• Herziening Toezicht Rechtspersonen - vuistregels voor het opstellen van scorefuncties

      Braak, S.W. van den; Choenni, S.; Verwer, S.E. (WODC, 2011)
      Het programma Herziening Toezicht Rechtspersonen (HTR) heeft als doel om een systematiek op te zetten waarmee tijdens de gehele levensloop van een rechtspersoon (van oprichting tot opheffing) actief getoetst kan worden of er een risico bestaat dat de rechtspersoon wordt gebruikt voor frauduleuze doeleinden. Hiertoe wordt het informatiesysteem HTR ontwikkeld dat data uit verschillende bronnen ophaalt, verwerkt en op basis hiervan  risicomeldingen afgeeft. Twee belangrijke aspecten van de automatische analyse zijn nader onderzocht. Het gaat hierbij, ten eerste, om de wijze waarop scores aan de indicatoren worden toegekend en, ten tweede, om de manier waarop deze scores met elkaar gecombineerd worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Scores toekennen aan risico-indicatoren 3. Scores van risico-indicatoren combineren tot één risicoscore 4. Een simulatiedatabase genereren 5. Discussie
    • Het gebruik van bewaarde kentekengegevens in de opsporing - De wet 'vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie' een jaar in werking

      Berkel, J.J. van; Eeden, C.A.J. van den; Poot, C.J. de; Haan, M. de (medew.) (WODC, 2020)
      Op 1 januari 2019 is de wet “Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie” in werking getreden. Op basis van het nieuwe artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (hierna aangeduid als 126jj) is het voor de politie mogelijk om door middel van daarvoor aangewezen camera’s kentekengegevens van passerende voertuigen te registreren en op te slaan voor een periode van 28 dagen. Deze gegevens kunnen gedurende deze periode worden opgevraagd ten behoeve van de opsporing van een misdrijf of van voortvluchtige personen. De centrale onderzoeksvraag van deze monitor is als volgt: Op welke wijze wordt in de opsporing gebruikgemaakt van kentekens die op basis van de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ worden opgeslagen en welke rol spelen deze gegevens in de opsporing? Een nadere beschouwing van de bevindingen volgt nadat de wet twee jaar in werking is, in een wetsevaluatie die in 2021 zal verschijnen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridisch kader 126jj 3. Privacy Impact Assessment 4. Ontwikkeling van ANPR in Nederland 5. Bestaande ANPR-bevoegdheden en -toepassingen 6. ANPR-camera's in het kader van 126jj 7. 126jj in de praktijk 8. Opsporingsproces 9. Slotbeschouwing
    • Hits en hints - De mogelijke meerwaarde van ANPR voor de opsporing

      Flight, S.; Egmond, P. van (DSP-groep, 2011)
      Automatic Number Plate Recognition (ANPR) is een techniek waarmee kentekens met behulp van camera’s automatisch worden gelezen en vervolgens worden vergeleken met één of meer referentiebestanden. Deze bestanden bevatten kentekens waarmee iets aan de hand is, bijvoorbeeld een openstaande boete, een gestolen voertuig of een rijontzegging. Er zijn op dit moment 90 mobiele en 120 vaste ANPR-camera's in gebruik bij de Nederlandse politie. Dit onderzoek maakt duidelijk of, en zo ja hoe, ANPR kan bijdragen aan (verbeterde) opsporing, vervolging en berechting van delictplegers. De probleemstelling van dit onderzoek is als volgt geformuleerd: Hoe wordt binnen de Nederlandse strafrechtspleging gebruik gemaakt van ANPR? Op welke elementen van de strafrechtsketen is ANPR van invloed? Draagt de inzet van ANPR bij aan een effectiever werkende strafrechtsketen en zo ja, hoe dan? INHOUD: 1. Inleiding 2. ANPR in Nederland 3. Wetgeving en bewaartermijn 4. Beoordelingskader ANPR 5. Stap 1: Scannen 6. Stap 2: Referentielijsten en hits 7. Stap 3: Reactie 8. Neveneffecten, knelpunten en kosten/baten 9. Slotbeschouwing
    • Insights from the Bin Laden Archive - Inventory of research and knowledge and initial assessment and characterisation of the Bin Laden Archive

      Bellasio, J.; Grand-Clement, S.; Iqbal, S.; Marcellino, W.; Lynch, A.; Golinski, T.R.; Cox, K.; Paoli, G.P. (Rand Corporation, 2021-05)
      Dit onderzoek biedt een overzicht van de huidige inzichten over Al Qa’ida en een eerste analyse en categorisering van het ‘Bin Laden-archief’ In 2017 openbaarde de Central Intelligence Agency (CIA) van de Verenigde Staten (VS) ongeveer 470.000 bestanden die waren gevonden tijdens de inval in de woning van Osama Bin Laden in Abbottabad (Pakistan) in 2011, het zogenaamde ‘Bin Laden-archief’. Volgens de gegevens op de website van de CIA bestaat het Bin Laden-archief uit een uitgebreide verzameling van originele bestanden afkomstig van apparaten die zijn meegenomen tijdens de inval in Abbottabad en die verondersteld worden te zijn geweest van Osama Bin Laden en andere bewoners van de woning.
    • Inzicht in het presteren van de executieketen - Ontwikkeling van een monitor voor het meten van Kritieke Prestatie Indicatoren in de Executieketen

      Braak, S.W. van den; Netten, C.P.M.; Witzenburg, R. van (WODC, 2013)
      Dit zijn de voorlopige resultaten van het ontwikkelprojcet Monitor Kritieke Prestatie Indicatoren Executieketen. Het structureel meten van de vastgestelde Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) behelst het periodiek verzamelen, bewerken en presenteren van grote hoeveelheden data van verschillende ketenpartners. Om de KPI-monitor verder te ontwikkelen, zijn de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - Welke data zijn nodig voor het berekenen van de resultaten op de KPI's? - Hoe dienen relevante data uit de verschillende bronnen ingelezen te worden? - Hoe worden op basis van analysedata de resultaten op de KPI's berekend? - Hoe dient de webinterface ingericht te worden?
    • Lepelen met een vork - Evaluatie van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden

      Kruize, P.; Gruter, P.; Hamers, L. (medew.); Noorloos, M. van (medew.); Suchtelen, T. van (medew.); Taverne, M. (medew.) (Ateno, 2019)
      Op 1 februari 2005 trad de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (wet DNA-V) in werking. De Wet DNA-V verplicht veroordeelden van een delict waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en een (voorwaardelijke) vrijheidsbenemende straf, maatregel of een taakstraf is opgelegd, tot het afstaan van celmateriaal. Uit het afgenomen celmateriaal wordt een DNA-profiel opgemaakt dat in de Nederlandse databank voor strafzaken (bij het NFI) wordt opgenomen. Door deze profielen te vergelijken met profielen die aanwezig zijn in de databank of in de toekomst worden toegevoegd, kan een match ontstaan die van belang kan zijn voor opsporing, vervolging en bewijsvoering. Tevens gaat de wetgever ervan uit dat de verhoogde pakkans een afschrikwekkende werking heeft t.o.v. de verdachten wier DNA profiel in de databank is opgeslagen. De hier gepresenteerde evaluatie van de Wet DNA-V richt zich op de uitvoering van de wet anno 2018 en blikt (ook cijfermatig) terug op de periode 2012 t/m 2017. De evaluatie richt zich mede naar aanleiding van toezeggingen aan de Tweede Kamer op de volgende vier sporen:Uitvoering van de Wet DNA-VEffect van (conservatoire) afname van celmateriaal bij verdachten in voorarrestEffecten van de Wet DNA-V (DNA-matches en preventieve effecten)Vergelijking van de Nederlandse DNA-wetgeving met de regelgeving in Duitsland, Frankrijk, Engeland/Wales, Denemarken en Noorwegen en bestudering van EU-jurisprudentie op het terrein van DNA-wetgeving binnen het strafrecht. INHOUD: 1. Inleiding 2. Eerdere evaluaties en (toezicht op) het verbeterprogramma rond de Wet DNA-V 3. Uitvoering van de Wet DNA-V 4. Juridische kaders en alternatieve scenario's 5. De opsporingsbijdrage van DNA-V matches 6. Het preventieve effect van de Wet DNA-V 7. Internationale vergelijking van DNA-wetgeving en -jurisprudentie 8. Conclusies
    • Mogelijkheden voor identificatie op internet op basis van IP-adres

      Vorst, T. van der; Steur, J.; Jelicic, N.; Rees, J. van (Dialogic Innovatie en Interactie, 2019)
      In het kader van de voorgenomen wetgeving omtrent de introductie van een beperkte bewaarplicht van telecommunicatiegegevens voor opsporing en vervolging is onderzocht hoe identificatie van individuele gebruikers op basis van een publiek IP-adres technisch te realiseren is. De vraagstelling van het onderzoek luidde: Hoe kunnen (mobiele) internetaanbieders, tot twaalf maanden na het gebruik, een individuele gebruiker van een publiek IP-adres identificeren, ten behoeve van opsporing en vervolging, en wat zijn relevante (maatschappelijke) afwegingen daarbij? Wanneer het gaat om relevante maatschappelijke afwegingen onderscheiden we (1) bruikbaarheid voor opsporing en vervolging, (2) privacy van burgers, en (3) kosten voor de internetaanbieders. Voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag zijn literatuuronderzoek en interviews (met mobiele internetaanbieders, politie, andere stakeholders/experts) ingezet. Op basis van de bevindingen zijn beleidsopties geformuleerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Probleemanalyse 3. Mogelijkheden voor verbetering 4. Internationale vergelijking 5. Conclusies
    • Notities over straftoemeting en een databank

      Schmidt, A. (Rijksuniversiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Recht en Informatica, 1997)
      Deze notities horen bij het IvS-project, een onderzoek naar de mogelijkheden van Informatievoorziening voor Straftoemeting. Aangenomen dat er grote verschillen bestaan bij vergelijkbare gevallen in straftoemeting, wordt geconcludeerd dat een databank een effectief instrument kan zijn voor de ondersteuning bij de straftoemeting. Aan de orde komen: context, conclusies en aanbevelingen; begrippen, regels en straffen; onafhankelijkheid en verantwoording.
    • Nut en risico van persoonsregistratie

      Unknown author (WODC, 1994)
      De voorgenomen volkstelling in 1971 bracht Nederland in rep en roer. Velen meenden dat burgers hun medewerking aan een dergelijk naar totalitarisme zwemend initiatief behoorden te onthouden. Big brother-angsten zijn sindsdien danig verminderd. Niettemin is persoonsregistratie nog altijd een gevoelig onderwerp waarover geen maatschappelijke consensus bestaat. Met name de koppeling van bestanden roept vraagtekens op. Begrijpelijk want koppeling kan immers leiden tot een ander gebruik van gegevens dan waarvoor ze bestemd zijn. De zorg om de persoonlijke levenssfeer heeft in de Nederlandse politiek altijd op grote instemming kunnen rekenen. Door de toenemende individualisering in wet- en regelgeving hebben overheidsinstanties echter steeds meer behoefte aan gegevensuitwisseling; ze worden daardoor steeds afhankelijker van externe administraties. Bovendien roept het `gehamer' op privacy bij veel beleidmakers irritatie op. Doelmatig bestuur en bestrijding van fraude (valse naam, vals adres, inschrijven in meerdere gemeenten) worden erdoor gehinderd. Er is meer informatie over clienten nodig en daarbij is soms opening van zaken gewenst. De vraag is natuurlijk of dat geoorloofd is. Een andere vraag is of koppeling van bestanden wel het beoogde nut heeft. Die vragen staan in dit nummer van Justitiele verkenningen centraal.
    • On statistical disclosure control technologies - For enabling personal data protection in open data settings

      Bargh, M.S.; Meijer, R.; Vink, M. (WODC, 2018)
      To enhance the transparency, accountability and efficiency of the Dutch Ministry of Justice and Security, the ministry has set up an open data program to proactively stimulate sharing its (public-funded) data sets with the public or with other organi-sations. Disclosure of personal data is considered as one of the main threats for data opening. This study, as one activity within the open data program, aims at investigating Statistical Disclosure Control (SDC) tools and methods for protecting personal data. More specifically, the main objective of the study is to provide in-sights in the main functionalities provided by SDC technologies so that data control-lers can be supported in their decision-making processes related to storing, sharing, and opening the ministry’s personal data. To this end, the study context is tuned to the ministry’s settings and requirements. This deliverable presents the acquired insights, particularly for three selected open source SDC tools (namely: _-ARGUS, ARX and sdcMicro). CONTENT: 1. Introduction 2. Study context with a reflection on legal aspects 3. Foundations of SDC technologies 4. A functional model of SDC tools 5. On functionalities of SDC tools 6. Discussion 7. Conclusion
    • On statistical disclosure control technologies for protecting personal data in tabular data sets

      Bargh, M.S.; Latenko, A.; Braak, S. van den; Vink, M.; Meijer, R. (WODC, 2020)
      The objective of this study is to investigate statistical disclosures and the SDC technologies for protecting personal data in tabular data sets, especially in the context of opening privacy sensitive data sets (as in the case of, e.g., justice domain data sets). The main research questions that will be addressed in this deliverable are:Q1: What are the ways for disclosing personal data when tabular data sets are published? Q2: What are the methods for protecting tabular data sets? Q3: What are the main functionalities of available SDC tools for protecting personal data in tabular data sets and preserving data utility therein?The intention is also to explore those state-of-the-art SDC mechanisms or functionalities that are not yet (widely) integrated in the studied SDC tools. CONTENT: 1. Introduction 2. Personal data disclosure in tabular sets 3. Quantifying the risks and utility of tabular data sets 4. Protecting tabular data sets 5. Tools 6. Reflection
    • Onderzoek aan in beslag genomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten

      Mevis, P.A.M.; Verbaan, J.H.J.; Salverda, B.A. (Erasmus Universiteit Rotterdam -School of Law, 2016)
      In dit onderzoek komt de volgende probleemstelling aan de orde: Wat is er bekend over de inbeslagneming van en het daaropvolgende onderzoek dat wordt gedaan aan elektronische gegevensdragers en in geautomatiseerde werken door opsporingsambtenaren? Bovenstaande algemene vraagstelling is uitgewerkt in een aantal onderzoeksvragen. Het gaat daarbij vooral om een analyse van het juridisch kader alsmede de inbeslagnemingspraktijk en het daaropvolgende onderzoek dat aan elektronische gegevensdragers en in geautomatiseerde werken wordt verricht door opsporingsambtenaren.
    • Onderzoek naar de betekenis van integrale bevraging voor het operationele politiewerk - rapportage bvi-ib

      Smits, I.; Hengst, M. den; Wijga, P.; Hagelstein, R. (Andersson Elffers Felix, 2014)
      Met het Actieprogramma ‘Minder regels, meer op straat’, - dat de Minister van Veiligheid en Justitie 18 februari 2011 naar de Tweede Kamer zond - wordt beoogd de bureaucratie bij de politie in deze kabinetsperiode terug te dringen met 25% en de ruimte voor vakmanschap van agenten te vergroten. Hierdoor moeten in 2014 5000 fte’s extra beschikbaar zijn voor het primaire politiewerk. Dit onderzoek is gericht op het beschrijven van de uitvoering en het waarderen van de resultaten van de maatregel Basisvoorziening Informatie- Integrale Bevraging (BVI-IB) in 2013. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe staat het met de uitvoering van de maatregel BVI-IB en welke resultaten heeft het gebruik van BVI-IB voor het operationele politiewerk? Het onderzoek is bedoeld om in het kader van het actieprogramma 'Minder regels, meer op straat' na te gaan hoe het staat met de uitvoering en met de bijdrage van BVI-IB aan de resultaten in het operationele politiewerk oftewel: de politieprestaties. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoekskader 3. Het gebruik van BVI-IB 4. De beleving van BVI-IB in het politiewerk 5. Invloed van BVI-IB op de effectiviteit van het politiewerk 6. Nadere beschouwing over de resultaten 7. Conclusies
    • Prevalentieschatting huiselijk geweld en kindermishandeling met vangst-hervangstmethoden

      Heijden, P. van der; Cruyff, M.J.L.F.; Gils, G.H.C. van; Snippe, J. (Universiteit Utrecht - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2019)
      Het rapport is een verslag van een onderzoek naar de omvang van huiselijk geweld en kindermishan-deling met vangst-hervangstmethoden waarvan de plannen niet konden worden gerealiseerd. Deze prevalentieschatting huiselijk geweld en kindermishandeling is een van de deelonderzoeken van de landelijke prevalentiestudie huiselijk geweld en kindermishandeling. Vangst-hervangstmethoden zijn een groep statistische methoden waarmee door gedurende een be-paalde periode het aantal observaties per persoon te tellen het aantal personen geschat kan worden dat nul keer geobserveerd is. Zo wordt een schatting van de totale populatie gemaakt.De volgende probleemstelling van het onderzoek is geformuleerd: Wat is, op basis van registratiegegevens en zo mogelijk andere bron(nen), de actuele met behulp van vangst-hervangstmethoden geschatte omvang van huiselijk geweld, van kindermishandeling en de samenloop ervan in Nederland? Welke ontwikkeling laat een vergelijking van de actuele schattingen voor huiselijk geweld met de eer-der uitgevoerde omvangschattingen zien en hoe kunnen eventuele verschillen worden verklaard?
    • Privacy en persoonsregistratie

      Cozijn, C. (WODC, 1985)
      De minister van Justitie heeft het WODC gevraagd een onderzoek in te stellen naar het gebruik van geautomatiseerde persoonsregistraties (Kamerstuk 17.207). Het onderzoek zou antwoord moeten geven op de volgende vragen: hoeveel geautomatiseerde persoonsregistraties worden gevoerd bij overheid en bedrijfsleven, onderverdeeld naar categorieën persoonsregistraties die in het wetsontwerp worden onderscheiden; in welke mate en op welke wijze zijn bij de overheid en het bedrijfsleven reeds voorschriften van kracht welke strekken tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de in de geautomatiseerde registraties opgenomen personen en daarmee verbonden zaken.
    • Registraties huiselijk geweld bekeken - Een vooronderzoek in het kader van vangst-hervangstschattingen

      Kuppens, J.M.M.; Heijden, P.G.M. van der; Ferwerda, H.B. (WODC, 2007)
      Dit is een rapportage van het vooronderzoek naar de mogelijkheid om te komen tot een omvangschatting van huiselijk geweld.
    • Ruimte om te delen - De CT infobox tien jaar in werking

      Poot, C.J. de; Flight, S. (WODC, 2015)
      De CT Infobox is een samenwerkingsverband tussen tien organisaties binnen het veiligheids-, opsporings- en inlichtingendomein die hun krachten hebben gebundeld om een bijdrage te kunnen leveren aan de bestrijding van terrorisme. In de CT Infobox worden gegevens over personen uitgewisseld en wordt intensief samengewerkt tussen partijen om zo goed mogelijk op te kunnen treden tegen personen die een gevaar vormen voor de staatsveiligheid. In 2015 is het tien jaar geleden dat het convenant voor de CT Infobox werd ondertekend. Bij het Coördinerend Beraad van de CT Infobox bestaat de behoefte de oorspronkelijke opzet van de CT Infobox en de ervaringen die in de afgelopen 10 jaar met de CT Infobox zijn opgedaan te analyseren, zodat bezien kan worden of de CT Infobox werkt zoals wordt beoogd en of de CT Infobox op punten verder kan worden doorontwikkeld. Het gaat hierbij om zaken als de samenstelling van deelnemende partijen, de ontwikkelingen die zich voordoen in de aard en omvang van de gegevens die zich voor uitwisseling lenen, en de producten die de CT Infobox oplevert. Het onderzoek is uitgevoerd van mei tot en met december 2014. INHOUD: 1. Inleiding 2. Doel en veronderstelde werking 3. Samenwerking in de CT infobox in de praktijk 4. Sturing door Coördinerend Beraad 5. Samenvatting en conclusie
    • The Dutch implementation of the Data Retention Directive - On the storage and use of telephone and internet traffic data for crime investigation purposes

      Odinot, G.; Jong, D. de; Bokhorst, R.J.; Poot, C.J. de (WODC, 2014)
      The Dutch implementation of the Data Retention Directive was adopted on the 1st of September, 2009. The main reason for the storage of call detail records of telephone and internet traffic data is its potential in the aid of the investigation and prosecution of serious crimes. However the fact that this data has to be stored for a certain period of time is a recurring point of debate. There is a need both in the Netherlands and at European level (EU 18620/11) for a clearer understanding of how the police and judicial authorities use the data kept under the Telecommunications Data Retention Act (referred to below as ‘the Act’). The purpose of this study is to clarify how the Act works in practice. The same report in Dutch was published in 2013. CONTENT: 1. The Dutch Data Retention Directive - an introduction 2. Remote communication, developments and implications 3. The legislative history and European legislation and implications 4. The retention and securing of data in practice 5. The use of historical traffic data in practice 6. The use of historical traffic data in figures 7. Concluding remarks
    • De toekomst van DNA-analyse

      M’charek, A.; Knijff, P. de; Poot, C. de; Meulenbroek, L.; Aben, D.; Verhoef, P.; Willems, Y.; Groenen, M.; Kaptein, N. (WODC, 2021-07-01)
      ARTIKELEN: 1. Amade M'charek en Peter de Knijff - Commerciële DNA-databanken: Een mixed blessing of een bedreiging voor de forensische praktijk? 2. Christianne de Poot - Het gebruik van DNA in het opsporingsproces 3. Lex Meulenbroek en Diederik Aben - Een goudmijn vol tips: Het gebruik van genealogische DNA-databanken bij opsporing en identificatie 4. Petra Verhoef, Yayouk Willems en Marc Groenen - Publieke waarden en het gebruik van genetische gegevens 5. Nico Kaptein - Genealogische DNA-databanken: Consequenties van het delen van ons DNA SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen is gewijd aan de razendsnelle ontwikkeling die DNA-analyse sinds de eeuwwisseling heeft doorgemaakt en de consequenties daarvan. Als gevolg van deze ontwikkeling kregen politie en justitie een belangrijk nieuw hulpmiddel in handen bij de opsporing van verdachten. Maar daar bleef het niet bij. Het is vooral de opkomst geweest van bedrijven die DNA-tests aanbieden aan particulieren (direct-to-consumer (DTC) genetic testing), die voor een enorme groei van DNA-analyse heeft gezorgd. Inmiddels hebben tientallen miljoenen mensen hun DNA laten testen door bedrijven zoals 23andMe, AncestryDNA en FamilyTreeDNA. Het doorverkopen van DNA-gegevens is voor deze bedrijven een belangrijke inkomstenbron. DNA dat is ingestuurd voor een persoonlijke analyse, wordt soms ook voor andere doeleinden gebruikt. Steeds meer DNA-gegevens raken op deze wijze verspreid, zonder dat er zicht is op wat er precies met dit DNA gebeurt. Terwijl voor het beheer en gebruik van DNA-gegevens door politie en justitie strikte regels gelden, is dit vooralsnog niet het geval voor gegevens uit commerciële DNA-tests. Bij de ongecontroleerde wereldwijde verspreiding van DNA-gegevens en de mogelijke risico’s daarvan wordt in dit nummer uitgebreid stilgestaan. Teven besteden we aandacht aan het strafrechtelijk gebruik van DNA-data die door commerciële bedrijven zijn vergaard, investigative genetic genealogy (IGG). Ook de successen die daarmee zijn behaald in vastgelopen moordzaken, onder meer in de Verenigde Staten, worden besproken. Het is duidelijk dat lang niet iedereen die materiaal opstuurt naar een DTC-bedrijf een dergelijke toepassing voorziet, en dit gebruik is dan ook omstreden. Omdat DNA per definitie gedeeltelijk identiek is aan het DNA van verwanten, raakt dit niet alleen degenen die ervoor kiezen het DNA in te sturen, maar ook hun familieleden. Verwanten worden echter niet systematisch geïnformeerd en aan verwanten wordt in het algemeen geen toestemming gevraagd. Al met al is de situatie nu zo dat burgers geen universele en onvervreemdbare zeggenschap over hun DNA hebben, terwijl ze de consequenties van de verspreiding van DNA slechts beperkt kunnen overzien. Meerdere auteurs pleiten dan ook voor een grondige discussie over het gebruik van DNA-gegevens. Bij het verzamelen, analyseren en vertalen van DNA-gegevens zou bescherming van privacy wettelijk geregeld moeten zijn en dient genetische discriminatie te worden voorkomen. Ook moeten de verantwoordelijkheden voor degenen die DNA-gegevens toepassen, duidelijk worden omschreven.
    • Toepassing Social Media Data-Analytics voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie - Toelichting, beschrijving en aanbevelingen

      Bakker, J.; Tops, H.; Nonahal, D.; Willemsen, F. (medew.) (Coosto, 2016)
      De essentie van sociale media is dat er een online platform is waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen. Doordat sociale media zo intensief en door zoveel mensen wordt gebruikt, worden er dagelijks enorme hoeveelheden data gegenereerd. Coosto is een Nederlands bedrijf dat applicaties maakt waarmee het openbaar toegankelijke, Nederlandse deel van deze databerg beter toegankelijk wordt gemaakt. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een licentie voor het gebruik van Coosto. Dit bedrijf levert softwaretools om inzichten te krijgen vanuit het sociale web en controle te krijgen over de sociale media. De social media tool is een sterke zoekmachine, waarmee zowel social media monitoring als online klantenservice eenvoudiger wordt gemaakt. Er staan miljarden documenten in opgeslagen. Met dit onderzoek wordt nagegaan in hoeverre de data die Coosto verzamelt, gebruikt kunnen worden voor andere doeleinden dan webcare alleen (op VenJ terrein). Het onderzoek bestaat uit twee delen. In deel I van het onderzoek is de creatieve interactie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer van essentieel belang. In deel II van het onderzoek wordt een nog nader te bepalen toepassing verder uitgewerkt. INHOUD: 1. Inleiding 2. Opzet 3. Toepassingen 4. Theoretisch kader 5. Haalbaarheid toepassingen