• Zelfredzaamheid en burgerhulp bij rampen en crises

      Bouwmeester, J.; Doeschot, F. ten; Mathurin, A.; Straaten, G. van; Stel, M.; Kuttschreuter, M.; Haandrikman, M. (Universiteit Twente, 2021-05)
      De overheid is verantwoordelijk voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het is echter ook van belang dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zich medeverantwoordelijk voelen om zichzelf en de samenleving veilig te houden tijdens rampen en crises. Een zelfredzame samenleving kan helpen crisissituaties te voorkomen of de impact ervan beperken. De overheid wil het vermogen van burgers om zichzelf te helpen in voorbereiding op, tijdens en na een crisis, faciliteren en versterken. Onderzoeksvragen: 1. In hoeverre zijn burgers zelfredzaam en verlenen zij burgerhulp? In welke mate en in welke situaties schiet zelfredzaamheid tekort en/of komt hulp niet op gang of was deze juist contraproductief? 2. Onder welke condities en op welke wijze kan de zelfredzaamheid en de hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties in geval van een ramp of crisis door de overheid effectief en tijdig worden gefaciliteerd en bevorderd? Hierbij is aandacht voor de aard van de ramp of crisis, voor de wil, het vermogen en de gelegenheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties die worden aangesproken, voor de instrumenten die de overheid kan inzetten, evenals voor de ruimte of juist beperkingen die het juridisch kader geeft. 3. Hoe kan daarbij worden voorkomen dat zelfredzaamheid en hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij een ramp of crisis leidt tot (te grote) ongewenste of zelfs averechtse neveneffecten in het domein van crisisbeheersing en rampenbestrijding? Inhoud: 1. Inleiding, 2. Literatuurstudie, 3. Ervaringen van burgers, 4. Ervaringen van professionals, 5. Zelfredzaamheid en burgerhulp tijdens de coronapandemie, 6. Mate van zelfredzaamheid en burgerhulp, 7. Bevordering zelfredzaamheid en burgerhulp, 8. Voorkomen van ongewenste effecten, 9. Conclusies en slotbeschouwing.