• De reorganisatie van de politie

      Unknown author (WODC, 1993)
      Vanwege de grote reikwijdte en complexiteit van de reorganisatie van de politie, wijdt Justitiële Verkenningen twee afleveringen aan deze operatie. In het vorige nummer (JV 4) zijn de verschillende aspecten van de reorganisatie zelf aan de orde gekomen. In dit nummer staan de consequenties van de reorganisatie centraal. Aandacht wordt besteed aan veranderingen in de verhouding tussen de politie enerzijds en het openbaar ministerie en de burger anderzijds en aan de noodzakelijke vernieuwing van inhoud en aanpak van het politiewerk.
    • Het monitoren van publiek vertrouwen in de politie

      Stals, L.; Walle, S. van de (Katholieke Universiteit Leuven - Instituut voor de overheid, 2020-12)
      Dit rapport onderzoekt hoe het publieke vertrouwen in de politie gemeten wordt in Nederland en het buitenland, en hoe valide en representatief deze metingen zijn. Dit moet dienen om de huidige meetpraktijk in Nederland te verbeteren. Concreet zal dit rapport een antwoord formuleren op drie onderzoeksvragen:Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten, en hoe representatief is die meting?Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten?Wanneer we het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in Nederland vergelijken met het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in andere Westerse landen, in hoeverre is het eerstgenoemde dan volledig te noemen? INHOUD: 1. Theoretisch kader 2. Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten en hoe representatief is die meting? 3. Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten? 4. Vergelijking meetpraktijk in Nederland met meetpraktijk in andere Westerse landen
    • Methodologische evaluatie van de Politiemonitor Bevolking

      Schoen, E.D.; Defize, P.R.; Bakker, M. (TNO Technisch Psychische Dienst (TNO TPD), 2000)
      Doelstelling van dit project is: het op basis van de monitoren 1993, 1995, 1997 en 1999 onderzoeken van (1) de representativiteit van de Politiemonitor Bevolking (PMB), en (2) de trends in criminaliteit volgens de PMB en het interpreteren van (de validiteit van) deze trends in het licht van andere registratiesyetemen. De opbouw van dit rapport is als volgt. In hoofdstuk 2 wordt de representativiteit van de PMB behandeld. Hierbij komen o.m. aan de orde het toepassen van weegfactoren en de manier van steekproeftrekking en non-respons. In hoofdstuk 3 worden jaartrends besproken, mede in relatie met (categoriën van) achtergrondkenmerken. In hoofdstuk 4 wordt nagegaan in hoeverre voor de vragen uit de Politiemonitor Bevolking overeenkomstige vragen te vinden zijn in de Enquete Rechtsbescherming en Veiligheid (ERV) van het CBS, nu opgenomen in het Periodiek Onderzoek Leefsituatie (POLS), de Internationale Slachtofferenquete (ICSV: International Crime Victims Survey) en de Politieregistratie (PR). Het slothoofdstuk bevat aanbevelingen voor de PMB 2001, opgesteld op grond van de conclusies van de hoofdstukken 2-4.
    • Politiemonitor bevolking - Landelijke rapportage; meting 1999

      Unknown author (B&A Groep Beleidsonderzoek & -Advies, 1999)
      Het rapport bestaat uit drie delen. In deel A wordt een beschrijving gegeven van de (on)veiligheid en het feitelijk slachtofferschap in Nederland. Na buurtproblemen en onveiligheidsgevoelens (hoofdstuk 1 en 2) wordt aandacht besteed aan slachtofferschap (hoofdstuk 3). Deel B gaat in op de verhouding tussen de politie en de burgers. Achtereenvolgens komen aan de orde: contacten tussen politie en slachtoffers van misdrijven (hoofdstuk 4), contacten tussen politie en burgers (hoofdstuk 5), en de beschikbaarheid, zichtbaarheid en het optreden en functioneren van de politie in de woonbuurt (hoofdstuk 6). In deel C (hoofdstuk 7) wordt aandacht besteed aan de preventieve activiteiten die burgers ondernemen om slachtofferschap van woninginbraak te voorkomen.
    • Politiemonitor bevolking 1997 - Landelijke rapportage

      Unknown author (B&A Groep Beleidsonderzoek & -Advies, 1997)
      Dit is de rapportage van het derde grootschalige bevolkingsonderzoek waarbij gebruik is gemaakt van de Politiemonitor Bevolking: een vragenlijst, ontwikkeld door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Voor de rapportage van 1997 zijn ruim 76.000 inwoners van Nederland van 15 jaar en ouder geënqueteerd. Dit landelijke rapport bevat de beschrijving van de landelijke uitkomsten, alsmede die van de afzonderlijke 25 politieregio's (zie: Ra 11.175-B t/m Ra 11.175-Y). In de regionale rapporten worden per regio de uitkomsten voor de betreffende regio gepresenteerd en vergeleken met het landelijke beeld. De rapportage geeft een beeld van de aard en omvang van de criminaliteit en de behoefte aan veiligheidszorg, over het niveau van functioneren van de politie en over de kwaliteit van de geboden veiligheidszorg. Alle rapporten zijn als volgt ingedeeld: In deel A wordt eerst ingegaan op de probleemgevoeligheid van de eigen woonbuurt, en de subjectieve en objectieve kant van onveiligheid. Inmiddels wordt erkend, dat een complex van factoren bepalend is voor de mate waarin men zich onveilig voelt. Veel van die factoren hebben betrekking op de problemen die mensen in hun directe leefomgeving signaleren. Tot slot wordt ingegaan op het feitelijk slachtofferschap van diverse vormen van criminaliteit. Deel B gaat in op de verhouding tussen de politie en burgers, waarbij het aangiftegedrag van burgers, algemene contacten, en het oordeel van de bevolking m.b.t. het politieel functioneren aan de orde komen. Deel C gaat in op het preventiegedrag van burgers m.b.t. de eigen verantwoordelijkheid slachtofferschap van criminaliteit te voorkomen. In de bijlagen zijn de onderzoeksverantwoording en de vragenlijst opgenomen.
    • Politiemonitor bevolking 2001 - Landelijke rapportage

      Unknown author (B&A Groep Beleidsonderzoek en -advies, 2001)
      Rapportage van de vijfde meting van het landelijk onderzoek Politiemonitor Bevolking. Het onderzoek bevat een groot aantal vragen over verschillende aspecten van veiligheid en het functioneren van de politie die in 2001 aan bijna 90.000 Nederlanders zijn voorgelegd.
    • Prevalentieschatting huiselijk geweld en kindermishandeling met vangst-hervangstmethoden

      Heijden, P. van der; Cruyff, M.J.L.F.; Gils, G.H.C. van; Snippe, J. (Universiteit Utrecht - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2019)
      Het rapport is een verslag van een onderzoek naar de omvang van huiselijk geweld en kindermishan-deling met vangst-hervangstmethoden waarvan de plannen niet konden worden gerealiseerd. Deze prevalentieschatting huiselijk geweld en kindermishandeling is een van de deelonderzoeken van de landelijke prevalentiestudie huiselijk geweld en kindermishandeling. Vangst-hervangstmethoden zijn een groep statistische methoden waarmee door gedurende een be-paalde periode het aantal observaties per persoon te tellen het aantal personen geschat kan worden dat nul keer geobserveerd is. Zo wordt een schatting van de totale populatie gemaakt.De volgende probleemstelling van het onderzoek is geformuleerd: Wat is, op basis van registratiegegevens en zo mogelijk andere bron(nen), de actuele met behulp van vangst-hervangstmethoden geschatte omvang van huiselijk geweld, van kindermishandeling en de samenloop ervan in Nederland? Welke ontwikkeling laat een vergelijking van de actuele schattingen voor huiselijk geweld met de eer-der uitgevoerde omvangschattingen zien en hoe kunnen eventuele verschillen worden verklaard?
    • Tasten in het duister - Een verkenning naar bronnen en methoden om de aard en omvang van de criminaliteit te meten - Deel 2: Technisch rapport

      Smit, P.R.; Ghauharali, R.; Veen, H.C.J. van der; Willemsen, F.; Steur, J.; Velde, R.A. te; Vorst, T. van der; Bongers, F.; Kabki, A. (medew.); Zaitch, D. (medew.) (Dialogic Innovatie en Interactie, 2018)
      De hoofdvraag van dit onderzoek luidt als volgt: Op welke manier kan zowel de geobserveerde criminaliteit als het dark number van criminaliteit zo veel en zo goed mogelijk in kaart gebracht worden? De hoofdvraag valt uiteen in drie onderdelen. Deel A betreft het in kaart brengen van de ontwikkeling van het meten van (de geobserveerde) criminaliteit en de relatie tot het dark number en de stand van zaken van het meten van criminaliteit anno nu. In deel B van het onderzoek wordt specifiek ingezoomd op drie delicttypen: horizon-tale fraude, georganiseerde criminaliteit en cybercrime. In deel C worden de bevindingen uit deel A en deel B bij elkaar gebracht om te komen tot een eerste inventarisatie van de geobserveerde criminaliteit en het dark number en hoe criminaliteit in de toekomst gemeten kan (blijven) worden.Dit onderzoek bestaat uit twee delen: Deel 1 (Hoofdrapport) betreft de omvang en aard van de niet geregistreerde criminaliteit, zijnde een meer generieke wetenschappelijk/methodologische inleiding: welk deel van criminaliteit meten we reeds, welke alternatieven of nieuwe kansrijke initiatieven zijn nu gaande (zie link bij: Meer informatie). Dit deel 2 (Technisch rapport) betreft de vraag met welke (nieuwe) methoden, meetinstrumenten en technieken de niet-geregistreerde cybercriminaliteit (zowel cybercrime als gedigitaliseerde criminaliteit), horizontale fraude en georganiseerde criminaliteit gemeten kan worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. De geregistreerde en ondervonden criminaliteit 3. Geobserveerde criminaliteit: aanvullende databronnen voor het meten van criminaliteit 4. Schattingsmethoden en –technieken 5. ‘Big data’ en sociale media 6. Horizontale fraude 7. Georganiseerde criminaliteit 8. Cybercriminaliteit
    • Tasten in het duister - Een verkenning naar bronnen en methoden om de aard en omvang van de criminaliteit te meten - Deel 1: Hoofdrapport

      Smit, P.R.; Ghauharali, R.; Veen, H.C.J. van der; Willemsen, F.; Steur, J.; Velde, R.A. te; Vorst, T. van der; Bongers, F.; Kabki, A. (medew.); Zaitch, D. (medew.) (WODC, 2018)
      Politiestatistieken en slachtofferenquêtes zijn gebruikelijke en beschikbare instrumenten om meer zicht te krijgen op de aard en omvang van criminaliteit. Maar hoe meten we de omvang van een zeer complex en ongrijpbaar fenomeen: verborgen criminaliteit? Deze studie onderzoekt welke andere bronnen en methoden om de aard en omvang van criminaliteit te meten, beschikbaar zijn of ontwikkeld kunnen worden.Met dit onderzoek wordt geen uitsluitsel over het ‘dark number’ van de criminaliteit gegeven. Het is een complex fenomeen waar niet met één onderzoek duidelijkheid over gegeven kan worden. Deze studie biedt inzicht in methoden die kunnen helpen om de omvang van verborgen criminaliteit te schatten. Deze inventarisatie kan helpen om delen van criminaliteit die we nu niet goed in kaart hebben, te onderzoeken. Bijzondere aandacht is besteed aan drie specifieke onderwerpen: horizontale fraude, georganiseerde criminaliteit en cybercriminaliteit. Dit rapport is het hoofdrapport van deze studie. Meer gedetailleerde bevindingen worden gepubliceerd in een technisch rapport. INHOUD: 1. Inleiding 2. De Politiestatistiek en de slachtofferenquêtes 3. Een overzicht van methoden voor het meten van criminaliteit 4. Bevindingen naar delictcategorie of verschijningsvorm 5. Discussie en aanbevelingen