• Ernstige verkeersdelicten

      Wolswijk, H.D.; Postma, A.; Keulen, B.F. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2017)
      Over de straftoemeting in verkeerszaken is veel maatschappelijke en politieke discussie. Ook in de wetenschap is het een onderwerp van discussie. Op 18 februari jl. heeft de minister van V&J in een brief naar de Tweede Kamer over verkeershandhaving aangegeven dat er onderzoek zal plaatsvinden naar de straftoemeting in ernstige verkeerszaken (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2015-2016, 29398, nr. 495). Dit onderzoek betreft de straftoemeting in ernstige verkeerszaken. Daarbij wordt gekeken naar het 'strafgat' bij (kort gezegd) roekeloos rijgedrag. Bezien wordt of de opsporingsbevoegdheden bij het doorrijden na een ongeval met ernstig letsel of de dood als gevolg dienen te worden uitgebreid. De onderzoeksvragen betreffen de straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten, de opvattingen van praktijkjuristen over die straftoemeting, en knelpunten van juridische of praktische aard bij de afdoening van ernstige verkeersdelicten. INHOUD: 1. Inleiding 2. De strafbaarstelling en het kader voor straftoemeting 3. Straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten 4. Interviews 5. Conclusies en aanbevelingen
    • Evaluatie DIV - Rijden onder invloed van drugs deel 2: onderzoek naar de werkprocessen en speekseltester, condities rondom opslag en transport van bloed en informatieopslag

      Abraham, M.; Nauta, O.; Aalst, M. van (DSP-groep, 2019)
      Per 1 juli 2017 is artikel 8 van de Wegenverkeerswet uitgebreid met lid 5 om het rijden onder invloed van drugs beter aan te pakken. Dit kan bijdragen aan het vergroten van de verkeersveiligheid. De wetswijziging voorziet onder andere in een instrumentarium waarmee politie en justitie het gebruik van drugs eenvoudiger kunnen vaststellen. Daarmee is de politie bevoegd om verkeersdeelnemers te testen op drugsgebruik door middel van een speekseltester en door onderzoek van de psychomotorische functies en oog- en spraakfuncties (middels een psychomotorische test oftewel PMT). 1 Bij een positieve uitslag op de speekseltester of PMT volgt een bloedonderzoek. Als op basis van het bloedonderzoek de concentratie drugs boven de bij AMvB vastgestelde grenswaarde blijkt te liggen of bij gecombineerd gebruik van drugs of van één of meer drugs en alcohol boven de daarvoor vastgestelde grenswaarde uitkomt, is er sprake van een strafbaar feit. Het onderzoek kent de volgende drieledige probleemstelling (hoofdvragen) die vervolgens zijn uitgewerkt in onderzoeksvragen: Hoe verloopt het proces van het testen op drugs in het verkeer? Welke eisen dienen aan opslag en transport van bloed, afgenomen in het kader van een drugstest, te worden gesteld opdat de afbraak in de hoeveelheden stoffen er niet toe leidt dat de uitslag onterecht beneden de grenswaarden van de geteste drugs komen te liggen? Welke informatie is voor de evaluatie van de wet over vijf jaar nodig en wordt deze informatie in de huidige praktijk verzameld en opgeslagen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Procesbeschrijving 3. Politie 4. NFI (& andere geaccrediteerde laboratoria) 5. OM 6. Opslag en transport van bloed 7. Benodigde gegevens wetsevaluatie 8. Conclusies
    • Onderzoek naar strafmaxima in bijzondere wetgeving

      Arps, F.; Sennef, A.; Heemskerk, H.; Roos, Th.A. de (Universiteit Leiden, 1999)
      In dit onderzoek ging het in de kern om de volgende vragen:Welke uitgangspunten heeft de wetgever gehanteerd sinds 1886 bij het vaststellen van strafmaxima,Welke verschuivingen zijn daarbij eventueel waarneembaar in de loop der tijd,Is ter zake een verschil waarneembaar tussen commune misdrijven en delicten uit bijzondere strafwetten, enKunnen er door de veranderingen in de loop der tijd inconsistenties worden aangewezen in het stelsel van wettelijke strafmaxima?
    • Rijden onder invloed van drugs - Onderzoek van de situatie voor de invoering van de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994

      Abraham, M.; Nauta, O. (DSP-groep, 2017)
      De aanpak van rijden onder invloed van drugs vindt op dit moment plaats op basis van de vangnetbepaling van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW1994). Deze aanpak stuit in de praktijk op problemen. Daarom is voorzien in een wijziging van de WVW1994 waarbij er een nieuw vijfde lid wordt toegevoegd. De wijziging beoogt niet alleen het vaststellen van het vermoeden van het gebruik van drugs in het verkeer te vereenvoudigen maar ook de vervolging makkelijker te maken. De implementatie van de wijziging van de wet vindt naar verwachting medio 2017 plaats. In dat kader is onderzoek gedaan naar de opsporing en vervolging van bestuurders die het verbod op het rijden onder invloed van drugs overtreden. De centrale probleemstelling van het onderzoek luidde: Hoe wordt rijden onder invloed van drugs voor implementatie van de gewijzigde WVW1994 opgespoord en gesanctioneerd en met welk resultaat? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodische verantwoording 3. Huidige aanpak van drugsgebruik in het verkeer 4. Huidige uitvoeringspraktijk 5. De nieuwe aanpak 6. Conclusies
    • Wegenverkeerswet 1994 - Evaluatie van de wijzigingen 1998

      Molenaar, D.E.G.; Groen, P.P.J.; Mein, A.G.; Wartna, B.S.J.; Blom, M. (WODC, 2004)
      In welke mate maken politie, officieren van justitie en rechters gebruik van de nieuwe mogelijkheden in de Wegenverkeerswet, en is dit zoals beoogd door de wetgever? Wat zijn de eventuele knelpunten en hoe zouden deze opgelost kunnen worden? De belangrijkste resultaten en conclusies zijn de volgende: Het aantal ingevorderde rijbewijzen wegens ernstige snelheidsovertredingen is sterk gestegen. Politie en Openbaar Ministerie beoordelen de nieuwe invorderingsregeling als goed uitvoerbaar en kennen deze een belangrijke signaalwerking toe. Er bestaat enige twijfel over de toegevoegde waarde van het hogere strafmaximum voor het veroorzaken van een ongeval en de toevoeging van de strafverzwarende grond van excessieve snelheidsovertreding. INHOUD: 1. Inleiding 2. Vervolging en berechting 3. Invorderingen