• Geschilbeslechting in Nederland; het verloop van civiele en bestuursrechtelijke geschillen in de bruikbare rechtsorde

      Erp, J. van (WODC, 2006)
      Deze fact sheet geeft allereerst een overzicht van de juridische problemen die voorkomen onder de bevolking en de gekozen oplossingsstrategieën. Vervolgens komen de verhouding tussen rechtspraak en buitengerechtelijke geschilbeslechting aan bod. Daarna wordt de aard en omvang van de civiele en bestuursrechtspraak besproken. Deze publicatie is uitgegeven in de nieuwe serie Fact sheet (nr. 2006-14). De tekst van het volledige rapport is te vinden via het vak 'Links' aan de rechterzijde.
    • Handhaven op niveau

      Michiels, F.C.M.A. (voorz.) (Commissie Bestuursrechtelijke en Privaatrechtelijke Handhaving, 1998)
      Nadat van verschillende instanties advies was ontvangen verscheen in juli 1996 het kabinetsstandpunt op het rapport van de commissie Korthals Altes, neergelegd in de nota 'In juiste verhouding'. Naar aanleiding van de beschouwingen van de commissie en haar voorstellen zijn bij het kabinet vragen gerezen over de feitelijke kanten van een (eventueel bestaand) handhavingstekort en de wijzen waarop zulk een tekort zou kunnen worden bestreden. Op 12 december 1996 werd daartoe de commissie Bestuursrechtelijke en Privaatrechtelijke Handhaving ingesteld dit tot taak kreeg:onderzoek te laten verrichten naar de huidige bestuurspraktijk teneinde te achterhalen wat de factoren zijn die in de weg staan aan een adequaat toezicht en aan een duidelijke en consequente handhavingsreactie;studie te doen naar de wijze waarop de bestuurlijke repressieve handhaving het best kan worden georganiseerd, in het bijzonder of een zekere scheiding tussen uitvoering en toezicht enerzijds en sanctieoplegging anderzijds wenselijk is, en zo ja op welke wijze die scheiding gestalte moet worden gegeven en zo nee of de organisatie van de bestuursrechtelijke handhaving op andere wijze kan worden verbeterd;studie te doen naar de vraag of de invoering van een preventieve rechterlijke toets een bijdrage levert aan een betere bantering van de instrumenten van bestuursdwang en dwangsom, en zo ja hoe zo'n toets is in te passen in het stelsel van bestuursrechtelijke handhaving en rechtsbescherming;studie te doen naar de rol die het privaatrecht kan spelen in aanvulling op de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten van de overheid en de vraag of daartoe nadere wettelijke voorzieningen dienen te worden getroffen en zo ja of de wet restricties moet stellen aan het privaatrechtelijke overheidsoptreden;terzake van deze onderwerpen waar de commissie dat nodig acht voorstellen te doen.
    • Herijking van het belanghebbendebegrip - Een relativiteitsvereiste in het Awb-procesrecht?

      Waard, B.W.N. de; Poorter, J.C.A. de; Marseille, A.T.; Zomer, M.J. (WODC, 2004)
      Derden die bezwaar maken tegen een besluit van een bestuursorgaan, zoals omwonenden tegen een bouwvergunning, mogen bij de rechter alle argumenten aanvoeren, ook die waarbij zij zelf geen direct belang hebben. Bijvoorbeeld het argument dat de buurman geen carport mag bouwen, omdat hij dan zelf te weinig daglicht in zijn woning overhoudt. Een wettelijke regeling zou het ongewenste gebruik van oneigenlijke argumenten tegen kunnen gaan. Aanleiding voor dit theoretische en empirische onderzoek vormde de tweede evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in 2001.
    • Juridische infrastructuur - Een internationale vergelijking vanuit economisch perspectief

      Geest, G.A.A. de; Mot, J.P.B. de; Beek, N. van de (medew.) (WODC, 2004)
      Het doel is het verrichten van een verkenning voor een internationaal vergelijkende studie teneinde inzicht te verkrijgen in de relatie tussen kenmerken van de juridische infrastructuur op civiel- en bestuursrechterlijk gebied en de maatschappelijke consequenties hiervan.
    • Kansen en risico's van bestuurlijke verkeershandhaving

      Haan-Kamminga, A.; Kwakman, E.H.G.; Herweijer, M.; Otte, M.; Rothengatter, J.A. (Rijksuniversiteit Groningen - Vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, 2000)
      In het onderzoek staat de mogelijke overdracht van de bevoegdheid tot het verrichten van verkeershandhaving van de politie naar het wegbeherende bestuur centraal. Doel van het onderzoek was om te inventariseren welke kansen en risico' s een dergelijke overdracht met zich zouden brengen. Daartoe is een ex ante evaluatie-onderzoek uitgevoerd, waarbij de mogelijke toekomstige situatie in drie varianten is uitgewerkt. Variant A gaat over de bestuurlijke handhaving op het hoofdwegennet, variant B betreft het parkeren in stedelijke gebieden waar een fiscaal nalevingsregime bestaat en variant C betreft de bestuurlijke verkeershandhaving op het overige wegennet. Uit het onderzoek blijkt dat sommige maatregelen ook binnen de bestaande structuur genomen kunnen worden. Dit gaat in het bijzonder op voor het benutten van financiële prikkels en het overdragen van parkeerhandhaving (fout parkeren) aan de zogenaamde gefiscaliseerde gemeenten. Voor verdergaande maatregelen ten behoeve van overdracht van handhavingsbevoegdheden aan het bestuur zou een aanpassing van het juridische instrumentarium moeten worden voorbereid.
    • Kansen voor conflictbemiddeling - Verslag van een onderzoek naar de toepassingsmogelijkheden van conflictbemiddeling

      Geveke, H.; Plant, E.; Thieme, M.; Verberk, M. (B&A Groep, 1998)
      In opdracht van het Platform ADR, een klankbordgroep en denktank op het gebied van alternatieve geschilbeslechting, is onderzoek verricht naar de toepasbaarheid van een specifieke vorm van Alternative Dispute Resolution (ADR): conflictbemiddeling (mediation). De onderzoeksopdracht was als volgt: het verkrijgen van inzicht in de wensèlijkheid en mogelijkheden voor conflictbemiddeling op het terrein van het arbeidsrecht, het sociale zekerheidsrecht, het handelsrecht en het huurrecht. om op basis daarvan concrete aanbevelingen te formuleren over de eventuele introductie of de uitbreiding van conflictbemiddeling. In deze rapportage wordt verslag gedaan van de onderzoeksresultaten.
    • Nulmeting Administratieve lasten Burgers Ministerie van Justitie - Onderzoek naar de Administratieve Lasten Burger voortvloeiend uit een selectie van de regelgeving van het Ministerie van Justitie

      Bex, P.M.H.H.; Duits, B.H.; Vliet, A. van (WODC, 2005)
      In het Hoofdlijnenakkoord is als één van de doelstellingen opgenomen dat de administratieve lasten voor burgers en bedrijven in 2006 een kwart minder moeten zijn dan ze waren in 2002. Deze reductie is taakstellend voor ieder ministerie. Een nulmeting maakt het mogelijk om aan het einde van deze kabinetsperiode vast te stellen of deze doelstelling is gerealiseerd. De nulmetingen per ministerie ten behoeve van de vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven zijn reeds verricht. Met het onderhavige onderzoek zal in kaart worden gebracht hoe groot de administratieve lasten voor burgers in Nederland zijn ten gevolge van regelgeving waar het ministerie van Justitie voor verantwoordelijk is, met als peildatum 31 december 2002.
    • Prognosemodellen justitiële ketens - Civiel en bestuur: modelversie 1.0

      Leertouwer, E.C.; Tulder, F.P. van; Diephuis, B.J.; Folkeringa, M.; Eshuis, R.J.J.; Gammeren, M. van (medew.); Son, A. van (medew.); Visser, Y. (medew.); Dijkhoff, N. (medew.) (WODC, 2005)
      Dit rapport beschrijft de eerste versie van een prognosemodel van het beroep op de civiele en bestuursrechter. De ambitie is om het model in de komende jaren te verbeteren en verder uit te breiden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Organisatie van de rechtspraak 3. Inzichten uit theorieën 4. Modelbouw en schattingsmethode 5. Ontwikkeling verklarende variabelen 6. Civiel, kanton dagvaardingen 7. Civiel, kanton verzoekschriften 8. Civiel, rechtbank dagvaardingen 9. Civiel, rechtbank verzoekschriften 10. Civiel, hoger beroep en cassatie 11. Bestuur, rechtbank, eerste aanleg 12. Bestuur, niet-rechtbank, eerste aanleg 13. Bestuur, hoger beroep en cassatie 14. Conclusies
    • Prorogatie in de Awb - Invoeringsevaluatie rechtstreeks beroep

      Meulen, B.M.J. van der; Litjens, M.E.G.; Freriks, A.A. (WODC, 2005)
      Er is nog weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om rechtstreeks in beroep te gaan bij de bestuursrechter. In één jaar gebeurde dat iets meer dan 50 keer. De aanvankelijke vrees voor overbelasting van de rechterlijke macht door deze beroepsmogelijkheid wordt daarmee niet bewaarheid. Dat blijkt uit dit onderzoek van de Universiteiten van Wageningen en van Utrecht dat in opdracht van het WODC werd uitgevoerd. De Wet rechtstreeks beroep trad op 1 september 2004 in werking. Rechtstreeks beroep in het bestuursrecht betekent dat een belanghebbende een bestuursorgaan verzoekt om in te stemmen met het overslaan van de bezwaarprocedure en direct beroep bij de administratieve rechter instelt.
    • Quick Scan Administratieve Lasten procesrecht - De belangrijkste administratieve lasten als gevolg van het procesrecht geïdentificeerd en gekwantificeerd

      Bex, P.M.H.H.; Vliet, A. van (WODC, 2004)
      De belangrijkste administratieve lasten op hoofdlijnen worden geïdentificeerd en gekwantificeerd als gevolg van het procesrecht zoals dat in de regelgeving van het ministerie van Justitie is vastgelegd.
    • Staat van handhaving - Analyse verlening en handhaving vergunningen in 13 casusgemeenten ( bijlagen)

      Unknown author (WODC, 2002)
      Er is in 2002 ook een afzonderlijke tussenrapportage gemaakt met de titel: Analyse verlening en handhaving vergunningen in 12 casusgemeenten.
    • Tussen bestuurlijke daad en juridische rede

      Unknown author (WODC, 1997)
      Door toepassing van allerlei vormen van rechtsbescherming (inspraak, bezwaarschriften, beroep tegen bindende besluiten) weten actiegroepen bestuursplannen vaalc jarenlang tegen te houden. Soms lijkt het erop dat grote infrastructurele projecten (Betuwelijn; nieuwe snelwegen) in Nederland niet meer uitvoerbaar zijn. In bestuurlijke kringen wordt scherp gereageerd op deze ontwilckelingen. Prominente bestuurders als Van Kemenade, commissaris van de koningin in Noord-Holland, hebben alarm geslagen en vrezen dat de democratie in gevaar is. De lcritiek komt er op neer dat de rechter ten onrechte op de stoel van de bestuurder gaat zitten en zich ook uitspraken veroorlooft over de doelmatigheid van bestuursbesluiten. Daarnaast leiden vele vormen van rechtsbescherming tot uitstel of afstel van beleid. De daadkracht en het gezag van het bestuur boeten hierdoor in. De boodschap is duidelijk: de juridisering, de rechterlijke bemoeienis met besluitvorming, dient tot staan te worden gebracht. Deze problematiek roept veel vragen op. Is het zo dat de juridisering toeneemt? Of spookt dat slechts in de hoofden van bestuurders? Stappen Nederlandse burgers eerder naar de rechter dan in het buitenland en doen zij dat vaker dan een twintigtal jaren terug? Zijn procederende nimby's (not in my backyard-actiegroepen) een teken van een verloederde of juist van een levendige democratie? Is vertraging wel altijd funest voor het maatschappelijk draagvlak van het beleid? Moet de rechtsbescherming worden ingeperkt zoals bestuurders wensen? Zijn bezwaarschriften overbodig? De antwoorden op deze vragen vallen in dit themanummer opmerkelijk vaak negatief uit voor de uitvoerende macht. De meeste auteurs vinden dat de bestuurders hun kritiek beter moeten onderbouwen en bepleiten een `onthaasting' van de besluitvorming. Ze doen ook aanbevelingen om bestuurlijke onzorgvuldigheden te voorkomen en de kwaliteit van het bestuur te vergroten.
    • Werklast bestuurlijke boete - Determinanten van de werkbelasting in de bestuursrechtspleging

      Erp, J.G. van; Ewijk, M.D. van (WODC, 2005)
      Hoofddoel van het onderzoek is het ontwerpen van een instrument om, voorafgaand aan de invoering van nieuwe wetgeving, de gevolgen van de bestuurlijke boete voor de werkbelasting bij bestuursorganen en de rechtspraak te kunnen inschatten. Een dergelijk instrument kan leiden tot een betere afweging van de geschiktheid van het instrument bestuurlijke boete en een betere onderbouwing van de uitvoerbaarheid van beleid. INHOUD: 1. Beleidscontext en vraagstelling 2. Onderzoeksopzet 3. Berekening van werklast 4. Indicatoren voor werklast van de Werkloosheidswet 5. Indicatoren voor werklast van de Mededingingswet 6. Indicatoren voor werklast van de Arbowet 7. Indicatoren voor werklast van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (wet Mulder) 8. Indicatoren voor werklast van de Parkeerbelastingen 9. Analyse van werklastbepalende factoren 10. Conclusies en instrumentontwikkeling