• Vroegcriminele carrières

      Unknown author (WODC, 1998)
      Zoals bekend wordt in alle westerse landen criminaliteit, en met name geweldscriminaliteit, steeds meer door (vroeg)-adolescenten gepleegd. De leeftijdsgroep die het meest in aanraking komt met de politie is in korte tijdjonger geworden: van 15-20 jarige leeftijd ongeveer tien jaar terug tot 13-18 jarige leeftijd nu. De fase van experimenteergedrag zet kennelijk veel eerder in. Geen wonder dat de interesse van beleidsmakers meer en meer uitgaat naar de vraag wat vroegtijdige interventies in gezin en school kunnen bijdragen aan het voorkomen van vroegdelinquente carrieres (zie o.a. JV6 1996). De inzet van dit nummer is daarmee gegeven: meer zicht krijgen op het probleemgedrag van jongeren, hun onzekerheden en tegendraads handelen, en de rol die de peergroup daarbij speelt. Wat is er eigenlijk bekend over vroege deviante carrieres? Welke factoren zijn van invloed op de startfase? Wat is de rol van riskante gewoontes? Welke fases kunnen worden onderscheiden? Beperkt een carriere zich tot een kortstondige fase (gelegenheidscriminaliteit)? Of gaat het om langdurige carrieres van een harde kern? Zijn de carrieres delictspecifiek zoals velen bij seksuele misdrijven veronderstellen? Of opereren de daders op allerlei fronten (generalistisch)?