• Aan de grenzen van het meetbare - De methodologische kwaliteit van internationale studies naar de omvang van aan prostitutie gerelateerde mensenhandel met nadruk op Noordwest Europa

      Lensvelt-Mulders, G.; Lugtig, P.; Bos, P.; Elevelt, A.; Helms, A. (Universiteit voor Humanistiek (UvH), 2016)
      De aanleiding voor deze literatuurstudie was een motie van Segers/van der Staaij, waarin gevraagd werd om een wetenschappelijke vergelijking te maken van het prostitutiebeleid tussen landen in Noordwest-Europa en het effect van dat beleid op de omvang van mensenhandel in de betreffende landen. De onderzoeksvraag in deze studie luidt: Wat is er bekend over de relatie tussen prostitutiebeleid in Noordwest-Europa en de omvang van mensenhandel en wat valt er vanuit wetenschappelijk oogpunt te zeggen over de kwaliteit van de bestaande onderzoeken waarop de conclusies over deze relatie zijn gebaseerd? Om een zo goed mogelijk inzicht in bovengenoemde relatie(s) te krijgen, is dit onderzoek specifiek gericht op landen in Noordwest-Europa: Nederland, België, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Duitsland en Groot Brittannië. Deze landen dekken samen de belangrijkste, voor vergelijkend onderzoek relevante, vormen van prostitutiebeleid, en hebben een infrastructuur die in principe het best mogelijke onderzoek naar de omvang van mensenhandel mogelijk maakt. INHOUD: 1. Inleiding in de probleemstelling 2. Internationale beleidscontext 3. Methodologie van het onderzoek 4. Resultaten 5. Conclusies en methodologisch advies
    • Aan handen en voeten gebonden - Mis(ver)standen rond BDSM-scenes en de toereikendheid van zorg en recht

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno Bureau voor criminaliteitsanalyse, 2014)
      BDSM is een containerbegrip en omvat de fenomenen bondage, discipline, dominantie, submissie, sadisme en masochisme. De probleemstelling die in dit onderzoek aan de orde komt is:Wat is de aard en omvang van BDSM-beoefening in Nederland?In welke mate en op welke wijze is er sprake van misstanden in de BDSM-wereld en in het bijzonder ten aanzien van jonge en/of kwetsbare personen?In welke mate volstaat het bestaande instrumentarium voor recht en zorg om adequaat te reageren bij (seksueel) misbruik in de BDSM-wereld? En wat kunnen we in Nederland leren van de wijze waarop in de ons omringende landen (België, Duitsland en Verenigd Koninkrijk) hiermee wordt omgegaan? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. BDSM-scene(s) 4. Visies op misbruik bij BDSM 5. Misbruikervaringen bij BDSM 6. Zorgkaders voor BDSM-beoefenaars 7. Strafrechtelijke kaders bij BDSM 8. Opsporingen en vervolging bij BDSM 9. Conclusies
    • Aanpak van de voorraad openstaande vrijheidsstraffen

      Winter, H.; Geertsema, B.; Krol, E.; Beukers, M.; Hoving, R. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2020)
      Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de constatering dat er in 2018 ongeveer 11.000 personen waren die in Nederland zijn veroordeeld voor een vrijheidsstraf maar bij wie deze straf nog niet (volledig) ten uitvoer is gelegd. Omdat deze personen zich niet zelf hebben gemeld voor tenuitvoerlegging van hun straf en/of omdat de opsporingsinstanties deze personen niet kunnen oppakken, zijn zij aangemerkt als ‘onvindbare veroordeelden’. De Minister voor Rechtsbescherming heeft uitgesproken dat dit een onwenselijke situatie is en dat er maatregelen getroffen dienen te worden om ervoor te zorgen dat de vrijheidsstraffen van deze personen alsnog ten uitvoer worden gelegd. In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: In welke mate hebben andere landen te maken met het probleem van onvindbare veroordeelden? Welke maatregelen nemen zij om onvindbare veroordeelden op te sporen en alsnog de opgelegde vrijheidsstraf ten uitvoer te leggen? Welke mogelijkheden tot internationale samenwerking zijn er inzake de opsporing en aanhouding van onvindbare veroordeelden die zich in een ander land bevinden en inzake de overdracht van deze personen naar Nederland of de overdracht van de straf naar een ander land? Welke knelpunten belemmeren de internationale samenwerking en welke mogelijkheden bestaan er om deze te vergemakkelijken? INHOUD: 1. Inleiding 2. Veroordeling, opsporing en tenuitvoerlegging straffen in Nederland 3. Veroordeling, opsporing en tenuitvoerlegging straffen in het buitenland vergeleken met Nederland 4. Mogelijkheden tot afname van de voorraad
    • Aanpak van illegale filesharing - wetgeving(sinitiatieven) in Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk nader beschouwd

      Ringnalda, A.; Elferink, M.; Cock Buning, M. de (WODC, 2009)
      Dit onderzoek richt zich op een inventarisatie van de regelingen en initiatieven voor de aanpak van illegale filesharing in Duitsland, Frankrijk en Engeland. Onder illegale filesharing wordt in dit onderzoek verstaan: het kopiëren en downloaden alsmede het uploaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal zonder toestemming van de rechthebbende.
    • Alternatieve sancties voor jeugdigen - Meningen en verwachtingen: 1e deelrapport

      Laan, P. van der; Lindt, H. van; Erftemeijer, L. (medew.); Mertens, M. (medew.); Nabben, A. (medew.); Osterhaus, M. (medew.); Vermeer, M. (medew.) (WODC, 1983)
      Dit is het eerste rapport van het onderzoekproject “Alternatieve sancties voor jeugdigen”. De alternatieve sancties kennen twee vormen: werkprojecten of dienstverlening en leerprojecten. In dit rapport wordt verslag van het eerste deel van het onderzoek. Dit eerste deel bestaat uit een peiling onder personen en instanties die mogelijkerwijs betrokken raken bij alternatieve sancties voor jeugdigen. Hun werd naar meningen en verwachtingen gevraagd aangaande een aantal aspecten van deze alternatieve sancties. INHOUD: Deel I: Verslag van het vooronderzoek 1. Kader 2. Resultaten Deel II: Enige leerprojecten 1. Leerprojecten in Engeland 2. Leerprojecten in de Verenigde Staten 3. Leerprojecten in Nederland 4. Literatuur
    • Alternatieven voor de vrijheidsstraf - Lessen uit het buitenland

      Junger-Tas, J. (WODC, 1993)
      Dit rapport is opgesteld op verzoek van de directeur-generaal Delinquentenzorg en Jeugdbescherming. Met het oog op mogelijke toekomstige ontwikkelingen in ons sanctiestelsel bestond er behoefte aan een overzicht van de ervaringen met alternatieve straffen in andere westerse landen. Van belang hierbij waren vooral de vragen of en in hoeverre deze sancties toegepast worden als alternatieven voor de vrijheidsstraf en hoe effectief ze zijn. De beantwoording van deze vragen staat dan ook centraal in dit rapport. Ook de kosten komen aan de orde, evenals de cruciale rol, die de reclassering bij de uitvoering van de alternatieve straffen moet spelen. Ingegaan wordt op bemiddelingsprojecten, schadevergoeding, dagboetes, dienstverlening, dagcentra, elektronisch huisarrest, intensief-toezichtprogramma's, boot camps.
    • Bad thoughts - towards an organised crime harm assessment and prioritation system (OCHAPS)

      Dorn, N.; Bunt, H. van de (WODC, 2010)
      The overall purpose of this paper is to give conceptual support to the Ministry of Justice and the Public Prosecutor's Office in understanding the impact of organised crime on society. CONTENT: 1. Introduction and overview 2. Hurts to victims - how to conceptualise, what metrics? 3. Threat: neutralisation of guardians, public and private 4. Systemic damage: essential yet challenging 5. Renewed emphasis on effectiveness / amenability / efficiency 6. Cross-cutting issues 7. Relation between international and dutch approaches 8. Conclusions and recommendations
    • Bedreigde identiteiten - De wisselwerking tussen anti-islambewegingen en de radicale islam

      Klandermans, B.; Stekelenburg, J. van; Duijndam, C.; Honari, A.; Muis, J.; Slootman, M.; Welschen, S.; Klein, O.; Mahieu, G. (Vrije Universiteit - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2016)
      In het onderzoek zijn de volgende vragen beantwoord: Hoe ziet de wisselwerking tussen het anti-islamveld en het radicale-islamveld eruit in de verschillende landen? In welke mate leidt die wisselwerking tot polarisatie en tot radicalisering van denkbeelden en actierepertoires? Is hierbij sprake van escalatie? Welke de-escalerende maatregelen nemen de overheden in de bestudeerde landen? Het uitgevoerde onderzoek omvatte een verkenning van de wetenschappelijke literatuur, een vergelijkende analyse van vier landen (Verenigd Koninkrijk, Duitsland, België en Frankrijk), expertinterviews en een analyse van relevante inhoud op sociale media (Facebook en Twitter). INHOUD: 1. Introductie 2. Methode 3. Analytisch kader: wisselwerking tussen actoren 4. Verenigd Koninkrijk 5. Frankrijk 6. Duitsland 7. België-Vlaanderen 8. Voor en na 'Parijs': een twitteranalyse 9. Preventie en de-escalatie 10. Slothoofdstuk: verschillen en overeenkomsten in de mobilisatie van aanhangers van anti-islam- en radicale-islambewegingen 11. Referenties
    • Bestrijding van discriminatie naar ras - enkele ervaringen met de bestrijding van raciale discriminatie in andere landen

      Duijne-Strobosch, A.J. van (WODC, 1983)
      In dit onderzoek wordt de nadruk gelegd op specifiek voor de bestrijding van discriminatie opgerichte organisatie. Daarnaast - en gedeeltelijk in verband daarmee - zullen ook wettelijke maatregelen en belangrijke rechterlijke uitspraken aan de orde komen.
    • Bijzondere verhoormethoden - Een literatuurverkenning

      Beenakkers, E.M.Th. (WODC, 1998)
      Dit is een literatuurverkenning van verhoormethoden, en met name van verhoormethoden voor 'bijzondere situaties'. Hierbij moet gedacht worden aan situaties waarin een verdachte zwijgt, of anderszins heel moeilijk aanspreekbaar is en het gaat om een ernstig misdrijf. In dit rapport wordt o.a. beschreven welke verhoormethoden in bijzondere situaties voorkomen in de literatuur. Of deze methoden incidenteel of regelmatig worden toegepast. Betreft het dan bepaalde delicten in het bijzonder. En zijn er case-studies op dit terrein bekend? INHOUD: 1. Inleiding en verantwoording 2. Verhoormethoden 3. Beschrijving van de situatie in enkele landen 4. Conclusie
    • Binnen beeld buiten - Een evaluatie van zorgconferenties bij langverblijvers (15+) in de tbs

      Wolf, M.J.F. van der; Reef, J.; Gunnink, L.; Hertzberger, J.; Doekhie, J.V.O.R. (Universiteit Leiden - Instituut voor Strafrecht en Criminologie, 2022-05-06)
      Dit onderzoek heeft als doel de gehouden zorgconferenties in het kader van het Project 15-plus, als veelbelovende oplossing voor het ervaren probleem van langverblijvers in de tbs, te evalueren. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Kenmerken van langverblijvers – verslag van een dossierstudie, 3. Waardering van betrokkenen – verslag van een interviewstudie, 4. Buitenlandse inzichten – verslag van een vergelijkend onderzoek, 5. Beleidsimplicaties en vroegsignalering – verslag van expertmeetings, 6. Conclusies, discussie en aanbevelingen.
    • Building inclusion - Housing and integration of ethnic minorities in the Netherlands

      Kullberg, J.; Kulu-Glasgow, I. (WODC, 2009)
      This report traces the migration and housing histories of immigrants and their children since World War II. Central issues in this study are access to housing by different ethnic minority groups over time, the quality of housing in neighbourhoods where those groups often live, and residential segregration. This volume is one in a series of seven reports on housing access and the social inclusion of vulnerable groups in Europe. The reports are part of the Building Inclusion project, supported by the European Programme for Employment and Social Solidarity (2007-2013).
    • Categorical accommodation and assistance for victims of trafficking in human beings - a study of four European countries

      Kulu-Glasgow, I.; Galloway, A.M.; Beenakkers, E.M.T.; Smit, M.; Zwenk, F. (WODC, 2012)
      The aim of this research is to look at the experiences that other European countries have had with categorical accommodation and assistance for adult victim of trafficking in human beings, and present an overview of the organisation and implementation of shelters in these countries. This includes descriptions of the bottlenecks these countries have experienced, any possible solutions they have employed, and the perceived advantages and disadvantages of categorical accommodation and assistance. CONTENT: 1. Introduction 2. Belgium 3. Czech Republic 4. Italy 5. Spain 6. Conclusion
    • Complianceprogramma's - Een brug tussen preventieve en repressieve rechtshandhaving

      Wempe, J.F.D.B.; Wiering, J.R.; Zwieten, M.J.A. van; Gelinck, H.W.J.; Schoof, N.A.C. (KPMG Forensic Accounting, 1999)
      Het WODC heeft KPMG de opdracht gegeven om door middel van literatuuronderzoek te inventariseren welke ervaringen men in het buitenland heeft met complianceregelingen en te beoordelen onder welke voorwaarden deze regelingen in Nederland bij de aanpak van organisatiecriminaliteit van waarde kunnen zijn. Een complianceprogramma wordt gedefinieerd als een weloverwogen ontwikkeld en geïmplementeerd (management)systeem dat erop gericht is om onrechtmatig handelen binnen een onderneming tijdig op te sporen en te voorkomen. De opbouw is als volgt. In H. 1 wordt de opzet van het onderzoek besproken. In H. 2 komen drie modellen in de rechtstheorie aan de orde met betrekking tot strafrechtelijk daderschap van rechtspersonen. Deze worden toegelicht aan de hand van de wet en de jurisprudentie, en toegelicht wordt hoe het daderschap van rechtspersonen in de onderzoekslanden (de VS, Australië, Denemarken en Zuid-Afrika) benaderd wordt. Complianceprogramma's komen aan bod in H. 3; de werking ervan wordt beschreven in de onderzoekslanden. In de VS is dit geregeld in de Federal Sentencing Guidelines; deze komen uitgebreid aan de orde. In H. 4 wordt belicht op welke wijze een effectief complianceprogramma tot stand komt, waarbij alle stappen in het proces worden toegelicht. In H. 5 wordt nagegaan of het gebruik van complianceregelingen in de rechtshandhaving in Nederland een bredere plaats zou kunnen krijgen. Na een korte toelichting op de bestuurlijke en privaatrechtelijke handhaving besluit het hoofdstuk met een verkenning van de gecombineerde handhaving. Het rapport eindigt met samenvatting en conclusies.
    • Controlling organised crime - Organisational changes in the law enforcement and prosecution services of the EU member states

      Boer, M. den (ed.); Doelle, P. (ed.) (European Institute of Public Administration, 1999)
      In order to ensure optimal comparability between the research findings, a joint standard questionnaire4 was designed. One of the main reference points in the questionnaire was a series of EU legal instruments, which have been adopted in the field of justice and home affairs cooperation (Title VI Treaty on European Union). In particular the recommendations of the 1997 High Level Group Action Plan on Organised Crime — which pertain to the creation of national contact points and national coordination centres — offered both a functional and comparative perspective on the adaptation of national law enforcement structures to the threat of organised crime. The questionnaire covered the following fields:General characteristics of the national criminal justice systems, in particular the organisational structures of the police service and the prosecution service;Reorganisation or structural adaptation flowing from or related to the EU legal instruments (e.g. the 1997 EU Action Plan on Organised Crime, the 1991 EC Money Laundering Directive);Reorganisation relevant to the control of organised crime, but not directly related to European influences (e.g. flowing from national parliamentary inquiries);Main structures for international cooperation, in particular the organisation of international information and intelligence flows;Multidisciplinary cooperation structures with bodies other than police or prosecution (e.g. customs service, intelligence service, special investigation services, financial intelligence units, private investigation departments, and private security companies);Accountability systems and authorisation procedures relating to the investigation of organised crime cases;The rationale, the acceptance and the expected effectiveness of the reorganisation or reforms within the police and/or prosecution service.
    • Counter-terrorism strategies in Indonesia, Algeria and Saudi Arabia

      Meijer, R. (ed.); Hasan, Noorhaidi; Hendriks, B.; Janssen, F. (Netherlands Institute of International Relations 'Clingendael', 2012)
      This report is the result of a year-long study, conducted from March 2010 to March 2011, of the counter-terrorist strategies of three countries: Indonesia, Algeria and Saudi Arabia. The aim of this study was to acquire insight into the counter-terrorist strategies of these countries, to analyse them, and to compare them. The main question focussed on how the combination of counter-narratives, deradicalization programmes and political changes (democratization, amnesty, etc.) in these countries interacted. CONTENT: 1. Towards a population-centric strategy 2. Algeria's counter-terrorism strategy 3. Saudi Arabia's counter-terrorism strategy 4. Conclusion 5. English abstract
    • Counterterrorism evaluation - Taking stock and looking ahead

      Bellasio, J.; Hofman, J.; Ward, A.; Nederveen, F.; Knack, A.; Meranto, A.S.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2018)
      Recent years have seen an uptick in terrorist and violent extremist incidents occurring across Europe. European countries, including the Netherlands, face a wide threat spectrum and the volume of terrorism and violent extremism-related phenomena and crimes has also increased. In response, European countries have made significant investments in strategies, policies and programmes designed to prevent and counter terrorism, violent extremism and associated phenomena. Holistic policy responses, such as a national counterterrorism strategy, have been designed and implemented with a view to both respond to terrorist threats and attacks, and increase societal and individual resilience to the lure of extremist ideologies.Not least because of the dynamism and complexity of the phenomena involved, little is known as regards the effectiveness, relevance and impact of counterterrorism (CT) and preventing and countering violent extremism (PCVE) policies and programmes. Recent research suggests also that despite the volume of CT and PCVE initiatives established in recent years, the evidence base underpinning these remains limited and evaluation practice and investments are underdeveloped compared to the overall fields of CT and PCVE.In 2010, a study commissioned by the WODC aimed to assess evaluation practice and culture in the fields of CT and PCVE.3 The study found that evaluation of CT and PCVE strategies, policies and programmes was still in its infancy (see link at: More information).The current study investigates how evaluations of CT and PCVE policies in the Netherlands and abroad have been designed and conducted over the last five years. Furthermore, the study investigates what practical lessons can be drawn regarding such evaluations and what actions and measures could be taken in the short and medium terms to mitigate any existing shortcomings. CONTENT: 1. Introduction 2. Methodology 3. Understanding the study context and its key definitions 4. Building an analytical framework 5. Analysing CT and PCVE evaluations 6. Identifying issues and learning lessons from CT and PCVE evaluations 7. Overall conclusions and recommendations
    • Criminal Victimisation in Eleven Industrialised Countries - Key findings from the 1996 International Crime Victims Survey

      Mayhew, P.; Dijk, J.J.M. van (WODC, 1997)
      The International Crime Victimisation Survey (ICVS) is the most far-reaching programme of fully standardised sample surveys looking at householders' experience of crime in different countries. The first ICVS took place in 1989, the second in 1992, and the third in 1996. Surveys have been carried out in over 50 countries since 1989, including a large number of city surveys in developing countries and countries in transition. This report deals with eleven industrialised countries which took part in the third sweep.
    • Criminaliteit en handhaving - over slachtoffers, daders en strafrecht

      Unknown author (WODC - SIBa, 1996)
      In dit rapport zijn vele gegevens neergezet over de stand van zaken in het strafrecht en criminaliteit. En er zijn vergelijkingen gemaakt met eerdere jaren en andere landen. Gekozen is voor een benadering vanuit een drietal aanvullende invalshoeken. Eerst komen de slachtoffers van delicten aan bod, vervolgens de plegers daarvan en tenslotte wordt een beeld gegeven van het gehele handhavingssysteem
    • Criminaliteit en rechtshandhaving 2009 - ontwikkelingen en samenhangen

      Heer-de Lange, N.E. de (red.); Kalidien, S.N. (red.); Leij, J.B.J. van der; Jongste, W.M. de; Huys, H.W.J.M.; Smit, P.R.; Eggen, A.Th.J.; Goudriaan, H.; Leertouwer, E.C.; Moolenaar, D.E.G. (WODC, 2010)
      C&R 2009 is een periodiek naslagwerk voor allen die, al dan niet beroepsmatig belangstelling hebben voor cijfers over criminaliteit en rechtshandhaving. De rapportage richt zich op de volgende vragen: Wat is de aard en omvang van de criminaliteit in Nederland, welk deel wordt hiervan opgespoord, welke strafrechtelijke reactie heeft justitie hierop, hoe worden opgelegde sancties tenuitvoergelegd en welke ontwikkelingen hebben zich hierin voorgedaan? Hoe hangen de schakels van de strafrechtsketen cijfermatig onderling samen? Wat zijn de overheidsuitgaven aan criminaliteitsbestrijding en strafrechtshandhaving?  Hoe verhoudt de criminaliteit en rechtshandhaving in Nederland zich tot het buitenland. Het rapport bevat de gegevens en ontwikkelingen op het terrein van criminaliteit en rechtshandhaving tot en met het jaar 2009.  Op de webpagina 'Criminaliteit en rechtshandhaving' op www.wodc.nl is de meest recente editie en voorgaande edities terug te vinden (Zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding - S.N. Kalidien en N.E. de Heer-de Lange 2. Het Nederlandse strafrechtsysteem - J.B.J. van der Leij en W.M. de Jongste 3. Criminaliteit en slachtofferschap - H.W.J.M. Huys en P.R. Smit 4. Criminaliteit en opsporing - A.Th.J. Eggen en H. Goudriaan 5. Vervolging - A.Th.J. Eggen 6. Berechting - A.Th.J. Eggen 7. Tenuitvoerlegging van sancties - S.N. Kalidien 8. De strafrechtsketen in samenhang - E.C. Leertouwer en S.N. Kalidien 9. Rijkoverheidsuitgaven aan criminaliteitsbestrijding en strafrechtshandhaving - D.E.G. Moolenaar 10. Nederland in internationaal perspectief - P.R. Smit en S.N. Kalidien