• Beroepen op het professioneel verschoningsrecht - Doorlooptijden en gevolgen voor strafrechtelijke onderzoek

      Berk, V. de; Jongebreur, W.; Kluft, S. (Significant APE, 2020-12-29)
      Het professioneel verschoningsrecht dient het hoger algemeen belang van de vertrouwensrelatie tussen uitoefenaars van specifieke geheimhoudingsberoepen en hun cliënten. Geheimhoudingsberoepen zijn artsen, geestelijken, advocaten en notarissen. Een vertrouwensrelatie is noodzakelijk voor de uitoefening van deze beroepen en voor het goed functioneren van de rechtsstaat. Uitoefenaars van geheimhoudingsberoepen kunnen zich daarom in voorkomende situaties beroepen op het professioneel verschoningsrecht. Wanneer er verschoningsgerechtigd materiaal in beslag wordt genomen in het kader van strafrechtelijk onderzoek, kan een geheimhouder zich beroepen op zijn verschoningsrecht, waarmee hij verklaart dat deze stukken niet ingezien mogen worden door de opsporingsdiensten. Diverse bij de opsporing betrokken partijen alsmede de rechtspraak, signaleren een probleem in de lange doorlooptijden van de procedure bij inbeslagneming van (mogelijk) verschoningsgerechtigd materiaal. Het is daarom van belang te onderzoeken wat de aard, de omvang en de doorlooptijden van de beroepen op het professioneel verschoningsrecht zijn, alsook wat de gevolgen van substantiële doorlooptijden zijn voor strafrechtelijk onderzoek. De centrale probleemstelling van het onderzoek is: Wat is de aard en omvang en wat zijn de gevolgen van beroepen op het professioneel verschoningsrecht voor doorlooptijden van strafrechtelijk onderzoek? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Proces van het professioneel verschoningsrecht, 3. Verschoningsrecht in de praktijk, 4. Conclusies RECTIFICATIE 31 MAART 2021: In januari verscheen op de website van het WODC het rapport: ‘Beroepen op het professioneel verschoningsrecht. Doorlooptijden en gevolgen voor strafrechtelijk onderzoek.’ Na het verschijnen van het rapport bleek een passage in de tekst aanleiding te kunnen geven tot verwarring. Het betreft de vraag in hoeverre het voor de officier van justitie mogelijk is om in beroep te gaan tegen een beslissing van de rechter-commissaris inzake de inbeslagneming van stukken waartoe de verschoningsgerechtigde geen toestemming verleende. Tegen deze beslissing kan de officier niet in beroep gaan op grond van artikel 98 Sv.. De tekst van de betreffende passages is aangepast.