• Bedreigen en intimideren van OM- en politiemedewerkers - Een onderzoek naar frequentie, aard, gevolgen en aanpak

      Torre, E.J. van der; Gieling, M.; Bruinsma, M.Y.; Jans, M. (medew.); Linden, M. van der (medew.) (Politieacademie, 2013)
      Dit onderzoek gaat over (de omgang met) situaties waarbij burgers, politie- of OM-medewerkers bedreigen of intimideren. De hoofdvraag luidt: Wat zijn de aard, frequentie en gevolgen van bedreiging of intimidatie van medewerkers van de politie en het Openbaar Ministerie en wat is het gewenste, ondervonden en bewezen effectieve beleid om bedreigingen en intimidatie te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken? INHOUD: 1. Inleiding 2. Over de frequentie, aard en gevolgen 3. Over de aanpak en effectiviteit 4. Bedreigingen en intimidatie: frequentie en aard 5. Bedreigingen en intimidatie: de gevolgen 6. Bedreigingen en intimidatie: de reactie 7. Het OM: casus 8. Het OM: reflectie op de casus 9. De politie: casus 10. De politie: reflectie op de casus 11. Onderzoeksvragen: de antwoorden
    • Contactmomenten tussen de overheid en prostituees

      Verhoeven, M.; Straalen, E. van (WODC, 2015)
      Sinds 2000 kunnen gemeenten zelf hun prostitutiebeleid inrichten. Een aantal grote gemeenten met een aanzienlijke prostitutiebranche heeft de afgelopen jaren op lokaal niveau een contactmoment voor prostituees ingevoerd. Personen die in deze gemeenten in de prostitutie willen werken, dienen met de gemeente, de politie, of de exploitant in contact te treden alvorens ze aan het werk mogen. Op deze manier zouden misstanden in de prostitutiebranche kunnen worden gesignaleerd en voorkomen. Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van manieren waarop contactmomenten met prostituees in Utrecht, Den Haag en Amsterdam zijn ingericht, het in beeld brengen van de praktijkervaringen van betrokkenen met deze contactmomenten en het verschaffen van inzicht in manieren waarop contactmomenten kunnen bijdragen aan het voorkomen van misstanden in de prostitutiesector. INHOUD: 1. Inleiding 2. Contactmomenten met prostituees: invoering en werkwijze 3. Intakegesprekken in de praktijk - ervaringen van uitvoerders en betrokkenen 4. Ervaringen van exploitanten en beheerders 5. Ervaringen van prostituees 6. Gevolgen van de invoering van contactmomenten 7. Conclusies
    • De 'zelfmetende' justitiabele - Een verkennend onderzoek naar technologische zelfmeetmethoden binnen justitiële context

      Cornet, L.J.M.; Mandersloot, M.N.A.; Pool, R.L.D.; Kogel, C.H. de (WODC, 2017)
      Quantified Self (QS) is de trend waarbij de mens in toenemende mate technologie integreert in zijn leven, met als doel informatie te verzamelen over zichzelf en hiervan te leren en/of zichzelf bij te sturen. In de Verenigde Staten is er al veel activiteit op dit gebied: de overheid aldaar heeft bijvoorbeeld onlangs financiële middelen beschikbaar gesteld om QS-data te proberen te linken aan ‘officiële’ data (in dit geval op het terrein van gezondheid). In Nederland wordt momenteel een beperkt aantal kleine pilotprojecten uitgevoerd, zoals in de Oostvaarderkliniek met de behandeling van tbs-patiënten en bij de jeugdreclassering door middel van e-begeleiding. Dit onderzoek betreft een verkenning van toepassingsmogelijkheden van QS voor de justitiële context. QS kan mogelijk bijdragen aan onder andere het vergroten van het probleeminzicht van justitiabelen, het voorspellen van (negatief) gedrag, het verbeteren van behandeling en bejegening en het ontwikkelen van alternatieve behandelingen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Zelfmeting in de gezondheidszorg 4. De 'zelfmetende' justitiabele 5. Aandachtspunten 6. Slothoofdstuk. Zie ook link naar: YouTube-Filmpje 'Zelfmetende justitiabele'.
    • De inzet van apps bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden - Een systematische literatuur review

      Steur, J.; Velde, R. te; Zebel, S.; Boer, P.J. de (Dialogic Innovatie en Interactie, 2019)
      Deze literatuurstudie heeft als doel om op basis van (wetenschappelijke) literatuur te onderbouwen of de inzet van een app ondersteunend kan werken bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden. De vraagstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat is bekend over het gebruik van applicaties ter bevordering van de re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend (in binnen- en buitenland) over het gebruik van applicaties ter bevordering van re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend over het gebruik van apps ter bevordering van gewenst gedrag in vergelijkbare contexten zoals de verslavingsproblematiek? Welke inzichten kunnen we halen uit de praktijk? Welke conclusies kunnen op basis van de resultaten in het kader van vraag 2 (theoretisch) getrokken worden voor de justitiële context? INHOUD: 1. Inleiding 2. Apps voor re-integratie van populaties die vergelijkbaar zijn met (ex-)gedetineerden 3. Apps voor re-integratie van gedetineerden 4. Inzichten uit de praktijk 5. Conclusie en discussie
    • Ervaren hulpverleners (politie, brandweer, ambulance) belemmeringen bij het inzetten van burgers in noodsituaties?

      Velden, P. van der (Instituut voor Psychotrauma (IVP), 2012)
      Dit onderzoek valt onder het kabinetsbeleid “Strategie Nationale Veiligheid”: versterken van zelfredzaamheid van burgers en bedrijven om de impact van rampen en crises te verminderen. Het ministerie van VenJ probeert de (zelf)redzaamheid van burgers en bedrijven te vergroten. In dit rapport worden de volgende vragen beantwoord: Ervaren hulpverleners (brandweer, politie, ambulance) zelf belemmeringen om burgers in te schakelen in noodsituaties? Spelen formele en/of informele, handelingsregels of protocollen een rol bij het niet inzetten van burgers in noodsituaties (cq. motief om burgers niet in te zetten)? Hangen karakteristieken van de noodsituaties (gepercipieerde gevaar, aantal aanwezige burgers, type incident, (reeds) aanwezige hulpverleners, etc.) samen met ervaren belemmeringen om burgers niet in te zetten in noodsituaties?
    • Evaluatie pilots zelfredzaamheid gedetineerden

      Jong, B.J. de; Willems, P.J.H.; Burik, A.E. van (VanMontfoort, 2015)
      De probleemstelling van het onderzoek luidt: ‘Waar zit ruimte om gedetineerden en personeel (zelfredzame teams) meer eigen verantwoordelijkheden te geven bij het dagelijks leven en werken in een penitentiaire inrichting (PI) en in hoeverre leiden de genomen maatregelen in de pilots tot kostenbesparing?’ Dit alles bij gelijkblijvende kwaliteit en veiligheid. Op basis van deze probleemstelling is een tweeledige doelstelling geformuleerd: (1) onderzoeken in hoeverre in de pilots gedetineerden en personeel zelfredzaam/zelfsturend kunnen zijn en waar deze zelfredzaamheid wordt begrensd door kaders die worden gesteld vanuit veiligheid, de wet- en regelgeving, kosten, mogelijkheden van (zwakke) gedetineerden en detentiekwaliteit en (2) onderzoeken of de maatregelen die op dit gebied zijn genomen in de pilots tot een kostenbesparing leiden. INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Onderzoeksverantwoording 3. Context pilots en beschrijving pilots en projecten 4. Zelfredzaamheid gedetineerden 5. Zelfsturing 6. Veranderingsproces 7. Veiligheid 8. Financiën 9. Vooruitblik naar de toekomst 10. Conclusies
    • Hopeloze gevallen?

      Tonkens, E.; Duyvendak, J.W.; Wolf, J.; Bransen, E.; Nicholas, S.; Brussel, G. van; Paal, J.H.C. van de; Vliet, J.A. van; Don, H.-M.; Nelissen, P.Ph.; et al. (WODC, 2001)
      ARTIKELEN: 1. E. Tonkens en J.W. Duyvendak - Paternalisme tussen verguizing en omarming; bemoeizorg en bemoeizucht van sociale professies na 1950 2. J. Wolf, E. Bransen en S. Nicholas - Mensen in de marge; kenmerken van sociaal kwetsbaren 3. G. van Brussel - 'Onbemiddelbaren' in Amsterdam; naar een integrale zorg 4. J.H.C. van de Paal, J.A. van Vliet en H-M. Don - Sociaal uitgeslotenen; de aanpak van het Leger des Heils 5. P.Ph. Nelissen - Kansarme en kansrijke gedetineerden; selectiviteit en tweedeling in penitentiaire inrichtingen 6. H.J.C. van Marle - Het concept onbehandelbaarheid in de terbeschikkingstelling SAMENVATTING: Het sociale en justitiële beleid staat de laatste jaren sterker in het teken van effectiviteit, 'afrekenen op resultaat' en zelfredzaamheid van cliënten. In positieve zin kan gesteld worden dat een groter beroep kan worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van cliënten. Zij die voldoende capaciteit hebben en gemotiveerd zijn kunnen rekenen op hulp en stimulans; zij vinden een baan, raken niet meer verslaafd of komen niet meer met justitie in aanraking. kenmerken; problemen en achterstanden). Verder wordt ingegaan op de mechanismen die achter selectieve aandacht en hulp schuil gaan. In hoeverre is er sprake van eersterangs en tweederangs cliënten? Is de situatie van multiprobleemgevallen uitzichtsloos of hopeloos? Hoe kan de hulpverlening aan die groep worden verbeterd?
    • Kies voor verandering - Evaluatie van de theoretische onderbouwing, de uitvoering en uitkomsten van de training voor volwassen gedetineerden

      Plaisier, J.; Bouma, D.; Feddes, A.; Hoetjes, V.; Pollaert, H.; Straaten, I. van (Impact R&D, 2016)
      Kies voor Verandering is een training voor volwassen gedetineerden. Het doel van de training is de deelnemers te laten nadenken over hun leven, over de vraag of zij na hun detentieperiode een andere weg willen inslaan en of zij willen stoppen met het plegen van delicten. De training wordt landelijk uitgevoerd in Huizen van Bewaring en Gevangenissen. De doelgroep betreft alle gedetineerden met een strafrestant van minimaal drie weken vanaf de start van de training (behalve gedetineerden met ernstige verslavings- of psychische problematiek en degenen met een onrechtmatige verblijfsstatus). De training is niet bedoeld voor degenen bij wie geen enkele motivatie voor deelname bestaat. De training bevat zes bijeenkomsten. De training kan individueel worden gegeven maar wordt bij voorkeur in een groep, met maximaal twaalf deelnemers, gegeven door één of twee trainers. Het onderzoek dient inzicht te geven in de werkzame mechanismen van de training. Het is een vervolg op een klein vooronderzoek (deelname op vrijwillige basis) waaruit naar voren kwam dat gedetineerden en personeel enthousiast waren over de training (M. Mol, V. Hoetjes en J. Plaisier, De training Kies voor Verandering; eerste indrukken van de ervaringen van gedetineerden en personeel in zes gevangenissen, Impact R&D, 2013). INHOUD: 1. Evaluatie van de theoretische onderbouwing van 'Kies voor verandering' 2. Evaluatie van de uitvoering van van 'Kies voor verandering' 3. Evaluatie van de uitkomsten van van 'Kies voor verandering' 4. Discussie
    • Kwantificering van de effectiviteit van zelfredzaamheidsbevorderende maatregelen voor ongevallen met gevaarlijke stoffen, Fase 2

      Trijssenaar, I.; Thijssen, C.; Sterkenburg, R.; Raben, I.; Kobes, M. (TNO - Earth, Environmental and Life Sciences, 2013)
      Dit onderzoek bouwt voort op de bevindingen van fase 1 en geeft antwoordt op de volgende vragen: Voor welke maatregelen om de zelfredzaamheid van burgers te verbeteren is behoefte aan kwantificering bij gebruikers (gemeenten, provincies, veiligheidsregio's) het grootst? Wat is de veiligheidswinst (in termen van reductie van het aantal doden en gewonden) van maatregelen gericht op het vergroten of benutten van zelfredzaamheid? INHOUD: 1. Inleiding 2. Maatregelmodellering: concept en begrippenkader 3. Letselmodellering per EV-scenario 4. Kwantificeren van maatregelen ter verkorting van de voorbereidingsfase 5. Kwantificeren van maatregelen ter bevordering van de handelingsstrategie 'ontruimen' 6. Kwantificeren van beschermingsmaatregelen 7. Conclusies en aanbevelingen 8. Referenties 9. Definities 10. Ondertekening
    • LVB in de strafrechtketen - Procesevaluatie

      Drost, V.; Kluft, S.; Klein Hofmeijer, E.; Reiff, E.; Kaal, H. (Significant APE, 2021-06-22)
      Begin 2020 heeft de landelijke werkgroep voor lvb binnen de strafrechtketen, waaraan de verschillende ketenpartners deelnemen, een werkagenda voor de periode 2020-2021 vastgesteld. De bestuurders van de betrokken organisaties in de strafrechtketen (Bestuurlijk Ketenberaad) hebben deze werkagenda in mei 2020 bekrachtigd. Hierin wordt beschreven dat extra inspanning nodig is om ervoor te zorgen dat professionals in de strafrechtketen structureel meer aandacht hebben voor lvb-problematiek en dat zij vaardiger worden om mensen met een lvb op een effectieve manier te bejegenen en te begeleiden. In de komende jaren wordt ingezet op verduurzaming en implementatie. Daarvoor heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) behoefte aan een procesevaluatie van de inzet op het thema van lvb tot nu toe. Het doel van het onderhavige onderzoek is dan ook het verkrijgen van inzicht in de mate waarin de verschillende partners uit de strafrechtketen de activiteiten zoals afgesproken in de werkagenda (en de voorloper daarvan, het verbeterplan) tot op heden hebben geïmplementeerd. De hoofdvraag luidt als volgt: In welke mate en op welke manier is er bij de verschillende ketenpartners aandacht voor en worden er initiatieven geïntroduceerd gericht op mensen met een lvb, op de thema’s bewustwording, signaleren, communiceren en interveniëren? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Onderzoeksaanpak, 3. Bewustwording, 4. Signaleren, 5. Communicatie, 6. Interveniëren, 7. Ervaringen van mensen met een lvb in de strafrechtketen, 8. Conclusies.
    • Neuropsychologie en licht verstandelijke beperking - Een pilotonderzoek bij jongvolwassenen onder reclasseringstoezicht

      Platje, E.; Kooistra, M.; Zaalberg, A.; Kogel, C.H. de (WODC, 2019)
      Jongvolwassenen (in dit onderzoek 18 t/m 23 jaar) zijn het meest vertegenwoordigd onder reclassenten en recidiveren het meest. Dit is echter een groep met zeer diverse achtergronden en problematiek. Een deel heeft bijvoorbeeld te kampen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Het doel van dit pilotonderzoek is om een beschrijving te geven van de neuropsychologische en LVB-kenmerken van jongvolwassen reclassenten. Daarnaast wordt, op basis daarvan, een aanzet geboden tot handvatten voor de bejegening en behandeling in de reclasseringspraktijk en voor vervolgonderzoek. Hieruit volgen de onderzoeksvragen: Hoe ziet de groep onder reclasseringstoezicht-gestelde jongvolwassenen er uit betreffende LVB-kenmerken als intellectuele en adaptieve beperkingen? Hoe ziet de groep onder reclasseringstoezicht-gestelde jongvolwassenen er uit betreffende neuropsychologische kenmerken? Welke handvatten voor de praktijk en adviezen voor onderzoek kunnen worden geformuleerd op basis van de bevindingen uit vraag 1 en 2?
    • Randvoorwaarden verticale evacuatie bij overstromingen

      Kolen, B.; Vermeulen, C.J.M.; Terpstra, T.; Kerstholt, J. (HKV Lijn in water, 2015)
      Sinds enige jaren is het besef doorgedrongen dat bij de grootste overstromingsdreigingen evacuatie van het gehele bedreigde gebied onmogelijk is. Te veel mensen zouden in te korte tijd over grote afstand verplaatst moeten worden. Daarom wordt sindsdien, naast deze horizontale evacuatie, gepleit voor zogeheten verticale evacuatie; opvang van mensen in hoger gelegen objecten/locaties binnen het bedreigde gebied zelf. De probleemstelling van dit onderzoek is als volgt gespecificeerd: Onder welke randvoorwaarden kan verticale evacuatie bij overstromingen een effectieve bijdrage leveren aan het in veiligheid brengen van mensen (voorkomen slachtoffers)? Welke maatregelen kunnen (redelijkerwijs) genomen worden door de overheid of door bedrijfsleven (gestimuleerd door de overheid) om de leefbaarheid van degenen die verticaal evacueren te bevorderen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Overstromingen in Nederland 3. Rol van verticaal evacueren bij overstromingen 4. Huidige situatie en mogelijke maatregelen 5. Conclusies en aanbevelingen over randvoorwaarden voor verticaal evacueren 6. Referenties
    • Registratie van LVB-problematiek in het justitiële domein - Onderzoek naar de haalbaarheid van en mogelijkheden voor het schatten van de prevalentie van LVB binnen het justitiële domein op basis van bestaande registraties

      Kaal, H.; Jong, B. de (Hogeschool Leiden, 2017)
      Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zijn vermoedelijk oververtegenwoordigd in het justitiële domein, maar exacte aantallen ontbreken, omdat dit niet systematisch wordt bijgehouden. Er is wel behoefte aan (meer) exacte gegevens hierover. Als de groep LVB’ers werkelijk zo groot is als verondersteld, versterkt dat bijvoorbeeld de urgentie om extra aandacht te besteden aan deze doelgroep. Onderhavig onderzoek is vormgegeven op basis van een tweeledige probleemstelling: In hoeverre is onderzoek naar de prevalentie van LVB op basis van de op dit moment beschikbare registraties in het justitiële domein mogelijk? Wat is er nodig om in de toekomst tot een betrouwbare en valide inschatting van de prevalentie van LVB in het justitiële domein te komen op basis van registratiegegevens? INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Onderzoeksverantwoording 3. Huidige situatie 4. Toekomst vastleggen LVB-kenmerken 5. Slotbeschouwing
    • Schade tijdens rampen, calamiteiten en incidenten - onderzoek naar de aansprakelijkheid van (zelf)redzame burgers

      Alst, S. (Yacht, 2011)
      De overheid voert een actief beleid om burgers op te roepen tot (zelf)redzaam gedrag in rampsituaties. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat burgers schade toebrengen aan zichzelf of anderen. Tevens kunnen zich situaties voordoen waarbij hulpverleningsdiensten schade toebrengen aan derden. Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij burgers (die wel of niet zelfredzaam of redzaam zijn) schade veroorzaken: Situatie tijdens een ramp/incident (warme fase): de burger redt a. De burger redt spontaan (hulpverlening is nog niet aanwezig) b. De burger redt op verzoek van de hulpverlening c. De burger loopt zelf schade op Aansprakelijkheid van de veiligheidsregio/gemeenten ten opzichte van derden a. Situatie tijdens een ramp, incident, calamiteit of oefening b. Situatie bij een loze melding In het onderzoek wordt onderzocht hoe de aansprakelijkheid in zulke situaties is geregeld. Onderzoek gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC).
    • Slachtofferhulp nader bezien

      Unknown author (WODC, 1983)
      Nauwelijks meer dan een jaar na het themanummer over 'De positie van het slachtoffer in het strafproces' (JV6, 1982) is opnieuw een nummer van Justitiële Verkenningen gewijd aan slachtoffers van delicten. Ter rechtvaardiging hiervan kan worden aangevoerd dat het slachtoffer lange tijd door de strafrechtswetenschappen is genegeerd en dus een achterstand heeft in te halen. Een meer praktische overweging voor deze keuze is dat het slachtoffer steeds meer in de belangstelling komt te staan en daardoor volop stof voor discussie biedt. Het themanummer bevat tevens een drietal bewerkingen van buitenlandse publikaties.
    • Syrische statushouders op weg in Nederland - De ontwikkeling van hun positie en leefsituatie

      Unknown author (SCP, 2020)
      Dit is een digitale publicatie die is opgebouwd uit verschillende, op zichzelf staande pagina’s of ‘kaarten’. Hierin brengen we in beeld hoe de positie en leefsituatie van de recent in Nederland gearriveerde Syrische statushouders zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Elke kaart behandelt een eigen onderwerp, zoals taal, gezondheid of positie op de arbeidsmarkt.De basis voor deze publicatie bestaat uit twee surveys die in 2017 en 2019 zijn gehouden onder dezelfde groep (‘cohort’) Syrische statushouders. Het gaat om het cohort Syriërs dat tussen 1 januari 2014 en 1 juli 2016 een verblijfsvergunning asiel heeft gekregen en hun kinderen en partner die als nareiziger of in het kader van gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen.zie de digitale publicatie: Syrische statushouders op weg in Nederland
    • Zelfredzaamheid en burgerhulp bij rampen en crises

      Bouwmeester, J.; Doeschot, F. ten; Mathurin, A.; Straaten, G. van; Stel, M.; Kuttschreuter, M.; Haandrikman, M. (Universiteit Twente, 2021-05)
      De overheid is verantwoordelijk voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het is echter ook van belang dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zich medeverantwoordelijk voelen om zichzelf en de samenleving veilig te houden tijdens rampen en crises. Een zelfredzame samenleving kan helpen crisissituaties te voorkomen of de impact ervan beperken. De overheid wil het vermogen van burgers om zichzelf te helpen in voorbereiding op, tijdens en na een crisis, faciliteren en versterken. Onderzoeksvragen: 1. In hoeverre zijn burgers zelfredzaam en verlenen zij burgerhulp? In welke mate en in welke situaties schiet zelfredzaamheid tekort en/of komt hulp niet op gang of was deze juist contraproductief? 2. Onder welke condities en op welke wijze kan de zelfredzaamheid en de hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties in geval van een ramp of crisis door de overheid effectief en tijdig worden gefaciliteerd en bevorderd? Hierbij is aandacht voor de aard van de ramp of crisis, voor de wil, het vermogen en de gelegenheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties die worden aangesproken, voor de instrumenten die de overheid kan inzetten, evenals voor de ruimte of juist beperkingen die het juridisch kader geeft. 3. Hoe kan daarbij worden voorkomen dat zelfredzaamheid en hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij een ramp of crisis leidt tot (te grote) ongewenste of zelfs averechtse neveneffecten in het domein van crisisbeheersing en rampenbestrijding? Inhoud: 1. Inleiding, 2. Literatuurstudie, 3. Ervaringen van burgers, 4. Ervaringen van professionals, 5. Zelfredzaamheid en burgerhulp tijdens de coronapandemie, 6. Mate van zelfredzaamheid en burgerhulp, 7. Bevordering zelfredzaamheid en burgerhulp, 8. Voorkomen van ongewenste effecten, 9. Conclusies en slotbeschouwing.
    • Zelfredzaamheid gedetineerden - Mogelijkheden binnen de muren

      Molleman, T. (WODC, 2014)
      Om meer zicht te krijgen op acties en maatregelen ter bevordering van zelfredzaamheid in een penitentiaire setting heeft de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) het WODC gevraagd een studie uit te voeren waarin ervaringen met zelfredzaamheid bij gedetineerden in andere westerse landen worden onderzocht. Ook aanpalende sectoren zoals gesloten psychiatrische settings kunnen hierbij interessant zijn. In deze studie wordt niet alleen naar positieve of ‘wenselijke’ effecten van deze acties en maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid gekeken, ook eventuele negatieve uitkomsten en neveneffecten worden gerapporteerd. De bevindingen van deze studie kunnen van waarde zijn bij de invulling van nieuwe (kostenbesparende) regimes. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Dagprogramma 4. (Self-)Management 5. Omgevingsfactoren 6. Technologische ontwikkelingen 7. Conclusie
    • Zelfredzaamheid in detentie - Evaluatie van de pilot Participerende Detentie & Maatschappelijke Arbeid PI Nieuwersluis

      Jong, B.J. de; Willems, P.J.H.; Torregrosa, L.D.R. (Van Montfoort, 2016)
      In onderhavige evaluatie is onderzocht op welke manier aan gedetineerden meer eigen verantwoordelijkheid wordt gegeven bij het dagelijks leven en werken in en buiten de PI Nieuwersluis, in hoeverre de genomen maatregelen in de pilot leiden tot zelfredzaamheid bij de gedetineerden en of er sprake is van een kostenbesparing. In het onderzoek is gekeken naar: De huidige en gewenste zelfredzaamheid van de de gedetineerden in de PI Nieuwersluis; De maatregelen die genomen zijn in het kader van de pilot en de visie daarop; De uitkomsten van de pilot (zelfredzaamheid en veiligheid)Andere maatregelen ter bevorderen van de zelfredzaamheid; De kostenbesparing door de pilot. INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Onderzoeksvragen en onderzoeksverantwoording 3. Theoretisch kader: zelfredzaamheid gedetineerden 4. Beschrijving Pilot Participerende Detentie & Maatschappelijke Arbeid 5. Resultaten PDMA 6. Veiligheid en kostenbesparing binnen de pilot PDMA 7. Vooruitblik op de toekomst 8. Conclusies