• Algemeen bestuursrecht 2001 - Beleidsregels

      Valenteijn, J.E.; Bröring, H.E.; Montfort, A.J.G.M. van; Damen, L.J.A. (Rijksuniversiteit Groningen - Vakgroep bestuursrecht en bestuurskunde, 2001)
      Centraal in dit onderzoek in het kader van de tweede evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht staat de vraag hoe bestuursorganen - ministers, zelfstandige bestuursorganen en gemeentelijke bestuursorganen - omgaan met de figuur beleidsregel onder de vigeur van de op 1 januari 1998 in werking getreden derde tranche van de Awb. In verband met de invoering van een regeling van beleidsregels verwachtte de wetgever dat bestuursorganen vergeleken met de periode voor 1998 een beter gebruik van de figuur beleidsregel zouden maken. Hoofdconclusie is dat deze verwachting vooralsnog maar in beperkte mate is bewaarheid. Veel beleid is niet in beleidsregels vastgelegd, en voorzover dat wel het geval is, worden de Awb-eisen onvolledig in acht genomen. Onder meer schort het aan de herkenbaarheid, motivering en bekendmaking van beleidsregels. Dit ligt niet aan de Awb-bepalingen, maar aan de bestuurlijke toepassing ervan. Verder is opmerkelijk hoe verschillend de onderscheiden soorten bestuursorganen met de figuur beleidsregel omgaan.
    • Evaluatie College gerechtelijk deskundigen

      Nauta, O.; Abraham, M.; Piepers, N. (DSP-groep, 2020)
      De kerntaken van het College gerechtelijk deskundigen zijn het (her)normeren van forensische deskundigheidsgebieden en het toetsen van individuele forensische deskundigen aan deze normen. Dit ter beoordeling van de vraag of een deskundige kan worden ingeschreven in het register gerechtelijk deskundigen. In 2014 heeft een eerste evaluatie van het Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD) plaatsgevonden, met als doel te beschrijven op welke wijze het NRGD bij kan dragen aan de beoogde doelstellingen van de Wet deskundigen in strafzaken en het opsporen van mogelijke knelpunten die zich in de praktijk voordoen (zie link hiernaast). De kernvragen van deze evaluatie zijn hoe doelmatig en doeltreffend het College deze taken uitvoert. Heeft het College tussen 2014 en 2018 zijn doelen bereikt wat betreft (her)normering van deskundigheidsgebieden en toetsen van deskundigen aan deze normen? En hoe is het College met de aandachtspunten omgegaan die in de evaluatie uit 2014 naar voren kwamen? Het betreft de registratie, normering en hernormering en kwaliteit van geleverde diensten in strafzaken. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodische verantwoording 3. Formeel kader NRGD-stelsel 4. Normering en hernormering 5. (Her)inschrijving, afwijzing en doorhaling 6. Kwaliteit NRGD 7. Doelrealisatie 8. Aandachtspunten 9. Conclusies
    • Evaluatie Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen - Voor de publieke waarde van informatie

      Struiksma, N.; Cazemier, J.; Diekema, M.; Floor, T.; Ridder, J. de (Pro Facto, 2022-04-26)
      Sinds 1 april 2000 heeft Nederland als eerste EU-lidstaat een Nationaal Irapporteur op het gebied van mensenhandel. Op grond van art. 9 van de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen (wet van 15 november 2013) en daaraan voorafgaande regelingen dient het instituut elke vier jaar geëvalueerd te worden. Dit evaluatieonderzoek heeft vier hoofdvragen: 1. Hoe heeft de Nationaal rapporteur in de periode 2017-2020 zijn taken uitgevoerd? 2. Welke financiële middelen had de Nationaal rapporteur in de periode 2017-2020 beschikbaar en hoe zijn die besteed? Hoe verhoudt zich dat tot de middelen en besteding daarvan door de nationaal rapporteurs in drie andere EU-lidstaten? 3. Wat was de externe waardering voor de taakuitvoering van de Nationaal rapporteur in de periode 2017-2020? 4. In hoeverre is – de antwoorden op de eerste drie hoofdvragen en de deelvragen overziend – een wijziging van de taken, werkwijze en/of bevoegdheden van de Nationaal rapporteur gewenst en hoe kijkt de Nationaal rapporteur aan tegen deze eventuele wijzigingen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. De taak van de Nationaal rapporteur 4. Bestuurlijke inbedding 5. Organisatie en financiën 6. Taakopvatting Nationaal rapporteur 7. Activiteiten 2017-2020 8. Externe waardering 9. Landenvergelijking 10. Integrale analyse
    • In zelfstandigheid geregeld - Een onderzoek naar de omvang van de regelgevende bevoegdheden van zelfstandige bestuursorganen en de kwaliteit van de regelgeving van zelfstandige bestuursorganen

      Kloosterman, D.R.; Winter, H.B.; Noordam, F.M.; Ridder, J. de (Rijksuniversiteit Groningen - Vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, 2002)
      Burgers, bedrijven en andere organisaties komen in Nederland op allerlei manieren in aanraking met de overheid. Veelal krijgen ze te maken met individuele besluiten, zoals vergunningen of subsidietoekenningen. De bevoegdheid deze besluiten te nemen en andere bevoegdheden van de de overheid moeten, in beginsel, een grondslag hebben in een algemene regeling. Naast de 'klassieke' regelgevers (Haagse, provinciale en gemeentelijke regelgevers) kunnen ook zelfstandige bestuursorganen algemeen verbindende voorschriften opstellen. Zelfstandige bestuursorganen (zbo's) zijn bestuursorganen die op het niveau van de centrale overheid zijn ingesteld, maar die niet hiërarchisch ondergeschikt zijn aan een politiek verantwoordelijke minister. De kwantiteit en kwaliteit van algemene regelgeving staan al langer in de belangstelling van de rijksoverheid. Met name sinds de jaren tachtig zijn totstandkoming en functioneren van regelgeving op de politieke agenda gekomen, waarbij door de jaren heen bepaalde accenten zijn gelegd. Aanvankelijk lag de nadruk op het streven naar harmonisatie van regelgeving. Later werd vooral deregulering beoogd. De afgelopen jaren is steeds sterker gelet op formele en inhoudelijke kwaliteitseisen. Op de hoeveelheid door zbo's vastgestelde regels en de kwaliteit van die regels bestond onvoldoende zicht. Dat is voor het minsterie van Justitie reden geweest onderzoek te laten doen. In dit onderzoeksrapport is een per september 2001 geactualiseerd zbo-overzicht opgenomen en is de kwantitatieve omvang van regelgevende bevoegdheid van zbo's weergegeven. De kwaliteit van zbo-regelgeving is onderzocht op basis van een nadere beschouwing van 15 zbo-regelingen. Het onderzoeksrapport bevat tevens aanbevelingen gericht tot de nationale wetgever en tot zelfstandige bestuursorganen.