• Afwegingsinstrument 'Veiligheid en economie'

      Knoop, J. van der (WODC, 2009)
      Bij het invoeren van maatregelen ter verbetering van de veiligheid botsen de betreffende organisaties nog wel eens op economische belangen. Er bestaat nu nog geen instrument waarmee een afweging tussen deze twee belangen kan worden gemaakt. Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar een analytisch instrument om de kwaliteit van de keuze van veiligheidsmaatregelen tegen criminaliteit en overlast te verhogen.
    • Alternatieven voor het beroep van rechtswege in de Rijkswet op het Nederlanderschap - Een onderzoek naar alternatieven voor ambtshalve handelingen die leiden tot rechterlijke toetsing van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap in artikel 22a van de Rijkswet op het Nederlanderschap

      Graaf, K.J. de; Marseille, A.T.; Meulen, W.P. van der (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2019)
      Artikel 14 lid 4 RWN verleent de Minister van Justitie en Veiligheid de bevoegdheid om – kort gezegd – in het belang van de nationale veiligheid het Nederlanderschap in te trekken van iemand van ouder dan zestien jaar die zich buiten het Koninkrijk bevindt en die zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. In artikel 22a RWN is bepaald dat over een besluit op grond van artikel 14 lid 4 RWN steeds een bestuurs-rechter oordeelt, hetzij omdat de betrokkene tijdig beroep heeft ingesteld, hetzij omdat de betrokkene, als deze geen beroep heeft ingesteld, geacht wordt beroep te hebben ingesteld. In dit laatste geval ontstaat een beroep van rechtswege in naam van de betrokkene. De bestuursrechter raakt op de hoogte van een dergelijk beroep doordat de Minister de rechtbank Den Haag in kennis stelt van een besluit tot intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14 lid 4 RWN.De centrale vraag van het onderzoek luidt als volgt: Wat zijn (te ontwikkelen) alternatieve procedures voor het ambtshalve verrichten van een han-deling die leidt tot rechterlijke toetsing van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap? INHOUD: 1. Inleiding 2. De regeling in de Rijkswet op het Nederlanderschap 3. Randvoorwaarden voor alternatieven 4. Alternatieven 5. Beantwoording onderzoeksvraag
    • Arbeidsmarkt voor cyber security professionals

      Lakerveld, J.A. van; Broek, S.D.; Buiskool, B.J.; Grijpstra, D.H.; Gussen, I.; Tönis, I.C.M.; Zonneveld, C.A.J.M. (Universiteit van Leiden - PLATO, 2014)
      Er wordt een tekort aan cyber security professionals voorzien als gevolg van de toenemende digitalisering van de maatschappij en de daarmee gepaard gaande risico’s. Deze professionals zijn nodig om betrouwbare ICT te kunnen blijven maken en zijn een voorwaarde voor de groei van de digitale economie in Nederland. Een tekort aan cyber security professionals is een grote kwetsbaarheid voor de weerbaarheid van de vitale sectoren. Momenteel bestaat er een groot verschil tussen de vraag en het aanbod van (technische) cyberprofessionals op de arbeidsmarkt. In dit onderzoek staan de volgende vragen centraal: In hoeverre is er, nu en in de toekomst, een mogelijk kwalitatief en kwantitatief tekort aan Cyber Security Professionals op hoger en middelbaar niveau te verwachten? Hoe kunnen deze tekorten op de huidige en toekomstige arbeidsmarkt voor Cyber Security Professionals worden opgelost? INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond van het onderzoek 2. Het werkveld van de Cyber Security Professionals en conceptueel kader 3. De vraag op de arbeidsmarkt naar Cyber Security Professionals 4. Aanbod van Cyber Security Professionals: onderwijs en opleiding 5. Discrepanties op de arbeidsmarkt en oplossingsrichtingen 6. Conclusies
    • Architectuur en veiligheid

      Vanstiphout, W.; Oudenampsen, M.; Graham, S.; Calster, P. van; Schuilenburg, M.B.; Guitjens, R.; Boonstra, N.; Ham, M.; Bijlsma. L.; Galle, M.; et al. (WODC, 2010)
      ARTIKELEN: 1. W. Vanstiphout - De architect heeft het gedaan! De rol van stedenbouw, architectuur en stadsbestuur in de rellen in de Franse voorsteden van 2005 2. M. Oudenampsen - Amsterdam Noord: van sociale naar ruimtelijke maakbaarheid 3. S. Graham - Het nieuwe militaire urbanisme 4. P. van Calster, M.B. Schuilenburg en R. Guitjens - Bedrijfsverbetergebieden; een verkennend onderzoek naar de veiligheidszorg in winkelcentrum Alexandrium 5. N. Boonstra en M. Ham - Overlast op het plein; over de architectuur van de openbare ruimte 6. L. Bijlsma, M. Galle en J. Tennekes - De herbergzame ruimte van de stadswijk 7. A. Oosterman - Tbs-kliniek Almere: stedelijk complex achter een glazen gevel 8. Internetsites. SAMENVATTING: De vraag naar de relatie tussen mens en omgeving lijkt sterk aan belang te hebben ingeboet. Het huidige wetenschappelijke debat lijkt vooral in de ban van de vraag: 'Wie is de mens?' Dit is terug te zien in onderzoeken naar biologische factoren voor deviant gedrag en verklaringen die zich beroepen op onze genetica en DNA. Om die eenzijdige kijk op de mens en het vraagstuk van veiligheid enig tegenwicht te bieden, wordt in dit themanummer een ander probleem aan de orde gesteld. In plaats van 'Wie is de mens?' gaat het over de vraag 'Waar is de mens?'
    • Beoordelingskader effecten variabele voertuigbezetting

      Bosland, G.J.; Krieken, J. van; Warners, E.; Groenendaal, J. (Berenschot Groep, 2013)
      Sinds enkele jaren wordt binnen de regionale brandweerkorpsen gewerkt met een variabele personeelsbezetting van brandweervoertuitgen (variabele voertuigbezetting). Er is verzocht om een eenduidig kader te onwikkelen waarmee de effecten van variabele voertuigbezetting in kaart gebracht kunnen worden en waarbij gekeken wordt naar de gevolgen voor de veiligheid van brandweerpersoneel en burgers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuurstudie 3. Het conceptueel kader 4. Van conceptueel kader naar model 5. Conclusies en aanbevelingen
    • Beschermingsarrangementen - Recht doen vanuit het perspectief van de burger

      Lünnemann, K.; Boutellier, H.; Goderie, M.; Graaf, P. van der (WODC (subsidie), 2005)
      Dit rapport is een verkennende studie. In een literatuuronderzoek is gezocht naar theoretische aanknopingpunten voor het begrip beschermingsarrangementen. Vervolgens zijn in een drietal domeinen - gezin, school en wijk - de beschermingsbehoefte, het bestaande rechtskader en de sociale maatregelen in kaart gebracht. In deze fase zijn tevens drie gespreksrondes gehouden met acht praktijkdeskundigen. Ten derde is op 21 april 2005 een seminar georganiseerd met dertig deskundigen. Op dit seminar stond in het bijzonder de houdbaarheid van de benadering in termen van beschermingsarrangementen centraal.
    • Bespiegelingen over straffen

      Garland, D.; Brants, C.H.; Claessen, J.A.A.C.; Jonge, G. de; Malsch, M.; Alberts, W.C.; Keijser, J.W. de; Nijboer, J.F.; Gooren, J.C.W.; Boutellier, J.C.J. (WODC, 2011)
      ARTIKELEN: 1. D. Garland - Wat is er met de doodstraf gebeurd? 2. C.H. Brants - Nederland en de afschaffing van de doodstraf; achterlijk of vooruitstrevend? 3. J.A.A.C. Claessen - Misdaad en straf; bespiegelingen over (de dood)straf vanuit religieus perspectief 4. G. de Jonge - Nederland is nog niet klaar met de doodstraf 5. M. Malsch, W.C. Alberts, J.W. de Keijser en J.F. Nijboer - Ontzetting uit beroep of ambt; herleving van een weinig gebruikte straf? 6. J.C.W. Gooren - Seksueel grensoverschrijdend gedrag en ontucht; wiens grens? 7. J.C.J. Boutellier - Misdaad en straf in een populistische context 8. Internetsites. SAMENVATTING: Zijn de pijlers waarrop ons strafstelsel rust door de sociale en culturele ontwikkelingen van de afgelopen tijd aangetast, dan wel ingeruild voor andere fundamenten en hoe stevig zijn die dan? Zijn we anders gaan denken over het nut en de noodzaak van straffen? Leiden zwaardere straffen tot een scherpere tweedeling in de samenleving? Deze en andere vragen stronden centraal tijdens een groot multidisciplinair congres over straffen dat op 28 en 29 oktober 2010 plaatsvond in Maastricht. In dit themanummer worden zeven inleidingen die tijdens de Maastrichtse tweedaagse werden gepresenteerd in beknopte vorm weergegeven.
    • Burgerparticipatie in veiligheid

      Schuilenburg, M.B.; Lub, V.; Boutasmit, M.; Snel, E.; Vollaard, B.; Thaens, M.; Kool, D. de; Terpstra, J. (WODC, 2016)
      ARTIKELEN: 1. M.B. Schuilenburg - Overheidsparticipatie in burgerprojecten: Over Buurt Bestuurt, Hillesluis en Schrödingers kat 2. V. Lub - Buurtwachten in Nederland: Ontwikkeling, mechanismen en morele implicaties 3. M. Boutasmit en E. Snel - Buurtsurveillance in de Haagse Schilderswijk – door de ogen van jongeren uit de buurt 4. B. Vollaard - Private bijdragen aan publieke veiligheid: Effecten van Buurt WhatsApp 5. M. Thaens en D. de Kool - Vrijwilligers bij de Nationale Politie: Leren van andere organisaties 6. J. Terpstra - Tussen Heumensoord en Winschoten: Over de tegenstrijdige betekenis van burgerparticipatie in de veiligheidszorg SAMENVATTING: Burgerparticipatie in veiligheid is een populair en veelvormig fenomeen. Er zijn burgers die de moed hebben om in te grijpen wanneer er wat mis gaat op straat, maar ook whatsapp -groepen waarmee buurtbewoners de politie én elkaar op hoogte stellen wanneer ze iets verdachts zien in hun buurt. Denk ook aan burgersurveillanten en projecten waarin burgers samen met de politie de belangrijkste problemen in de wijk benoemen en de aanpak daarvan prioriteit krijgt. Er zijn ook burgers die nog een stapje verdergaan in hun verlangen een bijdrage te leveren aan de publieke veiligheid, zij worden vrijwilliger bij de politie. Maar niet alle vormen van burgerparticipatie zijn zo onschuldig. Zo betoogt Jan Terpstra in zijn afsluitende reflectie op dit themanummer dat we ook anonieme klagers die hun gal spuien op internet als burgerparticipanten moeten beschouwen, en dat geldt ook voor groepen als Soldiers of Odin die een klopjacht hielden op een asielzoeker die vrouwen zou hebben lastig gevallen. Deze laatste voorbeelden worden in beschouwingen over burgerparticipatie en veiligheid vaak gemist. Uit de artikelen in dit themanummer kunnen diverse, onderling samenhangende oorzaken van dit fenomeen worden gedestilleerd. Een eerste, voor de hand liggende oorzaak is de toegenomen mondigheid van burgers. Een tweede oorzaak achter de opkomst en groei van burgerparticipatie in het veiligheidsdomein is het besef dat de politie onmogelijk alle overlast en vormen van kleine criminaliteit alleen af kan handelen. De klassieke strafrechtelijke aanpak is te beperkt voor een effectieve aanpak van criminaliteit en overlast. Daarom worden andere partijen, waaronder burgers en bedrijven, mede verantwoordelijk gemaakt voor het veiligheidsprobleem. De criminoloog Garland spreekt in dit verband van een ‘strategie van responsabilisering’ waarmee de staat in toenemende mate maatschappelijke organisaties en burgers probeert te activeren om het formele veiligheidsbeleid aan te vullen met een netwerk van meer of minder informele sociale controle. Een derde en laatste reden voor de opkomst en groei van burgerparticipatie is dat de overheid manieren zoekt om te besparen op de uitgaven in het veiligheidsdomein. Burgerparticipatie is zo een bestuurstechniek om burgers ‘gratis’ te laten werken voor de overheid.
    • Burgers in veiligheid - Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid

      Land, M. van der; Stokkom, B. van; Boutellier, H. (Vrije Universiteit - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2014)
      In dit rapport staat de vraag centraal welke vormen van burgerparticipatie in Nederland in het (sociale) veiligheidsdomein voorkomen, in het bijzonder gerelateerd aan de politie, welke problemen zich daarbij voordoen en wat de opbrengsten er van zijn voor overheid, samenleving en burgers. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is een state-of-the-art gemaakt van inzichten uit beschikbare rapporten en literatuur over burgerparticipatie in Nederland op het gebied van sociale veiligheid en is tevens een breed samengesteld overzicht opgesteld van praktijkervaringen. Om die praktijkervaringen in kaart te brengen is deskresearch gedaan m.b.v. via internet beschikbare databestanden. Daarnaast is een korte survey gehouden onder (vrijwel) alle Nederlandse gemeenten en onder de leden van het Accountmanagersoverleg Gebiedsgebonden Politie. Dit heeft geresulteerd in een longlist van praktijkvoorbeelden. Van die lijst zijn vervolgens met vertegenwoordigers van een deel van de projecten interviews afgenomen. INHOUD: 1. Introductie 2. Inzichten in de literatuur 3. Actuele praktijken van burgerparticipatie in veiligheid 4. Conclusie en reflectie
    • Criminaliteit en rechtshandhaving 2020 - Ontwikkelingen en samenhangen

      Meijer, R.F. (red.); Moolenaar, D.E.G. (red.); Choenni, R. (red.); Braak, S.W. van den (red.) (WODC, 2021-10-18)
      De publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving brengt ontwikkelingen in en samenhangen tussen criminaliteit en rechtshandhaving in kaart. Deze 19e editie richt zich daarbij met name op de periode 2010 tot en met 2020. Deze editie staat weer boordevol informatie over de aard en omvang van de criminaliteit in Nederland, welk deel hiervan wordt opgespoord, de strafrechtelijke reactie die justitie hierop heeft, de tenuitvoerlegging van opgelegde sancties en ontwikkelingen die zich hierin hebben voorgedaan. Verder worden de uitgaven gemoeid met sociale veiligheid beschreven. Ten slotte is er aandacht voor de ontwikkelingen in internationaal perspectief. C&R is oorspronkelijk door WODC en CBS opgezet. Sinds 2011 werkt de Raad voor de rechtspraak aan deze publicatie mee en in de onderhavige editie C&R 2020 ook de politie en het Openbaar Ministerie, waardoor de expertise verder is verbreed. C&R 2020 omvat de strafrechtsketencijfers inclusief het eerste jaar van de COVID-19-pandemie. C&R beschrijft de ontwikkelingen in de vorm van jaarcijfers. Wat zich qua ontwikkelingen afspeelt in de afzonderlijke maanden binnen het jaar blijft daarmee buiten beeld. Mogelijke verbanden met COVID-19 komen alleen aan de orde voor zover daar voldoende aanwijzingen voor zijn. Een parallel aan deze editie te verschijnen WODC-publicatie (zie: link hiernaast) gaat meer in detail in op het effect van de COVID-19-pandemie op de criminaliteit en de strafrechtsketen. De publicatie 'Criminaliteit en rechtshandhaving 2020' is ook terug te vinden op de websites van het CBS en de Raad voor de rechtspraak. Daarnaast is de publicatie beschikbaar op het digitale platform www.criminaliteitinbeeld.nl, een initiatief gedragen door het WODC, het CBS, de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie. Een overzicht van vorige edities van C&R is te vinden op de speciale webpagina 'Criminaliteit en rechtshandhaving' (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse strafrechtsysteem 3. Criminaliteit en slachtofferschap 4. Misdrijven en opsporing 5. Vervolging 6. Berechting 7. Tenuitvoerlegging van sancties 8. De strafrechtsketen in samenhang 9. Overtredingen 10. Uitgaven aan sociale veiligheid 11. Nederland in internationaal perspectief
    • Cybersecurity - A state-of-the-art review

      Silfversten, E.; Frinking, E.; Ryan, N.; Favaro, M. (RAND Europe, 2019)
      The NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid – ‘National Coordinator for Security and Counterterrorism’) partners with government, science and business in order to both protect the Netherlands against threats that can disrupt society, and ensure that Dutch vital infrastructure is – and remains – safe. Digital transformation has reshaped our world and will continue to disrupt the status quo. While technology is a key driver for realising societal and economic benefits, it also brings about new security challenges. The government of the Netherlands, Dutch businesses, civil society and individuals currently face a range of prominent, emerging and resurgent cybersecurity risks and threats. As concluded in the Cyber Security Assessment Netherlands (CSAN) from the NCTV the country’s digital resilience continues to lag behind the growing cyber threat.RAND Europe examined the current state-of-the-art in cybersecurity. In this context, state-of-the-art refers to a snapshot overview of prominent risks, threats or policy issues in the field of cybersecurity, as well as issue areas that are perceived to be overlooked by the NCTV or the scientific community. The cybersecurity state-of-the-art review is divided into two phases:Phase 1 aims to perform an initial scan of the cybersecurity field in order to highlight prominent or underexposed issues that are perceived to warrant further attention from the NCTV;Phase 2 aims to investigate the research questions identified in Phase 1, and will be carried out through a separate study.The study only covers Phase 1 of this process. The overarching aim of this study is therefore to explore which current cybersecurity topics are relevant to be explored further through additional research in Phase 2. CONTENT: 1. Introduction 2. Methodology 3. Key findings from the state-of-the-art review 4. Cybersecurity topics and research questions for the NCTV’s consideration 5. Concluding reflections
    • De nieuwe veiligheidscultuur

      Swaaningen, R. van; Hughes, C.; Hörnqvist, M.; Stangeland, P.; Body-Gendrot, S.; Hebberecht, P. (WODC, 2004)
      ARTIKELEN: 1. R. van Swaaningen: Veiligheid in Nederland en Europa; een sociologische beschouwing aan de hand van David Garland 2. C. Hughes: Besturen via misdaad en geweld? Publiek-private samenwerking bij de aanpak van criminaliteit en geweld in Engeland en Wales 3. M. Hörnqvist: Veiligheid en overheidsgeweld 4. P. Stangeland: Openbare veiligheid in Spanje sinds 11 maart 2004 5. S. Body-Gendrot: Stedelijk geweld in Frankrijk 6. P. Hebberecht: Het Belgische preventie- en veiligheidsbeleid SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen over ‘de nieuwe veiligheidscultuur’ heeft een wat ander karakter dan gebruikelijk. De artikelen zijn bewerkte (en zo nodig vertaalde) versies van papers die eind augustus 2004 zijn gepresenteerd op het seminar ‘Public safety in Europe’ aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam. Sociaal wetenschappers uit verscheidene Europese landen discussieerden daar over de ontwikkelingen in het denken over openbare veiligheid, criminaliteitsbestrijding en preventiebeleid. Als een rode draad door dit themanummer lopen de begrippen en analyses van de Britse wetenschapper David Garland, zoals uiteengezet in zijn boek The culture of control. Belangrijke tendenzen in de nieuwe veiligheidscultuur zijn populisme, een vervaging van het onderscheid tussen misdrijven en relatief onschuldige verstoringen van de openbare orde, het geloof dat ‘gevangenisstraf helpt’, de nadruk op preventie, de nadruk op 'accountability' in de werkwijze van justitiële uitvoeringsorganisaties, alsook het betrekken van niet-strafrechtelijke actoren, zoals welzijns- en buurtorganisaties en scholen bij de strijd tegen criminaliteit.
    • De toekomstbestendigheid van de politie

      Landman, W.; Kop, N.; Klerks, P.; Koning, B. de; Schuilenburg, M.B.; Besseling, B.; Uitendaal, F.; Meurs, T.; Kreulen, B.J.; Devroe, E.; et al. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. W. Landman - Tussen zorg en hoop: De ontwikkeling van de nationale politieorganisatie 2. N. Kop en P. Klerks - Aanzetten tot verbetering van de opsporing: ‘Handelen naar Waarheid’ een jaar later 3. B. de Koning - Opheldering verzocht? Over de drastische daling van het aantal opgehelderde misdrijven 4. M.B. Schuilenburg, B. Besseling en F. Uitendaal - Vertrouwen in de politie: Empirisch onderzoek naar de beleving van vertrouwen in de Rotterdamse wijk Bloemhof 5. T. Meurs en B.J. Kreulen - De uitdagingen voor gebiedsgebonden politiezorg: Ambigue ontwikkelingen, platgetreden paden en nieuwe wegen 6. E. Devroe - Over toekomstbestendige policing: De dilemma’s van veiligheidsregimes in grote steden 7. G. Meershoek - Een insidersanalyse van de Franse politieorganisatie (Boekrecensie: Sécurité. Ce qu’on vous cache) SAMENVATTING: Het is vijf jaar geleden dat Justitiële verkenningen een themanummer wijdde aan de politie. Dat was aan de vooravond van de omvorming naar een Nationale Politie per ingang van 1 januari 2013. Naast twijfels en kritische geluiden over deze megaoperatie, waren er ook hooggespannen verwachtingen, zoals hogere ophelderingspercentages, sterk in de wijken verankerde basisteams en goed functionerende ICT. Het is niet overdreven om te stellen dat dit reorganisatieproces behoorlijk rampzalig is verlopen. Op allerlei fronten functioneert de politie niet naar behoren. De ophelderingscijfers van misdrijven zijn gedaald, op terreinen als cybercrime heeft de politie niet de juiste expertise in huis en blijven de prestaties achter, integriteitskwesties doen zich de laatste tijd vaker voor en daarnaast is er regelmatig kritiek op etnische profilering en de wijze van bejegening van burgers. Het gebrek aan diversiteit van het personeelsbestand is tevens een nijpend probleem, inmiddels onderschreven door korpschef Erik Akerboom. Het duurzaam betrekken van hogeropgeleiden bij de politie stokt en de interne informatiehuishouding is niet op orde. Een nieuw fenomeen is dat de politieleiding nu – blijkens een eerder dit jaar uitgelekte notitie die bedoeld is voor het nieuwe kabinet – zelf stelt het zicht en de grip op criminaliteit te verliezen en te kampen met een handhavings-, opsporings- en vervolgingstekort. De centrale vraag in dit themanummer is hoe het politieapparaat een toekomstbestendige organisatie kan worden. Een politie die doelgericht opereert in een complexe samenleving, waarin moet worden samengewerkt met andere publieke organisaties en private partijen in veiligheidshandhaving, criminaliteitspreventie en opsporing. Een politie die het vertrouwen geniet van een ‘superdiverse’ bevolking en die erin slaagt de benodigde expertise binnen te halen en aan zich te binden om oude en nieuwe vormen van criminaliteit succesvol te kunnen bestrijden.
    • Evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

      Bilo, N.; Huberts, S.; Veen, S. van der; Wilms, P. (Significant APE, 2019)
      Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) is in 2004 opgericht door publieke en private partijen en beoogt de maatschappelijke veiligheid te vergroten. Deze doelstelling wil het CCV bereiken door de ontwikkeling en beschikbaarstelling van kennis en instrumenten op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op een integrale aanpak door samenwerking tussen (semi-)publieke en private organisaties. De centrale probleemstelling in dit onderzoek is: ‘In hoeverre heeft het CCV in de periode 2013-2018 zijn algemene doelstelling gerealiseerd, hoe verhoudt dat beeld zich tot de vorige evaluatie van 2013, in hoeverre heeft het CCV opvolging gegeven aan de aanbevelingen uit de vorige evaluatie en in hoeverre is het huidige CCV in overeenstemming met het gewenste toekomstbeeld dat betrokkenen hebben voor de organisatie.’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Probleemstelling en aanpak 3. Onderzoeksverantwoording 4. Schets van het CCV 5. Verhouding tot het ministerie van Justitie en Veiligheid 6. Aanbod en waardering van de producten en diensten 7. Het toekomstbeeld 8. Conclusies
    • Evaluatie nationale crisisbeheersingsorganisatie vlucht MH17

      Torenvlied, R.; Giebels, E.; Wessel, R.A.; Gutteling, J.M.; Moorkamp, M.; Broekema, W.G. (Universiteit Twente, 2015)
      Dit onderzoek dient duidelijk te maken hoe de nationale crisisbeheersingsorganisatie heeft gefunctioneerd na de ramp met vlucht MH17 en in hoeverre dat heeft bijgedragen aan het beheersen van de crisis. Daarnaast dient het onderzoek in kaart te brengen hoe de communicatie is verlopen van de Rijksoverheid met nabestaanden, samenleving, Tweede Kamer en media. De evaluatie bestaat uit drie deelonderzoeken. In de eerste plaats is gekeken naar de interdepartementale crisisbeheersing. Hierin is de rol van de verschillende actoren onderzocht en hun onderlinge samenwerking. Ook is gekeken in hoeverre de internationale politieke dynamiek van het Oekraïneconflict de besluitvorming en het functioneren van de crisisorganisatie heeft beïnvloed. Het tweede deelonderzoek gaat nader in op de communicatie met en nazorg aan nabestaanden. Het derde deelonderzoek gaat over de vraag hoe de informatievoorziening is verlopen richting de Tweede Kamer, de media en de samenleving als geheel. De uitkomsten van het evaluatieonderzoek zijn bedoeld om lessen te trekken voor het functioneren van de nationale crisisbeheersingsorganisatie bij toekomstige crises. INHOUD: 1. Opdracht, probleemstelling en werkwijze 2. Analysekader en methodologische verantwoording 3. Onmiddellijke crisisrespons (17 en 18 juli 2014) 4. De eerste dagen ( 18 juli tot en met 23 juli 2014) 5. Periode rond de eerste missie (24 juli - 8 september 2014) 6. Adequaatheid van de crisisbeheersing rond vlucht MH17 7. Analyse vanuit een internationaalrechtelijk perspectief 8. Communicatie met en nazorg aan nabestaanden 9. Informatievoorziening naar Tweede Kamer, media en samenleving 10. Conclusies
    • Evaluatie Veiligheidswet BES

      Woestenburg, N.; Beukers, M.; Oldenboom, J.; Simmons-de Jong, G.; Struiksma, N.; Marchena-Slot, A.; Winter, H. (Pro Facto, 2022-04-25)
      De Veiligheidswet BES is op 10-10-’10 ingevoerd toen de staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden werd gewijzigd en Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbare lichamen deel zijn gaan uitmaken van het land Nederland. De Veiligheidswet BES regelt de taak en samenstelling van het politiekorps en de inrichting en organisatie van de brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening in Caribisch Nederland. De volgende onderzoeksvraag stond in het onderzoek centraal: Hoe functioneert de Veiligheidswet BES gelet op de per 10-10-’10 geformuleerde uitgangspunten en doelstellingen, welke knelpunten zijn te onderscheiden en in hoeverre is de wet toekomstbestendig, mede gelet op de huidige en toekomstige ontwikkelingen in het veiligheidsdomein en de bevindingen van de eind 2020 geëvalueerde Wet veiligheidsregio’s? INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelen en uitgangspunten van de wet 3. Beleid, uitvoering, financiering en toezicht 4. Samenwerking onderling en in de regio 5. Toekomstbestendigheid en verhouding tot de Wet veiligheidsregio's 6. Conclusie
    • From resilience to revolt - making sense of the Arab Spring

      Aarts, P.; Dijke, P. van; Kolman, I.; Statema, J.; Dahhan, G. (University of Amsterdam - Department of Political Science, 2012)
      The purpose of this research is to provide a broadly-scoped understanding of the Arab uprisings, aggregating also what research has already been done, in an effort to pinpoint what factors or dynamic can be found to be useful in trying to make sense of the sudden mass mobilization in the Middle East in 2011. Notwithstanding some methodological limitations that were imposed, the intentionally very general research question has yielded a series of valuable insights, mostly centered on endogenous factors that can help elucidate the complexeties of the Arab uprisings. CONTENT: 1. Introduction 2. Surprise, surprise! 3. Here to stay 4. Engendering transformations 5. The not-so-domino effect 6. The day after 7. Analogies with caution 8. Uncertain outcomes 9. Not without danger 10. Conclusion
    • Function creep en privacy

      Prins, J.E.J.; Vries, M.S. de; Graaf, B.A. de; Eijkman, Q.; Schuilenburg, M.; Dijkstra, C. (WODC, 2011)
      ARTIKELEN: 1. J.E.J. Prins - Function creep: over het wegen van risico's en kansen 2. M.S. de Vries - Hoe waarschijnlijk is function creep? Een beleidswetenschappelijke analyse 3. B.A. de Graaf en Q. Eijkman - Terrorismebestrijding en securitisering; een rechtssociologische verkenning van de neveneffecten 4. M. Schuilenburg en C. Dijkstra - Achter de voordeur met stedelijke interventieteams; ontkokering of verkokering? 5. Internetsites. SAMENVATTING: In het Nederlands bestaat er nog geen bevredigende vertaling van het fenomeen 'function creep'. De uit de bestuurskunde bekende term 'doelverschuiving' komt in de buurt, maar is niet 'creepy' genoeg. Het gaat hierbij om wetten, beleidsinstrumenten, maatregelen en programma's die een geheel andere uitwerking (soms ook op een totaal ander terrein) hebben dan oorspronkelijk bedoeld. In sommige gevallen zou je kunnen spreken van neveneffecten, die echter niet per se onvoorzien hoeven te zijn. Zo hebben de talloze veiligheidsmaatregelen na de aanslagen van 11 september 2001 onmiskenbaar de privacy van burgers aangetast, maar dat neveneffect is op de koop toe genomen, opgeofferd aan een verondersteld hoger belang. Ook tal van maatregelen ter handhaving van de openbare orde en bestrijding van criminaliteit zijn onderhevig aan 'function creep'.
    • Het gebruik van drones - Een verkennend onderzoek naar onbemande luchtvaartuigen

      Custers, B.H.M.; Oerlemans, J.J.; Vergouw, S.J. (WODC, 2015)
      In 2013 is een motie van de Kamerleden Schouw en Segers aangenomen waarin de regering wordt verzocht onderzoek te laten uitvoeren naar het gebruik van drones (Tweede Kamer, Aanhangsel Handelingen II, Vergaderjaar 2013-14, nr. 211). Het betreft een vergelijking van de wet- en regelgeving in de ons omringende landen met betrekking tot het gebruik van drones, het formuleren van de kaders voor benodigde wet- en regelgeving met aandacht voor de effecten op privacy en het in kaart brengen van de verwachte kansen en bedreigingen van drones voor de nationale veiligheid en criminaliteit. De centrale vraagstelling in dit onderzoek is: wat zijn de verwachte kansen en bedreigingen van het gebruik van drones, in hoeverre bieden de huidige wettelijke kaders ruimte voor deze kansen alsmede voor maatregelen tegen deze bedreigingen en, voor zover die ruimte er niet is, wat zijn de contouren van de wet- en regelgeving die daarvoor wel ruimte zou bieden? Voor de beantwoording van deze vraag zijn zes deelvragen geformuleerd: Wat voor soorten drones bestaan er en wat is er technisch mogelijk? Wat zijn de kansen en de bedreigingen van het gebruik van drones? Wat zijn, in het bijzonder, de kansen en bedreigingen van het gebruik van drones voor de nationale veiligheid en de criminaliteit? Wat zijn de kaders van bestaande wet- en regelgeving in Nederland voor het gebruik van drones door de overheid (voor civiele doeleinden) en door particulieren en wat zijn daarbij knelpunten? Wat zijn de mogelijke (negatieve) effecten van het gebruik van drones op het gebied van privacy en op welke manier kan de privacy het meest effectief worden gewaarborgd? Welke wet- en regelgeving bestaat er in de ons omringende landen met betrekking tot het gebruik van drones? Wat zijn de contouren van de benodigde wet- en regelgeving om voorbereid te zijn op het gebruik van drones? INHOUD: 1. Inleiding 2. Soorten drones 3. Toepassingen 4. Juridisch kader 5. Recht op privacy in relatie tot het gebruik van drones 6. Internationaal beleid voor het gebruik van drones 7. Conclusies
    • Het monitoren van publiek vertrouwen in de politie

      Stals, L.; Walle, S. van de (Katholieke Universiteit Leuven - Instituut voor de overheid, 2020-12)
      Dit rapport onderzoekt hoe het publieke vertrouwen in de politie gemeten wordt in Nederland en het buitenland, en hoe valide en representatief deze metingen zijn. Dit moet dienen om de huidige meetpraktijk in Nederland te verbeteren. Concreet zal dit rapport een antwoord formuleren op drie onderzoeksvragen:Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten, en hoe representatief is die meting?Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten?Wanneer we het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in Nederland vergelijken met het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in andere Westerse landen, in hoeverre is het eerstgenoemde dan volledig te noemen? INHOUD: 1. Theoretisch kader 2. Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten en hoe representatief is die meting? 3. Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten? 4. Vergelijking meetpraktijk in Nederland met meetpraktijk in andere Westerse landen