• Kringen rond de dader - Grootschalig DNA-onderzoek als instrument in de de opsporing

      Poot, C.J. de; Kruisbergen, E.W. (WODC, 2006)
      In 1999 besluiten de Utrechtse politie en het Openbaar Ministerie om 115 mannen te benaderen met het verzoek om DNA-materiaal af te staan ten behoeve van de opsporing van een serieverkrachter, die al sinds 1995 actief is in en rond de domstad. De zaak van ‘de Utrechtse serieverkrachter’ is de eerste Nederlandse zaak waarin een grootschalig DNA-onderzoek wordt verricht. In de vijf jaren die daarop volgen wordt het instrument in nog dertien andere zaken ingezet. Dit rapport doet verslag van het eerste empirische onderzoek naar het gebruik en de resultaten van dit opsporingsinstrument en naar de bruikbaarheid van het bestaande wettelijke kader. Het rapport laat duidelijk zien welke praktische en juridische dilemma’s een rol spelen bij de inzet van een grootschalig DNA-onderzoek. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de plaats die dit instrument inneemt in de opsporing. Hiertoe wordt meer in het algemeen ingegaan op het opsporingsproces bij ernstige misdrijven en op het gebruik van DNA in de opsporing. Aldus biedt dit rapport inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van een grootschalig DNA-onderzoek als opsporingsinstrument. INHOUD: 1. Inleiding 2. DNA en DNA-bewijs 3. Grootschalig DNA-onderzoek en het opsporingsproces 4. Wet- en regelgeving 5. Het gebruik van grootschalig DNA-onderzoek in de praktijk 6. Conclusies