• Eerste ervaringen met spoedeisend preventief fouilleren

      Bouwmeester, J.; Holzmann, M.; Siermann, T.; Flight, S. (I&O Research, 2016)
      De doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de ervaringen die gemeenten, en dan vooral de burgemeesters, hebben met spoedeisend preventief fouilleren sinds de wetswijziging van 1 juli 2014. In dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - Wat is de mate waarin het instrument van spoedeisend preventief fouilleren wordt ingezet door gemeenten? - In wat voor soort situaties en op grond van welke argumenten wordt gekozen voor spoedeisend preventief fouilleren? - Wat zijn de ervaringen van gemeenten/burgemeesters met spoedeisend preventief fouilleren en hoe wordt dit instrument bezien ten opzichte van de niet-spoedeisende variant of andere alternatieven? - Wat zijn de overwegingen geweest van gemeenten/burgemeesters die wel voornemens hebben (gehad) voor spoedeisend preventief fouilleren om daartoe niet daadwerkelijk over te gaan?
    • Fatale fantasie - Een onderzoek naar moorden op prostituées

      Gemert, F.H.M. van (WODC, 1994)
      In dit onderzoek zijn de moorden op een aantal prostituées onderzocht. Beschreven wordt welke werkwijze is gevolgd, noties omtrent moorden op prostituees worden belicht en relevante fantasieën worden geïnventariseerd. Fantasieën van moordenaars en prostituanten worden vergeleken en in verband gebracht met de scenario's volgens welke prostitutiemoorden gepleegd worden. De manieren waarop prostituées worden vermoord, worden herleid tot fantasieën. Dit kan aanknopingspunten voor opsporing opleveren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Werkwijze 3. Moord en prostitutie 4. Fantasie 5. Data 6. Scenario's 7. Conclusie en aanbevelingen.
    • Gebruik van opsporingsbevoegdheden in de Wet Wapens en munitie (WWM) - Verslag van proefprojecten grensverkenning WWM-opsporingsbevoegdheden

      Gils, G. van; Braam, H. (BeleidsOnderzoek en Advies (BOA), 2000)
      Om een uitspraak te kunnen doen over de wenselijkheid en de meerwaarde van een eventuele uitbreiding van het wettelijke instrumentarium voor de aanpak van vuurwapencriminaliteit zijn in de eerste plaats in dit onderzoek de aard en de omvang van illegaal vuurwapengebruik nagegaan. Vooral de ontwikkelingen in de tijd, de ontwikkelingen in frequentie en ernst van de incidenten, werden daarbij als belangrijk beoordeeld. Vervolgens is met behulp van (de evaluatie van) speciale politiële 'acties' getracht de vraag te beantwoorden in hoeverre het bestaande instrumentarium voor de opsporing en vervolging van vuurwapencriminaliteit - bij een geïntensiveerde inzet - voldoet. Deze acties hebben landelijke bekendheid gekregen (o.a. de actie in de Millinxbuurt in Rotterdam en de acties in Amsterdam-Amstelland). Tot slot heeft het onderzoek getracht de vraag te beantwoorden of de lokale driehoek de mogelijkheden heeft de problematiek langs publiek- en privaatrechtelijke weg aan te pakken.
    • Geweld

      Unknown author (WODC, 1994)
      De bezorgdheid over het criminaliteitsprobleem heeft zich in de jaren tachtig vooral gericht op de 'kleine' of 'veel voorkomende' criminaliteit en lijkt zich in de jaren negentig vooral te richten op de georganiseerde criminaliteit. Deze aflevering is gewijd aan een vorm van crimineel gedrag die onderbelicht dreigt te blijven terwijl zij, zeker niet minder dan de twee bovengenoemde, sterk in omvang is toegenomen: het geweld.
    • Illegale vuurwapens in Nederland - Gebruik, bezit en handel in de periode 2001-2003

      Bruinsma, M.Y.; Moors, J.A.; Haaf, J. van (medew.); Poppel, J.W.M.J. van (medew.); Veenma, K.S. (medew.); Bergh, M.Y.W. von (medew.) (WODC, 2005)
      Het onderzoek heeft als doel om inzicht te geven in de ontwikkelingen omtrent de aard en omvang van vuurwapencriminaliteit in Nederland in de periode 2001-2003.
    • Liquidaties in Nederland

      Gestel, B. van; Verhoeven, M.A.; Korte, L.R. de; Slot, E.; Vugts, P.; Kras, H.; Roks, R.A.; Leistra, G.; Scheepmaker, M.P.C. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. B. van Gestel en M.A. Verhoeven - Liquidaties nieuwe stijl: Verruwing en professionalisering bij liquidaties in Nederland 2. L.R. de Korte - ‘Hitman, at your service’: Een crime-scriptanalyse van liquidaties in Nederland 3. E. Slot - Liquidaties in Nederland in historisch perspectief 4. P. Vugts en H. Kras - Hoe de criminele ladder naar de ondergang leidt: De verschillende types slachtoffers van liquidaties in de Amsterdamse onderwereld 5. R.A. Roks - Liquidatie van een Solid Soldier? Het ‘niet-zeker-weten’ en de ‘realness’ rondom de dood van Sin 6. G. Leistra - Spreken is lood: Kan de overheid bedreigde getuigen beschermen? 7. M.P.C. Scheepmaker - Op de grens van ideeën en daden: Over de vervolging van het voorbereiden van liquidaties - Een interview met OvJ Koos Plooij en advocaat Christian Flokstra SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen is gewijd aan het fenomeen liquidaties. Als het om moord en doodslag gaat lopen de emoties in de samenleving vaak hoog op. Liquidaties vormen echter een aparte categorie. Deze gaan doorgaans gepaard met bruut geweld en vinden vaak in de openbare ruimte plaats, wat de nodige opschudding en verontwaardiging oproept. Tegelijkertijd is er minder mededogen met de slachtoffers, omdat dit veelal zelf criminelen zijn (de tragische ‘vergismoorden’ even buiten beschouwing latend). Maar wie zijn eigenlijk de slachtoffers van liquidaties? En welke achtergronden hebben deze liquidaties? Op deze vragen proberen we in dit themanummer antwoord te geven. Daarnaast is er aandacht voor de vraag hoe politie en justitie moeten omgaan met liquidaties. De belangrijkste getuigen zijn vaak dood en de uitvoerders proberen geen sporen achter te laten. Soms is een liquidatie ook onderdeel van een groter geheel, waarbij criminelen doelbewust anderen inzetten om potentiële getuigen om te brengen en hun omgeving angst aan te jagen. In die zin is een liquidatie dan ook een doelbewuste aanslag op de waarheidsvinding. Omdat het zo moeilijk is liquidatiezaken op te lossen worden soms bijzondere opsporingsmethoden gebruikt, zoals de inzet van meewerkende getuigen die strafvermindering krijgen toegezegd. Ook liggen aan een geslaagde liquidatie verschillende voorbereidingshandelingen ten grondslag, zoals het stelen en ‘koud zetten’ van auto’s en het aanschaffen van (automatische) wapens en volgapparatuur, waarmee vervolgens de gangen van het beoogde slachtoffer zo goed mogelijk in kaart kunnen worden gebracht. Deze ‘logistiek’ van liquidaties biedt enerzijds veel mogelijkheden voor de vroegtijdige opsporing van liquidaties en dus voor het voorkomen daarvan. Anderzijds wordt door vroegtijdig in te grijpen het bewijs vernietigd van het misdrijf dat ophanden is. Het voorkomen van het misdrijf betekent daarom dat soms ook de voorbereiding voor de betrokken daders minder zware strafrechtelijke consequenties heeft. Deze en andere juridische dilemma’s komen ook aan de orde in dit themanummer.
    • Moord en doodslag in Nederland - 1998 en 2002-2004

      Smit, P.R.; Nieuwbeerta, P. (WODC, 2007)
      Het doel van dit rapport is tweeledig. Enerzijds geeft het inzicht in de structuur, de opzet en de kwaliteit van de Monitor Moord en Doodslag, een recent gerealiseerd gegevensbestand ten behoeve van onderzoek naar moord en doodslag. Anderzijds, door een cijfermatig overzicht te geven van moord en doodslag in de jaren 1998 en 2002-2004, is het een actualisatie en nadere detaillering van eerdere publicaties over dit onderwerp. INHOUD: 1. Inleiding 2. De Moord en Doodslag Monitor 3. Moord en doodslag 1998; 2002-2004 4. Enkele categorieën moorden nader belicht 5. Slotbeschouwing
    • Motieven voor moord

      Unknown author (WODC, 1991)
      Moord is het ultieme delict in iedere beschaafde samenleving. Alleen in geval van (burger)oorlog, de doodstraf en euthanasie is sprake van meer of minder gelegitimeerd doden. Voor enkele groeperingen zou ook moedwillige abortus in deze rij thuishoren, voor andere kan in geen enkel geval sprake zijn van gerechtvaardigd handelen. Afgezien van deze gevallen zijn moord en doodslag niet voor discussie vatbaar. Elke moord of doodslag staat op zichzelf. Juist de ernst van het delict lijkt zich meer te lenen voor een individualiserende benadering in de literatuur dan voor generaliserend wetenschappelijk onderzoek. In deze aflevering wordt een poging gedaan de gegevens en theorievorming (in Nederland) samen te brengen onder de noemer `motieven voor moord'. Deze invalshoek is op zichzelf enigszins problematisch, want, wat is een motief? De psychoanalyticus heeft andere overwegingen bij de bepaling daarvan dan de socioloog of de jurist. Toch is 'het motier in het concrete opsporingswerk van de recherche een van de centrale te ontcijferen 'codes' van iedere zaak. De heftigheid van het delict maakt nieuwsgierig naar de motieven en kennis van het motief leidt maar al te vaak tot de opsporing van de dader.
    • Naar Nationale Veiligheidsindices

      Vergouw, S.J.; Jennissen, R.P.W.; Weijters, G.; Smit, P.R. (WODC, 2014)
      In dit onderzoek wordt een methode beschreven om zo betrouwbaar mogelijk ontwikkelingen in criminaliteit, overlast en onveiligheidsbeleving in Nederland te beschrijven. Dit onderzoek komt voort uit een verzoek van het Strategisch Beraad Veiligheid (SBV), een overlegorgaan tussen het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG). Het SBV heeft de vraag gesteld of het mogelijk is een instrument te ontwikkelen waarmee de ontwikkeling in sociale veiligheid in Nederland in kaart kan worden gebracht. Het is de wens om een index te ontwikkelen waarbij zowel slachtofferenquêtes als politiecijfers worden gebruikt om trends in sociale veiligheid op landelijk, maar ook op regionaal niveau te beschrijven. Met regionaal kan in dit geval gemeenteniveau, maar ook het niveau van regionale eenheden, politiedistricten of basisteams worden bedoeld. Onder sociale veiligheid verstaan we criminaliteit, door burgers ervaren overlast en de onveiligheidsbeleving van burgers. De verkorte resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in Factsheet 2014-4. INHOUD: 1. Inleiding 2. Criminaliteitsontwikkeling 3. Overlastontwikkeling 4. Ontwikkeling van onveiligheidsbeleving 5. Slotbeschouwing
    • Resultaten van de Nationale Veiligheidsindices 2013

      Vergouw, S.; Jennissen, R.P.W.; Weijters, G.; Smit, P.R. (WODC, 2014)
      Het WODC heeft een nieuwe methode ontwikkeld om de ontwikkelingen in criminaliteit, overlast en onvei-ligheidsbeleving in Nederland op een zo betrouwbaar mogelijke manier in kaart te brengen. Tot nu toe werden er verschillende cijfers over sociale veiligheid naast elkaar gerapporteerd die niet altijd dezelfde ontwikkelingen laten zien. Hierbij is het niet altijd even duidelijk welk cijfer het meest betrouwbaar moet worden geacht. Het vernieuwende aan de nieuwe methode is te vinden bij de wijze waarop de ontwikkeling van criminaliteit wordt berekend. Zo wordt criminaliteit onderverdeeld in delicttypen, waarbij voor elk delicttype de bron wordt gekozen die de ontwikkeling zo betrouwbaar mogelijk beschrijft. Vervolgens worden de ontwikkelingen van de verschillende delicttypen, zover mogelijk, gewo-gen naar ernst en prevalentie en samengevoegd tot één criminaliteitsindex. Een uitgebreide beschrijving van de gebruikte methodiek is te vinden in Cahier 2014-14 (zie link bij: Meer informatie).
    • Roofovervallen in Nederland 1968-1975

      Bergeijk, G.A. van; Ovaa, W. (WODC, 1975)
      Dit is een analyse van gegevens betreffende roofovervallen die sinds 1968 door de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) verzameld worden. De door de Informatiecentrale Overvallen van deze dienst verzorgde kwartaalverslagen, bedoeld ter ondersteuning van de opsporing door de politie bevatten per overval gegevens als object, aantal daders, gehanteerd wapen, geweldpleging, etcetera.
    • Smokkel van handvuurwapens vanuit voormalige Oostbloklanden naar Nederland

      Spapens , A.C.; Bruinsma, M.Y. (IVA Tilburg, 2002)
      Bij degenen die zich in Nederland politiek en beleidsmatig met de problematiek van vuurwapencriminaliteit bezig houden alsook bij de politie, bestaat het vermoeden dat in ons land de laatste jaren een toenemend aantal handvuurwapens uit voormalige Oostbloklanden wordt binnengesmokkeld. Feitelijk gezien neemt in Nederland het aantal inbeslagnames toe van illegale handvuurwapens die afkomstig zijn uit een voormalig Oostblokland. Dit blijkt uit registratiegegevens van de politie. De mogelijkheden tot smokkel worden voorts bevorderd door de 'gelegenheidsstructuur' in sommige vormalige Oostbloklanden. Het vermoeden dat handvuurwapens die afkomstig zijn uit voormalige Oostbloklanden een belangrijke rol spelen in het Nederlandse illegale circuit vormde de aanleiding tot nader onderzoek naar 'Illegale wapentransporten vanuit voormalige Oostbloklanden naar Nederland'. Dit onderzoek is uitgevoerd door IVA-Tilburg, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum, op verzoek van de Directie Opsporingsbeleid van het Directoraat-Generaal Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie.
    • Tasten in het duister - Een verkenning naar bronnen en methoden om de aard en omvang van de criminaliteit te meten - Deel 2: Technisch rapport

      Smit, P.R.; Ghauharali, R.; Veen, H.C.J. van der; Willemsen, F.; Steur, J.; Velde, R.A. te; Vorst, T. van der; Bongers, F.; Kabki, A. (medew.); Zaitch, D. (medew.) (Dialogic Innovatie en Interactie, 2018)
      De hoofdvraag van dit onderzoek luidt als volgt: Op welke manier kan zowel de geobserveerde criminaliteit als het dark number van criminaliteit zo veel en zo goed mogelijk in kaart gebracht worden? De hoofdvraag valt uiteen in drie onderdelen. Deel A betreft het in kaart brengen van de ontwikkeling van het meten van (de geobserveerde) criminaliteit en de relatie tot het dark number en de stand van zaken van het meten van criminaliteit anno nu. In deel B van het onderzoek wordt specifiek ingezoomd op drie delicttypen: horizon-tale fraude, georganiseerde criminaliteit en cybercrime. In deel C worden de bevindingen uit deel A en deel B bij elkaar gebracht om te komen tot een eerste inventarisatie van de geobserveerde criminaliteit en het dark number en hoe criminaliteit in de toekomst gemeten kan (blijven) worden.Dit onderzoek bestaat uit twee delen: Deel 1 (Hoofdrapport) betreft de omvang en aard van de niet geregistreerde criminaliteit, zijnde een meer generieke wetenschappelijk/methodologische inleiding: welk deel van criminaliteit meten we reeds, welke alternatieven of nieuwe kansrijke initiatieven zijn nu gaande (zie link bij: Meer informatie). Dit deel 2 (Technisch rapport) betreft de vraag met welke (nieuwe) methoden, meetinstrumenten en technieken de niet-geregistreerde cybercriminaliteit (zowel cybercrime als gedigitaliseerde criminaliteit), horizontale fraude en georganiseerde criminaliteit gemeten kan worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. De geregistreerde en ondervonden criminaliteit 3. Geobserveerde criminaliteit: aanvullende databronnen voor het meten van criminaliteit 4. Schattingsmethoden en –technieken 5. ‘Big data’ en sociale media 6. Horizontale fraude 7. Georganiseerde criminaliteit 8. Cybercriminaliteit
    • Tasten in het duister - Een verkenning naar bronnen en methoden om de aard en omvang van de criminaliteit te meten - Deel 1: Hoofdrapport

      Smit, P.R.; Ghauharali, R.; Veen, H.C.J. van der; Willemsen, F.; Steur, J.; Velde, R.A. te; Vorst, T. van der; Bongers, F.; Kabki, A. (medew.); Zaitch, D. (medew.) (WODC, 2018)
      Politiestatistieken en slachtofferenquêtes zijn gebruikelijke en beschikbare instrumenten om meer zicht te krijgen op de aard en omvang van criminaliteit. Maar hoe meten we de omvang van een zeer complex en ongrijpbaar fenomeen: verborgen criminaliteit? Deze studie onderzoekt welke andere bronnen en methoden om de aard en omvang van criminaliteit te meten, beschikbaar zijn of ontwikkeld kunnen worden.Met dit onderzoek wordt geen uitsluitsel over het ‘dark number’ van de criminaliteit gegeven. Het is een complex fenomeen waar niet met één onderzoek duidelijkheid over gegeven kan worden. Deze studie biedt inzicht in methoden die kunnen helpen om de omvang van verborgen criminaliteit te schatten. Deze inventarisatie kan helpen om delen van criminaliteit die we nu niet goed in kaart hebben, te onderzoeken. Bijzondere aandacht is besteed aan drie specifieke onderwerpen: horizontale fraude, georganiseerde criminaliteit en cybercriminaliteit. Dit rapport is het hoofdrapport van deze studie. Meer gedetailleerde bevindingen worden gepubliceerd in een technisch rapport. INHOUD: 1. Inleiding 2. De Politiestatistiek en de slachtofferenquêtes 3. Een overzicht van methoden voor het meten van criminaliteit 4. Bevindingen naar delictcategorie of verschijningsvorm 5. Discussie en aanbevelingen
    • Tweede verkennende studie Liquidaties

      Gestel, B. van; Kouwenberg, R.F. (WODC, 2021-12-30)
      Hoewel liquidaties geen nieuw fenomeen zijn in Nederland, bleek uit een verkennende studie van het WODC uit 2017 dat de werkwijze bij deze moordaanslagen aan verandering onderhevig is (zie link hiernaast). Uit de studie kwam onder andere naar voren dat de beschikbaarheid van nieuwe groepen schutters en nieuwe middelen leidt tot een aantal stijlaanpassingen. Enerzijds werd een proces van professionalisering gesignaleerd bij de voorbereiding van liquidaties, waarbij gebruik werd gemaakt van nieuwe technologische middelen. Anderzijds werd een ruwere werkwijze gesignaleerd bij de uitvoering van liquidaties, die werd toegeschreven aan een ruime beschikbaarheid van zware vuurwapens in Nederland en aan een ruime beschikbaarheid van een nieuwe onervaren schutters. De centrale probleemstelling luidt: Welke recente ontwikkelingen doen zich voor ten aanzien van het fenomeen liquidaties, volgens sleutelinformanten van politie en justitie? Bij recente ontwikkelingen is gekeken naar achtergrond, motieven, betrokken actoren en de uitvoering (modus operandi) van liquidaties. 1. Inleiding 2. Definities 3. Achtergrond en criminele context 4. Aantal liquidaties 5. Verbreding van excessief geweld 6. Taakverdeling, aansturing en gevolgen van nieuwe technologie 7. Slotbeschouwing
    • Update liquidaties 2020

      Gestel, B. van; Kouwenberg, R.F. (WODC, 2020-12)
      In de ‘Verkennende voorstudie liquidaties’ uit 2017 en de ‘Update liquidaties 2019’ is verslag gedaan van het aantal liquidaties in Nederland van het jaar 2000 tot en met 2018 (Van Gestel, 2017; Van Gestel & Kouwenberg, 2019). Deze notitie bevat een update van de aantallen voor het jaar 2019. We kijken in hoeverre de aantallen uit 2019 aansluiten bij het beeld dat reeds bestond. Naast het aantal liquidaties, worden in deze notitie ook enkele andere kenmerken van gepleegde liquidaties beschreven zoals pleegplaats (regio), aantal slachtoffers en leeftijd van de slachtoffers.
    • Verkennende voorstudie Liquidaties

      Gestel, B. van; Verhoeven, M.A. (medew.) (WODC, 2017)
      De afgelopen jaren heeft in Nederland een reeks gewelddadige liquidaties plaatsgevonden. Hoewel liquidaties geen nieuw fenomeen zijn in Nederland (het aantal schommelde in de afgelopen decennia tussen de twintig en dertig per jaar), zijn er wel geluiden dat de aard van het delict verandert. De centrale probleemstelling van deze verkennende studie luidt: Welke recente ontwikkelingen doen zich voor ten aanzien van het fenomeen liquidaties, volgens sleutelinformanten van politie en justitie?Bij recente ontwikkelingen is gekeken naar motieven en de achtergrond van liquidaties, de samenstelling van dadergroepen, de uitvoering (modus operandi) en de facilitering van liquidaties. Voor deze verkennende studie zijn gesprekken gevoerd met twaalf sleutelinformanten, het betreft politie en -justitiefunctionarissen die vanuit de aard van hun werkzaamheden kennis hebben over liquidaties. Aanvullend hebben we drie interne politiedocumenten bestudeerd, die in hoofdzaak gebaseerd waren op operationele opsporingsinformatie. Daarnaast hebben we aanvullend informatie uit verschillende openbare journalistieke bronnen geraadpleegd. Informatie is vergaard in de periode april 2016 - november 2016.Deze voorstudie betreft geen analyse van ‘hard’ empirisch materiaal maar heeft een verkennend karakter en is in hoofdzaak gebaseerd op de kennis, ervaring en inschattingen van politie- en justitiefunctionarissen die belast zijn met de opsporing en vervolging van liquidaties. INHOUD: 1. Inleiding 2. Definities 3. Achtergrond, motieven en criminele context 4. Het criminele bedrijfsproces van liquidaties 5. Verruwing 6. Specialisatie en professionalisering 7. Tot slot
    • Verwevenheid georganiseerde misdaad en terrorisme bij verwerving van vuurwapens - Verkenning met behulp van SNA

      Slot, B.; Wanrooij, N. van; Bruinsma, M.; Sapulete, S. (Ecorys, 2017)
      Naar aanleiding van de toename van het gebruik van zware wapens bij liquidaties in Nederland en bij (dreiging van) jihadistische aanslagen is er verscherpte aandacht voor de opsporing daarvan. Volgens de minister van VenJ zijn Europese afspraken onontbeerlijk voor een effectieve aanpak van de handel in illegale vuurwapens. De minister heeft met zijn Europese collega’s afgesproken om met prioriteit maatregelen betreffende ontmanteling en deactivering te ontwikkelen. Bovendien wordt ingezet op intensivering van de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten, bijvoorbeeld via Europol (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2014-2015, 29754, nr. 307 en Eerste Kamerstukken, Vergaderjaar 2015-2016, 34416 nr. A). In december 2015 heeft de Europese Commissie een actieplan gemaakt om het voor criminelen en terroristen nog lastiger te maken wapens en explosieven in handen te krijgen en te gebruiken, door de controle op illegaal bezit en illegale invoer in de Europese Unie (EU) te verscherpen. Op 18 november 2015 heeft de EU Commissie een voorstel gedaan tot wijziging van de Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving van en het voorhanden hebben van wapens. Het doel van voornoemde Richtlijn is de goede werking van de interne EU-markt in vuurwapens te verzekeren en de EU-burgers tegelijk een hoog niveau van veiligheid te garanderen. Dit onderzoek dient inzicht te verkrijgen op de verwevenheid van de georganiseerde criminaliteit en terroristische (jihadistische) groeperingen bij de verwerving van illegale vuurwapens. Het gaat o.a. in op de markt van illegale vuurwapens en het verwervingsproces van vuurwapens. INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuur 3. SNA als methode 4. Meerwaarde-verkenning SNA op dit thema 5. Illustratie aan de hand van casusanalyse 6. Beantwoording onderzoeksvragen 7. Bijlage I: Geraadpleegde literatuur en media 8. Bijlage II: Overzicht gesprekken 9. Bijlage III: Stappenplan SNA politie-systemen 10. Bijlage IV: SNA maten per subcomponent 11. Bijlage V: Samenstelling begeleidingscommissie
    • Vuurwapencriminaliteit in het vizier - Een onderzoek bij politie en justitie

      Kruissink, M.; Kouwenberg, R.F. (WODC, 1991)
      Onderzoek naar de wijze waarop in de politiele praktijk de bestrijding van het illegaal wapenbezit plaatsvindt en de rol van het openbaar ministerie daarbij. Hiertoe werd een enquete onder politie en justitiefunctionarissen gehouden, en werd met hen gesproken over de knelpunten op vuurwapengeb ied en de mogelijke oplossingen daarvoor. Tevens komt in het rapport aan de orde de omvang en aard van de vuurwapencriminaliteit en wordt een summiere schets van de aanpak van de vuurwapencriminalieit in de afgelopen twintig jaar gegeven.
    • Wetgeving en sociale wetenschappen

      Unknown author (WODC, 1978)
      Het ontwerpen en invoeren van wettelijke regels is een overheidsactiviteit, die qua omvang en mate van ingrijpen in de levenssfeer van de burgers voortdurend toeneemt. Traditioneel hebben juristen een belangrijke rol gespeeld in het wetgevingsproces. De laatste tientallen jaren is er vanuit de sociale wetenschappen, m.n. vanuit de rechtssociologie, een groeiende belangstelling voor deze overheidsactiviteit te bespeuren. In het inleidende artikel zal aan de hand van uitgevoerde sociaal wetenschappelijke onderzoekingen het belang van de inschakeling van de sociale 3 wetenschappen bij de wetgeving worden geschetst. Tevens zal daarin worden aangegeven op welke wijze dit kan geschieden. Hierna zijn in verkorte vorm vijf artikelen over op dit terrein uitgevoerd onderzoek opgenomen, alsmede een artikel over de mogelijkheden om t.b.v. dit soort onderzoek experimenten uit te voeren.