• Film- en videogeweld

      Unknown author (WODC, 1997)
      De normen inzake toelaatbaarheid van filmgeweld zijn in de loop der tijd danig opgerekt. Onschuldige films als Public Enemy kregen in de jaren dertig zware kritiek vanwege de 'sensationele' moorden die er in plaatsvonden. Deze moorden waren overigens keurig aan het oog van de kijker onttrokken. Hedentendage reageert het publiek minder geshockeerd op dergelijke misdaadfilms. Maar filmproducenten doen verwoede pogingen het geweld op te voeren. Velen menen dat het aanbod van geweldsfilms deel uitmaakt van een bredere ontwikkeling van verharding, cynisme en ruwere omgangsvormen. Anderen zien de behoefte aan geweldsfilms als een compensatie voor het leven in cleane en saaie slaapsteden die van elke opwinding zijn verstoken. Geweld en porno vullen dat vacuiim op. De vraag is natuurlijk in hoeverre het vertoonde geweld op films, videobanden en computerspelletjes van invloed is op het daadwerkelijke gedrag van (jeugdige) kijkers. Hoewel moeilijk meetbaar, lijkt er onder onderzoekers consensus te zijn dat kijken naar geweld sporen in het gedrag kan nalaten (imitatie van geweld; angstgevoelens). In twee studies die in dit nummer zijn opgenomen - zie de bijdragen van Wiegman, Van Schie en Modde en van Groebel - concluderen de onderzoekers dat er een verband bestaat tussen kijken naar geweld en daadwerkelijk gebruik van geweld. Hoe dan ook, in de media wordt op bezorgde en vaak alarmerende toon over het aanbod van filmgeweld gesproken. Van de politiek worden strengere maatregelen verwacht.