• Fraude

      Friedrichs, D.O.; Brummelkamp, G.W.; Huisman, W.; Flikweert, T.; Onna, J.H.R. van; Kemp, F.; Schuyt, C.J.M.; Groot, W.; Maassen van den Brink, H.; Fenger, M.; et al. (WODC, 2014)
      ARTIKELEN: 1. D.O. Friedrichs - Kapitalistische banken als criminele ondernemingen: de casus Wall Street 2. G.W. Brummelkamp, W. Huisman en T. Flikweert - Drie drijvende krachten achter bedrijfscriminaliteit; een empirisch onderzoek naar fraude in het midden- en kleinbedrijf 3. J.H.R. van Onna - Patronen in de criminele ontwikkeling van fraudeurs 4. F. Kemp - Faillissementsfraude: een hardnekkig fenomeen; pleidooi voor een preventieve aanpak 5. C.J.M. Schuyt - Als je merkt dat niemand het merkt; over fraude in de wetenschap 6. W. Groot en H. Maassen van den Brink - Oorzaken van fraude in de zorgsector 7. M. Fenger en W. Voorberg - Het bestrijden van uitkeringsfraude: mogelijkheden en moeilijkheden 8. Internetsites. SAMENVATTING: In dit themanummer wordt een meer algemene definitie gehanteerd van fraude: opzettelijke misleiding om een voordeel te behalen ten koste van anderen. Hierin zitten drie basisbestanddelen. Allereerst moet de misleiding opzettelijk zijn: het kan ook zijn dat men ongewild en onbewust een foute voorstelling van zaken geeft. Zo is regelgeving soms dermate ingewikkeld dat het niet naleven ervan zowel voordelen als nadelen oplevert voor de overtreder. Het tweede aspect van de definitie draait om misleiding: men zet anderen op het verkeerde been door een valse voorstelling van zaken te geven. Dat kan actief door een leugen te vertellen of door bepaalde veranderingen in de eigen situatie niet te melden. Ten derde moet het bedrog ten eigen voordele strekken. Vaak zal het dan om het binnenharken van geld van anderen gaan. Maar een dergelijke gedraging kan ook draaien om het verwerven of verkrijgen van een vooraanstaande (markt)positie. Deze factoren komen aan de orde in de artikelen over diverse vormen van fraude.