• Achtergronden en recidive van Mulderovertreders

      Blom, M.; Weijters, G.; Blokdijk, D. (WODC, 2018)
      Het huidige onderzoek levert een bijdrage aan de discussie over een progressief boetestelsel door inzicht te verschaffen in de achtergronden en de recidive van ‘Mulderovertreders’, dat wil zeggen personen die een lichte verkeersovertreding vallend onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv, ook wel Wet Mulder genoemd) begingen. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord:Wat zijn de achtergrondkenmerken van Mulderovertreders? Zijn er verschillen tussen Mulderveelplegers en overige Mulderovertreders?Wat is het recidivebeeld van Mulderovertreders? Zijn er verschillen tussen Mulderveelplegers en overige Mulderovertreders?In hoeverre is het plegen van Mulderovertredingen in het verleden een voor-speller voor Mulderrecidive en voor strafrechtelijke (verkeers)recidive?
    • AVC-Proloog - Een effectevaluatie

      Leuw, Ed.; Brouwers, M. (WODC, 1995)
      In het arrondissement Assen wordt sinds maart 1991 de 'AVC-proloog' uitgevoerd. Dit is een verkorte Alcohol Verkeer Cursus (AVC), bestemd voor alcohol-verkeersdelinquenten met een ademalcoholgehalte van niet meer dan 570 mcg. Het gaat dus om een in vergelijking met de gewone AVC's 'lichtere' alternatieve sanctie, bedoeld voor een 'lichtere' groep overtreders van de alcohol-verkeersbepalingen. In dit onderzoek wordt een vergelijking gemaakt tussen de AVC en de AVC-proloog. Er wordt ingegaan op: kenmerken van de deelnemers; effecten van de cursus op kennis, attitude en gedrag; alcohol-verkeersgedrag. INHOUD: 1. Inleiding 2. De AVC en de AVC-Proloog als alternatieve sanctie 3. Het onderzoek 4. Kenmerken van de deelnemers 5. De effecten van de cursus op kennis, attitude en gedrag 6. Alcohol-verkeersgedrag
    • Beïnvloeding van verkeersgedrag - Een taak van justitie?

      Unknown author (WODC, 1977)
      Deze aflevering is geheel gewijd aan het thema 'beïnvloeding van verkeersgedrag'. De aanleiding hiertoe is geweest het onder auspiciën van de Fondation Internationale Pénale et Pénitentiaire (F.I.P.P.) in juni van dit jaar te Rotterdam te houden congres over Strafrecht en Verkeer. Dit themanummer bevat naast een inleidend artikel van drs. P. Allewijn, hoofd van de Directie Verkeersveiligheid van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, een aantal op deelonderwerp geselecteerde artikelen in verkorte vorm alsmede een aantal excerpten. Dit uitgebreide literatuuroverzicht kwam tot stand in samenwerking met de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Er is ook een Engelstalige editie van dit themanummer verschenen onder de titel 'Influencing driver behaviour' (zie link bij: Meer informatie).
    • Differentiële effectiviteit maatregelen alcohol en verkeer

      Blom, M.; boschman, S.E.; Weijters, G. (WODC, 2022-09-12)
      Om de verkeersveiligheid te vergroten, kunnen in Nederland verschillende bestuursrechtelijke (rij)geschiktheidsmaatregelen worden opgelegd aan bestuurders van motorrijtuigen die zich schuldig hebben gemaakt aan het rijden onder invloed van alcohol. Het gaat hierbij om de LEMA (Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer), de EMA (Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer) en – voor de zwaarste groep overtreders – het onderzoek alcohol (officieel: onderzoek naar de geschiktheid). Van december 2011 tot en met september 2014 kon in Nederland ook een alcoholslot-programma (ASP) worden opgelegd. Deze bestuursrechtelijke maatregelen worden opgelegd naast de strafrechtelijke sanctie. In het onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1 Wat zijn de achtergrondkenmerken van de interventiegroepen van de verschillende (rij)geschiktheidsmaatregelen (LEMA, EMA, ASP en onderzoek alcohol) en in hoeverre verschillen de interventiegroepen van de verschillende maatregelen van elkaar? 2 Wat is de samenhang tussen de achtergrondkenmerken van de interventiegroepen van de verschillende (rij)geschiktheidsmaatregelen en rijden-onder-invloed recidive? 3 Welke (differentiële) effecten van doorverwijzing naar de verschillende (rij)geschiktheidsmaatregelen op rijden-onder-invloedrecidive zijn er te vinden? INHOUD: Introductie Eerder onderzoek en hypotheses Data en methoden Verschillen in kenmerken van interventiegroepen Samenhang achtergrondkenmerken en rijden-onder-invloedrecidive voor interventiegroepen Differentiële effectiviteit LEMA Differentiële effectiviteit EMA Differentiële effectiviteit ASP Differentiële effectiviteit onderzoek alcohol Discussie en conclusie
    • Effect van handhaving in het verkeer - Snelheid, roodlichtnegatie, alcohol en afleiding

      Unknown author (MuConsult, 2019)
      De hoofdvraag van het onderzoek is: Wat is het effect van de diverse handhavingsactiviteiten die onder de landelijke prioriteiten vallen op de naleving van verkeersregels door automobilisten en motorrijders? De volgende onderzoeksvragen zijn hieruit gedestilleerd: In welke mate zijn automobilisten en motorrijders bekend met plekken waar gehandhaafd wordt? Is de naleving hoger op trajecten/plekken waar handhavingsmiddelen actief zijn vergeleken met trajecten/plekken waar zij niet actief zijn? Heeft het verkrijgen van een waarschuwing of sanctie na het begaan van een overtreding invloed op de naleving van automobilisten en motorrijders? Verschilt de naleving wanneer een weggebruiker betrapt wordt bij een mobiele radarset, trajectcontrole, flitspaal of staandehouding? Welke toekomstige ontwikkelingen zouden gevolgen kunnen hebben voor handhaving en de naleving van automobilisten en motorrijders? INHOUD: 1. Inleiding 2. Interviews 3. Literatuurscan 4. Praktijkonderzoek 5. Naleving, motieven en kennis over handhavingsinspanningen 6. Het effect van sancties op de naleving 7. Conclusies
    • Evaluatie OM-leidraad voor de verkeershandhaving 1994-1996

      Rooijers, A.J.; Brand, A.B. (Rijksuniversiteit Groningen - Verkeerskundig Studiecentrum (VSC), 1996)
      Het Openbaar Ministerie (OM) heeft als uitvloeisel van het beleidsplan 'Strafrecht met beleid', in mei 1993 de Leidraad voor de verkeershandhaving uitgebracht. Daarin wordt de rol van het OM geschetst binnen de verkeershandhaving en met name bij de opzet, uitvoering en evaluatie van gericht-verkeerstoezichtprojecten (GVP's). Onder een gericht verkeerstoezichtproject wordt verstaan: een project, waarbij, naast mogelijke infrastructurele maatregelen en voorlichtingsactiviteiten, handhavingsinspanningen geconcentreerd zijn op specifieke, uit het oogpunt van verkeersveiligheid, ongewenste verkeersgedragingen van een bepaalde doelgroep. Om te bepalen of de leidraad aan zijn doel beantwoordt, werkbaar is en een relevante bijdrage levert aan effectuering van de verkeershandhaving en om na te gaan wat eventuele knelpunten zijn, is in de periode november 1993 - juni 1996 een evaluatie-onderzoek uitgevoerd.
    • Evaluatie van de beginnersregeling

      Smit, W.; Hulst, J. van der; Homburg, G. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2018)
      Omdat beginnende, hoofdzakelijk jonge, bestuurders een groter risico vormen voor de verkeersveiligheid dan ervaren bestuurders, is in 2002 de beginnersregeling ingevoerd met als doel sneller actie te kunnen ondernemen bij beginnende bestuurders die herhaald ernstige verkeersovertredingen begaan. Het doel van dit onderzoek was inzicht te krijgen in de werking van de beginnersregeling. Het onderzoek richtte zich op de beleidslogica en de vormgeving van de beginnersregeling, op de uitvoeringspraktijk, het doelbereik en mogelijkheden voor optimalisatie van de regeling. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidslogica van de beginnersregeling 3. Samenhang met andere bestuursrechtelijke maatregelen en straffen 4. Uitvoeringspraktijk beginnersregeling 5. Perspectief beginnende bestuurders 6. Effectiviteit beginnersregeling 7. Optimalisatie beginnersregeling 8. Conclusie
    • Evaluatie van de operatie beleidsintensivering 1994-1995

      Rooijers, A.J.; Brand, A.B. (Rijksuniversiteit Groningen - Verkeerskundig Studiecentrum (VSC), 1996)
      Het doel van de operatie Beleidsintensivering was, naast het genereren van financiële middelen, de naleving van de wettelijke maximumsnelheden en de roodlichtdiscipline te verhogen en op die manier een bijdrage te leveren aan verhoging van de verkeersveiligheid. De evaluatie van de operatie Beleidsintensivering richtte zich met name op de volgende zeven vragen: Hoe is de operatie opgepakt door politie en openbaar ministerie? Hoe verhoudt de Beleidsintensivering zich tot het OM en het landelijke verkeersveiligheidsbeleid? Is het aantal van 500.000 extra processen-verbaal gehaald? Wat zijn de kosten van de operatie Beleidsintensivering voor de betrokken instanties? Wat zijn de opbrengsten van de operatie? Wat zijn de effecten van de operatie op het verkeersgedrag van de weggebruikers en op het aantal verkeersongevallen? Wat is de reactie van de burger op de operatie?
    • Geregistreerde verkeerscriminaliteit in kaart - een kwantitatief beeld van achtergrondkenmerken en de recidive van geregistreerde verkeersdelinquenten in Nederland

      Blom, M.; Bregman, I.M.; Wartna, B.S.J. (WODC, 2011)
      Dit rapport probeert een antwoord te geven op de volgende vragen: Welke ontwikkelingen hebben zich in de achterliggende jaren in de aard en de omvang van de geregistreerde verkeerscriminaliteit voorgedaan? Wat zijn de achtergrondkenmerken van de verschillende subgroepen van verkeersdelinquenten? Wat is het beeld van de recidive onder verkeersdelinquenten? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Geregistreerde verkeerscriminaliteit in Nederland 4. Recidive 5. Conclusies en discussie
    • Geweld verteld - Daders, slachtoffers en getuigen over geweld op straat

      Beke, B.M.W.A.; Haan, W.J.M. de; Terlouw, G.J. (WODC, 2001)
      Dit rapport betreft het tweede deel van het onderzoek naar geweld op straat tussen onbekenden. In deel 1 (Geweld, gemeld en geteld) zijn gegevens uit de politieregio's Rotterdam-Rijnmond en IJsselland verzameld. Aan de hand van de aangiften van geweldsincidenten in 1998 in deze regio's is nagegaan hoe vaak geweld op straat voorkomt en zijn dader- en slachtofferprofielen beschreven. Deel 2 bouwt op dit basismateriaal voort. Nu wordt een beperkt aantal geweldsincidenten nader bestudeerd door middel van extra zaaksinformatie en via interviews met daders, slachtoffers en omstanders. Zo wordt gepoogd inzicht te krijgen in de achtergronden en motieven van geweldplegers. INHOUD: 1. Inleiding, achtergronden en probleemstelling 2. Theoretisch kader 3. Opzet van het onderzoek 4. Verkeersgeweld 5. Uitgaansgeweld 6. Geweld in woonwijken 7. Geweldsscenario's 8. Conclusies en beleidsperspectief
    • Het gevecht om het publieke domein

      Breeuwsma, G.; Burgers, J.P.L.; Vanderveen, G.N.G.; Raaymakers, Q.A.W.; Hoof, J.T.C. van; Bogt, T.F.M. ter; Nijnatten, C.H.C.J. van; Vijver, C.D. van der; Gunther Moor, L.G.H.; Ferwerda, H.B.; et al. (WODC, 2001)
      ARTIKELEN: G. Breeuwsma - Verlos mij van des menschen overlast ...; een psychologische benadering 2. J.P.L. Burgers - Onveiligheid in de stad 3. G.N.G. Vanderveen - Nederland vroeger veiliger? De veranderde beleving van onveiligheid 4. Q.A.W. Raaymakers, J.T.C. van Hoof en T.F.M. ter Bogt - Intolerantie; typerend voor jongeren? 5. C.H.C.J. van Nijnatten - Verbleekt gezag; individualisering en individuatie 6. C.D. van der Vijver en L.G.H. Gunther Moor - Het gezag van de politie 7. H.B. Ferwerda en L.H.M. Gelissen - Voetbalcriminaliteit; veroveren hooligans het publieke domein? 8. P.B.M. Levelt - Boze agressie in het verkeer; een emotietheoretische benadering 9. A.R. Hauber - Openbaar vervoer; reizigers, agressie en onveiligheid SAMENVATTING: De media spreken herhaaldelijk over toenemende agressie en onveiligheidsgevoelens. Burgers zouden zich op straat en in het verkeer steeds assertiever en irritanter gedragen. Met name in de binnensteden en de uitgaanscentra zou de overlast zijn toegenomen. Manifesteren mensen zich brutaler op straat, hebben de stedelijke omgangsvormen zich verhard en zijn burgers onverschilliger geworden voor de kwaliteit van het publieke leven? Is het gevoel van onveiligheid toegenomen en zijn we angstiger voor overlast en schade? Aan de hand van de trefwoorden agressie, overlast, onveiligheid, intolerantie en tanend gezag wordt in dit nummer de veronderstelde verminderde kwaliteit van het stedelijke publieke leven nader onderzocht.
    • Influencing driver behaviour

      Unknown author (WODC, 1977)
      This issue is dedicated to the subject 'Influencing driver behaviour'. The decision is actuated by the fact that in June, this year, under the auspices of the International Penal and Penitentiary Foundation (I.P.P.F.) a conference will be held at Rotterdam on Penal law and Traffic. Besides an introductory article by P. Allewijn, head of the branch Road Safety at the Department of Traffic and Public Works, 'Justitiële verkenningen' no. 4 includes a number of extended summaries and a number of abstracts selected per part-subject. The wide selection of literature has come about in cooperation with the Institute for Road Safety Research (SWOV). Since this issue will at the same time serve as orientating material for the conference, by way of exception an English version is published.
    • Nulmeting recidive ASP, LEMA en EMG - Achtergrondkenmerken en strafrechtelijke recidive van personen uit de doelgroep van drie verkeersgedragsmaatregelen

      Blom, M. (WODC, 2012)
      In deze rapportage worden de volgende twee onderzoeksvragen beantwoord: Wat zijn de achtergrondkenmerken van personen in de vergelijkingsgroep voor het Alcoholslotprogramma (ASP), de Lichte Educatieve Maatregel Verkeer (LEMA) en de Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) en welke ontwikkelingen hebben zich in deze achtergronden voorgedaan in de periode 2002-2006?Wat is het recidivebeeld van personen in vergelijkingsgroepen voor het ASP, de LEMA en de EMG?
    • Opbrengsten boetes en transacties uit verkeersovertredingen

      Wilms, P.; Blankers, I.; Friperson, R. (APE Public Economics, 2011)
      De probleemstelling voor dit verkennende onderzoek luidt: Welke mogelijke oorzaken zijn er voor de discrepantie tussen geraamde en gerealiseerde opbrengsten uit boetes en transacties als gevolg van verkeersovertredingen? Er is daarvoor aandacht besteed aan vijf deelonderwerpen: Het in kaart brengen van de ontwikkeling van (de inkomsten uit) boetes en transacties a.g.v. verkeersovertredingen over de periode 1994-2010;Een beschrijving van ingezette beleidsmaatregelen en effecten daarvan op de inkomsten op het dossier boetes en transacties;Een beschrijving van het verloop van het handhavings- en inningsproces;Een literatuuronderzoek van de wijze waarop de prognoses tot stand komen en mogelijkheden om deze te verbeteren. iNHOUD: 1. Samenvatting en conclusies 2.Summary and conclusions 3. Inleiding 4. Literatuurstudie 5. Ontwikkeling inkomsten uit boetes en transacties 6. Institutioneel kader en ingezette beleidsmaatregelen 7. Aanknopingspunten vervolgonderzoek 8. Literatuurlijst
    • Progressief boetestelsel en verkeersveiligheid - Geschatte veiligheidseffecten van hogere boetes bij herhaalde snelheidsovertredingen

      Hoekstra, A.T.G.; Eenink, R.G.; Goldenbeld, Ch. (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), 2017)
      Een verkeersovertreding wordt doorgaans zwaarder bestraft als het risico daarvan hoger is. Naarmate men de limieten – voor rijsnelheid of bloedalcoholgehalte – meer overschrijdt, krijgt men een hogere boete. Ook herhaalde overtredingen leiden tot een aanzienlijk hoger risico. Voor zover deze overtredingen op kenteken worden beboet, leidt herhaling op dit moment echter niet tot hogere boetes. De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV; ook wel 'Wet Mulder'), staat dit nu niet toe. De Tweede Kamer (motie 471, 2 juli 2015) heeft de minister van Veiligheid en Justitie gevraagd de mogelijkheden te onderzoeken voor een progressief boetesysteem waarbij de boete toeneemt bij herhaalde overtredingen. De SWOV heeft een onderdeel van dat onderzoek uitgevoerd, namelijk een schatting van het effect van een progressief boetestelsel voor snelheidsovertredingen op de verkeersveiligheid. Hiernaast is onderzocht of er evidentie is voor de aannamen en werkingsmechanismen die aan een progressief boetestelsel ten grondslag liggen, en is nagegaan of een dergelijk stelsel mogelijke (onbedoelde) neveneffecten heeft. Dit rapport bevat de resultaten van dat onderzoek. Daarbij is uitgegaan van bekeuring op grond van kentenkenaansprakelijkheid, aangezien in 2016 96% van alle WAHV-overtredingen op kenteken werd geconstateerd en 84% een snelheidsovertreding van vooral (bestel)auto’s betrof. INHOUD: 1. Inleiding 2. Assumpties en werkingsmechanisme 3. Randvoorwaarden en neveneffecten 4. Schatting van het effect op verkeersveiligheid 5. Conclusies
    • Recidive na een educatieve maatregel voor verkeersovertreders of tijdens een Alcoholslotprogramma

      Blom, M.; Blokdijk, D.; Weijters, G. (WODC, 2017)
      Om de verkeersveiligheid in Nederland te verbeteren en het aantal verkeersslachtoffers te reduceren, bestaan er in Nederland verschillende verkeersgedragsmaat-regelen. Zo werden in 2008 de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA) en de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) in Nederland geïntroduceerd. Deze educatieve maatregelen zijn bedoeld om verkeersovertreders meer inzicht te geven in het gevaar van bepaalde gedragingen en om recidive te voorkomen. Daarnaast kon van december 2011 tot en met september 2014 in Nederland een Alcoholslotprogramma (ASP) worden opgelegd bij zwaardere of herhaaldelijke gevallen van rijden onder invloed. In deze studie worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: LEMA - Wat zijn de achtergrondkenmerken van: a Beginnende bestuurders die in de periode 2009-2013 een rijden-onder-invloed-delict pleegden en daarvoor een LEMA opgelegd kregen? b Ervaren bestuurders die in de periode 2012-2013 een rijden-onder-invloed-delict pleegden en daarvoor een LEMA opgelegd kregen? Wat is het recidivebeeld van: a Beginnende bestuurders die in de periode 2009-2013 een rijden-onder-invloed-delict pleegden en daarvoor een LEMA opgelegd kregen? b Ervaren bestuurders die in de periode 2012-2013 een rijden-onder-invloed-delict pleegden en daarvoor een LEMA opgelegd kregen? Hoe verhoudt het recidivebeeld van LEMA-deelnemers zich tot het recidivebeeld in de controlegroep? ASP - Wat zijn de achtergrondkenmerken van bestuurders die in de periode 2012-2013 een rijden-onder-invloeddelict pleegden en daarvoor een ASP opgelegd kregen? Wat is het recidivebeeld van bestuurders die in de periode 2012-2013 een rijden-onder-invloeddelict pleegden en daarvoor een ASP opgelegd kregen? EMG - Wat zijn de achtergrondkenmerken van bestuurders die in de periode 2009-2013 een EMG-gerelateerd delict pleegden en daarvoor een EMG opgelegd kregen? Wat is het recidivebeeld van bestuurders die in de periode 2009-2013 een EMG-gerelateerd delict pleegden en daarvoor een EMG opgelegd kregen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Resultaten Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer 4. Resultaten Alcoholslotprogramma 5. Resultaten Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer 6. Conclusie en discussie
    • Recidive na het CBR-onderzoek alcohol

      Blom, M.; Weijters, G. (WODC, 2020-12-31)
      Het onderzoek alcohol is primair bedoeld om vast te stellen of bij de betrokkene sprake is van problematisch alcoholgebruik. Afhankelijk van de uitslag van het onderzoek alcohol – ‘geschikt’ of ‘ongeschikt’ – volgt respectievelijk het opleggen van een EMA-cursus of een ongeldigverklaring van het rijbewijs. Door middel van educatie (EMA) of door incapacitatie (ongeldigverklaring) wordt gepoogd om rijden-onder-invloedrecidive te voorkomen. Het WODC is door Rijkswaterstaat (RWS) – namens het ministerie van Infrastruc-tuur en Waterstaat (IenW) – gevraagd om na te gaan in hoeverre het onderzoek alcohol en de maatregelen die daarop volgen, bijdragen aan het verminderen van de rijden-onder-invloedrecidive. De onderzoeksvragen luiden als volgt: 1. Wat zijn de achtergrondkenmerken van deelnemers aan het onderzoek alcohol uit 2015? 2. Draagt deelname aan het onderzoek alcohol bij aan het verminderen van de rijden-onder-invloed-recidive in haar doelgroep?
    • Recidive na maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

      Blom, M.; Blokdijk, D.; Weijters, G. (WODC, 2019)
      Om de verkeersveiligheid te vergroten, bestaan er in Nederland verschillende (verkeersgedrags)maatregelen voor bestuurders van motorrijtuigen die zich schuldig hebben gemaakt aan rijden onder invloed of risicovol rijgedrag. Voor personen die zijn staandegehouden vanwege het rijden onder invloed van alcohol gaat het hierbij om de LEMA (Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer), de EMA (Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer) en het onderzoek geschiktheid (vanwege alcohol, drugs of medische redenen). Van december 2011 tot en met september 2014 kon in Nederland aan deze groep ook een alcoholslotprogramma (ASP) worden opgelegd. Voor personen die zich schuldig hebben gemaakt aan risicovol rijgedrag gaat het om de EMG (Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer) en het onderzoek rijvaardigheid.Onderzoek naar de effectiviteit van de LEMA is eerder uitgevoerd (Blom, Blokdijk & Weijters, 2017 -zie link bij: meer informatie). Voor het onderzoek alcohol wordt geen effectstudie uitgevoerd, aangezien het hoofddoel van het onderzoek alcohol het vaststellen betreft of iemand aan de geschiktheidseisen voldoet om over een rijbewijs te mogen beschikken en niet om een maatregel met als doel het voorkomen van recidive. In deze studie is op de volgende onderzoeksvragen een antwoord gezocht: Wat zijn de achtergrondkenmerken van de verschillende deelnemersgroepen? Wat is het recidivebeeld van de verschillende deelnemersgroepen? Zijn de EMA, het ASP en de EMG effectief in het terugdringen van recidive? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Resultaten Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA) 4. Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) 5. Resultaten alcoholslotprogramma (ASP) 6. Resultaten onderzoek alcohol 7. Resultaten Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) 8. Conclusie en discussie
    • Recidivemeting LEMA en EMG 2009 - Achtergrondkenmerken en strafrechtelijke recidive van de eerste LEMA- en EMG-deelnemers - tussentijdse rapportage

      Blom, M. (WODC, 2013)
      In oktober 2008 zijn in Nederland de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (LEMA) en de Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) ingevoerd. De volgende onderzoeksvragen staan centraal: Wat zijn de achtergrondkenmerken van LEMA- en EMG-deelnemers uit 2009?Wat is het recidivebeeld van LEMA- en EMG-deelnemers uit 2009?Hoe verhoudt het recidivebeeld van LEMA- en EMG-deelnemers zich tot het recidivebeeld in de vergelijkingsgroepen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Operationalisatie van de KPI's 3. Ontwerp van de monitor 4. Kanttekeningen bij het meten van KPI's 5. Slotbeschouwingen
    • Recidivemeting LEMA en EMG 2009-2010 - Achtergrondkenmerken en strafrechtelijke recidive van LEMA- en EMG-deelnemers - tussentijdse rapportage

      Blom, M. (WODC, 2014)
      Deze tussentijdse rapportage betreft de strafrechtelijke recidive van deelnemers aan een tweetal educatieve maatregelen voor verkeersovertreders: de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (LEMA) en de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG). Het eindrapport – waarin ook de recidive van deelnemers aan de Educatieve Maatregel Alcohol (EMA), het Alcoholslotprogramma en het Onderzoek Alcohol is opgenomen – wordt in 2022 verwacht. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Achtergrondkenmerken van LEMA- en EMG-deelnemers 4. Recidive van LEMA- en EMG-deelnemers 5. Geschatte invloed van LEMA- en EMG-deelname op verkeersrecidive 6. Slot