• Advocaat bij politieverhoor 2017-2019

      Geurts, T.; Hoekstra, M.S.; Aidala, R. (medew.); Beenakkers, E.M.Th. (medew.); Lierop, L.E.H.P. van (medew.); Teeuwen, G. (medew.) (WODC, 2021-07-12)
      In deze rapportage wordt voortgebouwd op eerder onderzoek van Klein Haarhuis (2018). In dit eerdere onderzoek stond de opstartfase van het nieuwe recht centraal (de periode van 1 maart 2016 - 1 maart 2017) en de stand van zaken werd vooral beschreven vanuit de politieorganisatie. Bovendien konden zwaardere zaken maar beperkt worden meegenomen. Het onderhavige onderzoek belicht het nieuwe recht opnieuw, maar dan vooral vanuit het advocatenperspectief en één tot drie jaar na de invoering van het recht. Een wijziging in onderzoeksmethodiek zorgde ervoor dat we ditmaal meer van de zwaarste zaken in de analyse konden betrekken. Daarnaast is nog gekeken naar twee wijzigingen die gelijktijdig met de wettelijke verankering werden doorgevoerd, te weten de beperkte uitbreiding van bevoegdheden van de advocaat en de verlenging van de ophoudtermijn bij ernstigere strafbare feiten van zes naar maximaal negen uur. Het onderhavige onderzoek richt zich op verhoorbijstand voor meerderjarige verdachten van strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. Vooral voor deze onderzoeksonderwerpen bestaan er beleidsmatig gezien relevante kennislacunes. Onder verhoorbijstand rekenen we de door advocaten verleende bijstand tijdens het politiële verdachtenverhoor en het verhoor voor de inverzekeringstelling (ivs-verhoor). De volgende vier onderzoeksvragen staan in deze rapportage centraal: 1. Hoe verloopt de invoering van de Implementatiewet in termen van organisatie en werkprocessen? 2. Hoe pakt de implementatie van het recht op verhoorbijstand in de praktijk uit? 3. Welke rol heeft de advocaat tijdens het verhoor? 4. Hoe hebben de uitgaven aan (piket)vergoedingen voor consultatie- en verhoor-bijstand zich ontwikkeld? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Achtergronden bij het onderzoek, 3. Organisatie en werkprocessen, 4. Effectuering van het recht, 5. Invulling van de advocatenrol, 6. Conclusie
    • Het decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel - Nopen ontwikkelingen sinds 2000 tot invoering van een ontsleutelingsplicht voor verdachten?

      Koops, B.-J. (Universiteit van Tilburg - TILT Faculteit Rechtswetenschappen, 2012)
      In 2000 heeft prof. dr. E.J. Koops een omvangrijke publicatie over het decryptiebevel aan de verdachte geschreven (E.J. Koops, Verdachte en ontsleutelplicht: hoe ver reikt nemo tenetur? 2000). Daarin kwam hij tot de slotsom dat een dergelijke regeling een inbreuk op het nemo tenetur-beginsel maakt en dat er onvoldoende argumenten waren om die inbreuk te rechtvaardigen. Hij liet echter ruimte voor een andere afweging indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding zouden geven. De huidige ontwikkelingen – in het bijzonder ten aanzien van kinderpornografie en encryptietechniek, maar ook met betrekking tot de jurisprudentie van het EHRM ten aanzien van het nemo tenetur-beginsel – geven aanleiding om het onderzoek uit 2000 te actualiseren. Deze actualisatie is gerealiseerd aan de hand van literatuuronderzoek, analyse van de buitenlandse rechtsontwikkeling en vijf semi-gestructureerde interviews met deskundigen uit de opsporingspraktijk. INHOUD: 1. Inleiding 2. De omsleutelplicht voor verdachten anno 2000 3. Ontwikkelingen in cryptografie en cryptogebruik 4. Ontwikkelingen in de Europese rechtspraak van art. 6 EVRM 5. Ontwikkelingen in het Nederlands recht 6. Ontwikkelingen in het buitenlandse recht 7. Analyse 8. Conclusies en aanbevelingen
    • Langetermijnmonitor 'Raadsman bij verhoor' - Eerste editie

      Klein Haarhuis, C.M.; Lierop, L. van (medew.); Aidala, R. (medew.); Beenakkers, E. (medew.); Vroome, T. de (medew.); Damen, R. (medew.); Maertens, G. (medew.); Burema, D. (medew.) (WODC, 2018)
      Het recht om een advocaat voorafgaand aan het verdachtenverhoor te spreken (consultatiebijstand) bestaat sinds 2010. Het recht op bijstand van een advocaat tijdens het politieverhoor was tot 1 maart 2016 voorbehouden aan aangehouden, minderjarige verdachten; maar na deze datum was het ook voor aangehouden meerderjarige verdachten een feit. In deze eerste editie van de langetermijnmonitor ‘Raadsman bij verhoor’ staan de organisatie en toepassing van het nieuwe recht op verhoorbijstand centraal, over het eerste jaar na invoering. Het betreft de periode maart 2016 tot en met februari 2017, waarin de OM-Beleidsbrief en enkele andere beleidsregels op basis waarvan dit recht aanvankelijk is ingevoerd, van toepassing waren. De monitor dient volgens een brief van voormalig Minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer (22 maart 2016) ‘een vinger aan de pols te houden en te bezien of zich door de versnelde invoering van het recht op verhoorbijstand in de praktijk knelpunten voordoen, die de uitoefening van het recht in de weg staan.’De probleemstelling van dit onderzoek is tweeledig:A Hoe is de uitvoering van het per 1 maart 2016 geldende recht op verhoorbijstand georganiseerd, op papier en in de praktijk? B Hoe is (en wordt) het recht op verhoorbijstand per 1 maart in de praktijk toegepast?Om deze hoofdvragen te beantwoorden, diende gebruikgemaakt te worden van zowel feitelijke gegevens als ervaringen van de betrokken organisaties: Politie en Openbaar Ministerie (OM), Koninklijke Marechaussee (KMar) en bijzondere opsporingsdiensten (BOD’en), advocatuur en de Raad voor Rechtsbijstand (RvR). INHOUD: 1. Inleiding 2. Stand van kennis 3. Voorbereiding en implementatie 4. De raadsman in de verhoorpraktijk 5. Het recht op verhoorbijstand bij de Koninklijke Marechaussee en bij de bijzondere opsporingsdiensten 6. Samenvatting en conclusies
    • Raadsman bij het politieverhoor - invloed van voorafgaande consultatie en aanwezigheid van raadslieden op de organisatie en wijze van verhoren en de proceshouding van verdachten

      Stevens, L.; Verhoeven, W.-J.; Blom, T. (medew.); Bunt, H.G. van de (medew.); Korenhof, A.N.J. (medew.); Verbaan, J.H.J. (medew.); Verbeek, R.J. (medew.); Verloop, P.C. (medew.) (Erasmus universiteit Rotterdam, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2010)
      De centrale vraagstelling van het onderzoek luidt: Hoe verlopen de eerste politieverhoren met voorafgaande consultatie en aanwezigheid van de advocaat en wat zijn feitelijke waarneembare gevolgen van de consultatie en de aanwezigheid op het verloop van het verhoor? De deelvragen zijn gericht op de drie deelnemers aan de verhoren binnen het experiment: de advocaat, de verhoorders en de verdachte. INHOUD: 1. Inleiding 2. De context van het experiment raadsman bij politieverhoor 3. De raadsman en het verhoor: zijn handelen en de reacties daarop 4. Het handelen van de verhoorders: gebruik van pressie tijdens verhoren met raadsman en verschillen met verhoren zonder raadsman 5. De verdachte en zijn verklaring: proceshouding tijdens verhoren met raadsman en verschillen met verhoren zonder raadsman 6. Conclusies over de raadsman bij het politieverhoor: invloed, aandachtspunten en implicaties
    • Rechtsbijstand en de waarde van het verhoor - Een studie naar de te verwachten gevolgen op de verklaringsbereidheid en de opsporing en bewijsvoering in strafzaken van het verlenen van rechtsbijstand voorafgaand en tijdens het verhoor

      Vanderhallen, M.; Jong, A. de; Nelen, H.; Spronken, T. (Universiteit Maastricht - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2014)
      Het doel van het onderzoek was om na te gaan in welke mate en op welke wijze de aanwezigheid van de advocaat voor en/of tijdens het politieverhoor van invloed kan zijn op de dynamiek, de resultaten en de plaats van het verhoor in het opsporingsonderzoek. Vier vragen stonden centraal: Hoe is het gesteld met de verklaringsbereidheid van verdachten in de opsporingsfase en van welke factoren is deze verklaringsbereidheid afhankelijk? Is het te verwachten dat de verklaringsbereidheid van de verdachte verandert onder invloed van de aanwezigheid van een advocaat (voorafgaand aan en/of tijdens het verhoor)?Wat betekent dit voor de opsporing en bewijsvoering in zaken waar een advocaat aanwezig is? Op welke wijze zouden de gevolgen hiervan bij deze strafzaken in de opsporing kunnen worden ondervangen? De gedrukte versie van dit onderzoek is bij uitgeverij Boom Lemma verschenen onder de titel: Toga's in de verhoorkamer; de invloed van rechtsbijstand op het politieverhoor. INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridische context 3. De verklaringsbereidheid van verdachten 4. Verklaringsbereidheid in aanwezigheid van een advocaat 5. Mogelijke impact van de aanwezigheid van een raadsman op de opsporing en bewijsvoering in strafzaken 6. Conclusie