• De Letselschade Raad, een studie over subsidiëring en zelfregulering

      Ridder, J. de; Bloemhoff, C.; Schudde, L.T.; Struiksma, N.; Zee, T. van der (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2012)
      Aan De Letselschaderaad (DLR) is vijf jaar (2007-2011) lang een tijdelijke subsidie toegekend. Deze subsidie had tot doel de naleving van de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) te bevorderen en actueel te houden en daarmee in te bedden in de maatschappij. Uitgangspunt van deze subsidietoekenning was dat deze inbedding na vijf jaar behaald zou zijn, zodanig dat er geen specifieke aandacht vanuit één organisatie meer voor nodig zou zijn. Inzet van DLR en de reden voor het ministerie om subsidie toe te kennen is de bevordering van buitengerechtelijke geschiloplossing door middel van het breed hanteren van de gedragscode. In dit evaluatieonderzoek naar de effectiviteit van de subsidie komt de volgende probleemstelling aan de orde: In hoeverre is het aannemelijk dat de aan DLR verstrekte subsidie ten behoeve van de GBL doeltreffend is geweest, in die zin dat de naleving door de tijd heen is verbeterd? In hoeverre kan gezegd worden dat de gedragscode nu is 'ingebed in de maatschappij'? Is de subsidie besteed voor het doel waarvoor zij is uitgekeerd? INHOUD: 1. Inleiding 2. De letselschadewereld 3. Beleid, doelen en verantwoording 4. Besteding van middelen 5. De effecten van subsidie 6. Het middelingsloket 7. Conclusies
    • Energie-efficiency, afwikkeling van letselschade, algemene voorwaarden bij taxi en kinderopvang - Vervolgstudie Maatschappelijke Reguleringsinstrumenten

      Boom, W.H. van; Lindenbergh, S.D.; Philipsen, N.J.; Stoter, W.S.R.; Faure, M.G.; Huls, N.J. (Rotterdam Institute of Private Law - Erasmus Universiteit Rotterdam, 2011)
      Dit onderzoek heeft tot doel om (meerdere) alternatieve reguleringsinstrumenten verder in kaart te brengen en op haalbaarheid te beoordelen. Vragen die onderzocht worden betreffen factoren die bijdragen aan doelbereiking met behulp van verschillende alternatieve reguleringsinstrumenten. Daarnaast komt de vergelijkbaarheid met de klassieke wetgeving aan bod, evenals welke mechanismen kans van slagen hebben en welke factoren een goede werking hiervan in de weg staan. Als laatste komt de haalbaarheid van verschillende alternatieve reguleringsinstrumenten in vergelijkende zin aan bod. INHOUD: 1. Inleiding en leeswijzer 2. Wat vooraf ging: het rapport 'Handelspraktijken' 3. Drie nieuwe domeinen onderzocht 4. Toetsing, terugkoppeling, conclusies
    • Evaluatie van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties en geschillenbeslechting

      Cock Buning, M. de; Bijl, P. de; Voorn, R.-J.; Sluijs, J.; Hommema, I. (Universiteit Utrecht - Faculteit Recht, Economie Bestuur en Organisatie (REBO), 2016)
      Op 1 juli 2013 is de Wet tot verbreding en versterking van het toezicht op collectieve beheersorganisaties (CBO’s) in werking getreden (Wet Toezicht 2013). Evenals in de voorgaande wet is het College van Toezicht Auteursrechten (CvTA) aangewezen als toezichthouder op de collectieve inning, het zorgvuldig beheer en de tijdige en juiste verdeling van gelden door collectieve beheersorganisaties (CBO’s). Deze organisaties innen gelden bij gebruikers en/of verdelen gelden aan auteurs- en nabuurrechthebbenden voor hun beschermde prestaties. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is afgesproken om deze wet na drie jaar te evalueren. De probleemstelling luidt als volgt: Heeft het CvTA zijn wettelijke taken doelmatig en doeltreffend vervuld en zijn bevoegdheden op een doelmatige en doeltreffende wijze uitgeoefend? Anders gesteld, heeft de aanscherping van het toezicht haar doel bereikt, namelijk om voldoende waarborgen te kunnen bieden voor transparant en effectief functioneren van CBO's ten gunste van betalingsplichtigen en rechthebbenden? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Praktijkwerking 4. Onderzoeksbevindingen 5. Financiering van CvTA 6. Conclusies
    • Horen, zien en verkrijgen? - Een onderzoek naar het functioneren van Kijkwijzer en PEGI (Pan European Game Information) ter bescherming van jongeren tegen schadelijke mediabeelden

      Gosselt, J.F.; Hoof, J.J. van; Jong, M.D.T. de; Dorbeck-Jung, B.; Steehouder, M.F. (WODC, 2008)
      Ter bescherming van jongeren bestaan er in Nederland twee classificatiesystemen voor audiovisuele producties: 'Kijkwijzer' (voor films, dvd's en televisieprogramma's) en 'PEGI' (voor computergames). Beide systemen zijn vormen van regulering door de audiovisuele branche. In dit rapport staan de effectiviteit en het functioneren van beide systemen van co- en zelfregulering centraal, met een focus op de mate van naleving van de leeftijdsclassificaties van Kijkwijzer en PEGI binnen de verschillende sectoren van de branche. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksontwerp 3. Voorwaarden voor effectieve zelfregulering 4. Kijkwijzer en PEGI 5. Naleving van de leeftijdsgrenzen door de detailhandel 6. Naleving van de leeftijdsgrenzen televisie 7. Adviesfunctie verkopers 8. Kennis van en draagvlak voor de systemen en redenen voor (niet-)naleving 9. Ongewenste neveneffecten van de pictogrammen 10. Conclusies
    • Milieurecht en zelfregulering

      Unknown author (WODC, 1994)
      De omvang en ernst van de milieucriminaliteit lijken almaar toe te nemen. Recente rapporten hebben een zorgelijke en soms alarmerende toon. Het rapport Politic en milieu constateert dat van een daadwerkelijke handhaving van milieuwetten nog niet veel terecht is gekomen. De conclusies van het rapport Zuiver handelen in een vuile context zijn nog radicaler. Het stelt dat de overheid medeplichtig is aan milieumisdrijven doordat zij wegens economische belangen, dubbele petten en naIviteit te veel door de vingers ziet. Volgens de onderzoekers worden vergunningen en certificaten lichtvaardig verleend. Door onvoldoende controle of nalatigheid van ambtenaren krijgen louche handelaars de kans afval op illegale wijze te dumpen. De milieu-mafia zou hierdoor greep krijgen op een sector waarin miljarden guldens omgaan. De procureurs-generaal van het O.M. zijn eveneens ontevreden. Ten slotte hoort men ook in de milieubeweging sombere tonen. De mazen in de wet, de gebrekkige controles en de belangenverstrengeling tussen overheid en branche-organisaties, het zijn allemaal bewijzen dat het economisch belang over het milieubelang zegeviert. Maar vormen meer controle en meer centrale regelgeving een oplossing? Is niet juist de veelvoud van formele regelgeving de oorzaak van de impasse waarin het milieubeleid zich bevindt? Wie deze vraag bevestigend beantwoordt, zal de oplossing willen zoeken in vrijwillige overeenkomsten tussen branche-organisaties en de overheid. Velen wijzen op kinderziekten en stellen vertrouwen in de uiteindelijk gunstige resultaten die convenanten en andere vormen van publiekprivate samenwerking zullen bieden.
    • Pilotstudy Maatschappelijke Reguleringsinstrumenten - Handelspraktijken, reclame en zelfregulering

      Boom, W.H. van; Faure, M.G.; Huls, N.J.; Philipsen, N.J. (WODC, 2009)
      Deze studie heeft als doel om nader inzicht te verschaffen in de manier waarop niet-wettelijke reguleringsinstrumenten feitelijk werken. De pilotstudy beperkt zich tot één specifieke vorm van maatschappelijke reguleringsinstrumenten, namelijk zelfregulering door middel van gedragscodes in het veld van ‘reclame en handelspraktijken’. Het doel is vooral de verkenning van een probleemgebied van de regulering van reclame, marketing en de handelspraktijken rondom te afzet van goederen en diensten. Het gaat om drie concrete gebieden: gedragscodes op het gebied van alcohol, telemarketing en consumentenkrediet. De aanleiding voor deze studie werd gevonden in de algemene vraag: “Hoe werken maatschappelijke reguleringsinstrumenten en onder welke voorwaarden is sprake van een adequaat alternatief voor regelgeving vanwege de overheid?” Vooropgesteld werd daarbij dat de volgende vier ijkpunten relevant zijn: Mate van bereiking van het beleidsdoelLegitimiteit, representativiteit en ‘accountability’Binding aan het resultaatToezicht op naleving
    • Risico’s, voordelen en regulering van games

      Tuijnman, A.; Andree, R.; Rooij, A.J. van (Trimbos-instituut, 2021-12-13)
      Dit onderzoek bracht in kaart welke games op dit moment populair zijn en welke kenmerken deze games hebben. Er werd onderzocht wat er bekend is over de risico’s en voordelen van gamen en in hoeverre deze risico’s en voordelen verbonden zijn aan de meest populaire games. Ook werd onderzocht welke vormen van beleidsmaatregelen, regulering en zelfregulering aanwezig zijn in Nederland en wat hun werkzaamheid is. In welke mate worden risico’s afgedekt en voordelen benut? Welke behoeften aan regulering zijn er, volgens experts? Tot slot werd internationaal gekeken hoe andere landen omgaan met de regulering van games en welke aangrijpingspunten dat oplevert voor de bescherming van gamers in Nederland. INHOUD: 1. Meest gespeelde games en hun eigenschappen, 2. Risico's en voordelen van gamen, 3. De huidige (zelf)regulering van de gamesector, 4. Internationaal perspectief op regulering van games.