• Organisatiecriminaliteit - Aard, achtergronden en aanpak

      Berg, E.A.I.M. van den; Aidala, R. (medew.); Beenakkers, E.M.Th. (medew.) (WODC, 2002)
      De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat is de aard van organisatiecriminaliteit, welke oorzaken liggen eraan ten grondslag en op welke wijze is organisatiecriminaliteit het beste aan te pakken? De probleemstelling is geconcretiseerd in de volgende drie onderzoeksvragen:Wat is - in de onderzochte gevallen - de aard van organisatiecriminaliteit? - Hoe zijn de daders van organisatiecriminaliteit te typeren? - Wat kenmerkt de delicten? Laten de delicten zich wellicht onderscheiden door bepaalde trends? - Komt ons dader- en delictbeeld overeen met het dader- en delictbeeld van respondenten en met beelden hieromtrent zoals wij die aantreffen in de bestudeerde literatuur?Wat zijn - in de onderzochte gevallen - belangrijke oorzaken van organisatiecriminaliteit? - Wat beweegt de daders: welke gedachten en gevoelens liggen ten grondslag aan het plegen van strafbare feiten? - Hanteren de daders neutralisaties ten aanzien van de delicten die zij plegen? Zo ja: Welke neutralisaties hanteren zij? - Welke criminogene gelegenheidsstructuren benutten de daders om organisatiecriminaliteit te plegen? - Komen de gevonden oorzaken overeen met beelden hieromtrent zoals wij die aantreffen onder respondenten en in de bestudeerde literatuur? - Zijn de oorzaken van regelovertreding door overheden gelijk aan oorzaken van regelovertreding door private organisaties?Welke mogelijke implicaties hebben de onderzoeksresultaten voor de preventie en bestrijding van organisatiecriminaliteit? - Welke vormen van aanpak zijn gegeven de aard en oorzaken van organisatiecriminaliteit het meest wenselijk? - Is een compliance-strategie een passende handhavingsstrategie? Zal de kans op overtreding afnemen wanneer de overheid aan de hand van opgestelde regels ten behoeve van de verbetering van het interne bedrijfsproces afspraken maakt met de regelovertreder? INHOUD: 1. Probleemstelling en verantwoording 2. Begripsbepaling en theoretische noties 3. Daders en delicten 4. Oorzaken: gelegenheid, drijfveren en neutralisaties 5. Aanpak: toezicht, opsporing en afhandeling 6. Slotbeschouwing