• Aanwezigheid verplicht - een inventarisatie van de gevolgen van de aanwezigheidsplicht voor ouders bij de kinderrechter

      Schreijenberg, A.; Timmermans, M.; Homburg, G.H.J. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2010)
      Per 1 januari 2011 zal de verschijningsplicht voor ouders in werking treden als onderdeel van de Wet versterking positie slachtoffers. Met het huidige onderzoek wordt de huidige situatie met betrekking tot de verschijning van ouders in kaart gebracht, wordt onderzocht of de veronderstelde mechanismen achter de verplichte aanwezigheid stand houden en wordt nagegaan wat de gevolgen zullen zijn voor de uitvoeringspraktijk in termen van werkprocessen en kosten. INHOUD: 1. Inleiding 2. De huidige situatie 3. Beleidsreconstructie 4. Toetsing beleidsreconstructie 5. Gevolgen voor de uitvoering 6. Uitvoeringskosten 7. Vervolgonderzoek 8. Conclusie
    • Advocaat bij politieverhoor 2017-2019

      Geurts, T.; Hoekstra, M.S.; Aidala, R. (medew.); Beenakkers, E.M.Th. (medew.); Lierop, L.E.H.P. van (medew.); Teeuwen, G. (medew.) (WODC, 2021-07-12)
      In deze rapportage wordt voortgebouwd op eerder onderzoek van Klein Haarhuis (2018). In dit eerdere onderzoek stond de opstartfase van het nieuwe recht centraal (de periode van 1 maart 2016 - 1 maart 2017) en de stand van zaken werd vooral beschreven vanuit de politieorganisatie. Bovendien konden zwaardere zaken maar beperkt worden meegenomen. Het onderhavige onderzoek belicht het nieuwe recht opnieuw, maar dan vooral vanuit het advocatenperspectief en één tot drie jaar na de invoering van het recht. Een wijziging in onderzoeksmethodiek zorgde ervoor dat we ditmaal meer van de zwaarste zaken in de analyse konden betrekken. Daarnaast is nog gekeken naar twee wijzigingen die gelijktijdig met de wettelijke verankering werden doorgevoerd, te weten de beperkte uitbreiding van bevoegdheden van de advocaat en de verlenging van de ophoudtermijn bij ernstigere strafbare feiten van zes naar maximaal negen uur. Het onderhavige onderzoek richt zich op verhoorbijstand voor meerderjarige verdachten van strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. Vooral voor deze onderzoeksonderwerpen bestaan er beleidsmatig gezien relevante kennislacunes. Onder verhoorbijstand rekenen we de door advocaten verleende bijstand tijdens het politiële verdachtenverhoor en het verhoor voor de inverzekeringstelling (ivs-verhoor). De volgende vier onderzoeksvragen staan in deze rapportage centraal: 1. Hoe verloopt de invoering van de Implementatiewet in termen van organisatie en werkprocessen? 2. Hoe pakt de implementatie van het recht op verhoorbijstand in de praktijk uit? 3. Welke rol heeft de advocaat tijdens het verhoor? 4. Hoe hebben de uitgaven aan (piket)vergoedingen voor consultatie- en verhoor-bijstand zich ontwikkeld? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Achtergronden bij het onderzoek, 3. Organisatie en werkprocessen, 4. Effectuering van het recht, 5. Invulling van de advocatenrol, 6. Conclusie
    • Bewaarders in de knel

      Unknown author (WODC, 1984)
      De lezer wordt in dit themanummer geconfronteerd met de problemen die het bewarend personeel ondervindt in de werksituatie. Naast het inleidende artikel is een drietal bewerkingen van Amerikaanse artikelen opgenomen.
    • Civielrechtelijke verkenningen in cijfers

      Unknown author (WODC, 1987)
      Dat het terrein van het civiele recht kwantitatief zo ondoorzichtig is, heeft mede te maken met de aard van het recht tussen particulieren. Vooraleer een rechter zich met hun problematiek inlaat, hebben zij een lange weg kunnen bewandelen — via advocatuur, consumenten-organisaties enzovoort — die zich aan het oog van de statistiek onttrekt. In dit themanummer van JV is een aantal artikelen opgenomen waarin vooral kwantitatieve gegevens worden verschaft met betrekking tot de civiele rechtspraak.
    • De psychosociale gezondheid van politiepersoneel

      Beek, I. van; Taris, T.W.; Schaufeli, W.B. (Universiteit Utrecht - Faculteit Sociale Wetenschappen, 2013)
      De weerbaarheid van de politie staat onder druk, de negatieve aspecten van politiewerk blijven helaas niet zonder gevolgen en leiden bij een deel van het politiepersoneel tot psychische klachten. De Minister van Veiligheid en Justitie vindt deze situatie zorgwekkend en heeft meerdere maatregelen aangekondigd om te zorgen dat politiepersoneel met gezag en zelfvertrouwen kan blijven optreden (Tweede Kamerstukken 29628 nrs. 238, 262 en 276). Een belangrijk deel van deze maatregelen zijn verenigd en beschreven in het programma ‘Versterking professionele weerbaarheid’. Om de maatregelen uit het programma in te vullen, te toetsen en eventueel bij te stellen is inzicht gewenst in de staat van de psychosociale gezondheid van politiepersoneel. Dit onderzoek heeft twee doelstellingen: Het verkrijgen van kennis over de staat van de psychosociale gezondheid van politieambtenaren. Het verkrijgen van kennis over welke aspecten de psychosociale gezondheid van politieambtenaren in positieve of negatieve zin beïnvloeden. INHOUD: 1. Inleiding en opzet van het onderzoek 2. Deelstudie 1: Inventarisatie van spannings- en energiebronnen 3. Deelstudie 2: De psychosociale gezondheid van politieambtenaren 4. Deelstudie 2: Voorspellers van psychosociale gezondheid 5. Deelstudie 3: Psychosociaal welzijn in context 6. Deelstudie 4: Interpretatie van de resultaten 7. Conclusies en slotbeschouwing
    • De rechter aan het werk: overbelast of onderbenut? - een studie naar de tijdsbesteding en werkbelasting van rechters op arrondissementsrechtbanken

      Verwoerd, J.R.A.; Teeffelen, P.A.J.Th. van (WODC, 1985)
      In het inleidende eerste hoofdstuk wordt de noodzaak tot het concretiseren van het begrip rechterlijke werkbelasting aangegeven en het verband tussen Overbelasting en onderbenutting van de rechter gelegd. In het tweede hoofdstuk wordt de inrichting van het tijdsbestedingen enquete-onderzoek op een drietal arrondissementsrechtbanken (1981-1982) besproken. In het derde hoofdstuk worden de bevindingen van de enquete onder de rechters besproken. In het vierde hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de tijdsbesteding van niet-zaakgebonden werkzaamheden.
    • Doorlooptijden asielprocedures Vreemdelingenwet 2000

      Wilkinson, E.C.; Blom, M.; Jongebreur-Telgen, H.L.; Karssen, B. (WODC, 2006)
      Dit onderzoek maakt deel uit van de 'Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 - De asielprocedure' van de Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet 2000. De doelstelling van dit onderzoek is om na te gaan: in welke mate verschillende routes in de asieprocedure voorkomen;hoe lang een individuele asielprocedure duurt onder de Vw 2000; of de wettelijke termijnen worden gehaald; welke factoren invloed hebben op de doorlooptijd van een individuele asielprocedure.
    • Duitsland-Nederland en de afdoening van strafzaken

      Tak, P.J.P.; Fiselier, J.P.S. (Katholieke Universiteit Nijmegen, 2002)
      Dit rapport geeft inzicht in de omvang van het strafrechtelijk apparaat in Nederland en Nordrheinwestfalen (DBR) en gaat in op de belangrijkste verschillen in de wijze van afdoening van strafzaken in beide landen. De wijze van afdoening in NRW, voorzover deze afwijkt van die in Nederland, staat in de beschrijving centraal, omdat deze een doorslaggevende factor is bij de verklaring van het verschil in omvang van het strafrechtelijk apparaat. Het onderzoek bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt beschreven in welke mate Nordrhein-Westfalen en Nederland vergelijkbaar zijn. Die vergelijkbaarheid wordt op drie onderdelen getoetst: de demografische, de sociaal-economische en de strafrechtelijke. In het onderdeel over de demografische opbouw van Nordrhein-Westfalen en Nederland worden kerncijfers gegeven ten aanzien van het inwoneraantal, de gebiedsgrootte, de bevolkingsdichtheid en de bevolkingssamenstelling. De demografische gegevens worden gevolgd door sociaal-economische kerngegevens inzake de industriële ontwikkeling, im- en export en het bruto binnenlands product. Tot slot wordt in het eerste deel ingegaan op de omvang van de criminaliteit en de strafrechtelijke rechtshandhaving, alsmede op de sterkte van politie en justitie. Het onderzoek naar de omvang van het strafrechtelijk apparaat in Nederland vergeleken met dat van Nordrhein-Westfalen toont aanzienlijke verschillen. Het tweede deel van deze studie geeft een mogelijke verklaring van deze verschillen.
    • Evaluatie Terwee: tevree met Terwee? - Samenvattende rapportage van de evaluatie-onderzoeken

      Slotboom, A.; Wemmers, J. (WODC, 1994)
      Dit verslag bevat een samenvatting van de evaluatie-onderzoeken naar de Wet en richtlijn Terwee. De evaluatie bestaat uit een viertal deelonderzoeken. In dit rapport worden de afzonderlijke bevindingen uit de deelonderzoeken geïntegreerd tot één geheel.
    • Evaluatie Terwee: werklastonderzoek Wet en Richtlijn Terwee - deelrapport 1: onderzoek pre Terwee

      Unknown author (WODC, 1993)
      Dit zijn de resultaten van een onderzoek naar werklasteffecten bij verschillende organisaties.
    • Evaluatie Terwee: werklastonderzoek Wet en Richtlijn Terwee - eindrapport

      Unknown author (WODC, 1994)
      Dit zijn de resultaten van een onderzoek naar werklasteffecten bij verschillende organisaties.
    • Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 - De asielprocedure (deel 1 en 2)

      Scheltema, M. (voorz.) (Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet, 2006)
      Doel van het onderzoek is de werking en de gevolgen van de Vreemdelingenwet 2000 te evalueren. Deze tweedelige rapportage betreft de evaluatie van de asielprocedure en bevat naast een advies o.a. uit verschillende deelonderzoeken, te weten: procesevaluatie asielprocedure, kwaliteit van asielbeslissingen, en doorlooptijden van asielprocedures. In het kader van de 'Evaluatie Vreemdelingenwet 2000' zijn in 2004 door de Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 reeds twee deelrapporten en een Advies gepubliceerd met als titel: Evaluatie Vreemdelingenwet 2000: terugkeerbeleid en operationeel vreemdelingentoezicht
    • Evaluatie Wet griffierechten burgerlijke zaken - De complexiteit van vereenvoudiging

      Croes, M.T.; Schaaf, J. van der; Tulder, F.P. van; Burema, D.J.; Moolenaar, D.E.G.; Os, R.M. van; Beerthuizen, M.G.C.J. (WODC, 2017)
      De in dit onderzoek geëvalueerde Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) werd in twee fasen ingevoerd: de tariefswijzigingen per 1 november 2010 en de gewijzigde inning per 1 januari 2011. Een wetsevaluatie richt zich in grote lijnen op drie cruciale vragen: welke doelen wil de wetgever bereiken, welke maatregelen neem hij daartoe – ofwel welke instrumenten zet hij daarvoor in – en wat zijn de resultaten daarvan in relatie tot de gestelde doelen? De Wgbz beoogde in de eerste plaats een vereenvoudiging van het tot 2010 geldende complexe stelsel van griffierechten. Enerzijds ter vergroting van de transparantie van de met een beroep op de rechter gemoeide kosten. Anderzijds om een werklastvermindering voor de griffie van de gerechten te bewerkstelligen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wijze van evalueren en onderzoeksvragen 3. De Wgbz volgens rechters en administratief medewerkers 4. De gevolgen van de invoering van de Wgbz volgens rechtshulpverleners 5. Hoogte van griffierechten en beroep op de rechter 6. Inkomsten van en uitgaven aan civiele rechtspraak 7. Samenvatting
    • Evalutie Terwee: werklastonderzoek Wet en Richtlijn Terwee - Deelrapport 2: Onderzoek post Terwee

      Unknown author (KPMG Klynveld Management Consutants, 1994)
      De gegevens uit beide deelrapporten dienen als basis voor het eindrapport met daarin een overzicht van de bevindingen uit de voor- en nameting.
    • Het selecteren van aspirant-agenten - Evaluatie van de selectieprocedure voor agenten op niveau 2 tot en met 4

      Linden, D. van der; Born, M.; Phielix, L.; Touw, L. (Erasmus Universiteit Rotterdam - Instituut voor Psychologie, 2013)
      Het selecteren van aankomend politiepersoneel vindt plaats op basis van een procedure en beoordelingskader die in 2002 zijn vormgegeven. Geregeld doen zich binnen en buiten de politieorganisatie ontwikkelingen voor (weerbaarheid, inzetbaarheid, vitaliteit, leiderschap, beroepsprofielen enz.) die rechtvaardigen dat de selectiecriteria, -instrumenten en -processen opnieuw tegen het licht worden gehouden en eventueel worden herzien. Is er aanleiding om de aanstellingseisen en de methodiek van toetsing van de aspiranten bij de selectie voor de politieopleiding aan te passen en zo ja, hoe kan dat het beste gebeuren? Dat is de centrale vraag in dit onderzoek. De bedoeling is eerst het huidige werving- en selectieproces te onderzoeken en eventuele knelpunten te identificeren. Bekeken wordt aan welke eisen een toekomstbestendig inhoud van de selectie dient te voldoen. Tenslotte wordt de vraag beantwoord welke aanstellingseisen zouden moeten gelden en hoe deze kunnen worden vastgesteld. INHOUD: 1. Inleiding 2. De selectieprocedure van aspirant-agenten bij de Nederlandse politie 3. Wat kenmerkt een goede agent? De criteria van politiewerk 4. Methodeverantwoording 5. Cognitieve capaciteit 6. Het fysiek-motorisch onderzoek 7. De taaltoets 8. Persoonlijkheid 9. Competenties in het eindgesprek en de praktijkopdracht 10. Het eindgesprek/korpsgesprek 11. Discussie en conclusies selectieonderdelen 12. Norm en cut-off scores 13. Proces- en beleidsmatige aspecten van de selectieprocedure 14. Nieuwe constructen in de selectieprocedure? 15. Overzicht conclusies/aanbevelingen
    • Hoe worden civiele zaken afgehandeld? - Een indruk van de praktijk in 1983 en 1986 op vijf rechtbanken

      Barendse-Hoornweg, E.J.M. (WODC, 1992)
      De belangstelling voor de wijze waarop civiele procedures op de rechtbank worden afgehandeld, is voor een belangrijk deel ingegeven door het eind jaren zeventig begin jaren tachtig gesignaleerde verschijnsel van het sterk gegroeide beroep op de rechter en de daardoor toegenomen werklast bij de rechtbanken. In aansluiting op een proefonderzoek van het CBS - een dossieronderzoek op de rechtbanken, Den Haag, Rotterdam en Breda met betrekking tot de in 1983 aldaar afgehandelde handelszaken - is vervolgens besloten tot een meer uitgebreide herhaling ervan. De overweging daarbij was dat op die wijze een bescheiden bron aan kwantitatieve gegevens omtrent de 'rechterlijke omzet' verkregen zou worden die van min of meer algemeen belang zou kunnen zijn in het kader van velerlei onderzoeksvragen die er in de praktijk omtrent de wijze van handelen op de rechtbank rijzen. Dit heeft geresulteerd in een dossieronderzoek van in 1986 via eindvonnis of royement afgedane civiele zaken bij vijf rechtbanken: de drie eerdergenoemde rechtbanken die ook in 1983 onderzoek waren, aangevuld met de rechtbanken te Arnhem en Alkmaar. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het begin van de zaak 3. Het verloop van de zaak 4. De afloop van de zaak 5. Mogelijke gevolgen voor de werklast van de rechtbanken.
    • Langetermijnmonitor 'Raadsman bij verhoor' - Eerste editie

      Klein Haarhuis, C.M.; Lierop, L. van (medew.); Aidala, R. (medew.); Beenakkers, E. (medew.); Vroome, T. de (medew.); Damen, R. (medew.); Maertens, G. (medew.); Burema, D. (medew.) (WODC, 2018)
      Het recht om een advocaat voorafgaand aan het verdachtenverhoor te spreken (consultatiebijstand) bestaat sinds 2010. Het recht op bijstand van een advocaat tijdens het politieverhoor was tot 1 maart 2016 voorbehouden aan aangehouden, minderjarige verdachten; maar na deze datum was het ook voor aangehouden meerderjarige verdachten een feit. In deze eerste editie van de langetermijnmonitor ‘Raadsman bij verhoor’ staan de organisatie en toepassing van het nieuwe recht op verhoorbijstand centraal, over het eerste jaar na invoering. Het betreft de periode maart 2016 tot en met februari 2017, waarin de OM-Beleidsbrief en enkele andere beleidsregels op basis waarvan dit recht aanvankelijk is ingevoerd, van toepassing waren. De monitor dient volgens een brief van voormalig Minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer (22 maart 2016) ‘een vinger aan de pols te houden en te bezien of zich door de versnelde invoering van het recht op verhoorbijstand in de praktijk knelpunten voordoen, die de uitoefening van het recht in de weg staan.’De probleemstelling van dit onderzoek is tweeledig:A Hoe is de uitvoering van het per 1 maart 2016 geldende recht op verhoorbijstand georganiseerd, op papier en in de praktijk? B Hoe is (en wordt) het recht op verhoorbijstand per 1 maart in de praktijk toegepast?Om deze hoofdvragen te beantwoorden, diende gebruikgemaakt te worden van zowel feitelijke gegevens als ervaringen van de betrokken organisaties: Politie en Openbaar Ministerie (OM), Koninklijke Marechaussee (KMar) en bijzondere opsporingsdiensten (BOD’en), advocatuur en de Raad voor Rechtsbijstand (RvR). INHOUD: 1. Inleiding 2. Stand van kennis 3. Voorbereiding en implementatie 4. De raadsman in de verhoorpraktijk 5. Het recht op verhoorbijstand bij de Koninklijke Marechaussee en bij de bijzondere opsporingsdiensten 6. Samenvatting en conclusies
    • Minder beschikken, meer wikken - de invloed van twee wetten op de werklast van gerechten

      Buruma, Y.; Toor, D. van (WODC, 2010)
      Op 16 december 2004 is een viertal wetswijzigingen in werking getreden (Stb 2004, 638, 639, 640 en 641) die als gemeenschap_pelijk oogmerk hebben de efficiëntie van het strafproces te bevorderen onder meer doordat de rechter meer bewegings_vrijheid wordt geboden het strafproces zo in te richten dat recht kan worden gedaan aan de belangen die op het spel staan. De vier wijzigingswetten betreffen:wijziging Wetboek van Strafvordering houdende enkele wijzigingen in regeling van voorlopige hechtenis (Stb. 2004, 578, 639)wijziging Wetboek van Strafvordering strekkende tot aanpassing van de eisen te stellen aan de motivering van de bewezenverklaring bij een bekennende verdachte (Stb. 2004, 580, 641)wijziging Wetboek van Strafvordering in verband met inbeslagneming en doorzoeking door rechter-commissaris (Stb. 2004, 577, 638)wijziging Wetboek van Strafvordering, Wetboek Strafrecht en Wet op de rechterlijke organisatie in verband met het horen getuigen (Stb 2004, 579, 640)Dit onderzoek betreft de vraag of de wetswijzigingen van 16 december 2004 met betrekking tot de voorlopige hechtenis en de motivering hebben bijgedragen aan de verbetering van de efficiëntie van het strafproces. INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridische achtergrond 3. Operationalisering van de probleemstelling in onderzoeksvragen 4. Methoden 5. Resultaten van de deelonderzoeken: a. Voorlopige hechtenis en b. Motivering van uitspraken 6. Conclusie