• Contraire beëindiging van de TBS-maatregel - Aantal, aard en verband met recidive

      Kogel, C.H. de; Hartogh, V.E. den (WODC, 2005)
      Rechters besluiten ongeveer elf keer per jaar tegen het advies in een tbs-behandeling te beeindigen. In de meeste van deze gevallen schat de tbs-kliniek of een andere adviserende instantie het recidive-risico laag in, zo laat dit WODC-onderzoek zien. Het WODC onderzocht 91 tbs-zaken uit de periode 2001-2004, die bij het ministerie van Justitie geregistreerd staan als contrair beëindigd. Het blijkt dat in slechts 45 van die gevallen de rechter niet alleen contrair aan de vordering van de officier van justitie, maar ook contrair aan de adviserende instantie besloot de tbs-behandeling te beëindigen. Het ministerie had om dit onderzoek gevraagd omdat de afgelopen jaren het aantal contraire beslissingen leek te stijgen. De rechter beslist in Nederland op vastgestelde tijdstippen of een uitgesproken tbs-maatregel moet worden verlengd. Dat gebeurt elk jaar of elke twee jaar. De tbs-maatregel kan alleen worden verlengd als er een onaanvaardbaar groot risico is dat de tbs-gestelde opnieuw een ernstig delict pleegt. Bij de beoordeling daarvan is gedragskundige expertise nodig. De rechter wordt geadviseerd door de behandelende tbs-kliniek, respectievelijk een psychiater en de reclassering. Onder contraire beëindiging wordt verstaan het door de rechtbank of in hoger beroep door de Penitentiaire Kamer van het gerechtshof Arnhem niet verlengen van de tbs-maatregel tegen het advies van de adviserende instantie in. INHOUD: 1. Inleiding en opzet van het onderzoek 2. Aantal en aard van contrair beëindigde zaken 3. Argumenten om contrair te beëindigen 4. Recidive na contraire beëindiging van de TBS-maatregel 5. Slot