• Aantrekkelijkheid van Nederland voor kennismigranten - Een onderzoek naar hoe aantrekkelijk kennismigranten Nederland vinden als potentieel vestigings- en carrièreland

      Buers, C.; Klaver, J.; Witkamp, B.; Duysak, S. (medew.); Verbeek, E. (medew.); Bouterse, M. (medew.); Mack, A. (medew.) (Regioplan Beleidsonderzoek, 2018)
      Doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in wat het vreemdelingenbeleid kan doen om Nederland aantrekkelijk(er) te maken voor kennismigranten en meer in het bijzonder wat de IND en andere betrokken partijen kunnen doen om de dienstverlening richting kennismigranten te verbeteren. Het onderzoek geeft inzicht in de redenen van kennismigranten om voor Nederland te kiezen en hun ervaringen met het Nederlandse toelatingsbeleid en de dienstverlening. Onder kennismigranten verstaan we alle hooggekwalificeerde arbeidsmigranten van buiten de EU/EER die in Nederland aan de slag zijn als kennismigrant. Dit zijn bijvoorbeeld hoogopgeleide managers of ICT-specialisten, maar ook wetenschappelijk personeel zoals aio’s, onderzoekers of docenten rekenen we tot deze groep. Naast inzicht in de keuzes en ervaringen van kennismigranten zijn in dit onderzoek concrete aanknopingspunten geformuleerd voor het verbeteren van de dienstverlening aan kennismigranten, wat uiteindelijk de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigings- en carrièreland ten goede kan komen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Van aanvraag naar verblijf 3. Ervaringen van kennismigranten 4. Knel- en verbeterpunten 5. Ervaringen uit het buitenland 6. Conclusie en verbetersuggesties 7. Literatuurlijst
    • Communities and Crime

      Eisner, M.; Wikström, P.-O.H.; Hawkins, J.D.; Torstensson, M.; Peper, B.; Spierings, F.; Crawford, A.; Killias, M.; Sahetapy, J.E.; Neubacher, F.; et al. (WODC, 1999)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Manuel Eisner and Per-Olof H. Wikström - Violent Crime in the Urban Community: A Comparison of Stockholm and Basel 3. J. David Hawkins - Preventing Crime and Violence through Communities That Care 4. Per-Olof H. Wikström and Marie Torstensson - Local Crime Prevention and its National Support: Organisation and Direction 5. Bram Peper and Frans Spierings - Settling Disputes Between Neighbours in the Lifeworld: An Evaluation of Experiments with Community Mediation in the Netherlands 6. Adam Crawford - Questioning Appeals to Community within Crime Prevention and Control 7. Current Issues: Martin Killias and Jacob Elfinus Sahetapy - 'Communities and Crime': the Unexpected Outcomes of an Asian Dinner 8. Frank Neubacher, Michael Walter, Helena Válková and Krzysztof Krajewski - Juvenile delinquency in Central European Cities: a Comparison of Registration and Processing Structures in the 1990s
    • Criminal victimization in seventeen industrialized countries - Key findings from the 2000 International Crime Victims Survey

      Kesteren, J. van; Mayhew, P.; Nieuwbeerta, P. (NSCR, 2000)
      The International Crime Victimisation Survey (ICVS) is the most far-reaching programma of fully standardised sample surveys looking at householders’ experience of crime in different countries. The first ICVS took place in 1989, the second in 1992, the third in 1996 and the fourth in 2000. Surveys have been carried out in 24 industrialised countries since 1989, and in 46 cities in developing countries and countries in transition. This report deals with seventeen industrialised countries which took part in the 2000 ICVS. The results in this report relate mainly to respondents’ experience of crime in 1999, the year prior to the 2000 survey. Those interviewed were asked about crimes they had experienced, whether or not reported to the police. CONTENT: 1. Introduction 2. Victimisation rates 3. Individual risk factors 4. Reporting crime and the police 5. Attitudes to crime 6. Conclusions
    • De levenslange vrijheidsstraf

      Zyl Smit, D. van; Glerum, V.H.; Cornelissen, D.J.G.J.; Hattum, W.F. van; Fleisher, M.S.; Jonge, G. de; Braun, P.C.; Bont, T. de; Meijer, S.; Ginneken, E.F.J.C. van (WODC, 2013)
      ARTIKELEN: 1. D. van Zyl Smit - De levenslange vrijheidsstraf internationaal vergeleken 2. V.H. Glerum - Levenslange gevangenisstraf: uitlevering en overlevering aan Nederland 3. D.J.G.J. Cornelissen - Het advies van de rechter in de gratieprocedure levenslanggestraften 4. W.F. van Hattum - Het aanzien van de Staat; over de praktijk van tenuitvoerlegging van de levenslange straf 5. M.S. Fleisher - 'Levenslang': schadebeperking door levenslange gevangenisstraffen 6. G. de Jonge - Naar een compensatoir regime voor levenslang- en zeer langgestraften 7. P.C. Braun - Perspectiefverlies bij levenslange gevangenisstraf en longstay-tbs-kader; overeenkomsten en verschillen 8. T. de Bont en S. Meijer - Perspectief voor levenslanggestraften? 9. Boekrecensie door E.F.J.C. van Ginneken over: Leven na een levenslange gevangenisstraf 10. Internetsites. SAMENVATTING: Nederland neemt met zijn strenge uitleg van levenslange straf een uitzonderingspositie in Europa in. De meeste landen kennnen een aan rechterlijke toetsing onderhevige regeling die voorziet in de mogelijkheid van voorwaardelijke vrijlating nadat een substantieel deel van de straf is uitgezeten. Nederland kent alleen de aan politieke besluitvorming onderworpen gratieregeling. Tegen deze achtergrond is er alle aanleiding om in dit themanummer ook aandacht te besteden aan de internationale context waarbinnen het Nederlandse beleid ten aanzien van de levenslange gevangenisstraf vorm heeft gekregen, evenals aan de discussies over dit onderwerp in andere landen.
    • De toepassing van handpalmafdrukken voor de opsporing en vervolging

      Malsch, M.; Berg, T. van den; Hornman, M.; Lammers, M.; Wilde, B. de; Stevens, L. (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), 2017)
      In het wetgevingsoverleg van 17 november 2014 heeft de minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer toegezegd om samen met politie en OM te bezien of en hoe de inzet van handpalmafdrukken bij de opsporing en vervolging binnen de huidige wetgeving voldoende benut kan worden (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2014-2015, 29628 nr. 490). De centrale vraagstelling van het onderzoek luidt:Hoe is het nemen, het gebruik en de opslag van handpalmafdrukken ten behoeve van de strafvordering juridisch genormeerd in Nederland en een aantal andere landen en in de supranationale jurisprudentie, hoe worden deze normen in de praktijk toegepast, wat is de meerwaarde van het gebruik van handpalmafdrukken voor de strafvordering en is standaardafname en/of verbetering van de wettelijke regeling in dit licht wenselijk en toelaatbaar binnen de (supra)nationale juridische kaders?Deze vraagstelling is in het rapport onderverdeeld in een aantal hoofdonderwerpen, te weten: juridisch kader (inclusief vraagstukken betreffende privacy), vergelijking tussen landen, inclusief de vraag naar standaardafname, praktijk van toepassing, en te verwachten meeropbrengst van handpalmafdrukken. INHOUD: 1. Inleiding 2. De handpalmvergelijking: dactyloscopie, databank, procedure en relatie tot andere typen sporen 3. Juridisch kader 4. Toepassing in de praktijk I: politie en Openbaar Ministerie 4. Toepassing in de praktijk II: rechterlijke uitspraken 5. Rechtsvergelijking 6. Conclusies
    • De verdachte in beeld - Eisen en waarborgen voor het gebruik van videoconferentie ten aanzien van verdachte in het Nederlandse strafproces in rechtsvergelijkend perspectief

      Hoon, A.M. de; Hirsch Ballin, M.F.H.; Bollen, S.G.M.J. (Vrije Universiteit - Faculteit der Rechtsgeleerdheid - afdeling Strafrecht en Criminologie, 2020)
      In toenemende mate wordt gezocht naar toepassing van digitale methoden in het strafproces. Door technische ontwikkelingen zijn de mogelijkheden voor toepassing van videoconferentie in het strafproces gegroeid. Met de verbetering van techniek, wordt videoconferentie, waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding tot stand wordt gebracht tussen de betrokken personen in het strafproces, steeds meer als redelijk alternatief beschouwd voor fysieke aanwezigheid.Op dit moment bestaat onvoldoende duidelijkheid over de vraag in hoeverre videoconferentie ook kan worden toegepast bij de verdachte en aan welke eisen en waarborgen toepassing ten aanzien van de verdachte moet voldoen. Net als in andere landen is ook in Nederland dit thema in beweging en is er behoefte aan nader inzicht in de nationale en internationale normering en praktijk voor de verdere ontwikkeling in de Nederlandse strafrechtpraktijk. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt daarom: “Wat kan Nederland uit de nationale en internationale normering en praktijk van de toepassing van videoconferentie bij verdachten leren met het oog op de normering en beleidsontwikkeling ervan in de Nederlandse strafrechtpraktijk?” De nationale en internationale normering en praktijk is in kaart gebracht door onderzoek te doen naar de regelingen en praktijk van Nederland, Italië, Frankrijk, Canada, Zwitserland, Duitsland en het internationale en transnationale strafrecht. INHOUD: 1. Inleiding 2. De normering op grond van strafvorderlijke beginselen en mensenrechten 3. Internationale regelgeving inzake videoconferentie in het strafproces 4. Toepassing in het Nederlandse strafproces 5. Toepassing in de internationale praktijk 6. Analyse en beantwoording vraagstelling 7. Gevolgtrekkingen voor de toekomst
    • Diversity in European Drug Policy

      Reuband, K.-H.; Korf, D.J.; Bless, R.; Nottelman, N.; Ødegard, E.; Dijk, J.J.M. van; Tham, H.; Simmat-Durand, L.; Killias, M.; Aebi. M.; et al. (WODC, 1998)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Karl-Heinz Reuband - Drug Policies and Drug Prevalence: The Role of Demand and Supply 3. Dirk J. Korf, Ruud Bless and Nienke Nottelman - Urban Drug Problems, Policymakers and the General Public 4. Einar Ødegard - Comparative Research in the Drug Field 5. Jan J.M. van Dijk - The Narrow Margins of the Dutch Drugs Policy: A Cost-Benefit Analysis 6. Henrik Tham - Swedish Drug Policy: A Successful Model? 7. Laurence Simmat-Durand - Latest Trends in French Policy on Drugs 8. Martin Killias, Marcelo Aebi and Denis Ribeaud - Effects of Heroin Prescription on Police Contacts among Drug-Addicts 9. Current Issues: No More Excuses: A New Approach to Tackling Youth Crime in England and Wales; Commentaries by: Frieder Dünkel, Henri Giller, Esther Gimenez-Salinas Colomer, Josine Junger-Tas 10. Crime Institute Profile: The European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA)
    • Drugs and Crime

      Pearson, G.; Dorn, N.; Grob, P.J.; Eisner, M.; Gonzáles Zorilla, C.; Doorn, J. van; Joutsen, M.; Scherpenzeel, R. (WODC, 1993)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Pharmacology and fashion; the uses and misuses of cultural relativism in drug policy analysis - G. Pearson 3. Subsidiarity, police cooperation and drug enforcement; some structures of policy-making in the EC - N. Dorn 4. The needle park in Zürich; the story and the lesson to be learned - P.J. Grob 5. Policies towards open drug scenes and street crime; the case of the City of Zürich - M. Eisner 6. Drugs and criminal policy in Spain (1982-1992) - C. Gonzáles Zorilla 7. Drug trafficking networks in Europe - J. van Doorn 8. Varia: M. Joutsen on the UN Crime Prevention and Criminal Justice Programme; 9. Scherpenzeel on the UN and computerization of criminal justice information; 10. European Drug Questions; 11. the IXth International Workshop for Juvenile Criminology 12. Crime Institute's profile: Cesdip
    • Europe meets US in Crime and Policy

      Haen Marshall, I.; Tonry, M.; Klein, M.W.; Vazsonyi, A.T.; Pfeiffer, C.; Fattah, E.A.; Gottfredson, M.R.; Joutsen, M.; Lévy, R.; Skogan, W.G.; et al. (WODC, 1996)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. I. Haen Marshall - How exceptional is the United States? Crime trends in Europe and the US 3. M. Tonry - The effects of American drug policy on black Americans, 1980-1996 4. M.W. Klein - Gangs in the United States and Europe 5. A.T. Vazsonyi - Family socialization and delinquency in the United States and Switzerland 6. A.A. Block - The new world order of criminal justice; reflections on clientelism 7. C. Pfeiffer, E.A. Fattah, M.R. Gottfredson, M. Joutsen, R. Lévy, W.G. Skogan - Crisis in American criminal policy? Questions and comment 8. International Police Training Conference, Birmingham, England, 31 August to 5 September, 1996 9. Crime institute profile: National Institute of Justice, US Department of Justice
    • Het functioneren van het klachtvereiste in de zedelijkheidswetgeving - Deelrapportage 2 - Het wettelijk kader: wetsgeschiedenis, jurisprudentie en zedelijkheidswetgeving in diverse landen

      Savornin Lohman, J. de; Beijers, W.M.E.H.; Duker, M.; Gelder, C.P. van; Goderie, M.J.H.; Nieborg, S.M.A.; Rijkschroeff, R.A.L.; Verkuyl, E.C.A. (Verwey-Jonker Instituut, 1998)
      Dit deelonderzoek schetst het wettelijk kader waarbinnen het klachtvereiste zich bevindt. Het rapport opent met een beschrijving van de wetsgeschiedenis van de zedelijkheidswetgeving. waaronder het klachtvereiste. Vervolgens wordt er een overzicht gegeven van de jurisprudentie en ter afsluiting volgt een beschrijving van de zedelijkheidswetgeving in diverse landen.
    • Het monitoren van publiek vertrouwen in de politie

      Stals, L.; Walle, S. van de (Katholieke Universiteit Leuven - Instituut voor de overheid, 2020-12)
      Dit rapport onderzoekt hoe het publieke vertrouwen in de politie gemeten wordt in Nederland en het buitenland, en hoe valide en representatief deze metingen zijn. Dit moet dienen om de huidige meetpraktijk in Nederland te verbeteren. Concreet zal dit rapport een antwoord formuleren op drie onderzoeksvragen:Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten, en hoe representatief is die meting?Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten?Wanneer we het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in Nederland vergelijken met het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in andere Westerse landen, in hoeverre is het eerstgenoemde dan volledig te noemen? INHOUD: 1. Theoretisch kader 2. Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten en hoe representatief is die meting? 3. Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten? 4. Vergelijking meetpraktijk in Nederland met meetpraktijk in andere Westerse landen
    • Hoe zetten we ze 't betaald? - Onderzoek naar de sanctionering van zwartrijden na invoering ET/BTS

      Winter, H.B.; Buissink, G.W.; Struiksma, N.; Steur, W.; Oostveen, N. van (WODC, 2005)
      De centrale vraag in dit onderzoek is op welke wijze het zwartrijden in de toekomst - na het (grotendeels) invoeren van een gesloten instapregime in 2008 - het meest effectief en efficiënt kan worden gesanctioneerd: strafrechtelijk, civielrechtelijk, bestuursrechtelijk of door een combinatie van deze. In dit kader komen de volgende vragen aan de orde: Welke sanctiemodaliteiten zijn er bij de aanpak van zwartrijden? Wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende sanctiemodaliteiten? Buitenlandse ervaringen (Engeland, Denemarken en Zwitserland) spelen hierbij een centrale rol.
    • Immigratie en criminaliteit in acht West-Europese landen - Een literatuurverkenning

      Baas, N.J. (WODC, 1997)
      Deze literatuurverkenning is bedoeld als aanvulling op het literatuuronderzoek van het WODC naar de betrokkenheid van etnische minderheden bij 'commune criminaliteit' in ons land (Leuw, 1997). Hier is aan de hand van de literatuur onderzoek gedaan naar de situatie in andere Europese landen. Er is informatie verzameld over de resultaten van criminologisch onderzoek naar immigranten in de ons omringende landen, dat is gebaseerd op justitiële gegevens. Daarbij is speciale aandacht besteed aan de vraag of en, zo ja, hoe er in de justitiële wereld onderscheid wordt gemaakt tussen verdachten en daders uit de autochtone bevolking en justitiabelen met een immigrantenachtergrond. In sommige landen, zoals Duitsland en Groot-Brittannië, vond en vindt een discussie plaats over de vraag of criminologisch onderzoek naar immigranten toelaatbaar is en wat het nut daarvan zou kunnen zijn. Direct verband daarmee houdt de vraag of de registratie van nationaliteit, etniciteit of ras van verdachten en daders geoorloofd is. Deze discussie met de argumenten van voor- en tegenstanders komt hier ter sprake. Bovendien wordt gekeken of er landen zijn waar sprake is van een specifiek op immigranten gericht beleid op het terrein van de criminaliteitspreventie en, zo ja, wat daar de ervaringen mee zijn. In acht Europese landen is informatie voor deze literatuurverkenning gevonden: Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Zwitserland, Zweden, België, Italië, en Spanje.
    • Innovations in Criminal Justice Research

      Joutsen, M.; Wetzels, P.; Ohlemacher, T.; Pfeiffer, C.; Strobl, R.; Mayhew, P.; Kury, H.; Rihs-Middel, M.; Kreuzer, A.; Tournier, P.; et al. (WODC, 1994)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. A report on the Fourth colloquium on crime and criminal policy in Europe - M. Joutsen 3. Victimization surveys: recent developments and perspectives - P. Wetzels, T. Ohlemacher, C. Pfeiffer and R. Strobl 4. Comment on 'Victimization surveys' - P. Mayhew 5. the influence of the specific formulation of questions on the results of victim studies - H. Kury 6. Medical prescription of narcotics in Switzerland: basic issues and research plan - M. Rihs-Middel 7. Comment on 'Medical prescription' - A. Kreuzer 8. The custodial crisis in Europe: inflated prison populations and possible alternatives - P. Tournier 9. What can we do about prison overcrowding? - A. Kuhn 10. Overcrowding - not the only crisis in the custodial system - K. Sessar 11. Varia: M. Joutsen on the Fourth United Nations Survey of Crime Trends and Operations of Criminal Justice System; 12. K. Boers on crime, fear of crime and social transition in Germany; 13. E. Leuw on two 'Occasional papers' 14. Crime institute profile: Research Unit on Criminology and Criminal Investigation within the Federal Criminal Police Office
    • Internationale kinderontvoering - De uitvoeringspraktijk van inkomende zaken in Nederland, Engeland & Wales, Zweden en Zwitserland

      Jonker, M.; Abraham, M.; Jeppesen-de Boer, C.; Rossum, W. van; Boele-Woelki, K. (Universiteit Utrecht - Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF), 2015)
      Sinds 2010 zijn er in Nederland veranderingen ingezet in de uitvoeringspraktijk bij inkomende zaken van internationale kinderontvoering. Zo is er in 2011 een verkorte procedure gerealiseerd, mediation wordt ingezet en de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering is per 1 januari 2012 gewijzigd, waardoor de procesvertegenwoordiging niet meer plaatsvindt door de Centrale autoriteit (CA) en cassatie is beperkt tot cassatie in het belang der wet. De doelen van de wijzigingen zijn het verkorten van de procedure, het verbeteren van de ‘equality of arms’ en algemeen, het beter dienen van het belang van het kind. Het doel van dit onderzoek is om de huidige uitvoeringspraktijk van inkomende kinderontvoeringszaken te evalueren. Dit zijn zaken waarbij een kind vanuit het buitenland naar Nederland is overgebracht. De vraag die daarbij centraal staat luidt: Worden de recente wijzigingen uitgevoerd zoals beoogd en hoe verhoudt zich de Nederlandse uitvoeringspraktijk ten opzichte van de uitvoering in andere landen met een vergelijkbaar stelsel? INHOUD: 1. Introductie 2. Het kader 3. De uitvoeringspraktijk in Nederland 4. De uitvoeringspraktijk in Engeland & Wales, Zweden en Zwitserland 5. De rechtsvergelijking 6. Eindbeschouwing
    • Internationale verkenning gedwongen huwelijken - een literatuur- en bronnenonderzoek naar wettelijke maatregelen, beleid en publieke debatten in België, Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Zwitserland

      Ratia, E.; Walter, A. (WODC, 2009)
      Eén van de uitingsvormen van eergerelateerd geweld is uithuwelijking, waarmee onder andere het uithuwelijken van de eerschender (al dan niet na schaking of verkrachting) wordt bedoeld. Er is dan sprake van gedwongen huwelijk. Het ontlopen van gedwongen huwelijk kan een aanleiding zijn voor eergerelateerd geweld. Dit onderzoek richt zich op de vraag, wat bekend is over het beleid en de debatten ten aanzien van gedwongen huwelijken in België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland.  Dit onderzoeksproject voorziet in de toezegging van de Minister in de Tweede Kamer (Algemeen Overleg, 8 februari 2007) dat er een onderzoek zou worden geïnitieerd naar de wijze waarop enkele Europese landen gedwongen huwelijk strafbaar stellen.
    • Kwaliteitssystemen voor de rechtsprekende macht - Een internationale verkenning

      Baas, N.J.; Niemeijer, E. (WODC, 1999)
      Dit rapport doet verslag van een 'quick scan' van de literatuur over gehanteerde kwaliteitssystemen in de rechtspraak in de rechtspraak in het buitenland. Kwaliteit wordt in dit onderzoek opgevat als het voldoen aan criteria. De probleemstelling luidt: welke kwaliteitssystemen voor de rechtspraak worden in het buitenland gehanteerd en wat zijn de ervaringen die ermee zijn opgedaan? De resultaten zijn vooral van belang voor het pVRO (project Versterking Rechterlijke Organisatie), waaronder deelprojecten vallen, gericht op de ontwikkeling van waarderingsonderzoek en kwaliteitsindicatoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Verenigde Staten 3. Engeland 4. Andere Angelsaksische landen 5. Duitsland 6. Andere Continentaal Europese landen 7. Overzicht van resultaten
    • Middelengebruik en geweld - Een literatuurstudie naar de relatie tussen alcohol, drugs en geweld

      Ramaekers, J.G.; Verkes, R.J.; Amsterdam, J.G.C. van; Brink, W. van den; Goudriaan, A.E.; Kuypers, K.P.C.; Arends, R.; Schellekens, A.F.A. (Universiteit Maastricht - Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen, 2016)
      Op 1 januari 2017 zal het wetsvoorstel voor middelenonderzoek bij geweldplegers in werking treden. Het kabinet geeft met het wetsvoorstel uitvoering aan de motie-Markouch uit 2011 over middelengebruik als zelfstandig strafverhogend element bij geweld. In het Wetboek van Strafvordering worden twee nieuwe artikelen ingevoegd die opsporingsambtenaren de bevoegdheid geven om aangehouden verdachten van geweldsdelicten tegen personen, goederen en dieren te bevelen mee te werken aan een onderzoek naar gebruik van middelen. Het doel van de wetswijziging is om de aanpak van geweld onder invloed van alcohol of drugs te verbeteren en middelengerelateerd geweld terug te dringen, zodat de veiligheid in het openbare leven en in de huiselijke kring wordt vergroot. Bij algemene maatregel van bestuur zullen vooralsnog alleen alcohol, cocaïne, amfetamine en methamfetamine onder de wet gaan vallen, omdat van deze middelen volgens een NFI-expertgroep een relatie met geweld wordt aangenomen. Naast overmatig alcoholgebruik, leiden vooral het gebruik van cocaïne, amfetamine of methamfetamine in combinatie met alcohol tot hogere risico’s op gewelddadig gedrag. In het kader van het wetsvoorstel bestaat er een behoefte aan een ‘state-of-the-art’ inzicht in de relatie tussen middelengebruik en geweld. Het onderhavige literatuuroverzicht beoogt om de relatie te beschrijven op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur. INHOUD: . A. Samenvatting B. Inleiding en doelstelling C. Epidemiologie van alcohol- en druggerelateerd geweld D. Andere drugs en geweld E. Agressie onder invloed - drempel-concentraties F. Aard van het middelen-gerelateerd geweld - individuele en situationele factoren G. Antwoorden op de vragen van het WODC
    • Modaliteiten van betekening in rechtsvergelijkend perspectief

      Mevis, P.A.M.; Verbaan, J.H.J.; Postma, L. (medew.) (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2012)
      De centrale vraagstelling van het onderzoek is: welke regelingen en modaliteiten bestaan er in de onderzochte landen (België, Duitsland, Engeland, Noorwegen en Zwitserland) inzake de betekening van stukken in strafzaken die kunnen bijdragen aan de verbetering van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen in Nederland? In hoeverre zijn die regelingen en modaliteiten werkbaar en in hoeverre zijn zij, in het licht van het EVRM en EHRM, acceptabel? INHOUD: 1. Inleiding 2. Resultaten uit de Quick Scan 3. België 4. Duitsland 5. Engeland 6. Noorwegen 7. Zwitserland 8. De Europese context: EVRM en EHRM 9. Slotbeschouwing: enige voor Nederland relevante conclusies
    • Ontsnappen aan de gevangenis - Europese pogingen om de korte (en/of voorwaardelijke) vrijheidsstraf terug te dringen

      Bol, M.W. (WODC, 1995)
      In deze verkenning wordt voor veertien landen een overzicht gegeven van de mogelijkheden die er zijn om toepassing van de (korte) vrijheidsstraf beperkt te houden of terug te dringen. Aan de orde komen o.a. gratieverzoek, weekend- en deeltijddetentie, dienstverlening, huisarrest, schadevergoeding, geldboete, voorwaardelijke invrijheidstelling, preventieve hechtenis, voorwaardelijke veroordeling en vervangende hechtenis.