• Achtergronden en determinanten van radicalisering en terrorisme

      Pligt, J. van der; Koomen, W. (WODC, 2009)
      In dit rapport wordt een overzicht geboden van factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering en terrorisme in het algemeen en in Nederland in het bijzonder. Daartoe is een model opgesteld dat structuur geeft aan de relevante factoren.
    • Beleidsinstrumenten en extremistische wereldbeelden - Een verkennend rapport

      Koning, M. de; Vliek, M. (Radboud Universiteit Nijmegen - Faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, 2020-12-30)
      Dit beleidsonderzoek gaat over hoe verschillende extremistische groepen of individuen beleidsinstrumenten van de overheid percipiëren, hoe zij daarop reageren en de relatie van dit overheidsbeleid met hun zelfidentificatie. Daarmee onderzoekt het de paradox van de moderne democratie: Hoe gaat een democratische samenleving om met de ondemocratische elementen in haar midden? Of het gaat om de inzet van repressieve middelen bij demonstraties, of om de re-integratieprogramma’s voor terugkerende Syriëgangers, de overheid is te allen tijde actief betrokken bij de ‘governance’ van eventueel ondemocratische elementen. Omgekeerd reageren extremistische groepen op hun beurt weer op dit overheidsbeleid; een kernaspect van al dan niet extremistisch politiek activisme is het uitdagen van de status quo. Het is deze wisselwerking tussen overheid en extremistische groepen en individuen over de verschillende beleidsinstrumenten gericht op de betrokkenen die we in dit rapport beschrijven en analyseren. Om deze wisselwerking te onderzoeken is in samenspraak met het WODC de volgende probleemstelling geformuleerd: Welke werking beoogt de overheid met beleidsinstrumenten die zijn gericht op in overheidsbeleid als zodanig benoemde religieus gemotiveerde extremisten in vergelijking met andere extremistische groepen? Hoe percipiëren deze groepen dergelijke beleidsinstrumenten en hoe verhoudt zich dat tot hun handelen en zelfidentificatie? INHOUD: Inleiding, 1. Groepen in het veld: definities en plaatsing, 2. Beleid gericht tegen radicalisering, extremisme en terrorisme, 3. Actierepertoires, 4. Alternatieve kennisbronnen, 5. Identiteiten en subjectiviteiten, 6. Conclusie
    • Daders aan het woord

      Unknown author (WODC, 1991)
      Recentelijk lijkt er opnieuw een tendens te zijn in criminologisch onderzoek om daders te ondervragen. Deze keer gaat het niet zozeer om 'grote' criminologische theorievorming a la de Chicagoschool, maar veeleer om een beleidsmatig gestuurde belangstelling. Daders beschikken immers over informatie die interessant kan zijn om criminaliteit te voorkomen: waar, wanneer en hoe komen zij tot crimineel gedrag en waarom eigenlijk? In een dergelijke benadering wordt verondersteld dat criminele gebeurtenissen het resultaat zijn van min of meer rationele overwegingen die via vraaggesprekken te achterhalen zijn en uiteindelijk kunnen leiden tot preventieve maatregelen. Over een dergelijk 'preventief verhoor' van daders gaat het laatste nummer van deze jaargang van Justitiele Verkenningen.
    • Jeugdige daders van cybercrime in Nederland - een empirische verkenning

      Zebel, S.; Vries, P. de; Giebels, E.; Kuttschreuter, M.; Stol, W. (Universiteit Twente - Faculteit Gedragswetenschappen, 2014)
      De doelstelling van dit onderzoek is het in kaart brengen van de vormen en mate van cybercriminaliteit in Nederland waarbij jongeren tot 18 jaar betrokken zijn als dader, en het inzicht bieden in de achtergronden van deze criminaliteit. Door het WODC is ten behoeve van dit onderzoek een deelstudie verricht naar antisociaal gedrag van jongeren online (zie link hiernaast).