• Uitgebalanceerd - Eindrapport fundamentele herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht

      Asser, W.D.H.; Groen, H.A.; Vranken, J.B.M.; Tzankova, I.N. (WODC, 2006)
      Tijdens de behandeling van de in 2002 in werking getreden partiële vernieuwing van het burgerlijk procesrecht bleek in de Tweede Kamer vrijwel algemeen behoefte te bestaan aan een algehele en fundamentele herbezinning op de grondslagen, beginselen en uitgangspunten van het civiele procesrecht, uit te voeren in nauwe samenwerking met wetenschap en praktijk. Dit heeft geresulteerd in een onderzoeksopdracht van de Minister van Justitie. Ter afronding van de eerste fase van het onderzoek verscheen in 2003 het Interimrapport Een nieuwe balans. Dit bevat een, op tien aandachtsgebieden uitgewerkt, voorlopig normatief toetsingskader om daarmee maatstaven aan te geven voor de afweging van voor- en nadelen van de opties bij een concrete vormgeving en inrichting van het civiele proces. In de tweede onderzoeksfase heeft een brede consultatie van de rechtspraktijk en rechtswetenschap plaatsgevonden over de analyses en voorlopige standpunten in het Interimrapport. De onderzoeksgroep heeft daartoe bijeenkomsten gehouden met rechters, advocaten en buitenlandse experts en adviezen ontvangen van adviescommissies en beroeps- en belangenorganisaties. Daarnaast zijn er over het Interimrapport vergaderingen en symposia gehouden en zijn in de literatuur diverse reacties verschenen. De derde en laatste fase van het onderzoek is afgerond met dit Eindrapport. De in het Interimrapport ontwikkelde voorlopige standpunten zijn tot uitgangspunt genomen en, steeds met aandacht voor wat in de tweede fase naar voren is gekomen, op de verschillende aandachtsgebieden uitgewerkt in ruim zeventig concrete aanbevelingen. Een greep uit de voorstellen: geen wettelijke regeling van mediation maar zelfregulering; maatregelen ter stimulering van een meer coöperatieve houding van partijen in het proces; de mogelijkheid van een preprocessuele comparitie en de invoering van protocollen in de voorfase van het proces; het meer gebruikmaken van schriftelijke getuigenverklaringen en de verruiming van gedwongen 'disclosure' van documenten; de bezorging van het procesinleidende stuk in opdracht van de griffie met betekening als optie voor de aanlegger; een basismodel voor de procedure met differentiaties voor onder meer small claims, incasso's en complexe procedures; terugdringing van algemene appèlverboden, een beperking van nova in hoger beroep en ruimere mogelijkheden tot terugwijzing naar de eerste rechter; verlichting van de taak van de cassatierechter en de invoering van de mogelijkheid van het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. De voorstellen zijn gericht op een civiele rechtspleging die meer is uitgebalanceerd dan thans.