegen welke van de risico’s zijn de Nederlandse beleidsinstrumenten ineffectief? Waarom is dat? Welke mogelijkheden bestaan om dit te herstellen? In hoeverre zijn deze mogelijkheden ook uitvoerbaar? Welke risico’s blijven bestaan na de inzet van het beleidsinstrumentarium? Wat is de ernst van de resterende risico’s als ze met elkaar vergeleken worden? Ten behoeve van de volgende NRA’s biedt deze eerste NRA ook een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Welke kwantitatieve data kunnen bij volgende NRA’s worden gebruikt om de risico’s op terrorismefinanciering in beeld te krijgen? Welke lessen/leerpunten zijn te benoemen voor volgende NRA’s? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethodiek 3. Wat maakt Nederland kwetsbaar voor terrorismefinanciering? 4. Risico’s op het terrein van terrorismefinanciering 5. Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium 6. Conclusies
    • National Risk Assessment Terrorismefinanciering 2019

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2020)
      Het Nederlandse beleid ter preventie en bestrijding van terrorismefinanciering is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). In 2017 heeft het WODC een eerste National Risk Assessment (NRA) Witwassen en NRA Terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. Een jaar later heeft het WODC op beide terreinen ook voor Caribisch Nederland – ofwel de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba – een NRA uitgevoerd (zie links bij: Meer informatie). Voor Europees Nederland is in 2019-2020 een tweede NRA Terrorismefinanciering uitgevoerd, die als doel heeft om de grootste risico’s op het terrein van terrorismefinanciering in kaart te brengen. De risicoanalyse is opgebouwd aan de hand van de ISO 31000 structuur voor risicomanagement en de daarin wetenschappelijk erkende effectieve methoden voor risicobepaling. Parallel aan de uitvoering van de tweede NRA Terrorismefinanciering is de tweede NRA op het terrein van witwassen uitgevoerd (voor Europees Nederland). INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethodiek 3. Achtergronden bij de financiering van terrorisme 4. Wat maakt Nederland kwetsbaar voor terrorismefinanciering 5. Inzicht in de grootste dreigingen op het terrein van terrorismefinanciering 6. Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium 7. Grootste risico's op het terrein van terrorismefinanciering 8. Conclusies
    • National risk assessment witwassen en terrorismefinanciering 2021 Bonaire, Sint Eustatius en Saba

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2021-08-26)
      In 2017 en 2019/2020 heeft het WODC een National Risk Assessment (NRA) op de terreinen witwassen en terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. In 2017/2018 voerde het WODC voor Caribisch Nederland – Bonaire, Sint Eustatius en Saba (ofwel de BES-eilanden) – een afzonderlijke NRA op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering uit. Voor Caribisch Nederland is nu een tweede NRA Witwassen en Terrorismefinanciering uitgevoerd, die als doel heeft de grootste risico’s op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering in kaart te brengen. Het betreft de risico’s met de ‘grootste resterende potentiële impact’ ofwel de impact die overblijft nadat rekening is gehouden met de preventieve en/of mitigerende werking (de ‘weerbaarheid’ van de beleidsinstrumenten die op deze dreigingen zijn gericht. Daartoe zijn de dreigingen met de grootste potentiële impact geïdentificeerd, is een inschatting gemaakt van de impact die deze dreigingen kunnen hebben en is de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium bepaald.