• Fraude

      Unknown author (WODC, 1993)
      Fraude wordt vaak wordt geassocieerd met ambtelijke en niet-ambtelijke vormen van corruptie, die weer in verband kunnen worden gebracht met de georganiseerde misdaad. Het onderscheid tussen fraude en corruptie is dan ook niet zo groot. Bij fraude bevoordeelt iemand alleen zichzelf, terwijl bij corruptie ook een derde in het spel is (zie het artikel van Huberts). In beide gevallen gaat het veelal om het onjuist of onvolledig verschaffen van informatie, dan wel om het misbruik maken van vertrouwen. In deze betekenis wordt in dit nummer van Justitiele Verkenningen aandacht besteed aan verschillende vormen van fraude. Daarbij is gestreefd naar het zo goed mogelijk in kaart brengen van de huidige stand van de kennis en inzichten op dit gebied.
    • Fraude

      Friedrichs, D.O.; Brummelkamp, G.W.; Huisman, W.; Flikweert, T.; Onna, J.H.R. van; Kemp, F.; Schuyt, C.J.M.; Groot, W.; Maassen van den Brink, H.; Fenger, M.; et al. (WODC, 2014)
      ARTIKELEN: 1. D.O. Friedrichs - Kapitalistische banken als criminele ondernemingen: de casus Wall Street 2. G.W. Brummelkamp, W. Huisman en T. Flikweert - Drie drijvende krachten achter bedrijfscriminaliteit; een empirisch onderzoek naar fraude in het midden- en kleinbedrijf 3. J.H.R. van Onna - Patronen in de criminele ontwikkeling van fraudeurs 4. F. Kemp - Faillissementsfraude: een hardnekkig fenomeen; pleidooi voor een preventieve aanpak 5. C.J.M. Schuyt - Als je merkt dat niemand het merkt; over fraude in de wetenschap 6. W. Groot en H. Maassen van den Brink - Oorzaken van fraude in de zorgsector 7. M. Fenger en W. Voorberg - Het bestrijden van uitkeringsfraude: mogelijkheden en moeilijkheden 8. Internetsites. SAMENVATTING: In dit themanummer wordt een meer algemene definitie gehanteerd van fraude: opzettelijke misleiding om een voordeel te behalen ten koste van anderen. Hierin zitten drie basisbestanddelen. Allereerst moet de misleiding opzettelijk zijn: het kan ook zijn dat men ongewild en onbewust een foute voorstelling van zaken geeft. Zo is regelgeving soms dermate ingewikkeld dat het niet naleven ervan zowel voordelen als nadelen oplevert voor de overtreder. Het tweede aspect van de definitie draait om misleiding: men zet anderen op het verkeerde been door een valse voorstelling van zaken te geven. Dat kan actief door een leugen te vertellen of door bepaalde veranderingen in de eigen situatie niet te melden. Ten derde moet het bedrog ten eigen voordele strekken. Vaak zal het dan om het binnenharken van geld van anderen gaan. Maar een dergelijke gedraging kan ook draaien om het verwerven of verkrijgen van een vooraanstaande (markt)positie. Deze factoren komen aan de orde in de artikelen over diverse vormen van fraude.