• Achtergronden van jeugddelinquentie en middelengebruik

      Junger-Tas, J.; Steketee, M.; Moll, M. (WODC (subsidie), 2008)
      Dit onderzoek naar jeugddelinquentie, het gebruik van alcohol en drugs en slachtofferschap is onderdeel van het tweede internationaal vergelijkend onderzoek via zelfrapportage naar deze problematiek. Het rapport biedt theoretische en maatschappelijke verklaringen voor delinquentie of risicogedrag van jongeren. De sociale en morele ontwikkeling van kinderen en de invloed van het gezin, de school, de buurt en de leefstijl van jongeren zijn volgens de auteurs van doorslaggevende invloed op de oorzaken, ernst en duur van jeugddelinquentie.
    • Antisociaal gedrag van jongeren online

      Broek, T.C. van der; Weijters, G.; Laan, A.M. van der (WODC, 2014)
      Dit is het verslag van een deelstudie over de mate waarin jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 17 jaar zelf online antisociaal gedrag rapporteren. Hieronder wordt verstaan het onbetaald downloaden van illegaal aangeboden software en muziek, het opzettelijk versturen van virussen en het bedreigen van iemand via sms, email of een chatprogramma. Het onderzoek is verricht op basis van gegevens uit de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (metingen 2005 en 2010). Het hoofdonderzoek is verricht door de Universiteit Twente (zie link bij: Meer informatie).
    • Criminaliteitspreventie onder allochtonen - Evaluatie van een project voor Marokkaanse jongeren

      Terlouw, G.J.; Susanne, G. (medew.) (WODC, 1991)
      In dit interimrapport wordt verslag gedaan van de eerste resultaten van een door het WODC uitgevoerd evaluatie-onderzoek inzake een preventieproject ten behoeve van Marokkaanse jongeren. Het rapport schetst een beeld van de organisatie van het preventieproject en van de projectactiviteiten. Tevens wordt de wijze waarop de Marokkaanse jeugd haar situatie beoordeelt, belicht en komen de criminaliteitsniveaus onder deze jongeren aan de orde.
    • Daders van huiselijk geweld

      Knaap, L.M. van der; Idrissi, F. el; Bogaerts, S. (WODC, 2010)
      In het kader van het project ‘Aanpak huiselijk geweld’, een onderdeel van het Veiligheidsprogramma, worden drie studies naar huiselijk geweld uitgevoerd. Dit deelonderzoek, dat door het WODC wordt uitgevoerd, heeft tot doel: Inzicht krijgen in achtergrondkenmerken en problematiek van daders van huiselijk geweld; Inzicht bieden in het hulpzoekgedrag van daders en zo mogelijk in de achtergronden van het huiselijk geweld; Bepalen in hoeverre daders van huiselijk geweld opnieuw met justitie in aanraking komen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Daders van huiselijk geweld - theoretische beschouwingen over achtergrondfactoren 3. Methoden van onderzoek onder daders van huiselijk geweld in de algemene bevolking 4. Daders van huiselijk geweld - resultaten van de screeninglijst en de dadervragenlijst 5. Achtergronden, omstandigheden en gevolgen van huiselijk geweld 6. Methoden van onderzoek onder daders van huiselijk geweld in een onderzoeksgroep uit de reclasseringspopulatie 7. Kenmerken van daders van huiselijk geweld in een reclasseringspopulatie 8. Justitiecontacten onder daders van huiselijk geweld in de reclasseringspopulatie 9. Conclusies en slotbeschouwing
    • De overeenstemming tussen zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit en bij de politie bekende jeugdige verdachten

      Weijters, G.; Laan, A.M. van der; Kessels, R.J. (medew.) (WODC, 2016)
      In dit onderzoek is nagegaan in hoeverre zelfrapportage van delinquent gedrag gemeten met de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (MZJ) een aanvulling geeft op jeugdcriminaliteit gemeten met politieregistraties. Hiervoor is ten eerste gekeken naar de representativiteit van de MZJ wat betreft het voorkomen van jongeren in de politieregistraties. Vervolgens is meer inzicht willen verkregen in de overeenkomsten en verschillen tussen zelfgerapporteerde daders en door de politie geregistreerde verdachten. Zelfrapportage richt zich vooral op lichtere vormen van criminaliteit, terwijl in de politieregistraties vooral de meer ernstige delicten voorkomen. De algemene gedachte is dat de bronnen samen een completer beeld van de jeugdcriminaliteit geven. In dit onderzoek is gebruikgemaakt van de 2010 meting van de MZJ. De MZJ is een landelijk representatieve steekproef van jongeren in de leeftijd 10 tot en met 17 jaar. Het huidige onderzoek is beperkt tot de 12- tot en met 17-jarigen, omdat deze groep strafrechtelijk vervolgd kan worden en daardoor ook als verdachte worden geregistreerd. De jongeren zijn gevraagd of hun gegevens uit de MZJ gekoppeld mochten worden aan de politieregistraties. De tachtig jongeren die dit geweigerd hebben, zijn verder niet meegenomen in dit onderzoek. Zie ook deel I van dit onderzoek (projectnummer 2033). INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Vergelijking respons- en non-responsgroep wat betreft voorkomen in de politieregistratie 4. Voorkomen van zelfgerapporteerde daders in de politieregistratie 5. Voorkomen van door de politie geregistreerde verdachten in zelfrapportage 6. Conclusie en discussie
    • De psychometrische kenmerken van de MZJ-vragenlijst over gedigitaliseerde, cyber- en offlinedelicten bij jongeren - Schaalconstructen, afnamemodi en omvangschattingen

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Tollenaar, N.; Laan, A.M. van der (WODC, 2017)
      De Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (MZJ) is een vijfjaarlijks onderzoek waarin Nederlandse jongeren in de leeftijd van 10 tot 23 jaar bevraagd worden over hun delictgedrag.Tijdens de laatste meting zijn een aantal veranderingen doorgevoerd, waar de belangrijkste van is de toevoeging van nieuwe gedigitaliseerde en cyber-delicten in de bevraging. In het huidig rapport worden de resultaten van een ver-diepingsonderzoek naar de MZJ gepresenteerd. De drie thema’s die aan bod komen zijn:De psychometrische kenmerken van de vragenlijst over gedigitaliseerde, cyber- en offlinedelicten, welke de kern vormt van de MZJ.De gevolgen van een overstap van een CAPI/CASI-afnamemodus (d.w.z., afname waarbij een interviewer aanwezig is) naar een CAWI-modus (d.w.z., een internet-afname) voor de rapportage en monitoring van zelfgerapporteerd delinquent gedrag.De mogelijkheden om de MZJ te gebruiken om een omvangschatting te maken van de door Nederlandse jeugdigen gepleegde gedigitaliseerde en cyberdelicten. Zie ook: de Tweede Kamerbrief rondom dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Psychometrische kenmerken, gedigitaliseerde, cyber- en offlinedelinquentie 4. CAPI/CASI- versus CAWI-modus 5. Omvangschatting cyber- en gedigitaliseerde delinquentie 6. Samenvatting en conclusie
    • Delinquent behavior among young people in the western world - First results of the international self-report delinquency study

      Junger-Tas, J. (ed.); Klein, M.W. (ed.); Terlouw, G.J. (ed.) (WODC, 1994)
      This volume presents the first results of the self-report in 13 individual countries. A second volume will follow in 1995, which will present the results of in-depth comparative analysis. The outcomes of these studies are presented in individual chapters. Some conclusions on the basis of this material are presented in the last chapter. These preliminary conclusions are based on similarities in the instruments used and a number of similar samples. In the chapters demographic and socio-economic features of the country under discussion are presented as well as cultural factors, alcohol- and drug consumption, study design, and conclusions about delinquency and problem behavior.
    • Deviant gedrag en slachtofferschap onder jongens uit etnische minderheden I

      Junger, M.; Zeilstra, M. (WODC, 1989)
      Uit het onderzoek komt naar voren dat de delinquentie onder allochtonen wat hoger is dan onder Nederlandse jongens van dezelfde leeftijd en met dezelfde socio-economische achtergrond. Twee zaken lijken van belang: Er zijn duidelijke verschillen tussen de allochtonen onderling. Onder Marokkaanse jongens is deze vertegenwoordiging - in vergelijking met Nederlandse jongens - groter dan onder Turkse en Surinaamse jongens. Men dient zich te realiseren dat de omvang van de problemen niet dezelfde is in alle etnische groepen. De relatief hoge percentages allochtone jongens met politiecontacten kunnen slechts gedeeltelijk verklaard worden uit hun relatief slechte socio-economische positie. Dit lijkt erop te wijzen dat andere factoren een rol spelen bij het al dan niet plegen van misdrijven. Dit zal in een volgend rapport aan de orde komen.
    • Een preventieproject in Gouda - Eerste resultaten van een project voor Marokkaanse jongeren

      Terlouw, G.J.; Susanne, G. (WODC, 1990)
      In dit interimrapport wordt verslag gedaan van de eerste resultaten van een door het WODC uitgevoerd evaluatie-onderzoek inzake een preventieproject ten behoeve van Marokkaanse jongeren. Het rapport schetst een beeld van de organisatie van het preventieproject en van de projectactiviteiten. Tevens wordt de wijze waarop de Marokkaanse jeugd haar situatie beoordeelt, belicht en komen de criminaliteitsniveaus onder deze jongeren aan de orde. INHOUD: 1. Inleiding en vraagstellingen 2. Het preventieproject voor Marokkaanse jongeren 3. Opzet en methode van het evaluatie-onderzoek 4. De politiegegevens 5. Beschrijving van de self-reportgegevens 6. Leefsituatie en delictgedrag 7. Procesbeschrijving van het eerste projectjaar 8. Conclusies.
    • Godsdienst en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1990)
      Dit thema, dat overigens voor de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse criminologie (o.a. Bonger en Kempe) sterk bezighield, is met name interessant vanuit de vraag of de sterk gestegen criminaliteit te maken heeft met de ontzuiling Van de Nederlandse samenleving. In het verlengde daarvan ligt de vraag of religieuze bewegingen in deze tijd (nog) een bijdrage (kunnen) leveren aan het criminaliteitsprobleem. Hoewel sprake is van een voortgaande ontkerkelijking lijkt het zinvol om vast te stellen dat nog ongeveer twee derde van de bevolking zich wel rekent tot een kerkelijke gezindte. In de tweede plaats is door de komst van immigranten de varieteit van religieuze stromingen toegenomen. Het hoofdstuk religie valt in de Nederlandse samenleving anno 1990 niet langer samen met het hoofdstuk christendom. Het seculariseringsproces is dus op zijn minst minder eenduidig dan wel wordt aangenomen.
    • Halt: Het Alternatief - De effecten van Halt beschreven

      Ferwerda, H.B.; Leiden, I.M.G.G. van; Arts, N.A.M.; Hauber, A.R. (WODC, 2006)
      In het onderzoek is nagegaan wat de invloed van de Halt-afdoening is op recidive, ander gedrag en de attitude van de jongeren. Welke factoren zijn van invloed op het resultaat van de Halt-afdoening? Te denken valt aan de rol van de ouders en de politie, de wijze van afdoening, schoolfunctioneren, vriendengroep, riskante gewoonten of persoonlijkheidskenmerken van de jongere. Welke kenmerken van de Halt-afdoening zijn van invloed op de effectiviteit? Hiertoe zijn jongeren uit een experimentele groep vergeleken met de jongeren uit een controlegroep. INHOUD: 1. Een onderzoek naar de effectiviteit van Halt 2. Wat weten we over Halt? 3. Verloop, respons en wijze van analyse 4. Effecten van Halt gemeten 5. Naar een profiel van de Halt-jongere 6. Halt in perspectief
    • Jeugdcriminaliteit 1980-1992

      Junger-Tas, J.; Laan, P.H. van der (WODC, 1995)
      In vergelijking met eerdere rapportages gaat het hier om een beperkte presentatie. Dit hangt samen met het goeddeels ontbreken van informatie over de afdoeningen van strafzaken door het Openbaar Ministerie en kinderrechter.
    • Jeugdcriminaliteit in de periode 1996-2010 - ontwikkelingen in zelfgerapporteerde daders, door de politie aangehouden verdachten en strafrechtelijke daders op basis van de Monitor Jeugdcriminaliteit

      Laan, A.M. van der (red.); Blom, M. (red.); Huls, F.; Verburg, I. (medew.); Tollenaar, N. (WODC, 2011)
      In deze rapportage worden diverse  ontwikkelingen in de aantallen jeugdige verdachten en daders in de leeftijd 12 tot en met 24 jaar, in samenhang gepresenteerd. Teven wordt ingegaan op delinquent gedrag van twaalfminners (10- en 11-jarigen). Het onderzoek is primair gericht op ontwikkelingen in indicatoren van het aantal jeugdige daders van delinquent gedrag en afdoeningen. De centrale vraag is uitgesplitst in de volgende deelvragen:Welke ontwikkelingen zijn er in zelfgerapporteerd daderschap van jeugdcriminaliteit in de periode 1996-2010?Welke ontwikkelingen zijn er in het aantal jeugdige verdachten van een misdrijf in de periode 1999-2008?Welke ontwikkelingen zijn er in het aantal jeugdige veelplegers in de periode 2003-2008?Welke ontwikkelingen zijn er in het aantal jeugdige strafrechtelijke daders in de periode 1997-2008?Welke ontwikkelingen zijn er in het aantal afdoeningen opgelegd door het OM of de ZM in de periode 1997-2008?Welke ontwikkelingen zijn er in de recidive onder jeugdigen in de periode 1997-2007? INHOUD: 1. Inleiding - A. van der Laan en M. Blom 2. Zelfgerapporteerde daders - A. van der Laan, M. Blom en I. Verburg (medew.) 3. Aangehouden verdachten - F. Huls 4. Verdachten naar pleegcarrière en strafrechtelijke daders - A. van der Laan, M. Blom en N. Tollenaar 5. Afdoeningen tegen jeugdige verdachten - A. van der Laan, M. Blom en F. Huls 6. Slot - A. van der Laan en M. Blom
    • Jeugddelinquentie - Risico's en bescherming; bevindingen uit de WODC Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit 2005

      Laan, A.M. van der; Blom, M.; Verwers, C. (medew.); Essers, A.A.M. (medew.) (WODC, 2006)
      In deze studie wordt verslag gedaan van de bevindingen uit de nieuwe WODC Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit. In totaal zijn begin 2005, 1.460 jongeren uitgebreid geïnterviewd. De onderzoeksgroep is een representatieve afspiegeling van Nederlandse adolescenten in de leeftijd van tien tot en met zeventien jaar. Er is gevraagd naar 33 delicten, variërend van overtredingen zoals zwartrijden tot ernstige delicten zoals iemand beroven of inbraak. Behalve op de meer bekende delicttypen die betrekking hebben op vernielingen, vermogensdelicten en geweldsdelicten, is in deze studie ook ingegaan op discriminatie, internetdelicten en drugsdelicten. Tevens is onderzocht in welke mate risicofactoren voor delinquentie voorkomen in de onderzoeksgroep en welke factoren als risico en welke als bescherming aan delinquentie zijn gerelateerd. Op een systematische wijze wordt beschreven welke verschillen zich daarin voordoen naar sekse, (etnische) herkomst en leeftijd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Delinquentie: prevalentie en frequentie 4. Aan de delinquentie gerelateerde factoren 5. Verschillen tussen (niet-)delinquenten 6. Risico- en beschermende componenten voor delinquentie 7. Cumulatie van risico en bescherming 8. Delinquentie en korte termijn risicofactoren 9. Slot
    • Jeugddelinquentie II - de invloed van justitieel ingrijpen

      Junger-Tas, J.; Junger, M.; Barendse-Hoornweg, E. (WODC, 1985)
      Het voornaamste doel van dit onderzoek was het bestuderen van de invloed van het berispingsbeleid van politie en parket op het latere (delinquente) gedrag van jongeren. Dit verslag is het gevolg van het eerder verschenen onderzoeksrapport 'Jeugddelinquentie - achtergronden en justitiële reactie' (Onderzoek en beleid, nr. 42). Tevens komt de ontwikkeling in gezin, school, vrije-tijdsmilieu en in delinquentie aan de orde van een groep 14-20-jarige jongeren, die twee jaar eerder ook waren geïnterviewd en waarvan een groot deel in contact was gekomen met de politie of de Officier van Justitie. Degenen die in de follow-up periode met het plegen van delicten zijn gestopt, worden vergeleken met hen die daarmee zijn doorgegaan. In het slothoofdstuk worden een aantal suggesties gedaan voor de preventie van jeugdcriminaliteit en worden een aantal criteria naar voren gebracht aan de hand waarvan politie en parket een gerichter seponeringsbeleid zouden kunnen voeren.
    • Jeugddelinquentie in de virtuele wereld - Een nieuw type daders of nieuwe mogelijkheden voor traditionele daders

      Rokven, J.J.; Weijters, G.; Laan, A.M. van der (WODC, 2017)
      De achterliggende vraag van dit onderzoek is of de geconstateerde daling in jeugdcriminaliteit (deels) te verklaren valt, doordat jongeren overstappen van het plegen van offline delicten naar het plegen van online delicten. Op de volgende drie onderzoeksvragen wordt een antwoord gezocht in dit onderzoek: Wat is het profiel van jeugdige daders van zelf gerapporteerde gedigitaliseerde delinquentie en zelf gerapporteerde cyberdelinquentie? Waarin onderscheidt het profiel van (de verschillende groepen) jeugdige online daders zich van daders van offline jeugddelinquentie? In hoeverre is er sprake van een verplaatsing van offline naar online delinquentie onder jongeren? Zie ook: de Tweede Kamerbrief rondom dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Online en offline daderschap 4. Profielen van online en offline daders 5. Verplaatsing van offline naar online delinquentie? 6. Conclusie en discussie
    • Jeugdige daders van cybercrime in Nederland - een empirische verkenning

      Zebel, S.; Vries, P. de; Giebels, E.; Kuttschreuter, M.; Stol, W. (Universiteit Twente - Faculteit Gedragswetenschappen, 2014)
      De doelstelling van dit onderzoek is het in kaart brengen van de vormen en mate van cybercriminaliteit in Nederland waarbij jongeren tot 18 jaar betrokken zijn als dader, en het inzicht bieden in de achtergronden van deze criminaliteit. Door het WODC is ten behoeve van dit onderzoek een deelstudie verricht naar antisociaal gedrag van jongeren online (zie link hiernaast).
    • Leefklimaat en stress in detentie - Een pilotstudie in PI Nieuwegein

      Zaalberg, A.; Cornet, L.J.M.; Platje, E.; Kogel, K. de (WODC, 2020)
      De doelstelling van dit onderzoek is tweeledig. In de eerste plaats het beschrijven van de niveaus van zelf-gerapporteerde stress en psychische klachten en van het stresshormoon cortisol in het haar bij gedetineerden en penitentiair inrichtingswerkers. In de tweede plaats het onderzoeken van het effect van het experimentele leefklimaat op stress en psychische klachten van gedetineerden en penitentiair inrichtingswerkers. De onderzoeksvragen zijn: Hoe zien de niveaus van stress en psychische klachten van de onderzochte gedetineerden en penitentiair inrichtingswerkers eruit, ook in vergelijking met andere populaties? Hangt haarcortisol bij de onderzochte gedetineerden en penitentiair inrichtingswerkers samen met zelf-gerapporteerde stress en psychische klachten? In hoeverre verschillen de niveaus van stress en psychische klachten van gedetineerden en van penitentiair inrichtingswerkers in het experimentele leefklimaat van die in het reguliere leefklimaat? In hoeverre verschillen de niveaus van stress en psychische klachten van gedetineerden in respectievelijk het basis-regime en het plus-regime? Op beide aan het onderzoek deelnemende units verblijven zowel gedetineerden die onder het basis-regime vallen als gedetineerden die onder het plus-regime vallen. In het plus-regime hebben gedetineerden meer vrijheid om onder andere aan activiteiten deel te nemen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Beschrijving mate van stress en psychische klachten 4. Stress en psychische klachten in relatie tot leefklimaat 5. Slothoofdstuk
    • Methodenonderzoek Dark number jeugdige daders in Nederland van gedigitaliseerde criminaliteit en cybercriminaliteit

      Heijden, P.G.M. van der; Cruyff, M.J.L.F.; Gils, G.H.C. van (Universiteit Utrecht - Faculteit Sociale Wetenschappen, 2017)
      Het doel van het voorbereidend onderzoek is inzicht te verkrijgen in methoden waarmee het aantal (jeugdige) daders van gedigitaliseerde en cybercriminaliteit kan worden geschat. De onderzoeksvraag is: met welke onderzoeksmethode of (combinatie van) methoden kan, voortbouwend op de inzichten uit de Monitor Jeugdcriminaliteit (MZJ), het percentage jeugdigen in Nederland worden geschat dat zich schuldig maakt aan de volgende misdrijven: (1) online bedreiging, (2) het online verspreiden van seksueel beeldmateriaal van minderjarigen en (3) het inloggen op een computer/website zonder toestemming/kennisgeving, al dan niet gepaard met het wijzigen van gegevens. Onder ‘jeugdigen’ wordt hier verstaan personen vanaf 12 tot en met 22 jaar oud. INHOUD: 1. Inleiding 2. Network-Scale-Up Methode 3. Randomized response 4. Social Media Tekst Profiling 5. Vangst-hervangst met politiedata 6. Samenvatting, conclusies, aanbevelingen
    • Monitor Jeugd terecht 2005

      Blom, M.; Laan, A.M. van der; Huijbregts, G.L.A.M. (WODC, 2005)
      Ten behoeve van het programma Jeugd Terecht; Actieprogramma Aanpak Jeugdcriminaliteit 2003-2006 wordt jaarlijks gerapporteerd over de ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit en de afdoening daarvan. Speciale aandacht wordt besteed aan first-offenders en recidivisten.