• Macro-economische betekenis van handel in en gebruik van verdovende middelen

      Dijk, J.J. van; Marks, P.K.; Otten, G.R.; Verster, A.C.P. (Nederlands Economisch Instituut - Divisie Macro- en Sectorbeleid, 1996)
      Het onderzoek is te beschouwen als een verdere uitwerking van het haalbaarheidsonderzoek, dat plaatsvond in de periode december 1994 tot en met maart 1995. De samenvatting van de haalbaarheidsstudie is opgenomen in bijlage I. Uit het haalbaarheidsonderzoek, dat zich heeft gericht op het in kaart brengen van de mogelijkheden om de macro-economische betekenis van verschillende vormen van georganiseerde criminaliteit te kwantificeren, bleek dat de drugshandel zich op dit moment leent tot kwantificering, hoewel daaraan diverse problemen verbonden zijn. Om die reden is het doel van het onderhavige onderzoek geweest een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen van de macro-economische betekenis van de handel in verdovende middelen alsmede van de daarmee in verband staande schade waarmee verschillende sectoren in de Nederlandse samenleving worden geconfronteed. Dit beeld is samengesteld op basis van reeds beschikbare gegevens en kennis, die voor dat doel zijn geraadpleegd. Conform verzoek van de begeleidingscommissie, zijn in het kader van het onderzoek onder verdovende middelen de middelen cocaïne, heroïne en cannabis begrepen. Amfetaminen en XTC zijn dus buiten beschouwing gebleven. Geen aandacht is geschonken aan het al dan niet georganiseerde karakter van de criminele handel in verdovende middelen, omdat het onmogelijk was de beschikbare data toe te snijden op de organisatiegraad van de handel in verdovende middelen.