• Aan de grenzen van het meetbare - De methodologische kwaliteit van internationale studies naar de omvang van aan prostitutie gerelateerde mensenhandel met nadruk op Noordwest Europa

      Lensvelt-Mulders, G.; Lugtig, P.; Bos, P.; Elevelt, A.; Helms, A. (Universiteit voor Humanistiek (UvH), 2016)
      De aanleiding voor deze literatuurstudie was een motie van Segers/van der Staaij, waarin gevraagd werd om een wetenschappelijke vergelijking te maken van het prostitutiebeleid tussen landen in Noordwest-Europa en het effect van dat beleid op de omvang van mensenhandel in de betreffende landen. De onderzoeksvraag in deze studie luidt: Wat is er bekend over de relatie tussen prostitutiebeleid in Noordwest-Europa en de omvang van mensenhandel en wat valt er vanuit wetenschappelijk oogpunt te zeggen over de kwaliteit van de bestaande onderzoeken waarop de conclusies over deze relatie zijn gebaseerd? Om een zo goed mogelijk inzicht in bovengenoemde relatie(s) te krijgen, is dit onderzoek specifiek gericht op landen in Noordwest-Europa: Nederland, België, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Duitsland en Groot Brittannië. Deze landen dekken samen de belangrijkste, voor vergelijkend onderzoek relevante, vormen van prostitutiebeleid, en hebben een infrastructuur die in principe het best mogelijke onderzoek naar de omvang van mensenhandel mogelijk maakt. INHOUD: 1. Inleiding in de probleemstelling 2. Internationale beleidscontext 3. Methodologie van het onderzoek 4. Resultaten 5. Conclusies en methodologisch advies
    • Aanpak van de voorraad openstaande vrijheidsstraffen

      Winter, H.; Geertsema, B.; Krol, E.; Beukers, M.; Hoving, R. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2020)
      Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de constatering dat er in 2018 ongeveer 11.000 personen waren die in Nederland zijn veroordeeld voor een vrijheidsstraf maar bij wie deze straf nog niet (volledig) ten uitvoer is gelegd. Omdat deze personen zich niet zelf hebben gemeld voor tenuitvoerlegging van hun straf en/of omdat de opsporingsinstanties deze personen niet kunnen oppakken, zijn zij aangemerkt als ‘onvindbare veroordeelden’. De Minister voor Rechtsbescherming heeft uitgesproken dat dit een onwenselijke situatie is en dat er maatregelen getroffen dienen te worden om ervoor te zorgen dat de vrijheidsstraffen van deze personen alsnog ten uitvoer worden gelegd. In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: In welke mate hebben andere landen te maken met het probleem van onvindbare veroordeelden? Welke maatregelen nemen zij om onvindbare veroordeelden op te sporen en alsnog de opgelegde vrijheidsstraf ten uitvoer te leggen? Welke mogelijkheden tot internationale samenwerking zijn er inzake de opsporing en aanhouding van onvindbare veroordeelden die zich in een ander land bevinden en inzake de overdracht van deze personen naar Nederland of de overdracht van de straf naar een ander land? Welke knelpunten belemmeren de internationale samenwerking en welke mogelijkheden bestaan er om deze te vergemakkelijken? INHOUD: 1. Inleiding 2. Veroordeling, opsporing en tenuitvoerlegging straffen in Nederland 3. Veroordeling, opsporing en tenuitvoerlegging straffen in het buitenland vergeleken met Nederland 4. Mogelijkheden tot afname van de voorraad
    • Alcohol en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1980)
      Over alcohol en criminaliteit gaat het onderhavige themanummer. Dr. D. W. Steenhuis opent deze aflevering met een inleidend artikel getiteld: Alcohol, criminaliteit en Justitie: een problematische driehoeksverhouding. Na behandeling van de maatschappelijke en justitiele facetten van het alcoholprobleem gaat de auteur in op de relatie alcohol — 'gewone' criminaliteit. Hierbij wordt onder meer uiteengezet op welke (methodologische) problemen men stuit bij het onderzoeken van de relatie alcoholgebruik — crimineel gedrag. Aan het eind van dit inleidende artikel wordt aandacht besteed aan de — volgens de 3 schrijver — te belangrijke plaats die Justitie ten opzichte van de andere departementen inneemt bij het bestrijden van het alcoholprobleem. Genoemd worden o.a.: een te zware belasting van het strafrechtelijk apparaat en ook wordt een vraagteken gezet bij de effectiviteit van straffen. Gepleit wordt ten slotte voor een daadwerkelijk preventie- en ontmoedigingsbeleid, teneinde tot een zinvolle repressieve aanpak van het alcoholprobleem te komen.
    • Arbeidsmarktpositie van ex-gedetineerden in Nederland, andere Europese landen en de Verenigde Staten - Literatuuronderzoek

      Netburg, C.J. van (WODC, 1996)
      In het kader van deze literatuurverkenning is in binnen- en buitenlandse publikaties gezocht naar informatie over de arbeidspositie van ex-gedetineerden. Om een duidelijk beeld te krijgen is ook gekeken naar de achtergronden van deze groep voordat zij in detentie gingen. Naast de situatie in Nederland is gekeken naar de situatie in Duitsland, Frankrijk, Zweden, Griekenland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
    • Bescherming van grondrechten in het digitale tijdperk - Verslag van een internationale discussie over concept-voorstellen van de Commissie Grondrechten in het digitale tijdperk

      Voermans, W.; Koekkoek, A.; Matthijssen, L. (Katholieke Universiteit Brabant - Schoordijk Instituut, 2000)
      In dit eindrapport wordt verslag gedaan van de toetsing door internationale experts van de voorstellen voor grondwetswijzigingen die door de Commissie-Franken zijn gedaan voor de aanpassing van een aantal artikelen in de grondwet. Algemene bevindingen op hoofdlijnen en enkele elementen uit de discussie met experts worden weergegeven. Aan de orde komen onder andere de vrijheid van meningsuiting (artikel 7) en de relatie tussen vrijheid van meningsuiting en recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10).
    • Bescherming van grondrechten in het digitale tijdperk - Een rechtsvergelijkend onderzoek naar informatie- en communicatievrijheid en privacy in Zweden, Duitsland, Frankrijk, België, de Verenigde Staten en Canada; interimrapport

      Koekkoek, A.; Zoontjens, P.; Vlemminx, F.; Leenknegt, G.-J.; Nouwt, S.; Koops, B.-J.; Schooten-van der Meer, H.; Bos, R.; Fens, D. (medew.); Veld, L. in 't (medew.) (Katholieke Universiteit Brabant - Schoordijk Instituut, 1999)
      Dit rapport doet verslag van de rechtsontwikkeling die grondrechten in een aantal landen doormaken bij een toenemende informatisering van de samenleving. Daarbij gaat het vooral om grondrechten betreffende informatie- en communicatievrijheid en privacy. In de Nederlandse Grondwet zijn dat art. 7 (vrijheid van meningsuiting), art. 10 (eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer), art. 12 (huisrecht) en art. 13 (brief-, telegraaf- en telefoongeheim). Als landen waarvan iets te leren is m.b.t. de aanpassing van grondrechten en de formulering van nieuwe grondrechten zijn gekozen Zweden, Duitsland, Frankrijk en België als landen in de traditie van de rechtsstaat -met een sterke rol voor de wetgever - en de Verenigde Staten en Canada, twee landen in de traditie van vooral de 'rule of (common) law', waarin de rechtsvorming door de rechter erg belangrijk is. Op basis van de onderlinge vergelijking van deze landen worden relevante overeenkomsten en verschillen aangegeven die mogelijk inspiratie kunnen opleveren bij de formulering of herformulering van grondrechten in de Nederlandse grondwet.
    • Bestrijding van discriminatie naar ras - enkele ervaringen met de bestrijding van raciale discriminatie in andere landen

      Duijne-Strobosch, A.J. van (WODC, 1983)
      In dit onderzoek wordt de nadruk gelegd op specifiek voor de bestrijding van discriminatie opgerichte organisatie. Daarnaast - en gedeeltelijk in verband daarmee - zullen ook wettelijke maatregelen en belangrijke rechterlijke uitspraken aan de orde komen.
    • Communities and Crime

      Eisner, M.; Wikström, P.-O.H.; Hawkins, J.D.; Torstensson, M.; Peper, B.; Spierings, F.; Crawford, A.; Killias, M.; Sahetapy, J.E.; Neubacher, F.; et al. (WODC, 1999)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Manuel Eisner and Per-Olof H. Wikström - Violent Crime in the Urban Community: A Comparison of Stockholm and Basel 3. J. David Hawkins - Preventing Crime and Violence through Communities That Care 4. Per-Olof H. Wikström and Marie Torstensson - Local Crime Prevention and its National Support: Organisation and Direction 5. Bram Peper and Frans Spierings - Settling Disputes Between Neighbours in the Lifeworld: An Evaluation of Experiments with Community Mediation in the Netherlands 6. Adam Crawford - Questioning Appeals to Community within Crime Prevention and Control 7. Current Issues: Martin Killias and Jacob Elfinus Sahetapy - 'Communities and Crime': the Unexpected Outcomes of an Asian Dinner 8. Frank Neubacher, Michael Walter, Helena Válková and Krzysztof Krajewski - Juvenile delinquency in Central European Cities: a Comparison of Registration and Processing Structures in the 1990s
    • Consistency in Sentencing

      Ashworth, A.; Killias, M.; Kommer, M.; Junger-Tas, J.; Jareborg, N.; Snacken, S.; Beyens, K.; Bunt, H. van de; Heuvel, E. van den; Dashkov, G.; et al. (WODC, 1994)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Towards European sentencing standards - A. Ashworth 3. Recommendation No. R (92) 17 4. Sentencing reform - from rhetorics to reducing sentencing disparity - M. Killias 5. Punitiveness in Europe - a comparison - M. Kommer 6. Alternative sanctions: myth and reality - J. Junger-Tas 7. The Swedish sentencing law - N. Jareborg 8. Sentencing and prison overcrowding - S. Snacken and K. Beyens 9. Varia: H. van de Bunt and E. van den Heuvel on the European Documentation and Research Network; 10. Dashkov on changes in Russia - influences on crime; 11. W. Häseker on foreign relations of the 'Polizei-Führungsakademie'; 12. E. van den Heuvel about a book on police cooperation in Europe
    • Controlling organised crime - Organisational changes in the law enforcement and prosecution services of the EU member states

      Boer, M. den (ed.); Doelle, P. (ed.) (European Institute of Public Administration, 1999)
      In order to ensure optimal comparability between the research findings, a joint standard questionnaire4 was designed. One of the main reference points in the questionnaire was a series of EU legal instruments, which have been adopted in the field of justice and home affairs cooperation (Title VI Treaty on European Union). In particular the recommendations of the 1997 High Level Group Action Plan on Organised Crime — which pertain to the creation of national contact points and national coordination centres — offered both a functional and comparative perspective on the adaptation of national law enforcement structures to the threat of organised crime. The questionnaire covered the following fields:General characteristics of the national criminal justice systems, in particular the organisational structures of the police service and the prosecution service;Reorganisation or structural adaptation flowing from or related to the EU legal instruments (e.g. the 1997 EU Action Plan on Organised Crime, the 1991 EC Money Laundering Directive);Reorganisation relevant to the control of organised crime, but not directly related to European influences (e.g. flowing from national parliamentary inquiries);Main structures for international cooperation, in particular the organisation of international information and intelligence flows;Multidisciplinary cooperation structures with bodies other than police or prosecution (e.g. customs service, intelligence service, special investigation services, financial intelligence units, private investigation departments, and private security companies);Accountability systems and authorisation procedures relating to the investigation of organised crime cases;The rationale, the acceptance and the expected effectiveness of the reorganisation or reforms within the police and/or prosecution service.
    • Crime Trends in Europe

      Killias, M.; Rau, W.; Barclay, G.C.; Jehle, J.-M.; Aebi, M.F.; Kuhn, A.; Hofer, H. von; Tulder, F. van; Vagg, J.; Harris, J. (WODC, 2000)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Martin Killias and Wolfgang Rau - The European Sourcebook of Crime and Criminal Justice Statistics: A New Tool in Assessing Crime and Policy Issues in Comparative and Empirical Perspective 3. Gordon C. Barclay - The comparability of data on convictions and sanctions: are international comparisons possible? 4. Jörg-Martin Jehle - Prosecution in Europe: Varying structures, convergent trends 5. Martin Killias and Marcelo F. Aebi - Crime Trends in Europe from 1990 to 1996: How Europe Illustrates the Limits of the American Experience 6. Marcelo F. Aebi and André Kuhn - Influences on the prisoner rate: Number of entries into prison, length of sentences and crime rate 7. Hanns von Hofer - Crime statistics as constructs: the case of Swedish rape statistics 8. Frank van Tulder - Crimes and the need of sanction capacity in the Netherlands: trends and backgrounds 9. Jon Vagg and Justine Harris Current Issues: False Profits: Why Product Counterfeiting is Increasing.
    • De aparte bejegening van jongvolwassen daders in het (jeugd)strafrecht - Een internationale vergelijking

      Zeijlmans, K.; Sipma, T.; Laan, A.M. van der (WODC, 2019)
      De doelstelling van dit project is inzicht te krijgen in de aparte bejegening van jongvolwassen daders in het (jeugd)strafrecht (inclusief de interventies die deze jongvolwassenen krijgen) in vergelijking tot de Nederlandse situatie, waarbij specifiek wordt gefocust op een aantal voor Nederland relevante Europese landen. De doelstelling van het onderzoek is vertaald in de volgende onderzoeksvragen: In welke Europese landen is er sprake van een aparte bejegening van jongvolwassenen in het strafrecht? Wat houdt deze aparte bejegening van jongvolwassenen in de verschillende fasen in de praktijk van het strafproces (vervolging, berechting en sanctionering) in deze landen in? Onder welke voorwaarden en/of juridische condities is het mogelijk jongvolwassenen volgens het jeugdstrafrecht te sanctioneren in andere landen? Is dit bijvoorbeeld afhankelijk van het type delict, de persoon van de dader of anderszins? Welke overeenkomsten en verschillen zijn er tussen Nederland en andere landen in de aparte bejegening van jongvolwassenen in de verschillende fasen in de praktijk van het strafproces (vervolging, berechting, tenuitvoerlegging)? Wat is bekend over de mate waarin in de andere landen in de sanctionering van jongvolwassenen een aparte bejegening wordt toegepast (bijv. hoe vaak het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen wordt toegepast)?Welke type strafrechtelijke sancties, (maximale) strafmaten en interventies (kunnen of) worden toegepast bij jongvolwassen daders in de (selectie van) Europese landen waar sprake is van een aparte bejegening van jongvolwassen daders? Wat is bekend over de effectiviteit van deze strafrechtelijke sancties en interventies?
    • De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit milieudelicten

      Faure, M. (red.); Roos, Th. de (red.) (METRO - Universiteit Maastricht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 1998)
      In deze bundel wordt onderzocht op welke wijze het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden berekend bij milieudelicten. In de ontnemingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie is weliswaar een berekeningswijze ten aanzien van het wederrechtelijk verkregen voordeel in het algemeen aangegeven, doch op de specifieke problematiek van de milieudelicten wordt niet ingegaan. Dit veroorzaakt in de praktijk vele problemen, onder meer met betrekking tot de vraag of bij de kostenaftrek al dan niet rekening moet worden gehouden met bedrijfseconomische en fiscaalrechtelijke inzichten. De auteurs streven ernaar bloot te leggen welke normatieve keuzen ten grondslag liggen aan de vraag hoe het wederrechtelijk verkregen voordeel bij milieudelicten dient te worden berekend. Aan de hand van die uitkomst is een lijst met vuistregels opgesteld voor de vorderingspraktijk in milieustrafzaken. Bij de totstandkoming van dit boek is gebruik gemaakt van een aantal verschillende onderzoeksmethoden. In de eerste plaats werd een analyse gemaakt van een aantal praktijkgevallen, die door de 'werkvloer' werden aangeleverd. In de tweede plaats werd een analyse van wetgeving en jurisprudentie uitgevoerd. Dit klassiek juridisch onderzoek was bedoeld om de geschetste problematiek te analyseren vanuit de Nederlandse doctrine en de beschikbare jurisprudentie. In de derde plaats werd een omvangrijke rechtsvergelijkende analyse verricht naar het relevante recht (wetgeving, rechtspraak en doctrine) in Duitsland, België, Denemarken en Zweden. Ten slotte is het gestelde probleem benaderd vanuit rechtseconomisch en bedrijfseconomisch/fiscaalrechtelijk perspectief.
    • De bescherming van persoonsgegevens - Acht Europese landen vergeleken

      Custers, B. (eindred.); Dechesne, F.; Georgieva, I.; Hof, S. van der; Sears, A.M.; Tani, T. (Universiteit Leiden - Elaw, Center for Law and Digital Technologies, 2017)
      De verschillen in de mate van bescherming van persoonsgegevens roept de vraag op in welk land persoonsgegevens (en daarmee een belangrijk deel van iemands privacy) het beste zijn beschermd en hoe goed de bescherming van persoonsgegevens in Nederland is geregeld in vergelijking met andere landen. Is Nederland een achterhoedespeler, een middenmoter of een koploper op het vlak van privacybescherming? Dit leidt tot de centrale vraagstelling van dit onderzoek: Wat is de positie van Nederland met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens van de burgers in vergelijking met enkele andere landen binnen de Europese Unie? Om te komen tot een antwoord op deze vraag zijn zes deelvragen geformuleerd: Wat is de algemene situatie rondom de bescherming van persoonsgegevens? Welk beleid wordt er vanuit de nationale overheid gevoerd om persoonsgegevens te beschermen? Welke wet- en regelgeving is van toepassing op de bescherming van persoonsgegevens? Op welke wijze zijn wetgeving en beleid op het terrein van bescherming van persoonsgegevens in de praktijk vormgegeven? Hoe zijn toezicht en handhaving bij bescherming van persoonsgegevens georganiseerd? Wanneer de acht onderzochte landen met elkaar worden vergeleken op bovengenoemde aspecten, wat is dan de positie van Nederland? INHOUD: 1. Inleiding 2. Nederland 3. Duitsland 4. Zweden 5. Verenigd Koninkrijk 6. Ierland 7. Frankrijk 8. Roemenië 9. Italië 10. Conclusie
    • De valbijl in het wetgevingsproces - Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van het discontinuïteitsprincipe in de landen van de Europese Unie

      Schagen, J.A. van; Besselink, L.F.M.; Kummeling, H.R.B.M. (Rijksuniversiteit Utrecht - Instituut voor Staats- en Bestuursrecht, 1996)
      Vooral sinds de jaren tachtig is er veel belangstelling voor problemen van wetgeving. De aandacht is daarbij zowel gericht op de kwaliteit van wetgeving als op mogelijke feilen in het wetgevingsproces. In verband met dit laatste gaf het kabinet in 1993 in zijn nota 'Voortvarend wetgeven' aan, de lange duur van de wetsprocedure als een probleem te zien. Als een van de mogelijke oplossingen werd gewezen op het introduceren van de 'valbijlprocedure', een procedure waarbij niet afgehandelde wetgeving na afloop van een bepaalde parlementaire periode komt te vervallen. De volgende probleemstelling werd bij het onderzoek als uitgangspunt genomen: Welke ervaringen zijn in de landen van de Europese Unie opgedaan met (varianten van) een valbijlprocedure, met name in landen waarin de onderlinge verhouding tussen regering en parlement vergelijkbaar is met Nederland?
    • Digitale ontsluiting van historische archieven en verweesde werken - Een inventarisatie

      Elferink, M.H.; Ringnalda, A. (WODC, 2008)
      Dit onderzoek betreft een inventarisatie van bestaande of voorgestelde (wettelijke) oplossingen voor het probleem van 'verweesde werken' in Canada, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Zweden en de Verenigde Staten. Verweesde werken zijn auteursrechtelijk beschermde werken waarvan de makers c.q. rechthebbenden niet geïdentificeerd kunnen worden en/of niet getraceerd kunnen worden. Het onderzoek is verricht op basis van literatuur-, wetgevings- en jurisprudentieonderzoek en op basis daarvan zijn vragenlijsten ontwikkeld die zijn voorgelegd aan experts op het gebied van auteursrecht uit de genoemde landen.
    • Diversity in European Drug Policy

      Reuband, K.-H.; Korf, D.J.; Bless, R.; Nottelman, N.; Ødegard, E.; Dijk, J.J.M. van; Tham, H.; Simmat-Durand, L.; Killias, M.; Aebi. M.; et al. (WODC, 1998)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Karl-Heinz Reuband - Drug Policies and Drug Prevalence: The Role of Demand and Supply 3. Dirk J. Korf, Ruud Bless and Nienke Nottelman - Urban Drug Problems, Policymakers and the General Public 4. Einar Ødegard - Comparative Research in the Drug Field 5. Jan J.M. van Dijk - The Narrow Margins of the Dutch Drugs Policy: A Cost-Benefit Analysis 6. Henrik Tham - Swedish Drug Policy: A Successful Model? 7. Laurence Simmat-Durand - Latest Trends in French Policy on Drugs 8. Martin Killias, Marcelo Aebi and Denis Ribeaud - Effects of Heroin Prescription on Police Contacts among Drug-Addicts 9. Current Issues: No More Excuses: A New Approach to Tackling Youth Crime in England and Wales; Commentaries by: Frieder Dünkel, Henri Giller, Esther Gimenez-Salinas Colomer, Josine Junger-Tas 10. Crime Institute Profile: The European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA)
    • Drugs en strafrecht

      Unknown author (WODC, 1987)
      Het Nederlandse drugsbeleid wordt in de ons omringende landen vaak met argusogen bekeken. De relatief tolerante houding ten opzichte van het gebruik van soft drugs (een restrictief gedoogbeleid) en de humane houding ten opzichte van de gebruiker van hard-drugs (de prioriteit ligt bij de bestrijding van de handel) worden de Nederlandse overheid niet altijd in dank afgenomen. Ook in eigen land is echter het laatste woord over het drugsbeleid nog niet gezegd. De onmiskenbare criminele overlast veroorzaakt door drugsgebruikers, de grote druk op het strafrechtelijk apparaat en het drugstoerisme met name vanuit Duitsland vormen even zovele aanleidingen voor binnenlandse bezorgdheid. Het is echter nog maar de vraag of de resultaten van het als pragmatisch te kenschetsen Nederlandse beleid zo ongunstig afsteken bij die in het buitenland, zoals wel wordt verondersteld. In dit themanummer van Justitiele Verkenningen wordt uitgebreid stilgestaan bij diverse aspecten van het Nederlandse drugsbeleid.
    • Drugsgerelateerde criminaliteit in Nederland in vergelijking met enkele West-Europese landen en de VS

      Ester, T.J.; Driessen, F.M.H.M. (2009)
      Dit onderzoek is verricht ten behoeve van de evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid. Het bevat een overzicht van de belangrijkste trends in andere landen en legt informatie uit Nederland en die uit andere landen naast elkaar, zodat hiermee de situatie in Nederland in internationaal perspectief kan worden geplaatst en nagegaan kan worden of in Nederland afwijkende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden.
    • Elektronisch toezicht in een aantal landen

      Baas, N.J. (WODC, 1995)
      In deze literatuurverkenning naar de ervaringen met elektronisch toezicht wordt vooral aandacht besteed aan de meest recente ontwikkelingen op dit terrein. Het experiment met elektronisch toezicht dat medio 1995 in Nederland van start zal gaan, vormt de directe aanleiding tot de literatuurverkenning. Na een algemene inleiding volgt een beschrijving van de ervaringen die men met elektronisch toezicht heeft opgedaan en van komende projecten op dit terrein in een aantal landen. Daarbij wordt aandacht besteed aan de organisatie, de procedures en de doelgroep en, voor zover bekend, aan de resultaten van het gebruik van elektronisch toezicht. De experimenten in Engeland en Wales, Israël en Zweden waarbij men, zoals men nu ook in Nederland van plan is, voor het eerst gebruik ging maken van elektronisch toezicht, zijn vrij uitvoerig beschreven. Ten slotte worden nog enkele algemene bevindingen onder de aandacht gebracht en van commentaar voorzien. Landen waar men (enige) ervaring heeft opgedaan zijn de VS, Australië, Canada, Engeland en Wales, Israël, Zweden en Singapore. In Nieuw Zeeland gaat, vrijwel gelijktijdig met hier in Nederland, een eerste experiment met elektronisch toezicht van start.