• Muziek in het ziekenhuis - Auteurs- en nabuurrechtelijke aspecten

      Mom, G.J.H.M. (Universiteit van Amsterdam - Instituut voor Informatierecht, 2000)
      Centraal in het onderzoek staat de vraag of auteurs en naburig rechthebbenden (zoals uitvoerende kunstenaars en fonogramproducenten) in beginsel op enigerlei wijze zeggenschap hebben over het laten horen van muziek door of in ziekenhuizen. Deze kernvraag is te vertalen in de vraag of het ten gehore brengen op grond van de (inter)nationale regelgeving kan worden beschouwd als een rechtens relevante, afzonderlijke wijze van (immateriële) - openbaarmaking. Het rapport is gesplitst in twee delen. Het eerste deel van het rapport is volledig gewijd aan de Nederlandse situatie. In het tweede deel wordt ingegaan op de situatie in zes EU-lidstaten: België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Denemarken en Frankrijk. Om te kunnen spreken over een - openbaarmaking - van een auteursrechtelijk beschermd muziekwerk moet het werk op enigerlei wijze ter beschikking van een publiek worden gesteld. In vrijwel alle gevallen blijkt dat ziekenhuizen als - openbaarmaker - van de muziek te kwalificeren zijn. Door zijn publiek (patiënten, personeel, leveranciers en bezoekers) in de gelegenheid te stellen naar (achtergrond)muziek te luisteren verricht het ziekenhuis zelf een openbaarmakingshandeling ten aanzien waarvan de betrokken rechthebbenden een zekere zeggenschap toekomt. In alle onderzochte EU-landen vindt, met uitzondering van Denemarken, op collectieve basis een incasso plaats van vergoedingen voor het muziekgebruik in ziekenhuizen. Na afhouding van een zeker percentage worden eenmaal geïncasseerde gelden aan de betrokken rechthebbenden.