• Bandopname van het nader gehoor - onderzoek uitgevoerd door Regioplan Onderzoek

      Aron, U.; Heide, F. (WODC, 1999)
      Dit rapport bevat de resultaten van een evaluatie-onderzoek naar de uitvoering van het experiment 'Band Opnamen van het Nader Gehoor' (BONG). Dit evaluatie-onderzoek heeft zich gericht op de effecten van het maken van opnames in termen van reductie van het aantal klachten, reductie van het aantal correcties en aanvullingen op de nader gehoren en verbetering van de kwaliteit van de nader gehoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Uitvoering van het experiment 3. Effecten van de bandopnamen op het nader gehoor 4. Slotbeschouwing
    • Bejegening van getraumatiseerde slachtoffers van mensenhandel ten behoeve van coherente of consistente getuigenverklaringen - Een internationaal verkennende studie

      Klerx-van Mierlo, F.; Youngs, D.; Oostinga, M.; Mergaerts, L.; VanDale, D.; Velden, P. van der (International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT) - Tilburg University, 2014)
      Eén van de omstandigheden die waarheidsvinding bij rechtszaken in verband met mensenhandel in de weg kan staan is dat er sprake is van geheugenproblemen. De vraag is of de bewijskracht van getuigenverklaringen van slachtoffers van mensenhandel kan worden verbeterd. Hiertoe wordt nagegaan in welke situaties en bij welke personen zich een vergelijkbare problematiek voordoet en hoe daar – ten behoeve van een succesvolle rechtsgang - mee wordt omgegaan. Dit biedt mogelijk aanknopingspunten voor de (strafrechtelijke) aanpak van mensenhandel. Het algemene doel van dit onderzoek is 'Inzicht bieden in de wijze waarop (mogelijke) de bewijskracht van getuigenverklaringen van slachtoffers van mensenhandel met een psychotrauma kan worden verbeterd, teneinde de opsporing en vervolging van mensenhandel te verbeteren.' Het onderzoek bestaat voornamelijk uit interviews met vertegenwoordigers van groepen experts (politie, officieren van justitie en hulpverleners in Nederland, België en Engeland) en een korte literatuurreview. INHOUD: 1. Samenvatting 2. Summary 3. Inleiding 4. Methoden 5. Theoretische achtergrond trauma en geheugen 6. Korte review epidemiologische studies naar klachten slachtoffers mensenhandel 7. Expertinterviews Nederland 8. Expertinterviews Engeland 9. Expertinterviews België 10. Eindconclusies
    • Bijzondere verhoormethoden - Een literatuurverkenning

      Beenakkers, E.M.Th. (WODC, 1998)
      Dit is een literatuurverkenning van verhoormethoden, en met name van verhoormethoden voor 'bijzondere situaties'. Hierbij moet gedacht worden aan situaties waarin een verdachte zwijgt, of anderszins heel moeilijk aanspreekbaar is en het gaat om een ernstig misdrijf. In dit rapport wordt o.a. beschreven welke verhoormethoden in bijzondere situaties voorkomen in de literatuur. Of deze methoden incidenteel of regelmatig worden toegepast. Betreft het dan bepaalde delicten in het bijzonder. En zijn er case-studies op dit terrein bekend? INHOUD: 1. Inleiding en verantwoording 2. Verhoormethoden 3. Beschrijving van de situatie in enkele landen 4. Conclusie
    • Het verhoor

      Unknown author (WODC, 1998)
      Afgaande op de in dit nummer opgenomen artikelen zal het gebruik van audio-visuele registratie van het verhoor snel zijn beslag krijgen. De geluidsband kent eigenlijk louter voordelen: het gebruik van oneerlijke verhoormethoden wordt tegengegaan, de politie kan er minder vaak van worden beschuldigd dergelijke methodes te hebben toegepast, de rechtbanken krijgen een beter beeld van het vooronderzoek en de afdoening van zaken wordt minder opgehouden. In dit nummer wordt het verhoor belicht vanuit juridische, psychologische en praktische invalshoeken.
    • Intelligentie en criminaliteit

      Moonen, X.; Kaal, H.; Oleson, J.C.; Siegel, D.; Platje, E.; Cornet, L.J.M.; Kogel, C.H. de; Jong, B.J. de; Kranendonk, P.R.; Teeuwen, M. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. X. Moonen en H. Kaal - Jeugdigen en jongvolwassenen met licht verstandelijke beperkingen en criminaliteit 2. J.C. Oleson - Begaafdheid en crimineel gedrag 3. D. Siegel - ‘Slimme Don’: De intelligente maffiabaas van Rusland 4. E. Platje, L.J.M. Cornet en C.H. de Kogel - Intelligentie, executieve functies en licht verstandelijke beperking in justitiecontext 5. H. Kaal en B.J. de Jong - Het signaleren en registreren van LVB in het justitiële domein: Stof tot nadenken 6. P.R. Kranendonk - Verdachten met een LVB in het politieverhoor: De invloed van verhoormethoden op de inhoud van verklaringen 7. M. Teeuwen - LVB-jongeren in de ZSM-procedure: Over kwetsbaarheid en recidiverisico SAMENVATTING: In dit themanummer staat de relatie tussen intelligentie en criminaliteit (en/of antisociaal gedrag) centraal. Intelligentie wordt doorgaans gezien als een beschermende factor tegen een criminele levensloop. Lage intelligentie brengt een aantal risicofactoren met zich mee, zoals gemakkelijke beïnvloedbaarheid, impulsiviteit, onvermogen om behoeftebevrediging uit te stellen en dergelijke. Dit beeld wordt bevestigd door het lage IQ van een aanzienlijk deel van de populatie van penitentiaire inrichtingen.Toch valt er meer te zeggen over het verband tussen IQ en criminaliteit. Het lijkt verstandig om een onderscheid te maken tussen enerzijds ‘commune criminaliteit’ (diefstal, inbraak, geweld, straatovervallen, kleinschalige drugshandel, verstoring openbare orde) en anderzijds de witteboordencriminaliteit, georganiseerde criminaliteit en bepaalde typen cybercrime. Laatstgenoemde vormen van criminaliteit komen minder snel in het vizier van politie en justitie en worden juist overwegend gepleegd door slimme(re) daders. De oververtegenwoordiging van mensen met een laag IQ in de penitentiaire inrichtingen lijkt dan ook deels te verklaren door de moeilijk te vermijden eenzijdigheid in de opsporing.In dit themanummer gaat de meeste aandacht uit naar de oververtegenwoordiging van licht verstandelijk beperkten (LVB’ers) in de commune criminaliteit en als justitiabelen in de strafrechtketen. Wat moeten we met dit gegeven? Welke conclusies kunnen we hieraan verbinden? En wat valt er te zeggen over de maatschappelijke positie van LVB’ers? Wordt deze steeds benarder in een technologisch hoogontwikkelde samenleving?Daarnaast zijn er aanwijzingen dat LVB’ers, als ze eenmaal in een justitiële setting beland zijn, het moeilijker hebben dan andere gedetineerden of verdachten. In hoeverre zou er meer rekening moeten worden gehouden met hen in bijvoorbeeld verhoorsituaties, gevangenisregimes en programma’s voor behandeling en recidivepreventie, en hoe dan?Een ander onderwerp is de maat die voor intelligentie is ontwikkeld: IQ. Er is veel kritiek op de grote invloed die IQ-tests hebben op de verdere ontwikkeling van bijvoorbeeld schoolcarrières, maar ook op hulpverleningstrajecten waar mensen al dan niet toegang toe hebben. Ook zijn de meningen verdeeld over de vraag of intelligentie vooral afhankelijk is van genetische aanleg of dat ook de omgeving veel invloed heeft op de hoogte van het IQ. Voorts is er in dit themanummer in twee bijdragen aandacht voor de betrokkenheid van hoog intelligente personen bij criminaliteit.
    • Ontkennende en bekennende verdachten - Over de proceshouding van verdachten van strafzaken tijdens het politieverhoor

      Wartna, B.S.J.; Beijers, W.M.E.H.; Essers, A.A.M. (WODC, 1999)
      De discussie over bijzondere politieverhoormethoden (zoals de Zaanse verhoormethode) heeft betrekking op verdachten die niet zonder meer meewerken aan het opsporingsonderzoek. Hoe groot deze groep is is onduidelijk. Sinds kort beschikt het WODC echter over gegevens waaruit het percentage niet-bekennende verdachten valt af te leiden. Deze gegevens zijn afkomstig uit de Strafrechtmonitor, een doorlopend onderzoeksproject op het gebied van de strafrechtspleging. De analyses voor deze studie vonden plaats op een steekproef van 704 strafzaken die alle in 1993 door het OM of door de (politie)rechter werden afgedaan. De resultaten in deze studie wijzen uit dat als er behoefte is aan een speciale verhoormethode voor 'lastige' verdachten, deze slechts in een beperkt aantal gevallen nodig zal zijn. De overgrote meerderheid van de verdachten in strafzaken werkt mee aan het politieonderzoek en bekent het door hen gepleegde delict. Van de groep ontkennende verdachten wordt bijna de helft evengoed veroordeeld. De andere helft wordt niet vervolgd of later vrijgesproken. Onder deze laatste groep bevinden zich wellicht verdachten bij wie een neiuwe, meer gerichte verhoormethode wellicht uitkomst zou bieden. Te denken valt hier dan aan zedendelinquenten en verdachten uit de hoek van de georganiseerde misdaad.
    • Raadsman bij het politieverhoor - invloed van voorafgaande consultatie en aanwezigheid van raadslieden op de organisatie en wijze van verhoren en de proceshouding van verdachten

      Stevens, L.; Verhoeven, W.-J.; Blom, T. (medew.); Bunt, H.G. van de (medew.); Korenhof, A.N.J. (medew.); Verbaan, J.H.J. (medew.); Verbeek, R.J. (medew.); Verloop, P.C. (medew.) (Erasmus universiteit Rotterdam, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2010)
      De centrale vraagstelling van het onderzoek luidt: Hoe verlopen de eerste politieverhoren met voorafgaande consultatie en aanwezigheid van de advocaat en wat zijn feitelijke waarneembare gevolgen van de consultatie en de aanwezigheid op het verloop van het verhoor? De deelvragen zijn gericht op de drie deelnemers aan de verhoren binnen het experiment: de advocaat, de verhoorders en de verdachte. INHOUD: 1. Inleiding 2. De context van het experiment raadsman bij politieverhoor 3. De raadsman en het verhoor: zijn handelen en de reacties daarop 4. Het handelen van de verhoorders: gebruik van pressie tijdens verhoren met raadsman en verschillen met verhoren zonder raadsman 5. De verdachte en zijn verklaring: proceshouding tijdens verhoren met raadsman en verschillen met verhoren zonder raadsman 6. Conclusies over de raadsman bij het politieverhoor: invloed, aandachtspunten en implicaties
    • Rechtsbijstand en de waarde van het verhoor - Een studie naar de te verwachten gevolgen op de verklaringsbereidheid en de opsporing en bewijsvoering in strafzaken van het verlenen van rechtsbijstand voorafgaand en tijdens het verhoor

      Vanderhallen, M.; Jong, A. de; Nelen, H.; Spronken, T. (Universiteit Maastricht - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2014)
      Het doel van het onderzoek was om na te gaan in welke mate en op welke wijze de aanwezigheid van de advocaat voor en/of tijdens het politieverhoor van invloed kan zijn op de dynamiek, de resultaten en de plaats van het verhoor in het opsporingsonderzoek. Vier vragen stonden centraal: Hoe is het gesteld met de verklaringsbereidheid van verdachten in de opsporingsfase en van welke factoren is deze verklaringsbereidheid afhankelijk? Is het te verwachten dat de verklaringsbereidheid van de verdachte verandert onder invloed van de aanwezigheid van een advocaat (voorafgaand aan en/of tijdens het verhoor)?Wat betekent dit voor de opsporing en bewijsvoering in zaken waar een advocaat aanwezig is? Op welke wijze zouden de gevolgen hiervan bij deze strafzaken in de opsporing kunnen worden ondervangen? De gedrukte versie van dit onderzoek is bij uitgeverij Boom Lemma verschenen onder de titel: Toga's in de verhoorkamer; de invloed van rechtsbijstand op het politieverhoor. INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridische context 3. De verklaringsbereidheid van verdachten 4. Verklaringsbereidheid in aanwezigheid van een advocaat 5. Mogelijke impact van de aanwezigheid van een raadsman op de opsporing en bewijsvoering in strafzaken 6. Conclusie