• Algemeen Bestuursrecht 2001 - Subsidies

      Westra, K.M.; Ouden, W. den (Universiteit Leiden - Departement Publiekrecht, 2001)
      Op 1 januari 1998 is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking getreden. Tijdens de totstandkoming van deze subsidietitel zijn enkele doelstellingen geformuleerd die als volgt kunnen worden samengevat. Ten eerste moest de legitimiteit van subsidiebesluiten worden vergroot. Daarnaast diende het subsidierecht te worden vereenvoudigd en geharmoniseerd en de rechtszekerheid voor de subsidie-ontvanger worden vergroot. Verder moest misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidiegelden worden tegengegaan. Tot slot was het noodzakelijk de overheidsuitgaven aan subsidies beter te beheersen. Door het departement Publieksrecht van de Universiteit Leiden is onderzoek gedaan naar de effecten van de inwerkingtreding van de subsidietitel. Dit juridisch empirisch onderzoek, waarvan in dit boek verslag wordt gedaan, was toegespitst op beantwoording van de vraag in hoeverre de doelstellingen van de wetgever medio 2001 zijn gerealiseerd.
    • 'Als ik bezig ben, denk ik niet zo veel' - Evaluatie van de pilot Activeren bewoners van gezinslocaties

      Boersema, E.; Sportel, I.D.A.; Smit, M.; Leerkes, A.S. (WODC, 2015)
      In deze rapportage staat de pilot Activeren bewoners gezinslocaties op de gezins-locaties Burgum, Den Helder en Gilze centraal. De pilot liep van maart 2014 – maart 2015 en werd uitgevoerd door het Centraal Opvangorgaan Asielzoekers (COA) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Hoofddoel van de pilot is het bevorderen van zelfstandige terugkeer van bewoners van gezins-locaties naar het land van herkomst. Daarnaast zou activering het welzijn van de bewoners op een positieve manier beïnvloeden, waardoor het beroep op medische voorzieningen zou moeten afnemen. De centrale vraagstelling van dit cross-sectionele onderzoek luidde: Welke veronderstellingen liggen ten grondslag aan de pilot Activeren bewoners gezinslocaties, hoe is de pilot geïmplementeerd, hoe ervaren bewoners en uitvoerders de pilot-activiteiten en in hoeverre sluiten hun ervaringen aan bij de doelen die werden gesteld? INHOUD: 1. Inleiding 2. De gezinslocaties en de pilot: opzet en achtergronden 3. Literatuur en activering 4. Implementatie, organisatie, uitvoering van de pilotactiviteiten 5. Ervaringen van bewoners 6. Ervaringen van de medewerkers 7. Conclusies
    • Er gaat iets veranderen in de prostitutie ... - De sociale positie en het psychosociaal welzijn van prostituees in prostitutiebedrijven voorafgaand aan de opheffing van het bordeelverbod

      Venicz, L.; Vanwesenbeeck, I. (Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek (NISSO), 2000)
      Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de sociale positie en het psychosociale welzijn van prostituees in de periode voorafgaand aan de wetswijziging. (Op 1 oktober 2000 is door een wijziging in het Wetboek van Strafrecht het algemeen bordeelverbod opgeheven.) Zowel de sociale positie als het psychosociale welzijn van een aantal kwetsbare groepen prostituees, die onder dwang of onder druk van schulden en dergelijke aan het werk zijn, blijkt weinig positief. Daarnaast is er een groep prostituees die bewust en om positieve redenen voor de prostitutie hebben gekozen. Met deze groepen gaat het, mits er sprake is van 'goede' werkplekken, relatief goed. Vrijwel alle prostituees ondervinden op het gebied van sociale acceptatie grote problemen. Er is daarnaast veel onduidelijkheid over de wetswijziging en over de belastingafdracht, hetgeen misbruik door derden in de hand werkt. Er zijn aanwijzingen dat prostituees op steeds jongere leeftijd met prostitutiewerk beginnen. Vooral onder jonge prostituees en vrouwen die jong met het werk zijn begonnen, speelt dwang door pooiervriendjes een belangrijke rol in hun 'keuze' voor de prostitutie. Alhoewel prostituees geweld niet snel als zodanig benoemen, rapporteert bijna een kwart van de respondenten zelf in het afgelopen jaar slachtoffer te zijn geweest van geweld.
    • Met beleid van start - Over de rol van beleid voor ontwikkelingen in de positie en leefsituatie van Syrische statushouders

      Huijnk, W.; Dagevos, J.; Djundeva, M.; Schans, D.; Uiters, E.; Ruijsbroek, A.; Mooij, M. de (Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), 2021-04)
      Het project ‘Longitudinaal cohortonderzoek asielzoekers en statushouders’ heeft als doel om de positie en de leefsituatie van statushouders te onderzoeken en veranderingen in kaart te brengen. Dit is de vierde kwantitatieve studie binnen dat project. Deze studie is verklarend van aard en richt zich primair op Syrische statushouders. Zij maken verreweg het grootste deel uit van de groep statushouders die in de afgelopen jaren in Nederland is komen wonen. De studie gaat na welke factoren van invloed zijn op veranderingen in de positie en de leefsituatie van Syrische statushouders, met een sterke focus op de rol van beleidsfactoren. Hiermee pogen we beter zicht te krijgen op cruciale factoren die een goede start faciliteren. Wat werkt (niet)? INHOUD: 1. Inleiding: de leefsituatie verklaard - Willem Huijnk en Jaco Dagevos (SCP) 2. De rol van psychische en fysieke gezondheid bij succesvol inburgeren in Nederland - Ellen Uiters en Annemarie Ruijsbroek (RIVM), met medewerking van drs. Evert Bloemen 3. Taal met beleid. Factoren achter de taalverbetering van Syrische statushouders - Linda Bakker (Signi cant Public), Jaco Dagevos (SCP) en Maja Djundeva (SCP) 4. Arbeidsdeelname van statushouders en hun dynamiek op de arbeidsmarkt - Dion Dieleman, Corina Huisman, Stephan Verschuren (CBS) 5. Wat werkt? Over de invloed van beleid op de start van de arbeidsloopbaan van Syrische statushouders - Roxy Damen, Willem Huijnk en Maja Djundeva (SCP) 6. Een goed begin is het halve werk? - Mieke Maliepaard, Sanne Noyon en Djamila Schans (WODC)
    • Nieuwe kansen voor vrijwilligerswerk - De inzet van vrijwilligers bij het COA

      Gruijter, M. de; Razenberg, I. (Verwey-Jonker Instituut, 2017)
      De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Wat is de mogelijke meerwaarde en wat zijn de (on)mogelijkheden van de inzet van vrijwilligers voor de activering van bewoners in de locaties voor noodopvang en asielzoekerscentra vanuit het gezichtspunt van vrijwilligers, organisaties uit het maatschappelijk middenveld, bewoners en (medewerkers van) het COA?Met de resultaten van het onderzoek wil de aanvrager, het COA, inzicht krijgen in de meerwaarde en (on)mogelijkheden van de inzet van vrijwilligers in de genoemde locaties. Daarmee wil het COA een onderbouwd uitvoeringsbeleid formuleren voor de inzet van vrijwilligers, gericht op de activering van bewoners. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het onderzoek 3. Beleidscontext en inzichten over vrijwilligerswerk 4, Activiteiten en taken van vrijwilligers bij het COA 5. Faciliteiten en eisen Conclusies 6. Literatuur 7. Bijlagen
    • Prostitutie in Nederland anno 2014

      Daalder, A.L. (WODC, 2015)
      In dit rapport worden de belangrijkste resultaten uit drie onderzoeken (zie links bij: Meer informatie) gecombineerd en aangevuld met informatie die relevant is voor de context. In hoofdstuk 2 staan wetgeving en beleid centraal. Hoofdstuk 3 gaat in op de aard van zowel legale als niet-legale prostitutie, op wat er bekend is over de omvang van vergunde prostitutie en op de (on)mogelijkheden om de om-vang van niet-vergunde prostitutie te schatten. In hoofdstuk 4 komen de belang-rijkste bevindingen over toezicht en handhaving op het terrein van prostitutie aan de orde. Hoofdstuk 5 gaat in op de sociale positie (onderverdeeld in arbeidsrelatie, arbeidsomstandigheden, welzijn en mobiliteit) van prostituees die werkzaam zijn in vergunde bedrijven of als zelfstandige escort of thuiswerker. Tot slot worden in hoofdstuk 6 enkele conclusies en overwegingen op een rij gezet. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wetgeving en beleid 3. Aard en omvang van prostitutie 4. Toezicht en handhaving 5. De sociale positie van prostituees 6. Conclusies en overwegingen