• Geen uniformen, maar specialisten - Betrokkenheid van externe experts in crisissituaties

      Eijk, C. van; Broekema, W.; Torenvlied, R. (Universiteit Leiden - Instituut Bestuurskunde, 2013)
      Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mate en wijze van betrokkenheid van externe experts in crisissituaties, alsmede wat de (on)bedoelde gevolgen van deze betrokkenheid zijn. De centrale probleemstelling luidt: Welke lessen volgen uit: (1) de wetenschappelijke literatuur over het betrekken van externe experts (meer specifiek uit bedrijfsleven en wetenschap) bij crisisbesluitvorming en -communicatie en (2) een nationale en internationale researchsynthese van ervaringen op dit gebied? INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuurstudie 3. Schets van de bestuurlijke context 4. Synthese van evaluatierapporten 5. Verdiepende analyse 6. De rollen van externe experts: opzet voor een Q-methodologie 7. Conclusies
    • Geschilbeslechtingsdelta midden- en kleinbedrijf - over het optreden en afhandelen van (potentieel) juridische problemen in het midden- en kleinbedrijf

      Croes, M.T.; Maas, G.C. (WODC, 2009)
      Centraal in het onderzoek staan de volgende vragen:Wat is de aard en de frequentie van problemen die bedrijven hebben die tot het midden- en kleinbedrijf behoren? Met wie hebben die bedrijven deze problemen en hoe zijn de verschillen tussen de bedrijven in de aard en frequentie van deze problemen te verklaren?Hoe gaan de bedrijven met problemen om en welke juridische dienstverleners worden door hen daarbij ingeschakeld? Hoe zijn de verschillen tussen bedrijven in dit verband te verklaren?Hoe beëindigen bedrijven hun problemen en hoe beoordelen zij het optreden van de door hen ingeschakelde juridische dienstverleners in dit verband? INHOUD: 1. Opzet van het onderzoek 2. Problemen en wederpartijen 3. Het beroep op juridische dienstverlening 4. Kansen en keuzen in de delta van geschilbeslechting 5. Operationalisering 6. Kansen en keuzen: toetsing van hypothesen 7. Conclusie en discussie
    • Geschillen in het MKB - Over het verloop van conflicten bij bedrijven tot tien werkzame personen

      Geurts, T.; Voert, M.J. ter (WODC, 2019)
      Deze rapportage gaat in op conflicten van MKB-bedrijven tot tien werkzame personen. Dit vanuit de veronderstelling dat als een conflict zich voordoet, ze kwetsbaarder zijn dan grotere MKB-bedrijven omdat ze vaak minder beschikking zullen hebben over economische en juridische hulpbronnen en minder ervaring met het oplossen van potentieel juridische problemen. MKB-bedrijven met 10 t/m 250 werkzame personen blijven dus buiten beeld. Desalniettemin geeft het onderhavige onderzoek zicht op het leeuwendeel van de bedrijven in de zakelijke economie: 96% van alle MKB-bedrijven telt één tot tien werkzame personen. De onderzoeksvragen zijn:Hoeveel bedrijven hebben in het afgelopen jaar civiel- en bestuursrechtelijke conflicten ervaren? Wat is de aard van deze conflicten?Hoeveel bedrijven hebben het afgelopen jaar een beroep op juridische dienstverleners en (buiten)gerechtelijke procedures gedaan? Welke waren dit? En om welke redenen zien ze af van het inschakelen van dienstverleners en procedures?Hoe zijn de belangrijkste conflicten afgelopen en wat zijn de resultaten van de gevolgde aanpak?Hoe beoordelen bedrijven de dienstverlening van dienstverleners en beslissende instanties?Hoe beoordelen bedrijven de toegang tot recht en hoe is hun vertrouwen in het rechtssysteem in het algemeen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond 3. Juridiceerbare conflicten van kleine bedrijven 4. De weg naar het recht: opvattingen en hoofdlijnen 5. Aanpak van het belangrijkste conflict 6. Afloop en waardering. Bekijk de resultaten in vogelvlucht: Animatie - Geschillen in het MKB (zie link naar: youtube-animatie) en neem kennis van de kernbevindingen: (zie link naar: Infographic - Geschillen in het MKB
    • Helingpraktijken onder de loep - Impressies van helingcircuits in Nederland

      Mheen, D. van de (red.); Gruter, P. (red.); Kruize, P.; Rovers, B.; Stoele, M. (WODC, 2007)
      Dit zijn de resultaten van een onderzoek naar verschillende facetten van de Nederlandse helingmarkt. Het doel van het onderzoek is drieledig, namelijk: - Het in kaart brengen van het functioneren van de helingmarkt (wie zijn de helers? Welke goederen worden voornamelijk geheeld? Wat zijn de distributiekanalen?). - Het in kaart brengen van het beleid en gevolgen van heling voor het bedrijfsleven. - Het vinden van aanknopingspunten voor het terugdringen van heling. INHOUD: 1. Inleiding 2. Analyse van geregistreerde helingzaken (P. Kruize) 3. De visie van beleidsmakers en experts op de helingmarkt (B. Rovers) 4. Helers over de markt van gestolen goederen (M. Stoele) 5. De aanpak van heling: de visie van overheid en bedrijfsleven (B. Rovers) 6. Conclusies en discussie
    • Het motiverende effect van normatieve en afschrikwekkende boodschappen - een stated preference-benadering

      Graaf, S. de; Putte, B. van den; Werff, S. van der (SEO Economisch onderzoek, 2011)
      Onderzocht is welke voorlichtingsboodschappen volgens burgers en leidinggevenden van bedrijven het meest motiveren om lichte overtredingen niet meer te begaan. Een centrale vraag is of handhavingscommunicatie zich vooral moet bedienen van afschrikwekkende boodschappen (pakkans, sancties) of juist van normatieve boodschappen of een combinatie van deze elementen. Moet benadrukt worden dat er wordt gecontroleerd, en/of dat er sancties staan op het niet naleven van de regels, of is het effectiever om te benadrukken dat het niet naleven van de regels een kwalijk effect heeft op de samenleving en/of dat regelovertreding afwijkend gedrag is? Hoe reageren niet-overtreders op de boodschappen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Boodschappen: hoe onderzocht? 4. Burgers: sanctiekans meest motiverend 5. Bedrijven: boetehoogte meest motiverend 6. Conclusie en discussie
    • Informatie-uitwisseling landelijk dekkend stelsel cybersecurity

      Brennenraedts, R.; Bekkers, R.; Kats, J.; Hanswijk, M.; Bakhyshov, R.; Sahebali, W.; Jansen, R. (Dialogic Innovatie en Interactie, 2020)
      In dit onderzoek hanteren we het volgende uitgangspunt met betrekking tot het landelijk dekkend stelsel van cybersecuritysamenwerkingsverbanden: het ideaal van een landelijk dekkend stelsel is gerealiseerd als elke partij in Nederland wordt ‘bereikt’ en toegang heeft tot de cybersecurity-informatie waar hij behoefte aan heeft. Partijen worden door het stelsel ‘bereikt’ indien ze weten waar ze terecht kunnen in geval van vragen over of problemen met cybersecurity.Het onderliggend onderzoek beoogt inzichten op te leveren voor het zojuist gestelde probleem, en heeft de volgende overkoepelende onderzoeksvraag: Welke doelgroepen met betrekking tot de niet-vitale partijen worden nu nog niet bereikt, op welke wijze - en via welke vakdepartementen - zou dat wel lukken en wat moet daar concreet voor gebeuren?In dit onderzoek is ook gekeken naar het cybersecuritystelsel in Engeland, Frankrijk en Duitsland. INHOUD: 1. Inleiding 2. Betekenis van cybersecurity, en de kaders en doelen van het Nederlands cybersecuritystelsel 3. Het Nederlands stelsel en de (on)mogelijkheden bij informatie-uitwisseling 4. Maatregelen, informatiebehoeften en het bereik van het Nederlandse stelsel 5. Oplossingsrichtingen voor het bereiken van alle partijen 6. Conclusies
    • Je bedrijf of je leven - Aard en aanpak van afpersing van het bedrijfsleven

      Leiden, I. van; Vries Robbé, E. de; Ferwerda, H. (WODC, 2007)
      Het onderwerp afpersing bij het bedrijfsleven is het afgelopen jaar diverse malen in de (politieke) aandacht geweest. Er zijn diverse malen kamervragen over gesteld. In juni 2005 heeft de Minister van Justitie aan de Tweede Kamer toegezegd dat een onderzoeksvoorstel over afpersing in het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing aan de orde gesteld zou worden. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de wijze waarop afpersing van het bedrijfsleven plaatsvindt en zich ontwikkelt om vervolgens te kunnen komen tot mogelijkheden voor een succesvolle aanpak van de problematiek. De volgende vragen komen aan de orde: Welke verschijningsvormen van afpersing zijn er te onderscheiden?Wat is de aard van (vormen van) afpersing van het bedrijfsleven?Hoe kan afpersing van het bedrijfsleven effectief worden aangepakt?
    • Knelpunten in marktwerking en regelgeving

      Unknown author (Bureau Bartels, 1997)
      Dit onderzoek staat ten dienste van het project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW). Binnenkort gaat de MDW-operatie haar vierde tranche in. De beleving van allerlei knelpunten door burgers en bedrijven zal wederom een basis vormen voor de selectie van nieuwe thema's in de MDW-operatie. Om inzicht te verkrijgen in zulke knelpunten is een inventariserend onderzoek uitgevoerd onder burgers en bedrijven. De probleemstelling van het onderzoek kan als volgt worden geformuleerd: Het inventariseren van knelpunten die burgers en bednjven ervaren ten aanzien van de regelgeving, de werking van markten en het functioneren van het overheidsapparaat.
    • Kosten informeren van geregistreerden

      Driel, H. J. van; Jansen, M.; Tom, M. J. F. (EIM Onderzoek voor bedrijf en beleid, 2002)
      Het reduceren van administratieve lasten voor het bedrijfsleven staat hoog op de politieke agenda van het Kabinet. Er zijn ook wetgevingsdomeinen die naast informatieverplichtingen van het bedrijfsleven aan de overheid, informatieverplichtingen van het bedrijfsleven aan burgers bevatten. De kosten van dit berichtenverkeer tussen bedrijven en burgers (dat ontstaat door de informatieverplichtingen) kunnen in bepaalde gevallen omvangrijk zijn. EIM is gevraagd om, in opdracht van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen van het WODC van het Ministerie van Justitie, deze kosten te ramen. De resultaten van deze ramingen worden in dit rapport weergegeven.
    • Mediation

      Kleiboer, M.A.; Pel, N.M.; Peper, B.; Spierings, F.C.P.P.; Jagtenberg, R.W.; Roo, A.J. de; Al, G.J.A.; Kocken, C.L.B.; Huls, N.J.H. (WODC, 2000)
      ARTIKELEN: 1. Dr. M.A. Kleiboer - De onstuimige opmars der bemiddelaars; mediation praktijken in Nederland 2. Mr. N.M. Pel - Mediation naast rechtspraak; uitvoering landelijk project Mediation Rechterlijke Macht 3. Dr. B. Peper en dr. F.C.P.P. Spierings - Buurtbemiddeling als panacee? Reflectie op de praktijk 4. Dr. R.W. Jagtenberg en dr. A.J. de Roo - Mediation in het bedrijfsleven; belang, effectiviteit en vooruitzichten 5. Drs. G.J.A. Al - Beleidsbemiddeling; het terrein van milieu en ruimtelijke ordening 6. Dr. C.L.B. Kocken - De waarde van geschilbeslechting-modellen; de claim van neutraliteit 7. prof. dr. N.J.H. Huls - De aanbodeconomie van ADR; mediation kritisch beschouwd SAMENVATTING: Dit nummer probeert vooral te inventariseren welke mediation-vormen zich de laatste jaren hebben ontwikkeld, variërend van buurtgeschillen tot geschillen op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu. In welke maatschappelijke sectoren is mediation het meest geëigend? Welke typen conflicten laten zich mediëren? Wat zijn de slaag- en faalkansen? Over dader-slachtoffer bemiddeling wordt in dit nummer met opzet weinig vermeld. In de geplande special over slachtoffers (JV3 2001) zal dat thema uitvoerig aan bod komen.
    • Milieurecht en zelfregulering

      Unknown author (WODC, 1994)
      De omvang en ernst van de milieucriminaliteit lijken almaar toe te nemen. Recente rapporten hebben een zorgelijke en soms alarmerende toon. Het rapport Politic en milieu constateert dat van een daadwerkelijke handhaving van milieuwetten nog niet veel terecht is gekomen. De conclusies van het rapport Zuiver handelen in een vuile context zijn nog radicaler. Het stelt dat de overheid medeplichtig is aan milieumisdrijven doordat zij wegens economische belangen, dubbele petten en naIviteit te veel door de vingers ziet. Volgens de onderzoekers worden vergunningen en certificaten lichtvaardig verleend. Door onvoldoende controle of nalatigheid van ambtenaren krijgen louche handelaars de kans afval op illegale wijze te dumpen. De milieu-mafia zou hierdoor greep krijgen op een sector waarin miljarden guldens omgaan. De procureurs-generaal van het O.M. zijn eveneens ontevreden. Ten slotte hoort men ook in de milieubeweging sombere tonen. De mazen in de wet, de gebrekkige controles en de belangenverstrengeling tussen overheid en branche-organisaties, het zijn allemaal bewijzen dat het economisch belang over het milieubelang zegeviert. Maar vormen meer controle en meer centrale regelgeving een oplossing? Is niet juist de veelvoud van formele regelgeving de oorzaak van de impasse waarin het milieubeleid zich bevindt? Wie deze vraag bevestigend beantwoordt, zal de oplossing willen zoeken in vrijwillige overeenkomsten tussen branche-organisaties en de overheid. Velen wijzen op kinderziekten en stellen vertrouwen in de uiteindelijk gunstige resultaten die convenanten en andere vormen van publiekprivate samenwerking zullen bieden.
    • Misdaadgeld, witwassen en ontnemen

      Kruisbergen, E.W.; Soudijn, M.R.J.; Rozemeijer, J.P.; Kazemier, B.; Rensman, M.; Koningsveld, T.J. van; Groen, E.M. de; kleemans, E.R.; Kouwenberg, R.F.; Duyne, P.C. van; et al. (WODC, 2015)
      ARTIKELEN: 1. E.W. Kruisbergen en M.R.J. Soudijn - Wat is witwassen eigenlijk? Introductie tot theorie en praktijk 2. J.P. Rozemeijer - Witwasonderzoeken zonder aantoonbaar gronddelict. Het rechterlijk toetsingskader en efficiënt opsporen in zes stappen 3. B. Kazemier en M. Rensman - De illegale economie en nationaal inkomen 4. T.J. van Koningsveld - De offshore vennootschap. Het ideale verhullingsinstrument voor de witwasser? 5. M.R. J. Soudijn en E.M. de Groen - De criminele levensloop van hawaladars. Een verkennend onderzoek 6. E.W. Kruisbergen, E.R. Kleemans en R.F. Kouwenberg - Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit 7. P.C. van Duyne, F.G.H. Kristen en W.S. de Zanger - Belust op misdaadgeld: de werkelijkheid van voordeelsontneming 8. J. Ferwerda en B. Unger - Hoe effectief is het antiwitwasbeleid in elke EU-lidstaat? SAMENVATTING: Toen negen jaar geleden Justitiële verkenningen een themanummer (2006, nr. 2) uitbracht over witwassen, was de aanpak van dit fenomeen nog relatief nieuw. Antiwitwasbepalingen waren pas enige jaren eerder (in 2001) in het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgenomen. Sindsdien is er op witwasgebied in Nederland veel gebeurd. Zo is er veel jurisprudentie ontwikkeld, ook over het ‘afpakken’ van criminele inkomsten en vermogens. Bovendien is de wetgeving aangepast. Recent nog, per 1 januari 2015, zijn nieuwe bepalingen in werking getreden die niet alleen meer mogelijkheden bieden voor opsporing en vervolging, maar ook voor de preventie van financieel-economische criminaliteit. Daarnaast gelden nu ook strengere straffen voor witwassen. En ondanks bezuinigingen op de strafrechtsketen is meer geld vrijgemaakt voor de aanpak van witwassen. Binnen de politie, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) alsmede het Openbaar Ministerie (OM) is van alles in gang gezet, opdat structureel meer witwaszaken worden opgepakt. De aanpak van witwassen en het ‘afpakken’ van misdaadgeld zijn dan ook prioriteit bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit. Het antiwitwasbeleid is inmiddels aan kritische beschouwingen onderworpen, zowel nationaal als internationaal. Voorts is in de afgelopen negen jaar het inzicht in het fenomeen witwassen op zich gegroeid, onder meer dankzij empirische criminologische studies. Enkele voorbeelden daarvan zijn in dit nummer te vinden. Deze nieuwe ontwikkelingen en inzichten vormen de basis voor dit themanummer. Het is onmogelijk om alle aspecten van witwassen in één uitgave te behandelen. Wel is gekozen voor een opzet waarbij de breedte van het thema zo veel mogelijk tot haar recht komt door zowel een macro- als een micro-invalshoek te hanteren. Naast juridische aspecten komt ook de bestrijding van witwassen aan bod, evenals de kenmerken en werkwijzen van witwassers.
    • Misdaadondernemingen - Ondernemende misdadigers in Nederland

      Duyne, P.C. van; Kouwenberg, R.F.; Romeijn, G. (WODC, 1990)
      Het rapport behandelt de analyse van 46 zaken over de volgende onderwerpen: harde en zachte verdovende middelen, ondernemingsvormen in de verdovende-middelenhandel; criminele en 'witte' dienstverlening, d.w.z. diensten verleend door de bovenwereld (bv. het wettige bedrijfsleven of de advocatuur); randvoorwaarden van de marktomgeving; witwasserijen; flessentrekkerij; koppelbazerij; afvalstoffenhandel; BTW-fraude; EG-fraude; illegale geldstromen; valsdrukkerij; 'incassobureaus'; illegaal gokken; bankovervallen en zwendel met beleggingen en internationale kredieten. De voor het rapport gebruikte informatie komt van diverse geschreven en mondelinge kennisbronnen: politiedossiers, gesprekken met rechercheurs en officieren van justitie, rechtbankdossiers en gegevens van de belastingdienst, het kadaster en de kamer van koophandel.
    • Misleidende handelspraktijken - een onderzoek naar de aard, achtergronden en aanpak van acquisitiefraude in Nederland

      Huisman, K.; Bunt, H.G. van de; Eeren, H. van (medew.); Kwaspen, I.J.J. (medew.); Boer, I.M. (medew.) (WODC, 2009)
      Nederlandse ondernemers worden geregeld geconfronteerd met misleidende aanbiedingen voor advertenties in een tijdschrift of naamsvermeldingen op een website. Ook worden massaal spookfacturen gestuurd met betrekking tot diensten die niet verricht zijn. In dit onderzoek naar deze vormen van acquisitiefraude staan drie vragen centraal: Wat kan worden verstaan onder acquisitiefraude?Wat is de aard en ernst van acquisitiefraude? Wat is er bekend over de omvang?Welke knelpunten doen zich in de praktijk voor bij de preventieve en repressieve aanpak van acquisitiefraude, en wat zijn de mogelijkheden om deze aanpak te verbeteren?
    • Monitor Bedrijven en Instellingen - Adviesrapport

      Korpel, J.; Hermans, E. (NIPO Consult, 2000)
      Dit is een adviesrapport over de mogelijke invulling van de complete Monitor Bedrijven en Instellingen in alle sectoren van het Nederlandse bedrijfsleven. Bij dit rapport is ook een afzonderlijk handboek beschikbaar. Van drie sectoren zijn afzonderlijke rapportages gepubliceerd (zie links bij: Meer informatie), te weten:Bouwnijverheid tabellenbijlageVervoer, opslag, communicatie tabellenbijlageCultuur, recreatie en overige dienstverlening tabellenbijlage
    • Monitor bedrijven en instellingen - Sector bouwnijverheid

      Hermans, E.; Frederikse, R.; Korpel, J.; Meurs, C. van (NIPO Consult, 2000)
      De ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben opdracht gegeven een 'Monitor Bedrijven en Instellingen' (MBI) te ontwikkelen. Deze rapportage bevat de resultaten van een eerste meting (nulmeting) voor de sector bouwnijverheid. Binnen de sector bouwnijverheid worden vijf categorieën of branches onderscheiden:burgerlijke en utiliteitsbouw;grond, water, wegenbouw;afwerking (schilders, stukadoors, etc.);installatiebedrijven;klusbedrijven.Aan de orde komen o.a. preventiemaatregelen, inbraak, diefstal, vernieling, brandstichting en graffiti, fraude, overige criminaliteit, tevredenheid over de politie bij melding van criminaliteit, adviseren over criminaliteit en veiligheid en participatie in projecten.
    • Monitor bedrijven en instellingen - Sector vervoer, opslag en communicatie

      Hermans, E.; Frederikse, R.; Korpel, J.; Meurs, C. van (NIPO Consult, 2000)
      De ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben opdracht gegeven een 'Monitor Bedrijven en Instellingen' (MBI) te ontwikkelen. Deze rapportage bevat resultaten van een eerste meting (nulmeting) voor de sector vervoer, opslag en communicatie. Binnen deze sector worden vier categorieën of branches onderscheiden:vervoer over land;vervoer over water/door de lucht;dienstverlening ten behoeve van het vervoer;post en telecommunicatie.Aan de orde komen o.a. preventiemaatregelen in of bij gebouwen, inbraak, diefstal, vernieling, brandstichting en graffiti, fraude, overige criminaliteit, tevredenheid over de politie bij melding van criminaliteit, advisering over criminaliteit en veiligheid en participatie in projecten.
    • Monitor bedrijven en instellingen - Sector cultuur, recreatie en overige dienstverlening

      Hermans, E.; Frederikse, R.; Korpel, J.; Meurs, C. van (NIPO Consult, 2000)
      De ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben opdracht gegeven een 'Monitor Bedrijven en Instellingen' (MBI) te ontwikkelen. Dit rapport bevat de resultaten van de pilotmeting voor de sector cultuur, recreatie en overige dienstverlening. Binnen deze worden drie categorieën of branches onderscheiden:sport;cultuur;overige dienstverlening.Aan de orde komen o.a. het registreren van criminaliteit, preventiemaatregelen, vernielingen, meldings- en aangiftegedrag per delicttype, advisering over criminaliteit en veiligheid en participatie in projecten.
    • Monitor Criminaliteit bedrijfsleven 2004 - Feiten en trends inzake aard en omvang van criminaliteit in het bedrijfsleven

      Oomen, Ph.; Frederikse, R.; Schildmeijer, R.; Zengerink, E. (WODC, 2004)
      Schetsen van een betrouwbare en nauwkeurig beeld van de aard en omvang van de criminaliteit tegen bedrijven, de preventieve maatregelen die zij nemen tegen criminaliteit, de ondervonden schade, het meldingsgedrag en de ontwikkelingen daarin door de jaren heen. Als aparte bijlage: Handboek Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven 2004 waarin alle voor dit onderzoek uitgevoerde werkzaamheden worden samengevat en de daarbij gemaakte keuzes worden onderbouwd.
    • Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven 2004-2005 (MCB)

      Willemsen, F. (WODC, 2006)
      Samenvatting van resultaten van de Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven (MCB) 2004-2005. Met name wordt ingegaan op diefstal in de sectoren: Bouw, Detailhandel, Horeca, Transport, en Financiële en zakelijke dienstverlening. Dit is een uitgaven in de nieuwe WODC-reeks Fact Sheet (nr. 2006-16). De volledige rapportages van de MCB zijn toegankelijk via het vak 'Links' aan de rechterzijde.